I.C HSP Flexibel, toekomstgericht bouwen
Tekst van het document
RIS-nummer:
309386
verworpen
Amendement: Flexibel, toekomstgericht bouwen Indiener: Peter Bos, Haagse Stadspartij
De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 1 juli 2021, ter bespreking van het voorstel van het college inzake Tussentijdse evaluatie nota Haagse hoogbouw: Eyeline en Skyline (RIS306342). Besluit om na Dictumpunt I, onder vernummering van de overige dicta, een nieuw Dictumpunt in te voegen dat luidt:
II. De in de bijlage voorgestelde aanpassingen van de regels onder 4. Wonen als volgt aan te passen: De huidige regels 2 en 4 niet te wijzigen, maar te handhaven.
Toelichting:
Dit amendement strekt er toe om de volgende twee regels van de nota Eyeline en Skyline te handhaven:
•
•
er is keuzevrijheid in de afwerking, een vrije indeling van de plattegrond, mogelijkheid tot splitsen/samenvoegen van woningen, een hogere verdiepingshoogte, het uitwisselen van verschillende functies; er is keuzevrijheid in de afwerking, een vrije indeling van de plattegrond, mogelijkheid tot splitsen/samenvoegen van woningen, een hogere verdiepingshoogte, het uitwisselen van verschillende functies; een complex van meer dan 60 woningen dient minimaal te bestaan uit twee verschillende woningtypes en -groottes, waarbij geen enkel woningtype meer dan 60% van het totaal aantal woningen binnen de totale ontwikkeling beslaat;
De nota Haagse hoogbouwnota Eyeline en Skyline werd in januari 2018 door de raad vastgelegd. Hierin is vastgelegd dat de gebouwen keuzevrijheid moeten bieden in afwerking, plattegrond, mogelijkheid tot splitsen en samenvoegen van woningen, een hogere verdiepingshoogte en het uitwisselen van functies ( regel 2). Dit maakt de gebouwen toekomstbestendig en voorkomt leegstand wanneer gebouwen hun oorspronkelijke functie verliezen. Daardoor kunnen gebouwen optimaal worden benut en is sloop minder snel een optie.
In de evaluatie stelt de wethouder: "... ook eenzijdigheid in woonprogramma dreigt voor wat betreft de grootte van de woningen. De tendens is dat veel kleine woningen worden gerealiseerd voor betrekkelijk hoge huurprijzen. De vraag is in hoeverre hiermee wordt aangesloten bij de vraag naar woonruimte in de stad, de koopkracht van de woningzoekende en in hoeverre in de kwalitatieve vraag (bijvoorbeeld gewenste oppervlakte, woonbehoefte gezinnen, doelgroepen, etc.) wordt voorzien” . Juist regel 4 in de oorspronkelijke nota was een effectief middel om een monocultuur van dezelfde woningen te voorkomen. Deze regel luidt: “een complex van meer dan 60 woningen dient minimaal te bestaan uit twee verschillende woningtypes en -groottes, waarbij geen
enkel woningtype meer dan 60% van het totaal aantal woningen binnen de totale ontwikkeling beslaat”. Door het schrappen van regels 2 en 4 uit de oorspronkelijke nota zijn juist waarborgen tegen eenzijdigheid in aanbod geschrapt. Door deze twee regels te handhaven wordt geborgd dat hoogbouwprojecten diverser en toekomstbestendig worden. Peter Bos Haagse Stadspartij
Robert Barker Partij voor de Dieren