Bijlage 2. H9 reactie i-Consultatie AMvB Zorgvormenlijst 20240906
Tekst van het document
H9 reactie (ambtelijk) op de consultatie inzake het Besluit verbetering beschikbaarheid jeugdzorg H9 gemeenten: Den Haag, Zoetermeer, Delft, Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Westland, Midden Delfland, Wassenaar Onderstaande reactie is gebaseerd op de reactie vanuit de G4 en komt in grote mate overeen. Vraag 1 van 3 1. Wilt u uw reactie geven op deze voorgestelde wijziging van het Besluit Jeugdwet? De nota van toelichting geeft in de inleiding (hoofdstuk 1) aan dat de wijzigingen als doel hebben om het toereikend aanbod van specialistische jeugdhulp in gemeenten te bevorderen. Ook wordt in Paragraaf 2.2 van de nota van toelichting aangegeven dat de regionale jeugdhulpvormen vaak jeugdhulp betreft die complex is en weinig voorkomt, waardoor lokaal het toereikende aanbod niet geborgd kan worden. Hierbij worden 5 criteria genoemd. Bovenstaande uitleg roept met betrekking tot de jeugdhulpvormen en in samenhang met de criteria vragen op. Ook komt met het besluit dat nu voorligt (onderdeel ‘Jeugdhulpvormen die minimaal regionaal moeten worden ingekocht’) de gewenste transformatie naar een contextgerichte focus zwaar onder druk te staan. En daarmee ook de aanname erachter dat het leidt tot een meer financieel houdbaar stelsel.
• Het is essentieel dat het daadwerkelijk om schaarse vormen gaat en dat we juist niet bijdragen aan een beweging van meer individueel aanbod. De huidige lijst van minimaal regionaal in te kopen jeugdhulpvormen (waarin de GGZ is opgenomen, als ook een breed scala aan ambulante hulp) gaat lijnrecht in tegen de beweging als beschreven in de Hervormingsagenda, waar de contextgerichte aanpak centraal staat. Dit staat haaks op het te voeren maatschappelijke dialoog over acceptatie, de-medicaliseren én op de beweging om te werken aan sterke lokale teams die opzoek zijn naar contextgerichte oplossingen in plaats van individuele voorzieningen. •
We zijn net als andere gemeenten/regio's in het land hard bezig met het transformeren van de jeugdzorg. Met een stelsel dat volop in beweging is (lees: afbouw residentieel, reikwijdte jeugdhulpplicht, domeinoverstijgend werken, etc.) past geen blauwdruk over zo’n breed paillet aan zorgvormen. De samenhang tussen de jeugdhulpvormen die regionaal moeten worden ingekocht en de wettelijke bepaling van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht is daarbij essentieel. Gebruik de komende fase om te doordenken welke wettelijke afbakening nodig is en houdt hierbij rekening met welke wetten voorliggend zijn, voordat er besluiten over structuurwijzigingen genomen worden. In het bijzonder wanneer deze structuurwijzigingen (voorgestelde zorgvormen) ook op de lijst staan van zorgvormen die je vanuit contextgerichte (i.p.v. individuele) ondersteuning wilt ondersteunen, zoals de JGGZ.
