Aanbiedingsbrief raad
Tekst van het document
Gemeenteraad Den Haag Uitsluitend verzonden per mail Onderwerp: afronding onderzoek en uitgangspunten GIR-meldingen
Den Haag, 4 oktober 2021
Geachte Raad, De Jeugdombudsman is eind januari een onderzoek gestart naar aanleiding van een klacht. De klacht ging over de wijze waarop door de gemeente, in het bijzonder het Expertisepunt Veilige Publieke Taak (EVPT), heeft gehandeld nadat er in juni 2020 en januari 2021 GIR-meldingen over de klager zijn gedaan. De meldingen hebben ertoe geleid dat hem (in januari 2021) twee ordemaatregelen (gebouwenverbod en contactverbod) zijn opgelegd. De klacht zag op de informatieverstrekking over de GIR-melding, de mogelijkheid van hoor en wederhoor en de motivering van de ordemaatregelen. De Jeugdombudsman heeft het onderzoek naar de klacht nu afgerond met een brief aan de klager en het college. Het college is gevraagd om binnen vier weken op de brief te reageren. Daarnaast heeft De Jeugdombudsman, samen met de Gemeentelijke ombudsman, uitgangspunten opgesteld voor het handelen rondom GIR-meldingen (zie bijlage). Dat hebben wij gedaan naar aanleiding van genoemde klacht, maar ook omdat wij vaker klachten hierover ontvangen en nog verwachten te gaan ontvangen. Wij zullen deze uitgangspunten binnenkort op onze website publiceren. Wij vertrouwen erop dat de gemeente in toekomstige gevallen volgens deze uitgangspunten handelt en de uitgangspunten meeneemt in het (toekomstig) agressie- en sanctiebeleid. Dat beleid is, naar wij hebben begrepen, nog in ontwikkeling.
Met deze brief informeer ik u zowel over de afronding van de klacht als de genoemde uitgangspunten. Afronding klacht De Jeugdombudsman is een onderzoek naar genoemde klacht gestart na een gesprek met de klager, waaruit bleek dat het klager ging om duidelijkheid te krijgen over hoe het EVPT in zijn geval heeft gehandeld. Samenvatting 1. De gemeente heeft de klager niet voldoende en concreet geïnformeerd over de GIRmeldingen die over hem zijn gedaan en hem alleen de gelegenheid gegeven tot mondelinge wederhoor. De klager wilde niet in gesprek en bleef vragen stellen over wie de meldingen had gedaan en wat deze inhielden. Terecht heeft de gemeente om privacy redenen de naam van de melder(s) niet bekend gemaakt. Maar de gemeente moet, als zij naar aanleiding van een GIR-melding contact met een burger opneemt, deze burger actief informeren over de inhoud van die melding. Door - geanonimiseerd - inzage te geven in de melding of door concreet en feitelijk het incident te beschrijven dat is gemeld (: wat is er waar en wanneer gebeurd). Dat is hier niet gebeurd. Ook moet de gemeente een burger in zo’n situatie actief de mogelijkheid aanbieden van hoor en wederhoor. Als hoor en wederhoor - zoals in dit geval - niet mogelijk blijkt te zijn tijdens een (incident-)gesprek, dan dient die mogelijkheid schriftelijk te worden aangeboden. Dat is niet gebeurd.
2. Toen aan de klager vervolgens ordemaatregelen werden opgelegd, waren die niet voldoende gemotiveerd. Uit de brieven waarmee ze zijn opgelegd, wordt niet duidelijk vanwege welk concreet gedrag en op grond van welke normen deze maatregelen (gelet op aard en duur ervan) zijn opgelegd en hoe ze zich verhouden tot het gemeentelijk agressie- en sanctiebeleid. Oordeel De Jeugdombudsman vindt het juist dat de gemeente ter bescherming van medewerkers agressief gedrag niet accepteert en dat zij bij geconstateerd agressief gedrag gepaste maatregelen neemt. Dat staat niet ter discussie. Wel moet de gemeente bij het opleggen van ordemaatregelen zorgvuldig handelen, volgens de behoorlijkheidsnormen waaraan de ombudsmannen toetsen. Het onderzoek en oordeel van de Jeugdombudsman in deze zaak maken duidelijk dat er ook na een GIR-melding transparant gehandeld moet worden en de dat de betrokken burger goed geïnformeerd moet worden en de gelegenheid moet krijgen zijn verhaal te doen, zodat hij zijn procedurele kansen kan benutten. De Jeugdombudsman heeft de klachten getoetst aan de behoorlijkheidsvereisten van goede informatieverstrekking, fair play en goede motivering en acht de klachten gegrond. Dit leidt samengevat- tot het navolgende oordeel: De Jeugdombudsman acht de klachten van de klager gegrond.
Met het onderzoek is er, overeenkomstig de wens van de klager, duidelijkheid gekomen over hoe het EVPT gehandeld heeft. Met dit oordeel is het onderzoek nu afgerond. De Jeugdombudsman heeft geen openbaar rapport uitgebracht over dit onderzoek. Een geanonimiseerde samenvatting zal binnenkort ook op onze website geplaatst worden. Opheffing maatregelen Tijdens de afronding van het onderzoek door de Jeugdombudsman heeft het EVPT de klager laten weten dat de opgelegde maatregelen per direct worden opgeheven. Het valt de Jeugdombudsman op, dat daarbij niet de mogelijkheid is benut om voorafgaand aan die opheffing een (herstel-) gesprek met klager aan te gaan om de opheffing (en mogelijke voorwaarden voor toekomstige contacten) te bespreken. Ook is in de brief aan de klager niet aangegeven wat er met de gegevens van de GIR-meldingen over hem gebeurt. Hiervoor heeft de Jeugdombudsman bij het college aandacht gevraagd. Tot slot De Jeugdombudsman heeft er met instemming kennis van genomen dat reeds gedurende haar klachtonderzoek verbeteringen in het werkproces rondom GIR-meldingen zijn aangekondigd. Zo heeft de gemeente onder meer besloten om burgers voortaan beter te informeren over de GIRmelding en de rechten die zij hebben (zoals het recht op inzage).
Vragen? Indien u vragen heeft of een nadere toelichting op deze brief wenst, kunt u contact opnemen met het kantoor van de ombudsman (ombudsman@denhaag.nl of 070-7528200). Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
2
Hoogachtend, mede namens de Gemeentelijke ombudsman mevrouw A. Stehouwer,
Y. Nass Gemeentelijke jeugdombudsman Den Haag & Leidschendam-Voorburg
Bijlage: Uitgangspunten afhandeling GIR-meldingen
3