GL.9 motie Inclusief uniform voor Haagse handhavers GEWIJZIGD
Tekst van het document
GL.9 RIS-nummer:
Motie: Inclusief uniform voor Haagse handhavers Indiener: Maarten De Vuyst, GroenLinks en Hera Butt, GroenLinks
De raad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen op 20 december 2023, ter bespreking van G Voorstel van het college inzake Programmabegroting 2024-2027 (RIS316918).
Overwegende, dat: ▪ ▪ ▪
▪
Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) belangrijk werk verrichten voor Den Haag. Gemeente Den Haag streeft naar een inclusieve en diverse ambtenarij. Den Haag als internationale stad van vrede en recht een voorbeeldfunctie heeft om mensen niet uit te sluiten. Mensen met een religieuze en/of andere diverse achtergrond, bijvoorbeeld op basis van geslacht, gerichtheid en cultuur, hun functie niet minder neutraal uitoefenen dan mensen zonder religieuze achtergrond en/of diverse achtergrond.
Constaterende, dat: ▪ ▪
▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪
▪
Boa’s in Arnhem, Tilburg en Almere zichtbaar religieuze uitingen mogen dragen bij het uniform. En in Den Haag niet. Religieuze uitingen in verschillende landen wel zijn toegestaan bij het uniform, zoals in de Verenigde Staten, Engeland, Schotland, Ierland, Nieuw-Zeeland, Australië, Canada en Zweden. Het College voor de Rechten van de Mens op 6 april 2022 heeft gesteld: “Hoofddoekverbod voor BOA’s is stigmatiserend en niet effectief.”. De Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme, Rabin Baldewsingh, ervoor pleit dat het dragen van religieuze uitingen wordt toegestaan bij boa’s en politie. De landelijk coördinator tegen racisme en discriminatie van de Nationale Politie (commissaris Johan van Renswoude) ook vindt dat het uniform van agenten met zichtbare religieuze uitingen moet kunnen. De vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting een groot goed zijn en ook toekomen aan ambtenaren. Er geen dringende noodzaak bestaat om deze rechten te beperken. Er vanuit de functieuitoefening geen noodzaak bestaat om een religieuze uiting te verbieden. Het leidende criterium voor de functie is professionaliteit. Mensen van verschillende religieuze achtergronden als gevolg van een verbod op zichtbare religieuze uitingen bij boa’s minder toegang hebben tot het beroep en daardoor onevenredig worden geraakt.
Bovendien werkt een verbod contraproductief bij het oplossen van personeelstekorten, en bij het bevorderen van diversiteit en inclusiviteit. In het Haags Coalitieakkoord 2023-2026 (RIS316672) het volgende is opgenomen “Daarnaast stimuleren we en geven we aandacht aan het goed borgen van diversiteit en inclusie binnen de gemeentelijke organisatieonderdelen. Een personeelsbestand met medewerkers met verschillende achtergronden, op basis van bijvoorbeeld etniciteit,
geslacht, seksuele geaardheid, levensbeschouwing en cultuur, vergroot de herkenbaarheid voor en acceptatie door inwoners”. Van mening, dat: ▪
▪
Boa’s ook een verbindende rol hebben in de samenleving. Het kunnen dragen van een religieuze uiting kan bijdragen aan de toegankelijkheid, herkenbaarheid en het vertrouwen in de overheid. Het de vrije keuze van een boa moet zijn om een religieuze uiting wel of niet te dragen bij het uniform.
Verzoekt het college: ▪
Toe te staan dat Haagse boa’s zichtbaar religieuze uitingen, die niet onzichtbaar gedragen kunnen worden (zoals een hoofddoek, keppel of tulband), kunnen dragen bij het uniform.
En gaat over tot de orde van de dag.
Maarten De Vuyst
Hera Butt
Adeel Mahmood
Mairan Sewtahal
GroenLinks
GroenLinks
DENK
PvdA
Fatima Faïd
Ismet Bingöl
Haagse Stadspartij
CDA