CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

GAD2021.69 Audit indicatoren jaarrekening 2020

Rekeningencommissie 6 oktober 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Indicatoren: audit en overdracht4.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021.69

<Titel Rapport>

Onderzoek indicatoren in de programmarekening 2020 Gemeentelijke Accountantsdienst

1

2021.69

Inhoudsopgave

1

Inleiding

3

2

Uitkomsten van het onderzoek

6

3

Bijlagen

12

2

2021.69

1 Inleiding 1.1

Introductie Indicatoren

Indicatoren worden binnen de gemeente Den Haag gebruikt om op beleidsdoelstellingen te kunnen sturen. De indicatoren worden jaarlijks gepresenteerd in de begroting en de verantwoording daarvan in de programmarekening. Met de programmabegroting geeft de raad invulling aan zijn budgetrecht en geeft zo het college op hoofdlijnen financiële en beleidskaders mee. De Programmarekening is onder andere het instrument waarmee de raad zijn controlerende taak kan uitvoeren en kan vaststellen of de middelen zijn besteed zoals afgesproken en in hoeverre de beleidsdoelstellingen zijn gehaald. Het is vanuit dit belang dat de Rekeningencommissie (RC) inzicht vraagt in het functioneren en de inrichting van indicatoren. Doel van het onderzoek Het doel van dit onderzoek is net als vorig jaar de RC inzicht te geven in de manier waarop de beheersing van de indicatoren is bewerkstelligd. Met dit onderzoek krijgt de RC inzicht in de beheersing van de indicatoren in brede zin.

indicatoren komen van programma 3: 2 stuks en paragraaf bedrijfsvoering (3.2) : 1 stuk. In overleg met de RC is gekozen om elk jaar een derde van de programma’s te betrekken in het onderzoek. Daarbij is rekening gehouden met een verdeling over de portefeuillehouders zoals die van toepassing was voor de jaarstukken 2019. Op deze manier komen over een periode van drie jaar alle indicatoren aan bod. Zie hieronder in het overzicht de verdeling van de programma’s over de jaren 2019, 2020 en 2021. Programma 03. Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie

05. Cultuur en Bibliotheek 06. Onderwijs

x x

07. Werk en Inkomen

x

08. Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid

x x

09. Buitenruimte 10. Sport

x

11. Economie

x x

13. Stadsontwikkeling en Wonen 14. Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening

2. 3.

1.2

Zijn de indicatoren zodanig ingericht dat met de output een eenduidig en betrouwbaar antwoord gegeven kan worden op het behalen en/of de voortgang van de beleidsdoelstelling? In welke mate sluiten de indicatoren aan met onderliggende brongegevens? Worden de indicatoren in de programmaverantwoording toegelicht? (waaronder afwijkingen ten opzichte van de begroting). Afbakening van het onderzoek

16. Overzicht Overhead Bedrijfsvoering 3.2 Omvang en kosten formatie

2021

x

x x x

15. Financiën

1.

2020

x

04. Openbare Orde en Veiligheid

12. Mobiliteit

Onderzoeksvraag Dit rapport geeft de resultaten van het onderzoek weer en geeft antwoord op de volgende drie vragen:

2019

x x

De aansluiting van de indicatoren met de brongegevens is onderdeel van onze accountantscontrole en vindt jaarlijks op alle indicatoren plaats. Een samenvatting van de bevindingen is in het accountantsrapport bij de jaarrekening 2020 opgenomen.

In de programmarekening komt een aanzienlijk aantal indicatoren voor. Het gaat in 2020 om in totaal 190 stuks ten opzichte van 2019 (187 stuks). Drie extra 3

2021.69

Het onderzoek ziet er als volgt uit:

1.3

Soorten indicatoren

Er zijn verschillende soorten indicatoren. In het volgende overzicht zijn de verschillende soorten indicatoren in aantal als volgt gedefinieerd:

Soort indicator

Definitie

Prestatieindicatoren

indicatoren die de directe voortgang van gemeentelijk beleid laten zien.

