Brief van Straat Consulaat inzake voortgangsrapportage 2023 Aanpak dakloosheid 2023-2030 Den Haag geeft thuis
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Op donderdag 27 juni bespreekt u de eerste voortgangsrapportage van het Beleidskader Den Haag geeft Thuis. Straat Consulaat, belangenbehartiger van (dreigend) dakloze mensen in Den Haag, wil u enkele aandachtspunten meegeven. Straat Consulaat en, met ons, mensen met ervaringskennis zijn geconsulteerd in de totstandkoming van het beleidskader. We hebben bij de presentatie van de uitkomsten positief gereageerd op de uitgangspunten: Huisvesting is een mensenrecht, Eigen regie, prioriteit bij jongeren, positieve en eerlijke beeldvorming en het belang van de inzet van ervaringskennis. Daarnaast hebben we wel onze zorgen geuit over de beperkte concrete uitwerking van deze uitgangspunten in het beleidskader. Met name daar waar het de concrete omslag van opvang naar wonen, van zorgprobleem naar woonprobleem en van het managen naar het voorkomen van dakloosheid betrof. Deze zorgen worden niet weggenomen door deze eerste voortgangsrapportage. Hoewel de rapportage als nulmeting dient, zijn de beschreven maatregelen die tot nu toe zijn genomen beperkt, vooral op het gebied van wonen en preventie, terwijl de problematiek groeit. Positieve punten Een jaar na de lancering van het beleidskader, zien we vooruitgang. Dit zit met name in de opvang van verschillende groepen.
De kwaliteit van de opvang lijkt beter te worden en we zijn positief over de opvang van EU-burgers, mensen met ernstige psychische aandoeningen en het voornemen om in het Haga ziekenhuis tijdelijk verschillende groepen (dreigend) dakloze mensen op te vangen en te huisvesten. Ook zijn we blij met de deelname van de gemeente en regiogemeenten aan de Ethos telling 2024-2025. De informatie uit de telling gaat cruciaal zijn om de specifieke acties in het beleidskader verder vorm te geven. Opvang vooralsnog een noodzaak, maar geen oplossing De toename van dakloosheid is zichtbaar door mensen die noodgedwongen buiten slapen, wat slechts het topje van de ijsberg is maar het beeld van dakloosheid bepaalt. Daarbij zien we een tegenstrijdige, maar begrijpelijke, reactie van veel mensen. Men begrijpt dat mensen die buiten slapen eigenlijk gewoon huisvesting (of opvang) nodig hebben. Maar men ergert zich wel aan de overlast die mensen kunnen veroorzaken (reëel en ervaren overlast). Buiten slapen is ook zeer ongezond, levensgevaarlijk zelfs. Het is begrijpelijk dat in het licht van de toename van buitenslapers de wethouder verantwoordelijk voor maatschappelijke opvang, bij gebrek aan alternatieven, investeert in opvang. Zowel in aantal plekken, als in de kwaliteit ervan. Hier zijn positieve ontwikkelingen in, zoals genoteerd in de voortgangsrapportage.
Uiteraard is opvang geen oplossing en geen doel op zich, maar een humanitaire ondergrens, beter dan buiten slapen. Het kan een stap zijn richting een waardig leven, mits goed ingericht en kortdurend. Er is een plan nodig om de toestroom van dakloze mensen te beperken (preventie), de uitstroom uit de opvang te versnellen (huisvesting), en opvang af te bouwen ten gunste van woonplekken. Dit vereist meer afstemming tussen de diensten en wethouders, en concrete doelstellingen én maatregelen om dakloosheid te voorkomen en uit te bannen. Dat ontbreekt nu, met name op het gebied van wonen en preventie van dakloosheid.
Straat Consulaat Torenstraat 35A 2513 BN Den Haag
straatconsulaat.nl
Wonen Eerst komt onvoldoende van de grond Het belangrijkste uitgangspunt van het beleidskader is de afbouw van opvang en de beweging naar Wonen Eerst (Housing First). De cijfers van bijgebouwde betaalbare huuren convenantwoningen zijn alarmerend en vooruitzichten zijn weinig concreet. Bovendien gaan afspraken over aantallen convenantwoningen uitsluitend over de bestaande voorraad. We zouden graag willen zien dat er, bijvoorbeeld in de Woonvisie, afspraken komen over convenantwoningen bij nieuwbouw. Binnen de bestaande woningvoorraad moet alles worden gedaan om snel woonruimte te creëren voor dakloze mensen. Naast de genoemde acties in de concept woonvisie waaronder verkamering, splitsen en optoppen en samenwonen stimuleren is een meer radicale aanpak zoals het tegengaan van leegstand middels een leegstandsverordening noodzakelijk. Verder zou de woonvisie het oplossen van dakloosheid als topprioriteit moeten stellen. Los van verwijzingen naar het beleidskader, is de enige concrete actie gericht op het oplossen van dakloosheid het voorkomen van huisuitzettingen? Meer ambitie en urgentie met betrekking tot de groeiende dakloosheid in de stad zou je in een woonvisie en bij de verantwoordelijk wethouder terug willen zien. Om de vicieuze cirkel van toenemende dakloosheid en opvang te doorbreken, moeten er snel echte woonoplossingen komen.
