Brief van SHOP inzake reactie op commissiebrief Toekomst Raamsekswerk
Tekst van het document
Aan de voorzitter van de Algemene raadscommissie t.b.v. de vergadering van donderdag 13 juni 2024, 13.30 uur ’s-Gravenhage, 7 juni 2024
Kenmerk: 2024/10/ms Betreft: Reactie SHOP Den Haag op commissiebrief ‘Toekomst raamsekswerk’ (RIS318710)
Geachte commissieleden, SHOP, het kennis- en expertisecentrum sekswerk en mensenhandel gevestigd in Den Haag, wil graag met u een aantal punten delen met betrekking tot de commissiebrief ‘Toekomst raamsekswerk’ van 26 april 2024. Hierin wordt het projectplan besproken dat opgesteld gaat worden om alternatieven voor het raamsekswerk te onderzoeken. Dit onderwerp staat op de agenda van het commissiedebat op donderdag 13 juni a.s. Voor SHOP staat de positieverbetering van sekswerkers als professionals centraal. Het onderzoeken van alternatieven voor het raamsekswerk – waarbij er geen verlies van werkplekken is – zien wij als een poging tot modernisering van de sector. Dit juichen wij toe. Te lang is in Den Haag de aandacht gegaan naar het sluiten of verplaatsen van de bestaande raamstraten, waardoor voor zowel de sekswerkers als exploitanten een uitermate onzekere situatie is ontstaan. Een situatie waar het voor ondernemers in de sector bijna onmogelijk is gemaakt om te investeren en moderniseren. De voornemens van de gemeente om naar alternatieven c.q. modernisering te kijken sluit aan op de ontwikkelingen die de branche doormaakt. Denk bijvoorbeeld aan de technologische ontwikkelingen in de afgelopen decennia die geleid hebben tot het ontstaan van andere vormen van sekswerk. Het pleit voor de gemeente Den Haag dat zij hiermee wil experimenteren.
De pilots bieden kansen voor het creëren van werkplekken voor de diversiteit aan vormen binnen het sekswerk voor iedereen (m/v/x) die dit werk doet, ook de minder zichtbare groepen. Kortom, het creëren van een inclusieve seksbranche. Bij het lezen van de commissiebrief kwamen er echter ook zorgen en kanttekeningen naar boven, die ik hieronder graag uiteen zet. 1. Focus op positieverbetering in plaats van op kwetsbaarheid Zoals hierboven al is aangehaald staat voor SHOP de positieverbetering van sekswerkers centraal. In het huidige coalitieakkoord wordt echter de leefbaarheid in de betrokken wijken en de kwetsbaarheid van de positie van sekswerkers voorop gesteld in relatie tot uitbuiting, veiligheid en gezondheid. Hiermee worden sekswerkers al bij voorbaat als een afhankelijke beroepsgroep geframed. Dit staat in de weg van een objectieve beoordeling van de professionele competenties van deze beroepsgroep. De positieverbetering van sekswerkers ligt volgens SHOP meer op het vlak van het versterken van hum rechtspositie, hun autonomie en de beschikbaarheid van geschikte en moderne werkplekken. Ook wordt in de brief aangegeven dat gezonde en veilige werkplekken voorop staan bij het onderzoeken of het sekswerk in de raamstraten gedeeltelijk kan worden omgevormd. SHOP hecht veel waarde aan gezonde en veilige werkplekken en beschouwt dit dan ook als een vanzelfsprekendheid.
Wat echter voor SHOP voorop staat, is de ontwikkeling en beschikbaarheid van werkplekken waar alle professionals in het sekswerk (m/v/x) een valide business-case hebben en voldoende inkomen kunnen genereren. Daarbij moet tevens ruimte zijn voor innovatie en perspectief/continuïteit van de bedrijfsvoering (zie ook punt 2). Het gaat erom sekswerk te zien als een beroepsmatige activiteit waarmee een inkomen (en daarmee
1
bestaanszekerheid) kan worden gegenereerd, waar ruimte is voor alle sekswerkers en alle werkvormen. Sekswerk vanuit een economisch perspectief. 2. Bied ruimte aan (innovatieve) bedrijfsvoering In de brief wordt aangegeven dat onderzocht gaat worden of het sekswerk in de raamstraten gedeeltelijk kan worden omgevormd. SHOP maakt zich zorgen welke kans van slagen dit heeft zonder zicht te hebben op een duurzame oplossing en potentieel rendement op de investering, die daarvoor moet worden gedaan. SHOP zou graag zien dat er ruimte wordt geboden aan nieuwe vormen, waarmee tegelijkertijd modernisering van de bedrijfsvoering wordt gesteund. Hiervoor kan de gemeente Den Haag kijken naar voorbeelden van andere steden waar verdere stappen gezet zijn, zoals Tilburg en Utrecht. Zie hiervoor ook het advies van de Commissie Sorgdrager aan de gemeente Utrecht voor een vernieuwd en modern sekswerkbeleid. 3. Sluiting van een seksinrichting betekent verlies van meerdere werkplekken In de brief wordt aangegeven dat in de afgelopen drie jaar het aantal vergunde seksbedrijven redelijk constant is gebleven. Van 68 in 2020 naar 61 op dit moment. Toch gaat het hier om een vermindering van 10%.
