Gehoord aan de jeugdbeschermingstafel
Tekst van het document
Rapport Gehoord aan de Jeugdbeschermingstafel?
Datum
Dossiernummer
Februari 2023
2022-163
Auteur
Y. Nass, E. ten Berge
Samenvatting De Jeugdombudsman heeft naar aanleiding van een aantal klachten van een inwoonster van Den Haag (verzoekster) onderzoek gedaan. Haar klachten gaan kortgezegd over twee punten: - de handelwijze van de (voorzitter van de) Jeugdbeschermingstafel - de afhandeling van haar klachten hierover door de gemeente. Na het onderzoek concludeert de Jeugdombudsman dat alle klachten gegrond zijn. De klachten over Jeugdbeschermingstafel De Jeugdombudsman heeft de klacht over de Jeugdbeschermingstafel getoetst aan de eisen waaraan een overheidsinstantie moet voldoen in haar dienstverlening aan de burger. Deze klacht is getoetst aan het vereiste van fair play. De Jeugdombudsman constateert onder meer dat de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel niet is benut waarvoor deze is bedoeld, namelijk: het bespreken van de verschillende visies op de hulp die nodig is en daarmee samenhangend - de (acceptatie van) hulp die geboden is in het voortraject. Hier was voor de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel al duidelijk dat verzoekster op de aangeboden hulp in het voortraject een andere visie had dan Veilig Thuis. De bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel kan vergaande gevolgen hebben voor betrokkenen. Daarom is het belangrijk dat deze verschillende visies worden besproken. Bovendien is er geen bezwaar of beroep mogelijk tegen beslissingen van de Jeugdbeschermingstafel.
De Jeugdbeschermingstafel moet in het kader van hoor en wederhoor hier een waarborg bieden aan ouders en kinderen. Dat dat hier niet gebeurd
is, vindt de Jeugdombudsman een reden om de klacht gegrond te verklaren. De klachten over de klachtafhandeling door de gemeente De klachten van verzoekster over de klachtbehandeling door de gemeente, heeft de Jeugdombudsman getoetst aan de eis Uitgangspunten voor professionele klachtbehandeling. De klachtbehandeling is naar het oordeel van de Jeugdombudsman niet geweest zoals mag worden verwacht. Zo constateert zij het volgende: - de gemeente heeft onvoldoende (feiten)onderzoek gedaan - de schriftelijke reactie op de klacht was op een aantal punten niet duidelijk - er is geen passende reactie gegeven op door de gemeente gegrond verklaarde klachten Deze constatering is voor de Jeugdombudsman aanleiding om ook deze klacht gegrond te verklaren. Het meest opvallende bij dat laatste punt is, dat de gemeente bij de klachtafhandeling heeft geconstateerd dat er feitelijke onjuistheden in het verzoek tot onderzoek staan. Maar de gemeente geen actie ondernam om ervoor te zorgen dat deze werden gecorrigeerd. De gemeente kan het verzoek tot onderzoek zelf niet wijzigen, maar zij kan Veilig Thuis hier wel om vragen. De Jeugdombudsman vindt het belangrijk dat geconstateerde fouten in rapportages worden gecorrigeerd. Die fouten werken immers door in de hele jeugdbeschermingsketen en kunnen leiden tot een ongewenste stapeling van klachten. 2/5
In het rapport heeft de Jeugdombudsman twee aanbevelingen voor de gemeente opgenomen.
Inhoudsopgave 1.
Wat ging er aan de klacht vooraf? .......... 4
2.
De Jeugdbeschermingstafel .................... 4
3.
De klachtbehandeling bij de gemeente... 5
4.
Het onderzoek ........................................ 5
5.
De klacht .................................................. 6
6.
Het oordeel van de Jeugdombudsman ... 6
7.
Aanbevelingen ....................................... 10
Bijlagen: onderzoeksgegevens ...................... 11
3/5
1. Wat ging er aan de klacht vooraf? Verzoekster is moeder van een minderjarige puberzoon en -dochter. Haar ex-partner is de vader van de kinderen. Veilig Thuis Haaglanden raakt betrokken bij het gezin na een melding in februari 2020. Op 14 juni 2021 heeft Veilig Thuis een gesprek met verzoekster. In aansluiting op dat gesprek laat Veilig Thuis haar weten dat er een Verzoek tot Onderzoek (VTO) zal worden gedaan aan de Jeugdbeschermingstafel. Veilig Thuis heeft het VTO op 12 juli 2021 naar verzoekster en haar ex-partner toegezonden. Zij hebben daar schriftelijk op kunnen reageren. Verzoekster stelt in haar reactie van 1 augustus 2021 o.a. dat er een aantal feitelijke onjuistheden en onwaarheden in het VTO staan en dat haar slechts één traject door Veilig Thuis is aangeboden voordat het VTO werd opgesteld. Veilig Thuis stuurt het VTO en de schriftelijke reacties van de ouders op 5 augustus 2021 naar de deelnemers van de Jeugdbeschermingstafel Haaglanden. Op 9 september 2021 is de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel. Deelnemers zijn behalve verzoekster en haar ex-partner, de voorzitter en secretaris, een medewerker van Veilig Thuis (die niet betrokken is geweest bij het dossier) en van de Raad voor de Kinderbescherming. Verzoekster geeft tijdens de Jeugdbeschermingstafel daarnaar gevraagd aan, dat haar kinderen niet bij de Jeugdbeschermingstafel aanwezig wilden zijn.
Tijdens de Jeugdbeschermingstafel geeft Veilig Thuis aan dat er drie weken daarvoor een hulpvraag van de zoon is geweest. Tijdens de Jeugdbeschermingstafel blijkt dat de ouders en de voorzitter van de
Jeugdbeschermingstafel daarvan niet op de hoogte waren. De Jeugdbeschermingstafel besluit tot een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming naar een kinderbeschermingsmaatregel. Omdat de Jeugdbeschermingstafel de mening van beide kinderen mist, stelt de voorzitter aan het einde voor om een nieuwe bijeenkomst te organiseren waar de kinderen hun mening kunnen geven en een preventieve jeugdbeschermer kan worden geïntroduceerd in afwachting van het raadsonderzoek. Afgesproken wordt, dat verzoekster de voorzitter binnen een week laat weten of de kinderen in gesprek willen en of zij zelf akkoord gaat met de inzet van een preventieve jeugdbeschermer. Op 17 september 2021 laat verzoekster weten dat de kinderen niet willen ingaan op de uitnodiging en dat zij geen preventieve jeugdbeschermer wil. In die brief van 17 september 2021 uit ze ook haar ongenoegen over het verloop van de Jeugdbeschermingstafel. Vervolgens wordt het VTO ongewijzigd naar de Raad voor de Kinderbescherming gestuurd, samen met de schriftelijke reacties van de ouders op het VTO, verzoeksters brief van 17 september 2021 en het document met het besluit en de afspraken van de Jeugdbeschermingstafel. Tijdens het onderzoek van de Jeugdombudsman heeft verzoekster laten weten dat de Raad voor de Kinderbescherming heeft geconcludeerd dat er geen hulp voor de kinderen nodig is.
