DSB 10035569 Bijlage 2
Tekst van het document
V Gedeputeerde Staten
Contact
W. Croes T 070 - 441 81 60 w.croes@pzh.nl
Informatie Beheer/IDC-IB provincie
Zuid
Postadres Provinciehuis
Postbus 90602 2509 LP Den Haag
hólland
TOTO-441 8611
18 NOV 2020
www.zuid-holland.nl Datum
Ontvangen
Gemeente Den Haag I
Ir
Zie verzenddatum linksonder
Postbus 12600
Ons kenmerk
2500 DJ DEN HAAG
PZH-2020-758322494 DOS-2019-0003043 '^1
Uw kenmerk
Bijlagen
1
Onderwerp
Vooroverlegnota PIP Warmtetransportleiding Vlaardingen- Den Haag
Geachte heer, mevrouw,
Gedeputeerde Staten hebben op 7 juli jl. (PZH-2020-743820373) het voorontwerp-inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag vrijgegeven voor consultatie bij de
►
vooroverlegpartners in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro. U heeft hierop op 3 September jl. een reactie aan ons gezonden met kenmerk DSB/10018978. In de bij deze brief gevoegde Vooroverlegnota zijn de ingekomen reacties opgenomen en
voorzien van een antwoord met een conclusie. Aangegeven is of het ingebrachte standpunt leidt tot aanpassing van het op te stellen ontwerp-inpassingsplan of niet. Met deze Vooroverlegnota wordt een vervolgstap gezet naar het op te stellen ontwerp-
inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen-Den Haag. De terinzagelegging van de Bezoekadres
ontwerp-besluiten (ontwerp-inpassingsplan en ontwerp-vergunningen) is voorzien in januari 2021.
Zuid-Hollandplein 1
2596 AW Den Haag
Tram 9 en de buslijnen 90, 385 en 386 stoppen
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, ■
secretaris,
voorzitter.
drs. H.M.M. Koek
drs. J. Smit
j i
dichtbij het provinciehuis. Vanaf
station Den Haag CS is het tien minuten lopen.
De parkeerruimte voor
auto’s is beperkt.
Bijlagen:
- Vooroverlegnota PIP Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag
Verzonden op 17-11 -2020
r
'■>
■.i ■
\ 1
l
PZH-2O2O-758322494 dd. 10-11-2020
V ■u
-
Vooroverlegnota PIP Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro
Provincie Zuid-Holland
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
3
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
1. Inleiding Inleiding Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben (PS) op 18 december 2019 onder andere besloten om ten behoeve van het project Leiding door het Midden een Provinciaal inpassingsplan (PIP) op te stellen en de provinciale coördinatieregeling uit artikel 3.33 Wro toe te passen. Dit project is een voornemen van LdM C.V.’ en maakt deel uit van een groter project dat de naam WarmtelinQ heeft gekregen. Het project WarmtelinQ Vlaardingen Den Haag omvat de aanleg van een (grotendeels) ondergrondse warmtetransportleiding (bestaande uit een aanvoer- en een retourleiding) met bijbehorende bouwwerken in de gemeenten Vlaardingen, Schiedam, Midden-Delfland, Delft, Rijswijk en Den Haag, inclusief de eventueel benodigde mitigerende en compenserende maatregelen. Voor het project is een voorontwerp-inpassingsplan opgesteld (ook wel conceptontwerp genoemd).
Vooroverlegreacties Het voorontwerp-inpassingsplan Warmtetransportleiding Vlaardingen - Den Haag is op 16 juli 2020 toegestuurd aan de vooroverlegpartners in het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro. De vooroveriegpartners zijn de bij het plan betrokken gemeenten, de diensten van het Rijk, het Hoogheemraadschap Delfland, de betrokken omgevingsdiensten en de veiligheidsregio’s. Aan de vooroverlegpartners is gevraagd om uiterlijk op 3 september 2020 te reageren. Naar aanleiding van dit verzoek zijn vier reacties ontvangen, namelijk van de gemeenten Den Haag en Schiedam, van Rijkswaterstaat en van de Veiligheidsregio’s Haaglanden en Rotterdam - Rijnmond gezamenlijk. In hoofdstuk 2 van dit document zijn de ingediende vooroverlegreacties samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 3 staat globaal aangegeven hoe deze reacties in het ontwerp-inpassingsplan zullen worden verwerkt. Naar verwachting zal dit ontwerp medio januari 2021 ter inzage worden gelegd, gelijktijdig met het Combi-MER en de ontwerpbeschikkingen op de ingediende vergunningaanvragen (gelet op de toepassing van de provinciale coördinatieregeling).