Als we naar een langere periode kijken, merkt SHOP op dat sinds 2000 – toen het bordeelverbod is opgeheven – al 40% van de bestaande en beschikbare capaciteit voor seksinrichtingen en escortbedrijven in Den Haag verdwenen is. Dit is gebeurd op basis van de toen geformuleerde uitgangspunten van het Haagse sekswerkbeleid: maximumstelsel, locatiebeleid en uitsterfbeleid. Het is belangrijk om te beseffen dat de sluiting van een seksinrichting als consequentie heeft dat daardoor meerdere werkplekken verdwijnen. Ter illustratie: met het sluiten van de club Paradise in 2020 zijn 14 werkplekken verdwenen. 4. Stel realistische randvoorwaarden op Een mogelijke pilot zal steeds worden getoetst op wenselijkheid, haalbaarheid en veiligheid, zo staat in de brief. Daarbij spelen draagvlak bij de verschillende stakeholders, een aanvaardbare beheersing van veiligheidsrisico’s en wettelijke (on)mogelijkheden een grote rol. Ook staat er dat pilots moeten passen binnen plannen en opgaven voor stedelijke ontwikkeling en is het van belang dat de pilots in eerste instantie worden vormgegeven binnen de bestaande locaties voor sekswerk. Als dit de randvoorwaarden zijn dan legt dat volgens SHOP onevenredig veel beperkingen op aan potentiële uitvoeringsplannen.
In onze optiek kan geen enkele bedrijvigheid op basis van het voorgestelde kader een valide business-case opzetten ten behoeve van de voorgestelde pilot. Met een meer realistisch kader is het al een grote uitdaging om in een pilot te stappen. Voorwaarden die voor SHOP meer kans geven op een werkbaar concept, zijn: -
-
-
De professionaliteit en autonomie van de sekswerker moeten het uitgangspunt zijn. Betrek hen bij de plannen, zoals de gemeente Den Haag al doet bij het ontwikkelen van sekswerkbeleid, en zorg dat zij zich herkennen in de uitvoering van de plannen. Tijdens en ook na de pilot moet bestaanszekerheid van sekswerkers gegarandeerd zijn. De garantie zit er tevens in dat de situatie in de raamstraten na afronding van de pilot weer hersteld wordt, als de pilot niet het gewenste resultaat oplevert. Dat betekent de facto en de jure dat het sekswerkbeleid met betrekking tot de vergunningverlening voor de raamprostitutiebedrijven voor de duur van de pilotperiode tijdelijk bevroren/opgeschort dient te worden. Stel de professionalisering van de seksbranche en een positieve en duurzame impuls voor verandering van de aard en omvang van het sekswerk voorop, met bestaanszekerheid voor de sekswerker. De professionaliteit uit zich ook hierin dat de sekswerker zelf regie houdt op privacygevoelige informatie, zoals dat geldt voor alle professionals in Nederland. Toezicht en handhaving zijn daarbij een middel en geen doel. Hierbij willen we ook verwijzen naar de gemeenten Tilburg, Hilversum en Utrecht die thuiswerk toestaan en ondanks de privacywetgeving toezicht houden en handhaven.
2
-
Bovendien willen wij erop wijzen dat wij niet verwachten dat de wetsvoorstellen Wrs en Wgts waar in de brief naar verwezen wordt, het beoogde effect zullen hebben. Het registreren van sekswerkers, waarvoor in beide voorstellen wordt gepleit, heeft een grote negatieve impact op het welzijn van sekswerkers. Het is aannemelijk dat het overgrote deel van de sekswerkers zich niet zal laten registreren. Zij zullen van het gecontroleerde vergunde circuit overstappen naar veel minder zichtbare vormen van sekswerk, waarbij zij mogelijk extra kwetsbaar zijn voor misstanden. Dat is juist het tegenovergestelde van waar SHOP voor staat. Het is een experiment en daarom zou de gemeente er goed aan doen ruimte te creëren en breder te kijken dan de bestaande locaties voor sekswerk. Een verbreding van de vergunde sector zal meer ruimte voor innovatie creëren.
5. Sluiting of verplaatsing In de brief wordt aangegeven dat op dit moment nog geen besluit genomen is over de sluiting van een of beide raamseksstraten. Met betrekking tot dit punt wil ik graag SHOP haar standpunt delen. SHOP is niet voor of tegen de sluiting of verplaatsing van een straat. SHOP is voor het behoud van voldoende werkplekken. Voor SHOP als hulp-, dienst- en zorgverlener voor sekswerkers, is leidend dat de doelgroep zichtbaar en bereikbaar blijft en dat de sekswerkers die voor dit beroep kiezen professioneel, veilig en ongestoord hun werk kunnen blijven doen en zo in hun inkomen kunnen blijven voorzien. Dit is ook naar voren gekomen in de onderzoeken die SHOP heeft uitgevoerd naar de ervaringen van sekswerkers in de huidige raamstraten.1 Als zorgcoördinator mensenhandel voor Den Haag en Hollands Midden hecht SHOP aan een zichtbare, transparante en gezonde sector. Dit is onmisbaar in de aanpak van misstanden, in welke sector dan ook.
Tot slot, SHOP is uiteraard bereid om verder mee te denken over de randvoorwaarden en . Ook wil ik benadrukken dat het betrekken van sekswerkers, exploitanten, omwonenden, handhavers en zorginstanties, zoals ook is aangeven in de brief, onmisbaar is bij het uitvoeren van de plannen. Daarbij wil ik opmerken dat in het rijtje genoemde stakeholders een belangrijke partij ontbreekt, namelijk Stichting de Haven. SHOP vertrouwt erop dat u haar overwegingen en standpunten meeweegt bij het vormen van uw besluit.
Hoogachtend,
Maria Scali Directeur SHOP
1 Zie onderzoeksrapporten ‘Vitrines kunnen vensters worden: Een verkenning van mogelijke alternatieven voor de bestaande
raamprostitutie in de Haagse Doubletstraat’ (2012) en ‘Rode lichten, waar de sporen elkaar kruisen. Een onderzoek naar de sociale positie en werkruimte van raamsekswerkers in Den Haag, met het oog op de toekomst’ (2019).
3