En dat de Raad aan de ouders een individuele training heeft voorgesteld op vrijwillige basis. Voor de zoon hebben de ouders zelf iemand aangezocht die een aantal gesprekken met de 4/5
zoon heeft gehad die naar tevredenheid zijn afgerond. 2. De Jeugdbeschermingstafel De Jeugdbeschermingstafel is een middel in het drangkader, tussen het vrijwillige en verplichte kader van de jeugdbescherming. Een professionali kan een zaak bij de Jeugdbeschermingstafel melden via een zogenoemd Verzoek tot onderzoek (VTO). Een bespreking aan de Jeugdbeschermingstafel heeft vooral als doel om ouders en hun minderjarige kinderen toe te leiden naar een of meerdere vormen van hulp en dat tijdens de bijeenkomst te bespreken. Er wordt getoetst of er grond is om een raadsonderzoek te starten, maar de uitkomst kan ook zijn dat er hulp in het vrijwillig kader wordt aangeboden. De Jeugdbeschermingstafel Haaglanden heeft samen met negen andere gemeenten in de regio en de Raad voor de Kinderbescherming de werkwijze van de Jeugdbeschermingstafel vastgelegd in een regeling: de Werkwijze Jeugdbeschermingstafel regio Haaglanden (hierna: de Werkwijze). Deze dateert van 2016. Hierin is staat onder meer datii : - het kind aan de tafel centraal staat; - een VTO wordt gedaan als de ontwikkeling van een jeugdige ernstig bedreigd wordt omdat ouders en/of jeugdige de hulp, die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is, niet of onvoldoende accepteren of hiervan onvoldoende kunnen profiteren.
-
-
Er is onduidelijkheid over het opvoedingsperspectief van de jeugdige; feitelijke onjuistheden in het VTO worden aangepast voordat het VTO wordt ingediend; het VTO voor de agendering van de Jeugdbeschermingstafel wordt gescreend: op volledigheid (door de secretaris) en op inhoud en noodzaak van het raadsonderzoek (door de voorzitter); tijdens de bespreking de voorzitter het proces stuurt opdat elke deelnemer de verantwoordelijkheid neemt die bij zijn rol hoort; de Jeugdbeschermingstafel, om tot een goed besluit te komen, kritisch kijkt naar de al aangeboden hulp en hoe deze wel of niet aansluit bij ouder/gezin/jeugdige.
Ook voelt ze zich, door het verloop van de bijeenkomst en het handelen van de voorzitter, niet gehoord. De klachtencoördinator en klachtbehandelaar gaan in januari 2022 met verzoekster in gesprek naar aanleiding van de klachtiii. Vervolgens stellen ze in afstemming met verzoekster begin februari 2022 een tweetal vragen aan Veilig Thuis, waaronder de vraag naar aangeboden hulptrajecten. Het antwoord van Veilig Thuis wordt door de klachtbehandelaar aan verzoekster voorgelegd, die daar op reageert.
3. De klachtbehandeling bij de gemeente
Op 23 maart 2022 stuurt de gemeente haar schriftelijke reactie op de klacht aan verzoekster. Op 29 maart 2022 verstuurt ze dezelfde reactie nogmaals, met een aangepaste verwijzing (in eerste instantie was verzoekster ten onrechte niet naar de Jeugdombudsman verwezen). De gemeente stelt in reactie op de klacht dat er is afgeweken van de Werkwijze en dat afwijking alleen mag als dit wordt gemotiveerd. Zij schrijft daarover het volgende:
Verzoekster dient op 16 december 2021 een klacht in bij de gemeente Den Haag over de handelwijze van de (voorzitter van de) Jeugdbeschermingstafel. Samengevat stelt ze dat de Jeugdbeschermingstafel op diverse punten haar eigen protocol (de Werkwijze) niet heeft gevolgd en dat de Jeugdbeschermingstafel daarom niet had moeten doorgaan. Met name wijst ze erop dat de hulp in het voortraject c.q. vrijwillig kader niet uitputtend is benut omdat haar maar een vorm van hulpverlening is aangeboden door Veilig Thuis als alternatief voor een VTO.
“In dit geval is op een aantal punten van de werkwijze afgeweken. Namelijk: • De Jeugdbeschermingstafel controleerde niet hoe oud de diagnose in het VTO was. • Van in ieder geval twee feiten is geen correctie gevraagd door de Jeugdbeschermingstafel; • De medewerker van Veilig Thuis die bij de Jeugdbeschermingstafel aanwezig was, kende het gezin niet; • U heeft alleen de mogelijkheid gehad schriftelijk te reageren op het VTO;
-
5/5
•
De fouten in het VTO die u in uw reactie aangaf, zijn alleen als bijlage toegevoegd. En niet verbeterd in het VTO; • De voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel heeft deze ook niet verbeterd tijdens de bijeenkomst; • En daarmee hebben partijen zich dus niet gehouden aan de afspraken in de werkwijze; • De motivatie voor het afwijken is niet naar u gecommuniceerd. Op deze punten vinden wij uw klacht gegrond.” Twee andere klachten verklaart de gemeente ongegrond. Daarbij gaat het om de klacht over de (acceptatie van) aangeboden vormen van hulp in het voortraject en de klacht over het verloop van de Jeugdbeschermingstafel. Verder merkt de gemeente op dat de uitkomst van de Jeugdbeschermingstafel hetzelfde blijft. Daarbij wijst zij onder meer op het feit dat er kindsignalen zijn en dat de Raad en de Jeugdbeschermingstafel met Veilig Thuis van mening zijn dat in het belang van de kinderen een onderzoek nodig is. Tot slot acht de gemeente het zwaarwegend dat de kinderen niet gesproken zijn bij de Jeugdbeschermingstafel.
4. Het onderzoek van de Jeugdombudsman Voordat de Jeugdombudsman heeft besloten tot onderzoek, is zij nagegaan in hoeverre zij bevoegd is de klacht te onderzoeken en wat het belang van verzoekster bij klachtbehandeling is.
De Jeugdombudsman is daarvoor onder meer in gesprek gegaan met verzoekster. Ook heeft zij informatie opgevraagd bij andere instanties om na te gaan welke andere (klacht-/bezwaar/tucht)procedures aanhangig zijn of zijn afgerond. Het onderzoek beperkt zich tot de beoordeling van het handelen van de (voorzitter van de) Jeugdbeschermingstafel. Het handelen van Veilig Thuis, die het Verzoek tot onderzoek aan de Jeugdbeschermingstafel heeft gedaan, en ook het Verzoek tot onderzoek zelf, vallen buiten de reikwijdte van dit onderzoek. In het kader van het onderzoek heeft de Jeugdombudsman schriftelijke informatie opgevraagd bij de gemeente. Daarna heeft zij een hoorzitting gehouden waarbij verzoekster (en haar vriendin) en de voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel, de directeur JMO, de klachtencoördinator en de klachtbehandelaar in elkaars aanwezigheid zijn gehoord. Verder heeft de Jeugdombudsman met toestemming van mevrouw de geluidsopname beluisterd die zij heeft gemaakt van de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel. Deze opname is in het kader van het onderzoek voorafgaand aan de hoorzitting ook met de deelnemers aan de hoorzitting gedeeld. De bevindingen van het onderzoek zijn voor wederhoor aan beide partijen voorgelegd. De ontvangen reacties zijn betrokken bij dit rapport.