25

Effectindicatoren

indicatoren die de gerelateerde effecten in de samenleving van gemeentelijk beleid laten zien.

54

Topindicatoren

indicatoren die informatie geven over de ontwikkelingen in de output en/of effecten van een programma of product.

7

Beleidsindicatoren

indicatoren die verplicht zijn gesteld door het Rijk. Door de vaste set beleidsindicatoren is het eenvoudiger om de eigen gemeente te vergelijken met andere gemeenten.

32

Kengetallen

betreffen een maatschappelijke ontwikkeling waarop de gemeente Den Haag geen directe invloed kan uitoefenen door middel van beleid, maar die wel relevant zijn voor dat beleid.

72

In het onderzoek hebben wij de volgende aspecten niet meegenomen: -

De beheersing van het algemene proces van indicatoren. Betrouwbaarheid: input en verwerking in bronsystemen. Inhoudelijk geschiktheid: geeft de indicator een toereikend beeld over de mate van uitvoering van beleid. We zijn uitgegaan van de indicatoren zoals deze enerzijds wettelijk zijn voorgeschreven en anderzijds door de raad zijn vastgesteld.

Aantal in de programmarekening*

4

2021.69

Hieronder in de tabel is per programma het aantal* soorten indicatoren neergezet: Prestatie Effect Top Beleids- Kengetal Eindtotaal Programma / Soort indicator indicator indicator indicator indicator (*gebaseerd op Programma Begroting 2021-2024) 03. Duurzaamheid, Milieu en Energietransitie 04. Openbare Orde en Veiligheid 05. Cultuur en Bibliotheek

3

2

2

3

2

25

34

5

3

11

2

14

1

11

06. Onderwijs

2

1

3

07. Werk en Inkomen 08. Zorg, Welzijn, Jeugd en Volksgezondheid

2

1

5

2

10

8

5

6

19

09. Buitenruimte

1

3

1

5

10. Sport

4

3

1

4

12

7

3

15

25

6

6

3

5

3

3

15. Financiën

Het onderzoek is uitgevoerd door een team van de GAD. De eindverantwoordelijke voor het onderzoek is Theresia Gommans RO. Het betreft geen accountantsonderzoek. Het team bestaat verder uit: -

6

5

3

8

24

6

12

1

25

54

Organisatie onderzoeksteam

Theresia Gommans RO Gaby Haasdijk Mei-Yin Tjin-A-Lien Alie van Kints RA

– Projectleider – Auditor – Auditor – Auditor

Leeswijzer

Het volgende hoofdstuk beschrijft de uitkomsten van het onderzoek per deelvraag. Een overzicht van de onderzochte indicatoren (aanvullende onderzoek) is te vinden in de bijlage.

12

1

16. Overzicht Overhead Bedrijfsvoering 3.2 Omvang en kosten formatie Eindtotaal

1.4

1.5

11. Economie 12. Mobiliteit 13. Stadsontwikkeling en Wonen 14. Stadsdelen, Integratie en Dienstverlening

In 2021 verrichten wij, net als in 2020, naast de verplichte jaarrekeningcontrole op alle indicatoren, aanvullend onderzoek naar 1/3e van alle indicatoren. Dit betreft voor 2020 de indicatoren van de programma’s: 4, 8, 11 en 15 (zie ook in de tabel hiervoor grijs gearceerd).

7

1

1

4

4

32

72

190

5

2021.69

2 Uitkomsten van het onderzoek Jaarlijks worden in de programmarekening indicatoren verantwoord waarmee de gemeenteraad haar controlerende taak kan uitvoeren. Met het gebruik van indicatoren kan vastgesteld worden of middelen zijn gebruikt zoals dat van tevoren is afgesproken. Daarnaast zeggen indicatoren ook iets in hoeverre en of beleidsdoelstellingen zijn gehaald. Om dit doel te bereiken dient de inrichting van de indicator aan bepaalde voorwaarden te voldoen. In de volgende paragraaf is dit verder uitgewerkt. 2.1

1.

