Brief RC aan weth VWWZ inz Jaarrekening 2023 RIS319007
Tekst van het document
RekeningencommissieTyp tekstTyp tekst
078
Retouradres Spui 70 2511 BT Den Haag
Ons kenmerk
RIS319007
Wethouder Volkshuisvesting, Wijken, Welzijn & Zuidwest de heer M. Balster
Contactpersoon
Telefoonnummer
070 – 3533 550
Bijlage
Datum
31 mei 2024 Onderwerp
Onderzoek jaarrekening 2023
Geachte heer Balster, De Rekeningencommissie heeft onderzoek gedaan naar de programmarekening 2023 van de gemeente Den Haag (RIS318640) en daarover in haar vergaderingen van 15, 23 en 29 mei beraadslaagd. De commissie heeft de bevindingen uit de interimcontrole en de jaarrekeningcontrole in haar onderzoek betrokken, zoals deze zijn weergegeven in de boardletter van de Accountantsorganisatie (RIS317304) en het accountantsverslag (RIS318207). In het kader van het onderzoek wil de Rekeningencommissie onderstaande onderwerpen met u bespreken. De commissie nodigt u hiertoe uit op donderdagavond 6 juni a.s. om 20:00 uur in de commissie/perskamer (B01.15).
1.
Verordening Grondexploitaties en Nota Grondbeleid
Naar aanleiding van het voorstel van de voorbereidingscommissie raadsonderzoek Dreven, Gaarden & Zichten (RIS313614) heeft de Rekeningencommissie het college vorig jaar gevraagd de huidige Verordening beheersregels grondexploitatie en strategisch bezit, gemeente Den Haag 2018 (hierna: de verordening) aan te passen op het BBV. Daarbij is onder meer geadviseerd om kansen en risico’s in een grondexploitatie niet met elkaar te salderen. De Rekeningencommissie merkt op dat de huidige verordening sinds begin 2018 van kracht is en na vijf jaar geactualiseerd had moeten worden. Begroten van ‘onvoorziene kosten’ Vorig jaar heeft de Rekeningencommissie u gevraagd om in de verordening op te nemen dat geen posten zonder onderbouwing of berekening op een grondexploitatieproject mogen worden begroot, zoals bijvoorbeeld een stelpost voor onvoorziene kosten. U heeft toen laten weten dat onvoorziene kosten zich in de praktijk voordoen en dat u daarom deze stelpost wil blijven hanteren in een grondexploitatiebegroting. Omdat dit vraagstuk zich ook bij andere gemeenten voordoet, heeft u desgevraagd toegezegd ook na te gaan hoe andere gemeenten hiermee omgaan en een voorstel voor aanpassing van de verordening aan de commissie voor te leggen. De Rekeningencommissie vraagt u om de bevindingen uit de vergelijking met andere gemeenten te delen.
Nadien is de Rekeningencommissie schriftelijk geïnformeerd dat bekend was dat de commissie BBV werkte aan een nieuwe Notitie Grondbeleid in begroting en jaarstukken. Er is daarom gewacht op de
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
T 070 - 353 3550 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag
notitie, welke op 5 december 2023 bekend gemaakt is. Toegezegd is dat in 2024 een voorstel voor een aangepaste verordening naar de raad wordt gestuurd (RIS318072). De Rekeningencommissie vraagt u toe te lichten wat de vorderingen zijn tot dusver en wanneer het voorstel door de raad tegemoet kan worden gezien. Uitsluitend begroten van toerekenbare kosten De Rekeningencommissie heeft vorig jaar tevens gevraagd in de verordening op te nemen dat in een grondexploitatie uitsluitend kosten worden geraamd die aan de grondexploitatie kunnen worden toegerekend. Ook hier wilde u dit niet in de verordening opnemen omdat deze werkwijze vanuit de uitvoering de meest pragmatische aanpak zou zijn. U daarbij toegezegd ook voor dit punt te onderzoeken hoe andere gemeenten hiermee omgaan en dit als aandachtspunt mee te nemen in de uitwerking van het voor te leggen voorstel voor de aanpassing van de verordening. De Rekeningencommissie verneemt graag de bevindingen uit de vergelijking met andere gemeenten. Investeringen in de openbare ruimte: PPT-criteria U heeft toegezegd in de verordening op te nemen dat bij de vaststelling en actualisatie van een project inzichtelijk wordt gemaakt hoe met de PPT-criteria wordt omgegaan, zodat voortaan bij het openen en het herzien van een grondexploitatie de kwantificering van de PPT-criteria zo concreet mogelijk wordt gemaakt.
Voor wat betreft het in de verordening onderbouwen van de kwantificering van het begrip ‘aanzienlijk hoger’ voor het volledig toerekenen van een investering aan een grondexploitatie heeft u voorgesteld om dit bij het voorstel voor de nieuwe verordening nader uit te werken. Daarbij zou dan ook inzichtelijk worden gemaakt hoe andere gemeenten daar mee omgaan. Ook hiervoor wordt u gevraagd de inzichten tot dusver met de Rekeningencommissie te delen. Herziening Nota Grondbeleid Vorig jaar liet u weten dat de Nota Grondbeleid in 2023 zou worden herzien. Mede gezien de overwegend negatieve grondexploitaties van de gemeente Den Haag vernemen wij graag wanneer de geactualiseerde nota Grondbeleid naar de raad wordt gestuurd.