Ook als we kijken naar de besteding van het beschikbare budget zien we dat bijna al het geld naar opvang gaat en niet naar woonoplossingen. Vragen aan de wethouders • Is de wethouder bereid afspraken op te nemen in de woonvisie over het aantal convenantwoningen bij nieuwbouw/nog te realiseren woningen? • Is de wethouder bereid om naast een (verregaande) leegstandsverordening ook andere middelen maximaal te benutten om binnen de bestaande woningvoorraad meer woonruimte te creëren? Welke middelen zijn dit volgens de wethouder? • Is de wethouder bereid om binnen het budget voor wonen te expliciteren welke middelen beschikbaar zijn voor het realiseren van het beleidskader dakloosheid? Preventie Het plan van aanpak spreekt over preventie, maar de meeste maatregelen richten zich op dakloze mensen of zij die net uit dakloosheid komen. Dit is belangrijk, maar echte preventie voorkomt dat mensen dakloos raken. Veel maatregelen ter voorkoming van dakloosheid verwijzen naar andere beleidsplannen. We hebben hier een opsomming van gemaakt en komen tot minstens 50 beleidsplannen die betrekking hebben op preventie en naar elkaar verwijzen. Zo’n groot aantal plannen die allemaal weer naar elkaar verwijzen kan nauwelijks gemonitord worden.
Belangrijk voor de voortgang op het beleidskader is dat expliciet duidelijk is hoe die plannen vervolgens bijdragen aan het voorkomen en uitbannen van dakloosheid. Ook dat is onmogelijk vanwege de grote hoeveelheid plannen, de gebrekkige coherentie tussen de plannen en het feit dat deze plannen zelf niet expliciet maken welke effectne ze verwachten op dakloosheid. Bovendien neemt dakloosheid alleen maar toe. Kennelijk werken de plannen dus onvoldoende voor de groepen die nu dakloos raken. Er is specifieke aandacht nodig voor het voorkomen van dakloosheid. Dit begint met het samenbrengen van effectieve maatregelen, het identificeren van oorzaken van dakloosheid per groep, en het treffen van gerichte maatregelen. Dit zou onderdeel moeten zijn van het plan van aanpak dakloosheid. De Ethos telling in 2025 zal meer inzicht geven in het beeld van dakloosheid en kan een basis worden waarop nieuwe plannen voor preventie dakloosheid worden gestoeld. Vragen aan de wethouder • Is de wethouder bereid de uitkomsten van de Ethos telling te gebruiken als basis van concrete actieplannen gericht op voorkomen van dakloosheid? • Is de wethouder bereid de uitvoering van het beleidskader verder te concretiseren door concrete maatregelen ter voorkoming van dakloosheid uit andere beleidsplannen bijeen te brengen?
• • •
Is de wethouder bereid na te gaan in welke mate deze afdoende zijn om dakloosheid te voorkomen? Is de wethouder bereid deze maatregelen te monitoren en onderdeel te maken van de voortgangsrapportage? Is de wethouder bereid om nader onderzoek te doen naar groepen die een verhoogd een risico lopen dakloosheid onder jongeren?
Jongeren Dakloosheid onder jongeren blijft groeien, treft een diverse groep en krijgt in de voortgangsrapportage daarom terecht veel aandacht. Wat we zien is dat jongeren met name dakloos raken wanneer ze geen gezin, familie of positief netwerk hebben om op terug te vallen als het tegenzit. Of als ze gewoonweg de volwassen leeftijd hebben bereikt en van hen verwacht wordt dat ze alles zelf regelen. Het is daarom positief dat het Haagse project Stabiel Inkomen verder wordt uitgebreid naar kwetsbare jongeren en de inzet van jongerenregisseurs structureel wordt en wordt uitgebreid. Specifieke acties lijken tot op heden uit te blijven. We zien voornamelijk een beschrijving van wat er zou moeten gebeuren en zien woorden terug als het doorontwikkelen van samenwerkingen, samenwerkingsafspraken maken, themabijeenkomsten, e-learnings en overwegingen om concrete acties uit te voeren. Jongerenhuisvesting lijkt behalve als het gaat om studenten verder weinig bestuurlijke aandacht te hebben van de gemeente. Er zijn in de huidige urgente woonsituatie voor jongeren veel meer specifieke maatregelen nodig op het gebied van huisvesting, vroege zorg en ondersteuning om dakloosheid onder jongeren te voorkomen. Een apart programma jongerendakloosheid, zoals deze enkele jaren geleden een aantal succesvolle pilots in stroomversnelling heeft gebracht, is in de huidige situatie noodzakelijk.