Inrichting indicatoren

Zijn de indicatoren zodanig ingericht dat met de output een eenduidig en betrouwbaar antwoord gegeven kan worden op het behalen en/of de voortgang van de beleidsdoelstelling?

De formulering en inrichting van de indicatoren is de basis van een goede beheersing. Denk hierbij aan een formulering van de indicator die eenduidig is. De betrouwbaarheid van een indicator wordt verhoogd als deze meetbaar is, zodat antwoord gegeven kan worden op het behalen en/of de voortgang van de beleidsdoelstelling. Binnen dit onderzoek is de formulering en inrichting van 56 indicatoren (ongeveer een derde van het totaal en verdeeld over vier programma’s) op vier aspecten (heldere formulering, betrekking op één aspect, meetbaar en heldere meeteenheid) onderzocht. De overige programma’s zijn vorig jaar aan bod gekomen of komen volgend jaar aan bod.

Heldere formulering Op de vraag of de indicator helder is geformuleerd en/of toegelicht in de programmarekening blijkt dat circa driekwart (77%) van de onderzochte indicatoren helder geformuleerd is in de programmarekening. Bij de rest van de indicatoren is de formulering van de indicator voor verbetering vatbaar. In 2019 was 93% helder geformuleerd. Een indicator is helder geformuleerd als deze maar op een enkele manier te interpreteren is. Een indicator is bijvoorbeeld niet helder geformuleerd als er termen als “substantieel” of “enkele” gebruikt worden. De afgrenzing is dan niet duidelijk. Ook het gebruik van vaktechnische of specialistische termen kan beter vermeden worden. Voor de lezer zijn deze termen vaak onduidelijk. Een toelichting van een vaktechnische term kan dan uitkomst bieden. Voorbeeld helder geformuleerd: % 75-plussers dat thuis woont Voorbeeld niet helder geformuleerd % Hagenaars dat zich wel eens onveilig voelt Betrekking op één aspect Uit het onderzoek blijkt dat in alle gevallen sprake is van 1 aspect. Ook vorig jaar (2019) bleek dat er bijna in alle gevallen sprake was van 1 aspect.

6

2021.69

Het is van belang dat een indicator zodanig is geformuleerd dat deze op één aspect is gebaseerd. De invulling en interpretatie van een indicator blijft dan gedurende de jaren gelijk. Meetbaar Bij de vier onderzochte programma’s blijkt dat de indicatoren in de Programmarekening 2020 het overgrote deel (91%) van alle onderzochte indicatoren meetbaar zijn. In 2019 was 95% van de indicatoren van de zes onderzochte programma’s meetbaar.

Samengevat beeld over de vier aspecten: Het overgrote deel van de indicatoren is dusdanig ingericht dat met de output een eenduidig en betrouwbaar antwoord gegeven kan worden op het behalen en/of de voortgang van de beleidsdoelstelling. Circa een kwart van de indicatoren voldoet niet aan het aspect “heldere formulering”. 2.2

Aansluiting indicatoren

Op de volgende vraag wordt antwoord gegeven:

2. Een indicator is een middel om te sturen. Door het kwantificeren van een indicator als percentage, cijfer of aantal is het eenvoudig vergelijking te maken met voorgaande jaren en de begroting. Als de indicator niet meetbaar is, is sturing minder goed mogelijk. Voorbeeld lastig meetbaar Gemiddelde aantal hotelovernachtingen van buitenlandse gasten De periode waarop ‘gemiddelde’ betrekking heeft is niet gedefinieerd. Meeteenheid duidelijk in formulering indicator Bij bijna alle (98%) onderzochte indicatoren blijkt uit de formulering (de beschrijving van de indicator en/of de bijgesloten kolom met ‘eenheid’) wat de meeteenheid is. In 2019 was 97% meetbaar. De meeteenheid dient duidelijk te blijken uit de formulering van de indicator om conclusies uit de resultaten te kunnen trekken. Als de indicator een getal aangeeft, maar niet bekend is of dit getal op een jaar of een dag betrekking heeft, kan dit verschillende conclusies opleveren. De meeteenheid kan onduidelijk zijn als termen ontbreken zoals “percentage”, “aantal per jaar”, “kilometers per dag”. Voorbeeld meeteenheid duidelijk % kinderen 4 t/m 18 jaar in beeld bij de JGZ Voorbeeld meeteenheid onduidelijk -

Jaarlijkse fietsindex (hoe vaak wordt de fiets gebruikt) gemeente Den Haag

Sluiten de indicatoren aan met onderliggende brongegevens?