5. De klacht In het kader van het onderzoek heeft de Jeugdombudsman de klacht als volgt geformuleerd. Verzoekster klaagt erover dat: 1. de handelwijze van de (voorzitter van de) Jeugdbeschermingstafel en het verloop van de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel op 9 september 2021 niet zorgvuldig zijn geweest en zich niet verhouden tot de voorgeschreven werkwijze Jeugdbeschermingstafel Haaglanden. 2. de gemeente de klachten over de aangeboden vormen van hulp in het voortraject en over het verloop van de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel van 9 september 2021 naar haar mening ten onrechte ongegrond heeft verklaard. 3. de gemeente geen passende reactie heeft gegeven op de klachten die in de klachtafhandelingsbrief van 29 maart 2022 gegrond zijn verklaard. Deze formulering vormt de basis voor het onderzoek en is tot stand gekomen op basis van de klachtbrief van verzoekster, haar mondeling toelichting daarop en het gesprek dat met genoemde instanties is gevoerd over (lopende/afgeronde) procedures.
Ad 2: Verzoekster is het niet eens met de ongegrondverklaring van haar klachten. Ze vindt dat deze beide klachten onvoldoende zorgvuldig zijn onderzocht. Met name stelt ze bij de klachtbehandeling niet is aangetoond (aan de hand van stukken) dat er op meerdere momenten hulp in het voortraject is geboden. Ad 3: Verzoekster wijst erop dat er geen consequenties zijn verbonden aan de gegrond verklaarde klachten. Zo zijn er bijvoorbeeld geen excuses aangeboden, is niet duidelijk geworden waarom van de werkwijze is afgeweken en of daaraan voor haar - en/of meer in het algemeen - gevolgen aan worden verbonden.
6. Het oordeel van de Jeugdombudsman
Toelichting De onderzoeksgegevens staan in de bijlage bij dit rapport.
voorwaarden uit de Werkwijze en onjuistheden bevat. Daarbij stelt ze met name dat er tot 14 juni 2021 geen hulp in het vrijwillig kader door Veilig Thuis aan haar is aangeboden en dat de Jeugdbeschermingstafel de eigen werkwijze voor het door laten gaan van de Jeugdbeschermingstafel op dit punt niet heeft gevolgd. Ook voelt zij zich niet gehoord tijdens de bijeenkomst van 9 september 2021. Ze stelt dat de voorzitter ten onrechte probeerde te verhinderen dat ze haar tekst voorlas.
Ad 1: Verzoekster vindt het niet terecht dat de (voorzitter van de) Jeugdbeschermingstafel besloten heeft de Jeugdbeschermingstafel door te laten gaan op basis van een VTO dat volgens verzoekster niet voldeed aan de 6/5
De Jeugdombudsman toetst gedragingen aan de behoorlijkheidsvereisten. Klachten over de klachtbehandeling toetst zij aan de Uitgangspunten bij professionele behandeling van jeugdklachten.iv
Ad 1. Verzoekster klaagt erover dat de handelwijze van de (voorzitter van de) Jeugdbeschermingstafel en het verloop van de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel niet zorgvuldig zijn geweest en zich niet verhouden tot de voorgeschreven werkwijze Jeugdbeschermingstafel Haaglanden. Op grond van het vereiste van fair play geeft de overheid de burger de mogelijkheid om zijn procedurele kansen te benutten en zorgt daarbij voor een eerlijke gang van zaken. Het gaat bij deze klacht enerzijds om het feit dat de Werkwijze niet is gevolgd en dat de Jeugdbeschermingstafel desondanks is doorgegaan. Anderzijds om het verloop van de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel c.q. de handelwijze van de voorzitter daarbij. De gemeente heeft bij de afhandeling van de klacht erkend dat niet volgens de Werkwijze is gehandeld. Tegelijkertijd stelt ze zich op het standpunt dat de afwijking van de Werkwijze op die punten geen reden was om de Jeugdbeschermingstafel niet te laten doorgaan. Daarbij wijst ze erop dat de informatie compleet was en op de noodzaak om de bijeenkomst door te laten gaan vanwege het belang van de kinderen. Tijdens het onderzoek is gebleken dat er in de praktijk voorafgaand aan de agendering met name wordt gecheckt of het VTO aan een aantal administratieve/procedurele voorwaarden uit de Werkwijze voldoet.
Er vindt geen screening in de vorm van waarheidsvinding plaats, noch uitgebreid onderzoek naar de noodzaak van een raadsonderzoek. Dat is volgens de voorzitter ook niet realistisch c.q. werkbaar.
De bepalingen uit de Werkwijze hierover zijn volgens hem verouderd en sluiten niet aan bij de praktijk. Gelet op het belang van de kinderen zet hij er in het algemeen op in om partijen zo snel mogelijk om tafel te krijgen. Verschillen in visie op de hulp die geboden en nodig is en onduidelijkheden over wat er aan de hand is, kunnen daar dan besproken worden. Dat was hier ook zijn bedoeling. De Jeugdombudsman kan zich voorstellen dat het praktisch niet werkbaar is om voorafgaand aan agendering van de Jeugdbeschermingstafel als voorzitter een uitgebreid onderzoek te doen naar de noodzaak van een raadsonderzoek van de Jeugdbeschermingstafel. Zij kan de voorzitter volgen, voor zover is overwogen de Jeugdbeschermingstafel van start te laten gaan om zo snel mogelijk de situatie en visieverschillen over de hulp te bespreken, mede gelet op het belang van de kinderen. Dat neemt niet weg dat de tekst van de (gepubliceerde) Werkwijzev nu de indruk wekt dat die noodzaak wél van tevoren wordt gescreend. Zolang de tekst op dit punt niet wordt aangepast, kan deze bij de gemeente tot onwerkbare situaties blijven leiden en bij ouders die bekend zijn met die Werkwijze onjuiste verwachtingen wekken. Maar nadat besloten was de Jeugdbeschermingstafel te agenderen en door te laten gaan, zijn de visieverschillen ter tafel alsnog niet besproken.