•
Daarbij voorzien we met een dergelijk brede lijst aan zorgvormen geen beperking van de administratieve lasten en besparingen , maar juist het tegenovergestelde. We maken ons zorgen dat deze brede lijst (een latere uitwerking van) een taakgerichte of resultaatgerichte uitvoeringsvariant en lumpsum financiering in de weg staat. Deze varianten bieden juist veel De Jeugdhulpregio Haaglanden is een samenwerking tussen de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland, Zoetermeer
kansen om de administratieve lasten en controle druk voor aanbieders en professionals sterk te reduceren. Hierdoor hebben professionals meer tijd en ruimte om aan te sluiten bij de vraag van kinderen en gezinnen, wat hen meer voldoening geeft in hun werk en daarmee bijdraagt bij aan de werving en binding van personeel voor de sector. Dit blijkt ook uit de praktijk. Tegelijkertijd zien we dat aanbieders die werkzaam zijn voor gemeenten die andere uitvoeringsvarianten hanteren regelmatig worden geconfronteerd met een veelheid aan verantwoordingseisen. Dit vraagt om een oplossing. Deze lijst is echter geen passend instrument voor het reduceren van verantwoordingseisen, en daarmee ook niet de gewenste besparing die nodig is voor het realiseren van een houdbaar jeugdstelsel. •
Tot slot willen wij u wijzen op de uitkomst van de praktijktekst (waar onder andere Den Haag aan deel heeft genomen). De test heeft duidelijk laten zien dat deze lijst onwerkbaar is en dat er nog veel onenigheid is over welke zorgvormen opgenomen moeten worden, alsmede de onwerkbare definities. Wij pleiten daarom voor een beperkte lijst aan schaarse/hoogspecialistische zorgvormen, waarover geen discussie bestaat dat deze op regionaal niveau noodzakelijk zijn voor het borgen van toereikend aanbod aan kwetsbare jeugdigen. Tevens vragen wij om de financiële implicaties van dit wetsvoorstel in beeld te brengen. Bij vraag 2 lichten we nader toe over welke zorgvormen dit gaat. De complexiteit van deze opgave vraagt om een andere aanpak.
Vraag 2 van 3 Uit het wetsvoorstel volgt dat jeugdhulpvormen (minimaal) regionaal moeten worden ingekocht als is voldaan aan één of meer van de volgende criteria: • schaarste van de vraag; • schaarste van het aanbod; • de complexiteit van de problematiek in combinatie met de daarvoor benodigde multidisciplinaire specialistische expertise; • het volume dat een jeugdhulpaanbieder nodig heeft om verantwoorde jeugdhulp te kunnen leveren; • het volume dat een jeugdhulpaanbieder nodig heeft om een gezonde bedrijfsvoering te kunnen voeren. 2. Voldoen de jeugdhulpvormen in het ontwerpbesluit aan deze criteria? Zo nee, welke jeugdhulpvorm(en) niet en waarom? Wij zien een (contextuele) afhankelijkheid tussen de benoemde criteria en vinden het voldoen aan minimaal één criteria daarom te beperkt. De criteria zouden ons inziens in onderlinge samenhang met elkaar moeten worden gehanteerd bij de selectie van jeugdhulpvormen, waarbij moet worden voldaan aan meer dan één criteria. Ter illustratie: het laatste criteria kan niet als enige worden gewogen, wanneer het aanbod niet passend is bij de gewenste transformatiebeweging. Nee, we vinden dat de volgende jeugdhulpvormen in het ontwerpbesluit niet voldoen aan de criteria: b. multidisciplinaire specialistische jeugdhulp in verband met meervoudige of complexe problemen. - Schrap deze categorie.
Deze categorie is zeer breed gedefinieerd, en raakt een breed scala aan ambulante jeugdhulp en daarmee ook de inzet van sterke lokale teams. De praktijktest heeft 2
uitgewezen dat er onvoldoende inhoudelijke onderbouwing is om tot een scherp onderscheid te komen tussen specialistische ambulante hulp (die in de regio zou moeten worden ingekocht) en hulp in lokale teams/infrastructuur (zodat zij integraal gezinnen kunnen ondersteunen ook op andere leefdomeinen). Een dergelijk onderscheid zal in de praktijk altijd tot discussie leiden en een goede uitvoering in de weg staan. Bovendien draagt een scherpe afbakening in het ‘nu’ niet bij aan de transformatie die juist ook in het ambulante aanbod nodig is om als alternatief te worden ingezet voor residentiële vormen van zorg. Kortom, er ontwikkelruimte nodig die we niet vooraf moeten begrenzen. h. jeugdhulp bestaande uit hoogspecialistische geestelijke gezondheidszorg aan jeugdigen die onvoldoende baat hebben gehad of naar verwachting zullen hebben bij een reguliere behandeling en waarbij sprake is van één of meer ernstige, complexe of zeldzame aandoeningen dan wel van een voorspelbaar ernstig beloop van klachten; i. jeugdhulp bestaande uit gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in verband met matige tot ernstige problematiek waarbij: 1. onvoldoende resultaat wordt verwacht of is gebleken van behandeling in de generalistische basis jeugd geestelijke gezondheidszorg; 2. sprake is van een psychische stoornis of een vermoeden daarvan; 3.