Onderzocht is of alle in de programmarekening verantwoorde indicatoren aansluiten met brongegevens, de meest actuele vastgestelde begroting 2021 en vergelijkende cijfers 2019. Een indicator bevat informatie om een vergelijking te maken met een vorige waarde of de voortgang zichtbaar te maken. Aansluiting begrotingscijfers 2020 Hierbij hebben we gewerkt met de meest actuele begrotingscijfers 2020 opgenomen in de goedgekeurde begroting 2021-2024. Uit het onderzoek blijkt dat 45 (24%) van de 190 indicatoren niet (juist) zijn overgenomen uit de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de begrote indicator in de tekst in de programmarekening ontbreekt. Of andersom; wel in de tekst in de programmarekening staat, maar niet in de begroting. 75 (39%) indicatoren staan op 'niet van toepassing'. Dit zijn indicatoren die wel in de begroting zijn benoemd, maar cijfermatig niet voor 2020 begroot zijn. Deze bestaan hoofdzakelijk uit kengetallen en rijksindicatoren. Kengetallen worden normaliter niet begroot omdat deze een maatschappelijke ontwikkeling aangeven waarop de gemeente Den Haag geen directe invloed kan uitoefenen door middel van beleid, maar die wel relevant zijn voor dat beleid. Rijksindicatoren zijn verplicht gesteld door het Rijk en hebben als doel een vergelijking te kunnen maken met andere gemeenten.

7

2021.69

Bij de check op de aansluiting tussen de programmarekening en de begroting kwamen nog een paar punten naar boven: Voor het onderzoek naar indicatoren hebben wij gebruik gemaakt van de meest actuele begrotingscijfers 2020. De begrote cijfers 2020 van een aantal indicatoren zijn echter niet ingevuld. Deze begrote cijfers zijn wel opgenomen in eerdere versies van de begroting. De begrote cijfers of peildata in de programmarekening zijn soms geactualiseerd t.o.v. de begroting als er meer actuele data beschikbaar is gekomen.

Indicatoren sluiten aan met begroting Ja Nee (oorzaak hieronder) Sluit niet aan Wel in programmatekst, niet in begroting 2020 Wel in begroting 2020, niet in programmatekst N.v.t. (oorzaak hieronder) Kengetal, dus geen begroting Rijksindicator, dus geen begroting Niet in begroting en programmarekening opgenomen

70 45 3 6 36 75 50 19 6

het format dat gebruikt wordt voor het uitvragen van informatie bij de jaarrekening. Vergelijking met het voorgaande jaar is daardoor onmogelijk. Daarnaast is het cijfer 2019 voor 12 (6%) indicatoren niet juist overgenomen vanuit de programmarekening 2019. In 2 gevallen is het cijfer 2019 geactualiseerd omdat meer recente informatie beschikbaar is gekomen.

Voor het opnemen van de vergelijkende cijfers uit jaar t-1 adviseren wij om consequent om te gaan met het wel/niet opnemen van een cijfer t-1 in de programmarekening. Daarnaast raden wij aan om bij de gebruikers van de programmarekening te inventariseren bij welk soort indicatoren zij hier behoefte aan hebben. Indien nodig kunnen de formats hierop aangepast worden.

Aansluiting met een bron Uit het onderzoek blijkt dat voor 83 indicatoren (44%) geen aansluiting is te maken met de bronbestanden.