1 De aandelen van deze vennootschap zijn volledig in eigendom van Gasunie N.V. De Leiding door het Midden was voorheen een initiatief van Eneco en maakt sinds januari 2020 deel uit van WarmtelinQ (zie www.warmtelinq.nl).
4
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
2. Samenvatting en beantwoording vooroverlegreacties 2.1 Inleiding In onderstaand schema zijn de ontvangen vooroverlegreacties samengevat en beantwoord
V1
Rijkswaterstaat West-Nederland
In de vooroverlegreactie zijn door RWS de volgende opmerkingen gemaakt: 1. Verzocht wordt om in de toelichting op te nemen dat voor het project een vergunningplicht geldt in het kader van de Wet beheer rijkswaterstaatwerken en dat voor de werkzaamheden in en nabij het beheergebied een Wbr-vergunning moet worden aangevraagd.
De initiatiefnemer weet dat een Wbr-vergunning nodig is en de aanvraag daarvan is in voorbereiding. Het beoogde leidingtracé kruist de A4 op een diepte van circa 20 meter onder maaiveld en op het bestaande eco-aquaduct over de A4 en nabij de A20 hebben de leidingen een gronddekking van circa 1 meter. Ter voorbereiding van de genoemde vergunningaanvraag en om wederzijdse hinder te voorkomen zijn de relevante delen van het leidingtracé met de beheerafdeling van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid en de projectorganisatie A4 Haaglanden - N14 (team conditionering) besproken en zoals hiervoor gesteld zal initiatiefnemer hiervoor een Wbr-vergunning aanvragen. De toelichting zal op dit punt worden aangevuld. 2.
Vastgesteld wordt dat het inpassingsplan bebouwing mogelijk maakt binnen de vrijwaringszones die (op grond van het Barro en het Rarro) gelden langs de rijkswegen A20 en A4.
De gebieden die op grond van het Barro/Rarro zijn aangewezen voor de mogelijke uitbreiding van bestaande hoofdwegen (het Barro spreekt over reserveringsgebieden) vallen op drie plekken samen met het leidingtracé, namelijk bij de ondergrondse kruising met de A4 in Rijswijk, bij de kruising over het ecoaquaduct in Schiedam en bij de ondergrondse aansluiting op de Leiding over Noord nabij de A20 in Vlaardingen. Onderhavig voorontwerp-inpassingsplan maakt weliswaar via de dubbelbestemming Leiding — Warmtetransportleiding ter plaatse de realisatie van een warmtetransportleiding mogelijk, maar door de ligging vormt deze leiding geen belemmering voor een eventuele toekomstige uitbreiding van de rijkswegen. Een dergelijke leiding is voorts ook geen ‘belemmerende activiteit’ als bedoeld in artikel 2.7.4 van het Barro aangezien voor dit type buisleiding op grond van onderdeel 18, sub d van bijlage II van het Bor geen omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is vereist. Het voorontwerp-inpassingsplan maakt echter via artikel 4.2, sub c, in de reserveringsgebieden ook bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogelijk met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.
Wij begrijpen dat de oprichting van dergelijke bebouwing wel een belemmering zou kunnen vormen voor een eventuele uitbreiding van de rijkswegen en zullen in het ontwerp-inpassingsplan deze bouwmogelijkheid binnen de reserveringsgebieden schrappen. 3.
Voorts wordt verzocht om de vrijwaringszones op te nemen in de toelichting, de verbeelding en in de regels van het plan, zodat de planologische situatie binnen de vrijwaringszones ongewijzigd blijft.