De Jeugdbeschermingstafel is bij uitstek bedoeld voor het bespreken van de verschillende visies op de hulp die nodig is, en - daarmee samenhangend - op de hulp die aangeboden is, waarom deze niet voldoende is gebleken of niet tot stand is gekomen c.q. is geaccepteerdvi . 7/5
Uit de schriftelijke reactie van verzoekster op het VTO was al duidelijk dat haar visie op de (acceptatie van de) hulp in het voortraject verschilde van die van Veilig Thuis. Voor verzoekster speelde ook mee, dat Veilig Thuis volgens haar ten onrechte het beeld van een niet meewerkende moeder schetst in het VTO. Door de visieverschillen te bespreken kan blijken of het VTO moet leiden tot hulp en of dat in het vrijwillig of dwang kader moet gebeuren. De ‘trein’ die in gang kan worden gezet met een VTO (een raadsonderzoek en vervolgens de gang naar de rechter), kan nog gestopt worden door de Jeugdbeschermingstafel. Gelet op de mogelijke vergaande gevolgen van een besluit van de Jeugdbeschermingstafel (waartegen bovendien geen bezwaar of beroep mogelijk is), is het van wezenlijk belang dat betrokken ouders en kinderen de gelegenheid krijgen hun visie toe te lichten en de verschillende visies ter tafel worden besproken. De Jeugdbeschermingstafel moet hier een waarborg bieden aan ouders en kinderen. Dat dat hier niet gebeurd is, acht de Jeugdombudsman kwalijk. De Jeugdombudsman doet op dit punt een aanbeveling. Dat de kinderen niet aanwezig waren en het niet lukte om hen om de tafel te krijgen, maakt dat niet anders. De Jeugdombudsman acht het begrijpelijk dat de voorzitter wilde weten wat de visie van de kinderen is en de mogelijkheid wilde bieden om ook hun stem te laten horen.
Immers, de Jeugdbeschermingstafel is ingegeven door de zorg om de kinderen. Maar ook het Kinderrechtenverdrag verplicht daartoe.
Daarbij had het naar het oordeel van de Jeugdombudsman wel op de weg van de voorzitter gelegen om, voorafgaand aan de start van de Jeugdbeschermingstafel, te checken of de kinderen aanwezig zouden zijn. Temeer nu hij zelf aangaf welk belang hij hecht aan de aanwezigheid van de kinderen aan de Jeugdbeschermingstafel en hij aangaf door afwezigheid van de kinderen verrast te zijn. De Jeugdombudsman vindt dat de voorzitter, nu hij de Jeugdbeschermingstafel liet doorgaan ondanks de afwezigheid van de kinderen, ervoor had moeten zorgen dat de visieverschillen op de aangeboden hulp en het al dan niet accepteren daarvan i.i.g. besproken werden. De voorzitter had er ook voor kunnen zorgen een tweede Jeugdbeschermingstafel te beleggen, waarbij de visieverschillen alsnog besproken zouden worden. Was dat laatste gebeurd, dan is het de vraag of dan ook tot een raadsonderzoek besloten was. Nu i.c. besloten werd tot een raadsonderzoek zonder dat de visieverschillen waren besproken, heeft de voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel op dit punt onzorgvuldig gehandeld, vindt de Jeugdombudsman. De Jeugdombudsman doet op dit punt een aanbeveling. Alleen al doordat de visieverschillen niet zijn besproken, is het begrijpelijk dat verzoekster zich niet gehoord voelde. Maar ook blijkt uit de geluidsopname dat de voorzitter het proces tijdens de Jeugdbeschermingstafel onvoldoende heeft gestuurd.
De voorzitter is, zo blijkt ook uit de hoorzitting, voorbarig geweest in zijn poging verzoekster te begrenzen. Zij zei weliswaar iets kwalificerend over de vader, maar de rest van haar tekst bevatte geen kwalificaties in die zin.
De voorzitter had kunnen volstaan met het onderbreken van verzoekster met het verzoek verder geen negatieve kwalificaties van vader te gebruiken opdat zij anders de tekst niet verder mocht voorlezen. In plaats daarvan praatten hij en verzoekster door elkaar heen. De voorzitter maande verzoekster te stoppen, maakte de opmerking tegen de raadsonderzoeker ‘dan maar onderzoek doen?’ en verzoekster las ondertussen haar tekst verder voor.
elkaars standpunten te reageren (hoor en wederhoor).
Deze klacht is gegrond wegens schending van het vereiste van fair play.
Zo heeft zij bij haar oordeel de visie van Veilig Thuis op de (acceptatie van) hulp in het voortraject zwaarder laten wegen, zonder dat duidelijk is geworden waarom. Immers, de verklaringen van Veilig Thuis hierover en van verzoekster waren tegenstrijdig. Verzoekster gaf in reactie op de antwoorden van Veilig Thuis hierover gemotiveerd aan waarom deze volgens haar niet klopten. Zij stelde ook, dat nergens uit is gebleken dat Veilig Thuis vóór het VTO meer heeft aangeboden dan het traject ‘Kinderen uit de knel’. De reactie van verzoekster op de antwoorden van Veilig Thuis had aanleiding moeten zijn om stukken op te vragen bij Veilig Thuis en/of het CJG over de hulp die in het voortraject is aangeboden. De gemeente doet dat niet en neemt zonder meer de visie van Veilig Thuis over, zowel wat betreft de aangeboden hulp als de medewerking/opstelling daarbij van verzoekster.
Ad 2. Verzoekster klaagt erover dat de gemeente de klachten over de aangeboden vormen van hulp in het voortraject en over het verloop van de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel naar haar mening ten onrechte ongegrond heeft verklaard. De Jeugdombudsman vindt het belangrijk dat klachtbehandeling zorgvuldig en professioneel gebeurt. Het is een vorm van rechtsbescherming. Waar het gaat om het handelen van de Jeugdbeschermingstafel is het indienen van een klacht bovendien de enige mogelijkheid tot rechtsbescherming die ouders en jeugdigen hebben. Goede klachtbehandeling kan bovendien bijdragen aan herstel van fouten en herstel van vertrouwen van de burger in de overheid. De Jeugdombudsman heeft daarom uitgangspunten opgesteld voor de behandeling van klachten. Uitgangspunt 6 ziet op het doen van onderzoek. Voor onderzoek is onder meer belangrijk dat goed feitenonderzoek wordt gedaan en dat klager en beklaagde de gelegenheid krijgen op 8/5
De gemeente is de klachtbehandeling terecht gestart door in gesprek met verzoekster de klacht te verkennen. Maar bij het vervolg van de behandeling heeft de gemeente niet zorgvuldig gehandeld. Zij heeft onvoldoende (feiten-)onderzoek gedaan en daardoor haar oordeel over de klacht (ongegrond) niet afdoende kunnen motiveren.
Ook naar het verloop van de Jeugdbeschermingstafel is onvoldoende onderzoek gedaan. Uit het onderzoek blijkt dat de klachtbehandelaars niet hebben overwogen om de geluidsopname van de Jeugdbeschermingstafel bij verzoekster op te vragen.