Wij willen de suggestie meegegeven consequent om te gaan met het wel/niet begroten van indicatoren en het wel of niet opnemen van een begroot aantal in de begroting en programmarekening. Overwogen kan worden om bij de gebruikers van de programmarekening te inventariseren bij welke (soort) indicatoren zij behoefte hebben aan een begroot aantal en/of een peildatum. Indien nodig zouden de formats die gebruikt worden voor het uitvragen van de informatie bij de jaarrekening hierop aangepast moeten worden. Aansluiting met cijfers in programmarekening 2019 Het overgrote deel, te weten 159 (84%) indicatoren, is gekenmerkt als ‘niet van toepassing’. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de realisatie 2019 niet is opgenomen in de programmarekening 2020. Dit is overigens ook niet verplicht in

De indicatoren zijn onderzocht op aansluiting met een onderbouwing met achterliggende documentatie. De achterliggende documentatie kan bestaan uit een extern rapport of cijfers vanuit het CBS. Dit zijn voorbeelden van een gezaghebbende (externe) bron. De achterliggende documentatie kan ook afkomstig zijn uit een eigen systeem, berekening of onderzoek. Dan is er sprake van een niet-gezaghebbende interne

8

2021.69

bron. Ongeacht de afkomst van de bron is het van belang dat de verantwoorde indicator aansluit met deze bron. In 2020 komen 132 indicatoren uit een gezaghebbende bron en 58 uit een niet-gezaghebbende bron.

De indicator sluit aan met het bronbestand

Ja Nee Geen waarde

Niet gezaghebbende bron

17 41 58

Gezaghebbende bron

89 42 1 132

Totaal

106 83 1 190

Peildatum indicator Uit het onderzoek blijkt dat in 73% van de gevallen bronnen gebruikt worden die niet geheel 2020 of de peildatum 31 december 2020 betreffen. De oorzaak hiervoor kan zijn dat ten tijde van het opstellen van de programmarekening bepaalde bronnen met de juiste peildatum (nog) niet beschikbaar zijn, maar wel van een eerder moment of in concept. Ook kan het zijn dat de peildatum niet blijkt uit de bron. Afgevraagd kan worden of deze indicatoren hun doel dienen als ze niet actueel zijn.

Voor de indicatoren die komen uit een interne niet-gezaghebbende bron is, net als vorig jaar, het aandeel dat niet aangesloten kon worden groter (71%) dan die komen uit een externe gezaghebbende bron (32%). In tegenstelling tot 2019 zijn in 2020 wel alle indicatoren in de programmarekening verantwoord/opgenomen. Geen aansluiting kunnen maken van de verantwoorde indicatoren met bronbestanden kent meerdere oorzaken. Bijvoorbeeld de bronbestanden: waren niet beschikbaar; waren op het moment van controle nog in concept; zijn dynamische bestanden waardoor de aantallen per 31-12 niet meer waren terug te halen; hebben meerdere bewerkingen ondergaan waardoor de juistheid van het cijfer van de indicator onnavolgbaar is; zijn Excelbestanden of andere (bewerkbare) bestanden waarin het cijfer van de indicator is opgenomen, maar het bewijs uit de originele bron ontbreekt. Reden indicatoren die niet aansluiten met het bronbestand

Bron is concept Bron onvoldoende Excel Geen bron Geen cijfer 2020 Sluit niet aan

Niet gezaghebbende bron

11 17 11 19 10 15 83

3.

Worden de indicatoren in de programmaverantwoording verklaard? (waaronder afwijkingen ten opzichte van de begroting).