Vanuit de gehanteerde plansystematiek is het niet wenselijk en ook niet nodig om de vrijwaringszones uit het Barro op te nemen in de planregels of verbeelding van het inpassingsplan. Dit omdat in artikel 6.1, sub b, reeds een bepaling is opgenomen die ertoe leidt dat ter plaatse van de dubbelbestemming uit het inpassingsplan de bestemmingen uit de onderliggende bestemmingsplannen en verleende omgevingsvergunningen voor strijdig gebruik als bedoeld in artikel 2.12 Wabo, van kracht blijven naast de regels van dit inpassingsplan, waarbij de dubbelbestemming uit het inpassingsplan echter voor gaat. Derhalve blijven de regels inzake de vrijwaringszones/reserveringsgebieden uit de vigerende bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten gehandhaafd en hoeven deze niet in de planregels en verbeelding van het inpassingsplan te worden opgenomen. Uiteraard wordt in de toelichting wel ingegaan op de samenhang tussen het inpassingsplan en de onderliggende bestemmingsplannen.
5
PZH-2020-758322494 dd. 10-11-2020
4.
Tevens wordt verzocht om nadere afstemming met het project A4 Haaglanden - N14 gelet op de raakvlakken tijdens de realisatie van beide projecten. Omdat voor dat project reeds een Ontwerp Tracébesluit (OTB) is genomen, wordt verzocht om dit OTB en te benoemen in de toelichting en de consequenties daarvan te verwerken in artikel 4.4.2. van de planregels.
Er is al geruime tijd sprake van afstemming tussen de project A4 Haaglanden - N14 en de initiatiefnemer. De uitvoeringsplanning van beide projecten kent nog onzekerheden. Er is een kans dat er bouwwerkzaamheden gelijktijdig uitgevoerd dienen te worden. WarmtelinQ en Rijkswaterstaat zullen periodiek overleggen en eventuele uitvoeringsknelpunten gezamenlijk oplossen. In de toelichting op het inpassingsplan zal in elk geval worden ingegaan op het project A4- N14 en het daarvoor opgestelde (O)TB. Vanwege de onder nummer 3 toegelichte plansystematiek, achten wij het niet wenselijk om het (O)TB in de planregels van het inpassingsplan te verwerken temeer omdat dit als gevolg van de Omgevingswet met ingang van 1 januari 2022 reeds als projectbesluit zal gaan inwerken op het onderliggende bestemmingsplan. Overigens heeft de in artikel 4.4.2 opgenomen vergunningplicht voorde uitvoering van werken of werkzaamheden geen gevolgen voor het project A4 Haaglanden - N14 aangezien artikel 13, lid 5, Tracéwet bepaalt dat deze verplichting niet geldt als deze werkzaamheden nodig zijn voorde uitvoering van het tracébesluit en in het gebied dat is begrepen in het tracébesluit. Over de uitvoering van deze werkzaamheden zullen wel werkafspraken worden gemaakt tussen Rijkswaterstaat en de initiatiefnemer en met de aannemers van beide projecten. 5.
RWS heeft geconcludeerd dat via artikel 6.1 de enkelbestemmingen vervallen. Daarom wordt verzocht om de enkelbestemming verkeer te handhaven in plaats van een dubbelbestemming verkeer en leiding toe te kennen, ook omdat vanuit het nationale belang van het hoofdwegennet de primaire bestemming zou moeten zijn. Tevens wordt gewezen op een inconsequentie aangaande het mede dan wel primair bestemmen van bepaalde functies.
De opmerking over het vervallen van de enkelbestemmingen berust op een verkeerde interpretatie van artikel 6.1, onder a. Dit speelt namelijk alleen op ter plaatse van het pompstation nabij de Kruithuisweg in Delft waarvoor het inpassingsplan de enkelbestemming Bedrijf- Pompstation bevat. Deze enkelbestemming valt derhalve niet samen met het hoofdwegennet en behoeft dus geen aanpassing. Voor de rest bevat het inpassingsplan geen enkelbestemmingen, maar wordt de realisatie van de warmtetransportleiding mogelijk gemaakt via het toevoegen van de dubbelbestemming Leiding Warmtetransportleiding (bovenop de vigerende bestemmingen, zie ook de beantwoording onder Z1.1). De dubbelbestemming voor de leiding is een ‘mede-bestemming’. Voor zover de artikelsgewijze toelichting afwijkt van artikel 4.1 (‘mede'), zal de formulering in paragraaf 6.2.2 worden aangepast in ‘mede’.
6.