Dit biedt ruimte om rekening te houden met de specifieke dynamiek en oorzaken van jongerendakloosheid. De rol van de wethouder Wonen is cruciaal, aangezien er weinig aandacht is voor de woonbehoeften van jongeren met een verhoogd risico op dakloosheid. Vragen voor de wethouder • Is de wethouder van plan met een apart plan van aanpak dakloosheid onder jongeren te komen? Dakloze EU-burgers Jarenlang werden EU-burgers door gemeenten en maatschappelijke organisaties als groep onder de zogenaamd ‘niet-rechthebbenden’ geschaard. Hiermee werd de suggestie gewekt dat de gehele groep dakloze EU-burgers geen recht zou hebben op toegang tot maatschappelijke opvang en zorg. Wij zijn blij te zien dat nu wordt beaamd dat veel EU migranten wel recht hebben op Wmo voorzieningen en dan ook gewoon worden opgevangen in de reguliere opvang. Het is positief om te zien dat daarnaast uitvoering wordt gegeven aan de pilot dakloze EU migranten, waarbij ook voor dakloze EU migranten die geen beroep kunnen doen op een Wmo voorziening een opvang wordt geopend. In het landelijk plan van aanpak kwetsbare en dakloze EU burgers wordt voorgesteld om de doelgroep van kwetsbare dakloze EU-burgers te differentiëren in drie groepen met eigen aanpakken.
De impliciete aanname is dat door deze onderverdeling in drie groepen kwetsbare dakloze EU-burgers die uitvallen meer bescherming wordt geboden door toe te werken naar een perspectief, werk of terugkeer naar huis te bieden. Anderzijds wordt aangenomen dat de leefbaarheid op straat wordt verbeterd door de aanpak overlastgevende EU-burgers effectiever te verbeteren. Het is belangrijk om de verwachte effecten goed te monitoren en het liefst door een onafhankelijke partij en te erkennen dat er nog steeds een grote groep dakloze EU migranten is,
die niet binnen de groep valt die wordt opgevangen in de reguliere opvang of in de specifieke tijdelijke opvang. Het is juist deze groep EU burgers die ernstig kwetsbaar is omdat ze al jaren (vaak onterecht) geen ondersteuning of opvang krijgen en op straat of in tentjes in de duinen leven. Vragen aan de wethouder: • Er is ruimte voor 20 dakloze EU migranten in de te openen 24 uursopvang. Kan de wethouder aangeven in hoeverre er kan worden opgeschaald naar meer opvangplekken als blijkt dat daar behoefte aan is? • Kan de wethouder uitleggen op welke manier zal worden ingezet om de schrijnende situatie van de meest kwetsbare groep dakloze EU burgers, (vaak met multiproblematiek) die nu buiten de boot vallen voor de diverse zorg- en opvangmogelijkheden op te lossen? • Kan de wethouder aangeven op basis van welke indicatoren het succes van de inzet in de opvang zal worden beoordeeld om de inrichting van een duurzaam ondersteuningsaanbod richting te geven? • Kan de wethouder aangeven hoe door de medewerkers van het daklozenloket en/of Barka en/of Leger des Heils gebruik zal maken van de recent gelanceerde rechtentool (oftewel checklist) om te toetsen of mensen wel of geen recht hebben op Wmo voorzieningen? Tot slot We realiseren ons dat het soort verandering dat is ingezet met het beleidskader, waarbij dakloosheid primair wordt beschouwd als woonprobleem en de focus moet liggen op
het voorkomen van dakloosheid, een verandering op veel niveaus vraagt. Dat heeft tijd nodig. Naast de positieve ontwikkelingen die we hier schetsen zien we in deze voortgangsrapportage nog te weinig terug van de noodzakelijke veranderingen. De toename van het aantal dakloze mensen en de groeiende diversiteit van die groep vraagt ons inziens om een groter gevoel van urgentie die zo snel mogelijk vertaald wordt in concrete actie. Met name op het gebied van wonen en het bredere gebied van preventie vraagt dit dus veel meer inzet. Uiteindelijk zou de verantwoordelijkheid voor het voorkomen en uitbannen van dakloosheid door meer wethouders moeten worden ervaren en uitgedragen. Wij blijven ons hiervoor inzetten. Uiteindelijk is de afspraak: geen dakloosheid meer in Den Haag in 2030. Met vriendelijke groet, Marlies Filbri, Co-directeur Straat Consulaat & Jan de Vries, Co-directeur Straat Consulaat
Straat Consulaat Torenstraat 35A 2513 BN Den Haag
straatconsulaat.nl