Om indicatoren te verantwoorden wordt een meetmoment bepaald. Omdat de programmarekening 2020 de standen en stromen per 31 december 2020 weergeeft heeft het (mede voor het leggen van een verband tussen de euro’s en de gerealiseerde beleidsdoelstellingen) de voorkeur dat de indicatoren betrekking hebben op hetzelfde jaar of als peildatum 31 december 2020 hebben. Ingeval van gebruik van een afwijkende peildatum is het van belang die afwijking toe te lichten in de programmarekening; welke peildatum is gebruikt, waarom en is

9

2021.69

dit jaarlijks het geval? Stel dat een indicator -elk jaar- de peildatum 1-12 van jaar t-1 heeft, om een plausibele reden, dan heeft de indicator nog wel degelijk informatieve waarde. Meerdere bronnen per indicator Indicatoren zijn in 18 gevallen (9% van alle 190 onderzochte indicatoren) een samenvoeging van meerdere onderliggende bronnen. Het is voor de borging van de jaarlijkse vergelijkbaarheid van belang deze bronnen en de berekening goed vast te leggen en elk jaar gelijk te houden. Dan is voor elke (nieuwe) medewerker duidelijk hoe de berekening van de indicator gemaakt moet worden.

Afwijkingen in de uitkomsten van de indicatoren t.o.v. de begroting worden verklaard in de programmateksten, in termen van oorzaak en gevolg en eventueel benodigde actie Uit ons onderzoek bij de programma’s 4, 8, 11 en 15 blijkt dat 27% van alle afwijkingen wordt verklaard/toegelicht in de programmateksten.

Samengevat beeld: In tegenstelling tot 2019 zijn in 2020 alle indicatoren in de programmarekening verantwoord/opgenomen. Voor44% van de indicatoren is geen aansluiting te maken met de onderliggende bron. Hierin is het aandeel interne nietgezaghebbende bron, net als vorig jaar, groter (71%) dan die uit een externe gezaghebbende bron (32%).

Van de indicatoren van deze programma’s is onderzocht of deze indicatoren toereikend worden verklaard in de programmaverantwoording 2020 waaronder afwijkingen ten opzichte van de begroting 2020. Hierbij is uitgegaan van een normgrens van 10% waarbij de verwachting is dat er bij een afwijking van de realisatie van >10% ten opzichte van de begroting een toereikende verklaring/toelichting dient te zijn.

2.3

Verantwoording in programmateksten

Naast de aansluiting met de brongegevens hebben wij onderzocht of de verschillen ten opzichte van de begroting of ten opzichte van het voorgaande jaar zijn verklaard/toegelicht in de programmateksten. Gezien de hoeveelheid kengetallen, is een selectie van het totaal aan indicatoren onderzocht. Wij onderzochten of de indicatoren benoemd worden in de programmateksten en of significante afwijkingen (meer dan 10%) zijn verklaard/toegelicht. Wij hanteren in dit onderzoek een grens van 10% afwijking ten opzichte van begroot, omdat deze grens gebruikelijk is bij het toelichten van (financiële) verschillen in een jaarrekening. Indicatoren worden benoemd in de programmateksten (programma rekening 2020) Uit het onderzoek blijkt, dat alle indicatoren worden benoemd in de programmateksten. In 2019 kwam het beeld naar voren dat 44% van alle indicatoren die in de programmarekening waren verantwoord, werden benoemd in de teksten.

Voor 73% wordt de afwijking niet toegelicht doordat in de programmatekst geen begrotingscijfers zijn overgenomen. Voor een deel (63%) zijn die indicatoren wel in de begroting genoemd maar niet gekwantificeerd voor 2020 (nvt). Voor een ander deel (11%) zijn ze wel gekwantificeerd maar niet (juist) overgenomen in de programmarekening. Het betreft met name kengetallen en rijksindicatoren. Bij het ontbreken van begrotingscijfers is een vergelijking met de realisatie niet mogelijk. Vorig jaar werd ruim 90% van de gevallen in de jaarrekening toegelicht.