de jeugdige als gevolg van de betreffende problematiek aanzienlijke beperkingen in het dagelijks functioneren ervaart; en 4. tevens sprake is van: - een hoog risico; - hoge complexiteit; - ernstige opvoedingsproblematiek; of - crimineel gedrag dan wel een vermoeden daarvan. We onderschrijven hierbij de lijn van de VNG volledig om deze categorie niet op te nemen. De nota van toelichting geeft in de inleiding (hoofdstuk 1) aan dat de wijzigingen als doel hebben om het toereikend aanbod van specialistische jeugdhulp in gemeenten te bevorderen. Ook wordt in Paragraaf 2.2 van de nota van toelichting aangegeven dat de regionale jeugdhulpvormen vaak jeugdhulp betreft die complex is en weinig voorkomt, waardoor lokaal het toereikende aanbod niet geborgd kan worden. Hierbij worden 5 criteria genoemd. De uitleg dat schaarse jeugdhulp beschikbaar moet zijn, roept met betrekking tot de jeugdhulpvormen en in samenhang met de criteria de volgende vraag op: Er wordt aangegeven dat de jeugdhulpvormen dienen te voldoen aan één van de criteria. De specialistische GGZ betreft een breed aanbod, waaronder een groot deel enkelvoudig aanbod.
Een jeugdige die op de basisschool afwijkend gedrag vertoont en op advies van de intern begeleider naar de huisarts gaat om een verwijzing te vragen voor een diagnostisch onderzoek, krijgt deze ook vaak en komt dan regelmatig terecht bij een aanbieder die zich niet bekommert om de kunde of onkunde van de intern begeleider. De vraag wordt in dit geval buiten de context van het kind opgepakt. De handelingen dragen niet bij aan de-medicaliseren, normaliseren en domein overstijgende samenwerking. Deze grote groep valt binnen de jeugdhulpvormen en ook binnen de criteria, indien deze los van elkaar gehanteerd worden. Met het concept besluit ‘verbetering beschikbaarheid jeugdzorg’ faciliteert de overheid in zorgaanbod dat niet passend bij zoals omschreven in de ambities van de Hervormingsagenda. De keuze beperkt lokale beleidsvrijheid, de vrijheid die het gemakkelijker maakt om in dit voorbeeld enkelvoudige GGZ terug te dringen en te kunnen werken aan de doelen van de hervormingsagenda, zoals het fundamentele kijken en de brede blik. 3. Ontbreken er jeugdhulpvormen in het ontwerpbesluit? Zo ja, welke? Nee.
3
4. Zijn de jeugdhulpvormen in het ontwerpbesluit duidelijk genoeg afgebakend ten opzichte van jeugdhulpvormen die lokaal kunnen worden ingekocht? Nee. Zie toelichting op vraag 2. Vraag 3 van 3 De omschrijving van de jeugdhulpvorm ‘gespecialiseerde ggz’ sluit aan bij de ggz-standaarden. In de praktijktest is de vraag besproken of deze omschrijving voldoende onderscheidende kenmerken bevat om voor de praktijk helder te maken wat er wel en niet valt onder deze jeugdhulpvorm. In dit kader leggen wij u een aantal vragen voor, specifiek over de gespecialiseerde ggz: 5. Voldoet het gehele aanbod van gespecialiseerde ggz aan de criteria uit het wetsvoorstel? 6. Is het mogelijk, op basis van de criteria van het wetsvoorstel, bepaalde kenmerken te onderscheiden van de zorgvraag en/of het zorgaanbod om te kunnen bepalen of het lokaal zou moeten worden ingekocht? 7. Zou het voor de duidelijkheid en bruikbaarheid in de praktijk helpen om bij de gespecialiseerde ggz kenmerken te noemen van de aanbieders van deze vorm van jeugdhulp en/of de wijze van behandeling die in het kader van deze jeugdhulpvorm plaatsvindt? Zo ja, waarom en welke eisen kunnen dat zijn? Zo nee, waarom niet? Antwoord vraag 5, 6 en 7: zie reactie vraag 2.
4