Tot slot wordt verzocht om contact op te nemen met het team Tunnels in verband met de beoordeling van de tunnel(veiligheid) van het project.
Tijdens de ontwerpfase is door initiatiefnemer overlegd met het team Tunnels over het (mede) gebruik van onderhoudswegen, de stabiliteit van bestaande kunstwerken en de verdiepte ligging nabij de Ketheltunnel. Initiatiefnemer is voornemens om dit overleg voort te zetten en uitvoeringsafspraken te maken waarmee de veiligheid van de waterstaatwerken (waaronder tunnels en viaducten) geborgd blijft.
Conclusie Deze reactie leidt tot een aanpassing in de toelichting van het ontwerp-PIP.
6
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
V2
het College van B&W van de gemeente Schiedam In de vooroverlegreactie geeft het college van B&W van Schiedam aan geen inhoudelijke opmerkingen te hebben op het voorontwerp-inpassingsplan. Wel wordt gevraagd om in hoofdstuk 3 van de toelichting het beleidskader van de gemeente Schiedam met betrekking tot het lokale duurzaamheids- en klimaatbeleid de energietransitie te actualiseren. Hiervoor is een tekstvoorstel gedaan.
Dit tekstvoorstel zal worden overgenomen.
Conclusie Deze reactie leidt tot een aanpassing in de toelichting van het ontwerp-PIP.
V3
het College van B&W van de gemeente Den Haag In de vooroverlegreactie van het college van B&W van Den Haag worden de volgende punten genoemd: 1. Aanpassing van de planregeling voor het warmteontvangststation (WOS) in Den Haag, zowel qua locatie als qua omvang. Dat is mogelijk omdat intussen tussen Eneco, Uniper en WarmtelinQ onder regie van de gemeente Den Haag overeenstemming is bereikt over de definitieve locatie van het WOS op het terrein van de Uniper-centrale en over de omvang daarvan.
Naar aanleiding van de bereikte overeenstemming tussen de gemeente Den Haag, Uniperen WarmtelinQ is door Uniper en WarmtelinQ hard gewerkt aan de technische uitwerking van het WOS op de Uniper-locatie zodat de planregeling voor het WOS hierop kan worden afgestemd. Omdat deze uitwerking echter nog onvoldoende concreet is, achten wij het nodig om de alternatieve WOS-locatie aan de Tripstraat in het ontwerp-inpassingsplan vooralsnog te handhaven. Wel zal de planregeling voor dit ondergrondse WOS beter worden afgestemd op het schetsontwerp dat hiervoor in overleg met de projectontwikkelaar van het bouwplan aan de Tripstraat is gemaakt. .* 2.
Verplaatsing van de locatie van het T-stuk nabij het adres Middachtenweg 200 naar een nader te bepalen andere locatie in Den Haag Zuidwest verband met de afmetingen van het WOS-gebouw dat er in de toekomst op moet worden aangesloten.
In zijn algemeenheid beoogt de provincie een planregeling die geen onnodige belemmeringen bevat voor de aansluiting van toekomstige lokale warmte-infrastructuur. Volgens ons ligt op basis van de huidige planregeling de ligging van dit T-stuk niet exact vast. Deze kan daarom worden heroverwogen, maar de keuze voor de alternatieve locatie vergt uiteraard wel nadere afstemming met de initiatiefnemer over technische aspecten en planning. Wij zullen de initiatiefnemer vragen om dit ovedeg te initiëren.
3.
Tot slot wordt gewezen op een inconsequentie tussen artikel 4.2.d en artikel 4.3 die ertoe kan leiden dat een gemeente een omgevingsvergunning kan afgeven voor een bouwplan zonder (schriftelijk) advies van de leidingbeheerder. Daartoe worden enkele suggesties gedaan om dit punt op te lossen en de toezegging om eventueel mee te willen denken.
Het is inderdaad niet wenselijk dat gemeenten binnen het gebied met een dubbelbestemming ‘Leiding Warmtetransportleiding’ een omgevingsvergunning kunnen verlenen zonder een voorafgaand schriftelijk advies van de betreffende leidingbeheerder, tenzij op voorhand voldoende vaststaat dat de belangen van de leiding niet in het geding zijn. De planregeling van het ontwerp-inpassingsplan zal op dit punt worden aangepast.