De reden die daarvoor tijdens het onderzoek is gegeven, kan de Jeugd-ombudsman niet volgen. Niet valt in te zien waarom zij deze opname niet hadden kunnen beluisteren als verzoekster daarvoor toestemming had gegeven. Over het verloop van de Jeugdbeschermingstafel c.q. het handelen van de voorzitter waren de verklaringen van verzoekster en de voorzitter klaarblijkelijk tegenstrijdig. Niettemin is de klacht ongegrond verklaard. Niet gebleken is, waarom daarbij de verklaring van de een zwaarder is gewogen dan die van de ander. Het beluisteren van de opname zou bij uitstek de manier zijn geweest om een gemotiveerd oordeel te kunnen geven over de klacht op dit punt, gelet op de tegenstrijdige verklaringen. Verder hebben de klachtbehandelaars met verzoekster en de voorzitter afzonderlijk gesproken, zonder dat zij hen de gelegenheid hebben gegeven om op elkaars standpunt/ verklaring te reageren (wederhoor). Zij hadden er ook voor kunnen kiezen om beide in elkaars aanwezigheid te horen over de handelwijze van de voorzitter en het verloop van de Jeugdbeschermingstafel. Dan hadden partijen meteen op elkaar kunnen reageren. Dat had bovendien kunnen leiden tot een mogelijk herstel van vertrouwen. De Jeugdombudsman constateert dat de klacht over de voorzitter (mede) is behandeld door zijn eigen leidinggevende.
De Jeugdombudsman heeft de gemeente er eerder al op gewezen dat zo de schijn van partijdigheid kan ontstaan. Die schijn van partijdigheid kan simpelweg voorkomen worden door de klacht te laten behandelen door een manager van een ander teamvii.
En tot constateert de Jeugdombudsman dat de gemeente de reactie van verzoekster van 17 september 2021, niet als klacht heeft herkend en opgepakt. Verzoekster geeft daarin onder meer haar ongenoegen aan over het verloop van de Jeugdbeschermingstafel. Deze klacht is gegrond wegens schending van uitgangspunt 6 van de Uitgangspunten bij professionele behandeling van jeugdklachten. Ad 3. Verzoekster klaagt erover dat de gemeente geen passende reactie heeft gegeven op de klachten die in de klachtafhandelingsbrief van 29 maart 2022 gegrond zijn verklaard. Uitgangspunt 8 van de Uitgangspunten van de Jeugdombudsman gaat over op het geven van een passende reactie bij fouten en gegronde klachten. Dat betekent onder meer dat fouten worden erkend en zo mogelijk hersteld, en dat excuses worden aangeboden waar nodig. De gemeente heeft in de klachtafhandelingsbrief aangegeven dat op diverse punten niet volgens de Werkwijze is gehandeld (zie hierboven onder ‘2. Klachtbehandeling bij de gemeente’). Maar zij heeft niet gemotiveerd waarom de Werkwijze op de opgesomde punten niet is gevolgd. Evenmin heeft zij aangegeven of ze die afwijking terecht vindt en waarom de Jeugdbeschermingstafel desondanks is doorgegaan. Voor verzoekster is de reactie op dit punt dus niet duidelijk en roept vragen op.
Dat geldt ook waar de gemeente in die brief stelt dat van twee feiten geen correctie is gevraagd door de Jeugdbeschermingstafel (welke feiten dat zijn, 9/5
geeft de gemeente in de brief niet aan). En ook waar zij stelt dat de fouten in het VTO die verzoekster in haar reactie van augustus 2021 aangaf, niet zijn verbeterd in het VTO, maar als bijlage zijn toegevoegd. Ook tijdens het onderzoek door de Jeugdombudsman heeft de gemeente hierover geen helderheid gegeven. Zij volstaat met de constatering dat de klacht gegrond is omdat de motivering van de afwijking ontbreekt. Wat die motivering dan is en of dit de afwijking in haar ogen rechtvaardigt, wordt niet duidelijk. Het is voor de Jeugdombudsman onbegrijpelijk dat de gemeente dat in het kader van de klachtbehandeling niet heeft onderzocht en beoordeeld, en er niets over in de klachtafhandelingsbrief heeft opgenomen. Daarmee heeft ze niet gereageerd op de klacht van verzoekster dat de Jeugdbeschermingstafel niet had moeten doorgaan omdat niet volgens de Werkwijze is gehandeld. Door een klacht gegrond te verklaren, erken je dat niet juist gehandeld is. Dat roept vervolgens de vraag op wat dit concreet voor de betrokken klager betekent. Hoe is er geleerd van de klacht en wat kan een passende actie zijn richting de klager? De gemeente beperkt zich nu tot de algemene opmerking dat er van de klacht wordt geleerd, dat er een aantal kwetsbaarheden in de Werkwijze zitten en dat de Werkwijze wordt aangepast.
Zij is daarin niet concreet (om welke ‘kwetsbaarheden’ gaat en, op welke punten moet de Werkwijze worden aangepast?).
Ook is zij niet nagegaan wat het gegrond verklaren van de klacht voor verzoeksters situatie betekent en of zij daarin nog actie kan en moet ondernemen (zoals bijvoorbeeld het aanbieden van excuses). Maar vooral valt op, dat de gemeente geen actie ondernam om ervoor te zorgen dat de door de gemeente gestelde en erkende feitelijke onjuistheden in het VTO alsnog worden gecorrigeerd. De gemeente kan het VTO zelf niet wijzigen, maar zij kan Veilig Thuis hier wel om vragen, zowel voor als na de bijeenkomst aan de Jeugdbeschermingstafel. Dat is niet gebeurd en dit is aanleiding voor de Jeugdombudsman om een aanbeveling te doen. Gelet op de mogelijke gevolgen van een VTO en de mogelijkheid dat hierop later nog eens in een ander verband door een van de ketenpartners kan worden aangehaald of gebruikt, is het voor verzoekster van belang dat dit geen feitelijke onjuistheden bevat. Overigens is een feitelijke onjuistheid wat anders dan een verschil in visie of interpretatie van de feiten. De Jeugdombudsman constateert dat verzoekster in haar reactie op het VTO spreekt van onjuistheden en onwaarheden, en dat ze daarmee ook deels doelt op in haar ogen onjuiste interpretaties door Veilig Thuis van feiten of gebeurtenissen.