10

2021.69

Tenslotte Wij hebben de opdracht uitgevoerd in overeenstemming met de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons geldende gedragsnormen. Deze zijn te raadplegen op de website van de beroepsorganisatie www.nba.nl. Wij wijzen u er nadrukkelijk op dat op dit onderzoek geen accountantscontrole is uitgevoerd en dat geen beoordelingsonderzoek is verricht. Een en ander impliceert dat aan onze rapportage geen zekerheid met betrekking tot de getrouwheid van dit materiaal kan worden ontleend, anders dan ter zake van de aspecten zoals door ons onderzocht en waarover dienovereenkomstig door ons in deze rapportage wordt gerapporteerd. Wij verwachten u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zijn natuurlijk bereid een nadere toelichting te geven. GAD Den Haag, 25 mei 2021

Drs. Theresia Gommans RO

11

2021.69

3 Bijlagen 3.1

Bijlage: Legenda

1.1 1.2 1.3 1.4 3.1 3.2

De indicator is eenduidig geformuleerd (voor één uitleg vatbaar). De indicator heeft betrekking op één aspect. De indicator is meetbaar. Uit de formulering van de indicator blijkt wat de meeteenheid is. Indicatoren worden benoemd in de programmateksten (progr.rek.2020). Afwijkingen in de uitkomsten van de indicatoren t.o.v. de begroting worden verklaard in de programmateksten, in termen van oorzaak en gevolg en evt. benodigde actie.

12

2021.69

3.2

Programma 4

Soort Naam Indicator 3. Effectindicator % Hagenaars dat zich wel eens onveilig voelt 3. Effectindicator % Hagenaars dat zich vaak onveilig voelt 3. Effectindicator % Hagenaars dat de afgelopen 12 maanden slachtoffer is geweest van 1 of meer misdrijven. 4. Kengetal Aantal geregistreerde misdrijven Wetboek van Strafrecht 4. Kengetal Aantal geregistreerde High Impact Crimes 4. Kengetal Aantal geregistreerde overlastmeldingen 5. Rijksindicator Verwijzingen Halt 5. Rijksindicator Winkeldiefstallen 5. Rijksindicator Geweldsmisdrijven 5. Rijksindicator Diefstallen uit woning 5. Rijksindicator Vernielingen en beschadigingen (in de openbare ruimte)

Eenheid % % % Absoluut aantal Absoluut aantal Absoluut aantal Aantal per 10.000 jongeren Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners Aantal per 1.000 inwoners

1.1 Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

1.2 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

1.3 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

1.4 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Ja Nee Nee Nee

13

3.1 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

3.2 Nee Nee Nee N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

2021.69

3.3

Programma 8

Soort Naam Indicator 5. Rijksindicator Clienten met een maatwerkarrangement WMO 3. Effectindicator Klanttevredenheidsindicator WMO 3. Effectindicator Percentage door JGZ bereikte kinderen tussen 0 en 1 3. Effectindicator % kinderen 4 t/m 18 jaar in beeld bij de JGZ 3. Effectindicator Bekendheidcijfers Centrum voor Jeugd en Gezin 4. Kengetal Aantal zwerfjongeren 5. Rijksindicator Jongeren met een delict voor de rechter 5. Rijksindicator Jongeren met jeugdhulp 5. Rijksindicator Jongeren met jeugdbescherming 5. Rijksindicator Jongeren met jeugdreclassering 3. Effectindicator Doorlooptijd WMO (in dagen)- NIEUW 3. Effectindicator Doorlooptijd Jeugd (in dagen) - NIEUW 4. Kengetal Aantal geregistreerde daklozen - NIEUW 4. Kengetal Aantal plekken voor opvang daklozen - NIEUW 3. Effectindicator % 75-plussers dat thuis woont - NIEUW 3. Effectindicator % door JGZ bereikte kinderen 0 tot 4 jaar - NIEUW 4. Kengetal Opvang veilig thuis (meldingen) - NIEUW 4. Kengetal Opvang veilig thuis (adviezen) - NIEUW 4. Kengetal Opvang veilig thuis aantal wachtende na veiligheidsbeoordeling - NIEUW

Eenheid Aantal per 10.000 inwoners % WMO cliënten dat aangeeft zich door de ondersteuning beter te kunnen redden % % % % zwerfjongeren t.o.v. het totaal aantal jongeren % 12 t/m 21 jarigen % van alle jongeren tot 18 jaar % van alle jongeren tot 18 jaar % van alle jongeren van 12 tot 23 jaar dagen dagen Aantal geregistreerde daklozen Aantal % Hagenaars van 75 jaar en ouder dat nog thuis woont % Aantallen gemeente Den Haag Aantallen gemeente Den Haag Aantal wachtende gemeente Den Haag