Conclusie Deze reactie leidt tot een aanpassing in de toelichting, de regels en de verbeelding van het ontwerp-PIP.
7
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
V4
Veiliaheidsreaio Haaglanden (mede namens veiligheidsreciio Rotterdam - Rijnmond) 1.
In de vooroveriegreactie van de Veiligheidsregio’s Haaglanden en Rotterdam - Rijnmond wordt ingegaan op het feit dat door de Gasunie vervolgonderzoek is uitgezet naar de relatie tussen de warmtetransportleiding en de fysieke veiligheid voor de omgeving. In juni van dit jaar zijn de aandachtspunten voor dit onderzoek in overleg met o.a. de veiligheidsregio’s bepaald. Deze behelzen vooral de effecten van een incident met de warmtetransportleiding (zoals een breuk of defect), mede in relatie tot de bovengrondse functies en een beschouwing van de mogelijke maatregelen. Omdat het onderzoek nog niet gereed was, konden de resultaten nog niet worden meegenomen in de vooroveriegreactie. De veiligheidsregio’s vertrouwen erop dat in het ontwerpinpassingsplan (en het onderzoek) alsnog op deze aandachtspunten wordt ingegaan.
Mede naar aanleiding hien/an heeft de initiatiefnemer aanvullend onderzoek uitgezet naar de genoemde veiligheidsaspecten. De resultaten zullen met de ingestelde werkgroep worden besproken en verwerkt in de toelichting op het ontwerp-inpassingsplan. Op basis van de voorlopige resultaten is aanpassing van de planregels niet noodzakelijk.
Tot slot wordt gevraagd aan te geven wat de afmetingen zijn van de beschermingszone zijn, die op de verbeelding is gehanteerd. De breedte van de beschermingszone aan weerszijden van de leidingen is niet overal gelijk. Bij de opzet van de verbeelding is in eerste instantie uitgegaan van een breedte van 4 meter aan weerszijden van het hart van de buitenste transportleidingen, maar op specifieke locaties kan de breedte afwijken, bijvoorbeeld vanwege reeds aanwezige bebouwing. In de toelichting zal worden ingegaan op de veiligheidsrisico’s als gevolg van de leiding, mede in relatie tot de opgenomen beschermingszone. 2.
Conclusie Deze reactie leidt tot een aanpassing in de toelichting van het ontwerp-PIP.
8
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
3. Aanpassingen in ontwerp-PIP Gelet op de ontvangen vooroverlegreacties en het nadere overleg hieromtrent met de initiatiefnemer zal de toelichting, planregels en verbeelding van het ontwerp-inpassingsplan op onderstaande punten worden aangepast. Toelichting:
Paragraaf 2.3: ingaan op hetOTB A4 Haaglanden - N14; Paragraaf 3.3: overnemen tekstvoorstel gemeente Schiedam; Paragraaf 5.7: aanvullen toelichting met resultaten onderzoek fysieke veiligheid; Paragraaf 6.2.2: aanpassen artikelsgewijze toelichting dubbelbestemming warmtetransportleiding.
Planregels:
Aanpassen artikel 4.1 en 4.2 voor het WOS op het Uniper-terrein en de alternatieve locatie Tripstraat; Aanpassen artikelen 4.2 en 4.3 in verband met het noodzakelijke advies van de leidingbeheerder; Schrappen bouwmogelijkheid bouwwerken geen gebouwen zijnde, binnen vrijwaringszones A4 en A20. Verbeelding:
Toevoegen aanduiding in verband met schrappen bouwmogelijkheid bouwwerken geen gebouwen zijnde, binnen vrijwaringszones A4 en A20; Aanpassen begrenzing dubbelbestemming Leiding en aanduidingen voor het WOS op het Uniper-terrein en de alternatieve locatie Tripstraat.
De overige vooroverlegreacties leiden niet tot aanpassingen in het ontwerp-PIP. Overigens zullen in het voorstel voor besluitvorming over het ontwerp-inpassingsplan door Gedeputeerde Staten te zijner tijd (naar verwachting in december 2020) nog enkele andere aanpassingen worden voorgesteld en toegelicht, met name als gevolg van voortschrijdend inzicht in enkele technische onderdelen van het project.
9
PZH-2020-758322494 dd. 10-11 -2020
J