Voor zover zij in haar reactie op het VTO ook verschillen in visie of interpretatie weergeeft, kan de Jeugdombudsman zich voorstellen dat ervoor gekozen wordt om de reactie aan het VTO te hechten. Dat laat echter onverlet dat feitelijke onjuistheden in het VTO zelf zo snel mogelijk moeten worden aangepast en dat adequate
(informatie over) inzage, correctiemogelijkheden en rechtsbescherming moet worden geboden. Het belang van verzoekster bij de aanpassing van onjuistheden staat, zoals hierboven al is aangegeven, buiten kijf. In dit verband wijst de Jeugdombudsman ook nog op artikel 5.5 van de Werkwijze. Volgens dat artikel moet de gemeente bij correctie van feitelijke onjuiste persoonsgegevens de ketenpartners verzoeken om deze correctie ook in hun dossiers door te voeren. Als de gemeente achteraf (bijvoorbeeld na klachtbehandeling) constateert dat er andere (feitelijke) onjuistheden in het VTO staan en deze op verzoek van de gemeente worden aangepast, ligt het in de rede om ook dan de ketenpartners te informeren over het aangepaste VTO. Deze klacht is gegrond wegens schending van uitgangspunt 8 van de Uitgangspunten bij professionele behandeling van jeugdklachten. 7. Aanbevelingen
Als het VTO wordt aangepast, vraag de ketenpartners dan om deze aanpassing ook in hun dossiers door te voeren en houd daar regie op. Fouten in rapportages werken immers door in de Jeugdbeschermingsketen. 2. Breng de Werkwijze in overeenstemming met de praktijk en los knelpunten op. Betrek hierbij het onderzoek van de ombudsman. Het gaat daarbij in ieder geval om: • Maak helder(der) in de Werkwijze welk afwegingskader de voorzitter hanteert bij de agendering (start) van een bijeenkomst aan de JBT. Maak daarbij duidelijk welke overwegingen een rol spelen bij het wel of niet doorgaan van de Jeugdbeschermingstafel. • Borg dat kinderen en ouders hun visie kunnen toelichten aan de Jeugdbeschermingstafel. Informeer hen daar ook (vooraf) over. Publiceer de nieuwe Werkwijze op de website zodat ook ouders en jongeren deze kunnen lezen. De Jeugdombudsman vraagt de gemeente om haar binnen vier weken concreet en gemotiveerd aan te geven of, en zo ja hoe en wanneer, zij de aanbevelingen heeft opgevolgd resp. gaat opvolgen.
De gemeente heeft tijdens het onderzoek een aantal verbeterpunten aangekondigd. In aanvulling daarop doet de Jeugdombudsman nog de volgende aanbevelingen aan de gemeente: 1. Ga samen met Veilig Thuis na of en hoe het VTO wordt aangepast. Betrekt daarbij i.i.g. de feitelijke onjuistheden in het VTO die bij de klachtbehandeling zijn erkend. Geef ook verzoekster daarvan een terugkoppeling. 10/5
Yvette Nass Jeugdombudsman Den Haag en Leidschendam-Voorburg
Bijlagen: onderzoeksgegevens A. De reactie van de gemeente Hieronder wordt weergegeven hoe de gemeente (schriftelijk) en de deelnemers aan de hoorzitting op de diverse vragen van de Jeugdombudsman hebben gereageerd.
Maar er is altijd een afweging: enerzijds wil de Jeugdbeschermingstafel de informatie zo goed mogelijk op orde hebben, maar anderzijds wil ze mensen snel om tafel te krijgen zodat ze niet te lang in spanning zitten.
Hoe wordt vooraf gescreend of de Jeugdbeschermingstafel geagendeerd kan worden (start)? De verantwoordelijkheid voor het naleven van de Werkwijze is in de huidige versie ervan bij de voorzitter Jeugdbeschermingstafel gelegd, aldus de gemeente. De voorzitter leest het VTO voorafgaand aan het agenderen van de Jeugdbeschermingstafel en checkt het op mogelijke onduidelijkheden. Als er feitelijke onjuistheden in staan (zoals geboortedata, adressen, wel of geen gezag, geen geaccordeerde informatie, etc.) dan moet dit zoveel mogelijk voor de bijeenkomst teruggegeven worden. Informatie die in het VTO tegenstrijdig overkomt moet besproken worden met de betrokkenen.
In dit verband wijst de voorzitter er nog op dat de Werkwijze in 2013/2014 is geschreven, en in de loop der jaren niet is aangepast of geschikt is gemaakt voor situaties waarin gezag- en omgangsproblemen spelen. Bij het opstellen van de Werkwijze is volgens hem weinig gekeken naar wat realistisch is; de Werkwijze strookt niet met de huidige praktijk. O.a. is de Werkwijze wat hem betreft praktisch niet werkbaar waar het gaat om een screening vooraf als een soort van waarheidsvinding. De screening vooraf is vooral geschreven voor de professional (de melder). De Jeugdbeschermingstafel is geen onderzoeksmiddel. Maar de Jeugdbeschermingstafel wordt wel gebruikt om na te gaan wat er aan de hand is. Als daarover punten vooraf worden gemist, worden die tijdens de Jeugdbeschermingstafel aan de melder gevraagd.
De voorzitter licht deze screening tijdens de hoorzitting verder toe. Hij checkt bijvoorbeeld ook of er inspanning is geleverd door de melder van het VTO om mensen voldoende op de hoogte te brengen van wat in het VTO staat en dat met hen is besproken. En of duidelijk is wat hulpverlening wil, welke hulpverlening gewenst wordt, of de stellingen in het VTO (bv. dat er sprake is van huiselijk geweld of dat uithuisplaatsing wenselijk is) zijn toegelicht en gemotiveerd. Als het op deze punten ontbreekt kan dat reden zijn om de Jeugdbeschermingstafel niet van start te laten gaan.
(Hoe) is in deze casus beoordeeld of de Jeugdbeschermingstafel moest doorgaan? Dat op een aantal punten niet aan de Werkwijze is voldaan (zoals bij de afhandeling van de klacht is aangegeven), was voor de gemeente geen reden de Jeugdbeschermingstafel niet van start te laten gaan. Volgens de Werkwijze hadden weliswaar de correcties op feitelijke onjuistheden in het VTO moeten worden doorgevoerd naar aanleiding van de reactie van verzoekster op het VTO. Maar de Jeugdbeschermingstafel achtte het wel mogelijk en noodzakelijk in het belang van de kinderen, om de bijeenkomst 11/5
van start te laten gaan omdat de informatie compleet was. De voorzitter geeft tijdens de hoorzitting aan dat hij zelf geen check voorafgaand aan de agendering heeft gedaan omdat hij toen op vakantie was. Hij veronderstelt dat zijn vervanger dat wel heeft gedaan. Hijzelf heeft de Jeugdbeschermingstafel door laten gaan omdat hij geen reden zag voor het uitstellen. Meer in het algemeen merkt hij nog op dat hij de reactie van ouders altijd meeneemt in de check vooraf. Hij gaat ervan uit dat zijn vervanger de reacties van verzoekster en haar ex vooral overstijgend heeft bekeken met een blik van: partijen hebben een verschillende visie op de hele situatie, laten we snel om de tafel gaan zitten om te kijken wat er aan de hand is. Het belang van de kinderen vindt hij een belangrijke overweging om de Jeugdbeschermingstafel door te laten gaan. De (acceptatie van) hulp in het voortraject Wat betreft de (acceptatie van) hulp in het voortraject is wat de gemeente betreft aan de voorwaarden uit de Werkwijze voldaan. Zij wijst daarbij op artikel 2.3.1 van de Werkwijze. De gemeente baseert zich hierbij op de informatie die ze over de aangeboden trajecten van Veilig Thuis heeft gekregen in het kader van de klachtbehandeling. Zij is met Veilig Thuis van mening dat er meerdere trajecten zijn aangeboden, weliswaar niet (alleen) door Veilig Thuis.
De gemeente stelt dat na een melding bij Veilig Thuis hulp is ingezet door het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en dat later Veilig Thuis het traject Kinderen uit de Knel heeft aangeboden.