1.1 Ja Ja

1.2 Ja Ja

1.3 Ja Ja

1.4 ja ja

3.1 Ja Ja

3.2 N.v.t Ja

Ja Ja Nee Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Ja ja ja ja ja ja ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ja ja Ja

Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

Ja Ja Ja Ja N.v.t N.v.t N.v.t N.v.t Ja Ja N.v.t N.v.t Ja Ja N.v.t N.v.t N.v.t

14

2021.69

3.4

Programma 11

Soort Naam Indicator 3. Effectindicator Aantal hotelovernachtingen van buitenlandse gasten 3. Effectindicator Aantal hotelovernachtingen van binnenlandse gasten 3. Effectindicator Aantal hotelovernachtingen van zakelijke gasten 3. Effectindicator Waardering van het gemeentelijk ondernemersklimaat door Haagse MKB ondernemers 4. Kengetal Aantal faillissementen per jaar in Den Haag 4. Kengetal Aantal startende ondernemingen per jaar in Den Haag 4. Kengetal BBP t.o.v. voorgaand jaar Agglomeratie 's-Gravenhage 4. Kengetal BBP t.o.v. voorgaand jaar Regio Utrecht 4. Kengetal BBP t.o.v. voorgaand jaar Regio Groot-Amsterdam 4. Kengetal BBP t.o.v. voorgaand jaar Regio Groot Rijnmond 4. Kengetal BBP t.o.v. voorgaand jaar Nederland 4. Kengetal Aantal internationale instellingen: totaal 4. Kengetal Aantal internationale instellingen: Internationale organisaties/NGO's 4. Kengetal Aantal internationale instellingen: Kennisinstellingen en scholen, culturele en expatservice-organisaties 4. Kengetal Aantal internationale instellingen: Ambassades/consulaten/gelieerde organisaties 5. Rijksindicator Functiemenging 5. Rijksindicator Vestigingen (van bedrijven) 5. Rijksindicator Banen 3. Effectindicator gemiddelde aantal hotelovernachtingen van buitenlandse gasten - NIEUW 3. Effectindicator Gemiddelde aantal hotelovernachtingen van binnenlandse gasten - NIEUW 3.

Effectindicator Gemiddelde aantal hotelovernachtingen van zakelijke gasten - NIEUW 4. Kengetal aantal overnachtingen bij particulieren (informele overnachting zoals airbnb) - NIEUW 4. Kengetal Aanbodpercentages kantoorruimte - NIEUW 4. Kengetal Aanbodpercentages bedrijfsruimte - NIEUW 4. Kengetal Aanbodpercentages winkelruimte - NIEUW

Eenheid nvt nvt nvt score 1-10 Absoluut aantal Absoluut aantal % % % % % Absoluut aantal nvt Absoluut aantal Absoluut aantal % Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 t/m 64 jaar Aantal per 1.000 inwoners in de leeftijd 15 – 64 jaar gemiddelde aantal overnachtingen gemiddelde aantal overnachtingen gemiddelde aantal overnachtingen Aantal overnachtingen % % %

1.1 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja ja Ja Ja Nee Ja Ja Nee Nee Nee Ja Nee Nee Nee

1.2 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

1.3 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee Nee Ja Ja Ja Ja

1.4 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Nee ja ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

3.1 Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja Ja

15

3.2 Ja Ja Ja N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t. Ja Ja Nee Nee nvt nvt Nee

2021.69

3.5

Programma 15

Soort Naam Indicator 3. Effectindicator Positie op de ranglijst van gemeentelijk woonlasten van de grote gemeenten.

Eenheid Ranking

1.1 Nee

1.2 Ja

1.3 Ja

1.4 Ja

3.1 Ja

3.2 Ja

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10586473/1