2. Weerstandsvermogen ontoereikend De Rekeningencommissie constateert dat de Reserve Grondbedrijf na resultaatbestemming op nul staat, terwijl de minimaal benodigde weersstandscapaciteit voor risico’s bij grondexploitaties door het college op € 43 miljoen is berekend. Voor wat betreft de consequenties hiervan beperkt het college zich tot de opmerking in de paragraaf Grondbeleid dat de thans niet bestaande weerstandscapaciteit bij de komende begroting opnieuw wordt bekeken. In de vooruitblik daarop die in de paragraaf Grondbeleid op pagina 350 in een vijfjaarsprognose wordt gegeven wordt nog steeds een tekort in de weerstandscapaciteit verwacht van minstens € 22 miljoen. De Rekeningencommissie wil van u en de wethouder Financiën weten hoe u weegt dat er nu in het geheel geen weerstandscapaciteit meer is voor risico’s bij grondexploitaties. De commissie wil weten of het wenselijk is dat een reeds ontoereikende weerstandscapaciteit als gevolg van de resultaatbestemming geheel naar nul wordt gebracht en of de raad hierover eerder geïnformeerd had kunnen worden. Het college wordt gevraagd toe te lichten of op basis van dit vooruitzicht niet eerder maatregelen getroffen hadden moeten worden.
Gezien het huidige meerjarenperspectief vraagt de Rekeningencommissie het college zijn visie te geven op de wenselijkheid van het borgen van een toereikende weerstandscapaciteit in de komende jaren. Omdat dit onderwerp ook de systeemverantwoordelijkheid van de wethouder Financiën voor de verantwoording en interne beheersing raakt, hebben wij haar gevraagd dit agendapunt eveneens bij te wonen. Graag vernemen wij hoe de verantwoordelijkheden tussen u en de wethouder Financiën zijn
2/3
Gemeente Den Haag
verdeeld (bijvoorbeeld voor wat betreft de toereikendheid van de Reserve Grondbedrijf) en hoe de portefeuilleverdeling is vastgelegd.
3. Vroegtijdiger controle grondexploitaties Sinds enige jaren heeft de accountant bevindingen over de beheersing van grondexploitaties. Vorig jaar moesten voor twee grondexploitaties omvangrijke correcties worden gedaan vanwege uiteenlopende interpretaties van verslaggevingsregels. Bij het (tussentijdse) onderzoek naar Dreven, Gaarden & Zichten is duidelijk geworden dat dergelijke correcties kunnen worden voorkómen als reeds gedurende het boekjaar hierop controle kan plaatsvinden door de accountant. De Rekeningencommissie heeft u vorig jaar gevraagd om met de Accountantsorganisatie afspraken te maken over een vroegtijdiger controle van grondexploitaties. Daarbij is gevraagd om grondexploitaties die reeds gedurende het jaar afgesloten konden worden al in het najaar door de accountant te laten controleren. U heeft toen laten weten dat het college ervoor openstaat om te kijken naar een vroegtijdiger accountantscontrole van grondexploitaties. In 2023 heeft wel een herwaardering van grondexploitaties plaatsgevonden, maar deze is niet verwerkt in de balans van de tussentijdse afsluiting en kon dus nog niet door de accountant gecontroleerd. De Rekeningencommissie vraagt het college om mogelijkheden om grondexploitaties reeds gedurende het jaar te laten controleren in 2024 zo veel mogelijk te benutten.
4. Grondexploitatie Dreven, Gaarden & Zichten De financiële prospectie voor de grondexploitatie Dreven, Gaarden & Zichten (DGZ) is substantieel verslechterd. De accountant adviseert het college om dit gehele grondexploitatieproject in 2024 te actualiseren, omdat de verwachte kosten en de verwachte grondopbrengsten mogelijk anders geprognosticeerd moeten worden. Aangezien deze langlopende grondexploitatie zich nog in de beginfase bevindt, hebben kostenstijgingen een groot effect op het verwachte eindresultaat. Voor een deel van de kostenbijstelling van circa € 6 miljoen heeft de accountant onvoldoende controleinformatie ontvangen en dit daarom als een controleonzekerheid gekwalificeerd. De Rekeningencommissie vraagt u toe te lichten in hoeverre dit deel van de kostenbijstelling tot een herziening moet leiden. Voorts wil de Rekeningencommissie weten of de verslechterde financiële prognoses voor de grondexploitatie DGZ voor het college aanleiding kan zijn om deze grondexploitatie – nu of in de toekomst – te heroverwegen.
Voor de volledigheid deelt de commissie mee dat een samenvatting van de bespreking zal worden betrokken bij het eindrapport van de Rekeningencommissie over haar onderzoek naar de jaarrekening 2023. Namens de Rekeningencommissie, de secretaris,
de voorzitter,
J. van Duijn
M. De Vuyst.
3/3