Behalve deze twee trajecten is er volgens de gemeente ook een traject Recht doen aan je kind aangeboden, in de tijd tussen het schrijven van het VTO en de bijeenkomst van de Jeugdbeschermingstafel in. De gemeente neemt het standpunt van Veilig Thuis over dat de aangeboden hulp niet van de grond kwam o.a. omdat verzoekster daar niet aan mee wilde werken. Het verloop Jeugdbeschermingstafel De Jeugdbeschermingstafel is, zo stelt de gemeente, bedoeld om de dialoog aan te gaan en met hoor en wederhoor te proberen iets te doorbreken. Verzoekster wilde volgens de gemeente echter alleen een tekst oplezen en geen antwoord geven op de vragen van de voorzitter. Tijdens de hoorzitting geeft de voorzitter aan dat hij hier voor het eerst meemaakte, dat een ouder tijdens de Jeugdbeschermingstafel iets wilde voorlezen. Op het moment waarop hij dacht dat verzoekster diskwalificerend zou praten over haar ex-partner, heeft hij haar onmiddellijk willen stoppen, ook omdat hij niet wist wat ze daarna nog zou zeggen. Verder constateert de voorzitter dat het hem tijdens de Jeugdbeschermingstafel niet is gelukt verzoekster het gevoel te geven dat zij zich gehoord voelde. Het is ook niet gelukt om tijdens de Jeugdbeschermingstafel te spreken over het aanbod in het vrijwillig kader. Dat was wel de bedoeling van de bijeenkomst.
Hij vindt het een gemis dat hij toen niet is toegekomen aan de vraag of er hier voldoende is geprobeerd in het vrijwillig kader. Dat dit niet is gelukt kwam volgens de voorzitter doordat hij tijdens de Jeugdbeschermingstafel vooral heeft gezocht naar mogelijkheden om de zoon te horen, met hem in contact te
komen om erachter te komen hoe hij erin staat. Hij was verrast door de afwezigheid van de kinderen. Alles was voor hem open geweest als duidelijk was hoe de zoon in de situatie stond. Tot de bijeenkomst wist hij overigens niet, dat er na het schrijven van het VTO bij Veilig Thuis een hulpvraag door de zoon was gedaan. De voorzitter merkt verder op dat de Raad tijdens de Jeugdbeschermingstafel heeft besloten tot een onderzoek. De voorzitter beslist dat nietviii. In het raadsonderzoek wordt ook geprobeerd met de kinderen in gesprek te komen. Een opmerking die hij tijdens de Jeugdbeschermingstafel maakte (‘dan maar onderzoek doen?’) heeft te maken met het feit dat de kinderen dan gehoord zouden worden. Als zij door de Raad zijn gesproken en daar een route in het vrijwillig kader is gekozen, dan is dat wat hem betreft een goede volgorde. Tijdens de Jeugdbeschermingstafel zat hij in een spagaat: verzoekster zei dat de kinderen niet mee wilden komen, maar de informatie die hij had van Veilig Thuis was andersluidend. Hij heeft nog wel tijdens de Jeugdbeschermingstafel gezocht of er een mogelijkheid was om de bijeenkomst over te doen met de kinderen erbij.
De rol van de Jeugdbeschermingstafel bij gestelde onjuistheden De voorzitter geeft aan dat hij als voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel geen mandaat heeft om tegen Veilig Thuis te zeggen dat feitelijke onjuistheden in het VTO moeten worden aangepast. Bij gestelde onjuistheden zou hij als voorzitter aan Veilig Thuis en de ouders kunnen adviseren om opnieuw met elkaar in gesprek te gaan. 12/5
Of hij kan ervoor zorgen dat de reactie van ouders op het VTO mondeling zo goed mogelijk tijdens de Jeugdbeschermingstafel worden besproken en meegaan met de stukken naar de Raad voor de Kinderbescherming. De klachtbehandeling De klachtbehandelaar en klachtencoördinator van de gemeente zijn met verzoekster in gesprek gegaan nadat ze contact hebben gezocht met Veilig thuis over de mogelijkheid om samen op te trekken over de klachtbehandeling. Veilig Thuis bleek toen echter al in contact met verzoekster. Het gesprek verliep prettig. De klachtbehandelaars hebben zich bij de klachtbehandeling vooral gericht op wat verzoekster wilde bereiken met de klacht: dat het raadsonderzoek werd gestopt. De klachtbehandelaars hebben met toestemming van verzoekster vragen gesteld aan Veilig Thuis. En ze hebben overleg gehad met de Raad over de klacht. Daarbij is geconcludeerd dat het besluit van de Raad niet wordt beïnvloed door de klacht omdat de grond om tot onderzoek over te gaan blijven bestaan. De klachtbehandelaars hebben tijdens de behandeling van de klacht ook met de voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel gesproken. Van dat gesprek en van hun gesprek met verzoekster hebben zij, zo geven ze aan, geen verslag gemaakt. De reactie van de voorzitter hebben zij niet voor reactie aan verzoekster voorgelegd.
Daarnaar gevraagd geeft de gemeente aan dat zij in het kader van de klachtbehandeling niet heeft overwogen om de geluidsopname op te vragen die verzoekster heeft gemaakt van de Jeugdbeschermingstafel.
De gemeente stelt dat de klachtencoördinatoren geen deelnemer aan de Jeugdbeschermingstafel waren en dus ook niet het recht hebben deze opnamen te beluisteren. Uit de reactie van verzoekster op de antwoorden van Veilig Thuis bleek volgens de gemeente een visieverschil op de aangeboden interventies (hulpaanbod in vrijwillig kader). De klachtbehandelaar deelt het standpunt van Veilig Thuis dat ook het CJG traject en het traject Recht doen aan je kind een aangeboden interventie is. Daarom is dit deel van de klacht ongegrond verklaard. De klachtbehandelaar heeft overwogen om de dossierstukken bij Veilig Thuis op te vragen, maar intern is vervolgens besloten dat niet te doen en uit te gaan van wat Veilig Thuis antwoordde. Op de vraag van de Jeugdombudsman om stukken waaruit blijkt wat er in het voortraject door Veilig Thuis en CJG is aangeboden en hoe daarop is gereageerd, stelt de gemeente dat zij die documenten niet heeft. Ze verwijst naar de correspondentie met Veilig Thuis waarin deze antwoord geeft op de vragen die in het kader van de klachtbehandeling zijn gesteld. De gemeente heeft de klachten die zij in de brief van 29 maart 2022 gegrond heeft verklaard, louter gegrond verklaard omdat niet naar verzoekster toe is gecommuniceerd wat de motivatie was voor het afwijken van de werkwijze.
Zij heeft in die brief geen oordeel uitgesproken over of de afwijking terecht of onterecht was. Het klachtonderzoek was daar niet op gericht. Het feit dat het niet gemotiveerd was gebeurd, maakte voor de gemeente al dat de klacht gegrond was op die punten.
Tijdens de hoorzitting heeft de gemeente daarnaar gevraagd niet aangegeven of zij de afwijking van de werkwijze terecht vindt op de punten die in de klachtafhandelingsbrief worden opgesomd. In de schriftelijke reactie tijdens het onderzoek stelt de gemeente dat het proces juist is gevolgd en dat er een zorgvuldige intake en agendering heeft plaatsgevonden overeenkomstig de werkprocedure – zij het dat het VTO niet is gecorrigeerd. Tijdens de hoorzitting kon de gemeente niet aangeven op welke twee feiten zij doelt in haar brief van 29 maart 2022, daar waar ze stelt dat van deze twee feiten geen correctie is gevraagd door de Jeugdbeschermingstafel. Wel gaf zij aan dat er noch naar aanleiding van de Jeugdbeschermingstafel (het VTO is ongewijzigd naar de Raad gestuurd), noch naar aanleiding van de klachtbehandeling iets in het VTO is gecorrigeerd. Wat doet de gemeente naar aanleiding van deze klacht? De gemeente geeft aan dat er naar aanleiding van de klacht regionaal een verbetertraject is gestart van de werkwijze van de Jeugdbeschermingstafel. De werkwijze is gebaseerd op werkafspraken en niet geschreven op complexe scheidingen. Het is ook twijfelachtig of de Jeugdbeschermingstafel hiervoor echt de juiste plek is. Bovendien vindt de gemeente het onwenselijk dat volgens de huidige werkwijze de voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel verantwoordelijk is voor het naleven ervan.
Het naleven van de werkwijze wordt daarmee aan één persoon gehangen binnen de keten terwijl het een samenwerking is tussen meerdere organisaties in de keten. 13/5
De gemeente wil samen met andere gemeenten de werkwijze gaan aanpassen, gelet op (verouderde) teksten). Ook wil ze informatie voor ouders over de Jeugdbeschermingstafel op de gemeentelijke website zetten. En ze wil Jong doet mee! laten meelopen met de Jeugdbeschermingstafel om verbetersuggesties te verzamelen. De directeur meldt tijdens de hoorzitting dat de klacht van verzoekster gaat helpen om de Werkwijze aan te scherpen. De Jeugdbeschermingstafel is juist een middel om alle stemmen tegelijk aan tafel te hebben daar waar dat het in het voortraject niet is gelukt. Hij vindt het heel spijtig dat dat hier niet is gelukt. En dat er mogelijk ook nog gezocht had kunnen worden na de Jeugdbeschermingstafel hoe er mee om te gaan.
B. De nadere reactie verzoekster tijdens de hoorzitting Tijdens de hoorzitting heeft verzoekster onder meer verduidelijkt wat ze met haar klacht bij de Jeugdombudsman hoopt te bereiken. Het gaat haar allereerst om excuses voor de naar haar mening slechte behandeling aan de Jeugdbeschermingstafel en door de voorzitter van de Jeugdbeschermingstafel, en voor de volgens haar slechte behandeling van de klacht door de gemeente. Daarnaast hoopt ze dat haar klacht een leereffect heeft opdat wat haar gezin is overkomen niet nogmaals iemand overkomt. En ze hoopt dat onjuistheden worden gecorrigeerd in de stukken die door de betrokken instanties zijn hergebruikt of gedeeld, daar waar zij op de hoogte waren van de onjuistheden.
Ze constateert dat er nog geen excuses zijn aangeboden en onjuistheden in het VTO niet zijn aangepast. De gemeente en ketenpartners putten volgens haar nog altijd uit de onjuiste informatie in het VTO. Verzoekster had van de Jeugdbeschermingstafel en de klachtbehandeling anders verwacht. Vooral omdat Veilig Thuis volgens haar in het voortraject en bij het VTO niet juist heeft gehandeld en weigert correcties toe te passen. Ze had gedacht dat er bij de Jeugdbeschermingstafel, waarvoor een Werkwijze is opgesteld, een check zou zijn en dat deze haar bescherming zou bieden. Maar nu is volgens haar zonder enige controle van (de juistheid van) de informatie uit het VTO door de voorzitter besloten de zitting door te laten gaan. En is er tijdens de Jeugdbeschermingstafel bijeenkomst op geen enkele wijze een gesprek geweest over eerdere interventies. Ook is haar reactie op het VTO niet mondeling besproken. i
Gecertificeerde instelling, veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming of een aangewezen melder van de gemeente ii Zie artt. 2.1, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.4 en 2.3.5 lid 7 en 8 van de Werkwijze iii De klachtencoördinator en klachtbehandelaar hebben beiden een rol bij het behandelen van klachten, zie ook
Ze vindt het klachtonderzoek kwalitatief onder de maat. De gemeente vermeldt in haar reactie op de klacht, zowel in haar brief aan verzoekster als in haar brief aan de ombudsman, volgens verzoekster onjuistheden over o.a. wat er in het voortraject is gebeurd en over hoe verzoekster zich daarbij heeft opgesteld. De gemeente neemt daarbij zonder verder onderzoek de informatie van Veilig Thuis over. Verzoekster stelt onder meer dat ze zelf vanaf juli 2020 heeft geprobeerd een traject bij het CJG te starten. En het traject Recht doen aan je kind is volgens haar niet op initiatief van Veilig Thuis voorgesteld en kwam bovendien pas aan de orde nadat het VTO al was geschreven. Nu wordt er volgens haar ten onrechte het beeld geschetst van een niet meewerkende moeder. Veilig thuis heeft haar voor de keuze gesteld: of het traject Kinderen uit de knel accepteren of een VTO met ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing als doel. De gang naar de rechter is, zo stelt ze, als een standaardprocedure opgevoerd.
De Jeugdbeschermingstafel zou dit moeten voorkomen. Er is bij de klachtbehandeling ook niet aangetoond dat er iets anders door Veilig Thuis is aangeboden dan het traject Kinderen uit de knel.
het rapport van de Jeugdombudsman De weg kwijt in een oerwoud van klachtregelingen, pagina 11 iv Die uitgangspunten zijn gebaseerd op de diverse behoorlijkheidsvereisten (zoals de vereisten van fair play en het vereiste van professionaliteit). v Artikel 2.3.4 lid 1 van de Werkwijze 2016 vi Het accepteren van die hulp is ook het criterium waar de rechter bij een beslissing over een
ondertoezichtstelling naar kijkt (artikel 255 boek 1 Burgerlijk Wetboek). vii Zie in dit verband aanbeveling 4 uit het rapport ‘De weg kwijt in een oerwoud van klachtregelingen’ viii De voorzitter geeft aan de Werkwijze niet klopt, daar waar staat dat besluiten in gezamenlijkheid wordt genomen door voorzitter en een afgevaardigde van de Raad voor de Kinderbescherming (art. 1.4)
14/5
Ze betwist dat de tekst die ze tijdens de Jeugdbeschermingstafel wilde voorlezen, negatief was over vader. Vader liet zich tijdens de bijeenkomst een aantal malen negatief uit over moeder en is nauwelijks gecorrigeerd.