24-10-08 ub cl reactie op Bestemmingsplannen Dreven 1 en Zichten 2 3 en 7
Tekst van het document
UITSLUITEND PER E-MAIL Gemeente Den Haag Griffie Den Haag T.a.v. de heer mr. J.L. van Oeveren Postbus 12 600 2500 DJ DEN HAAG
Kerklaan 16D 2911 AD Nieuwerkerk aan den IJssel t. 085 0030153 e. info@woestenenk-legal.nl www.woestenenk-legal.nl
Nieuwerkerk aan den IJssel, 8 oktober 2024
Dossiercode Inzake Uw referentie Briefnummer Onderwerp E-mail
D100235 Gemeente Den Haag / ADVIES 173862 Bestemmingsplannen Dreven 1 en Zichten 2,3 en 7 mw@woestenenk-legal.nl
Geachte heer Van Oeveren, In vervolg op mijn eerdere advies (briefnummer 173213) bied ik u hierbij mijn reactie aan op de bestemmingsplannen, zoals het college van burgemeester en wethouders die aan de raadscommissie hebben aangeboden en die op 16 oktober 2024 zullen worden besproken in de vergadering van de raadscommissie Ruimte. Het gaat om de bestemmingsplannen: Dreven 1 (RIS320058) Zichten 2, 3 en 7 (RIS320060) Zoals bekend, zal ik mij uitsluitend uitlaten over het aspect ‘parkeren’ in de context van vorengenoemde bestemmingsplannen. In onderhavige brief komen de volgende onderwerpen aan bod op het punt van de parkeeraspecten: 1. 2. 3. 4. 5.
Context Kritiek van de Afdeling bestuursrechtspraak Bestemmingsplannen Dreven 1 en Zichten 2, 3 en 7 Conclusie Advies
KvK 53778359 btw NL0017 52 033 B96
1. Context en werkwijze De raad heeft bestemmingsplan “Steenzicht en Ruimzicht” vastgesteld op 10 november 2022. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) heeft dit bestemmingsplan ruim een jaar later echter vernietigd1. Een van de aspecten die leidde tot gegronde beroepen was: parkeren. In de plaats van het vernietigde bestemmingsplan zijn nu twee bestemmingsplannen voorgelegd, namelijk ‘Dreven 1’ en ‘Zichten 2,3 en 7’. Aan mij is gevraagd om te beoordelen of de nieuwe bestemmingsplannen voldoende rekening houden met de uitspraak van de Afdeling. Disclaimer: het is voor mij, als jurist, niet mogelijk om alle cijfermatige informatie tot in detail in alle stukken te controleren en te checken op consistentie en juistheid2; ik ben daarbij van mening, dat ik erop mag vertrouwen dat alle parkeer-deskundigen daar vanuit hun eigen kritische invalshoeken voldoende naar gekeken hebben (normaliter zou ik daar zelf ook een parkeeradviseur voor inschakelen, juist vanwege die cijfermatige controles). Uitgangspunt in mijn advies is dus, dat de cijfermatige informatie correct is. Voor het beoordelen van de bestemmingsplannen is in het bijzonder gekeken naar:
Parkeeronderbouwing van Goudappel Coffeng, behorend bij het betreffende bestemmingsplan. Planregels van en toelichting op het bestemmingsplan;
2. Kritiek van de Afdeling bestuursrechtspraak In haar uitspraak heeft de Afdeling -kort gezegd- de volgende kritiek geleverd op de parkeeraspecten in het bestemmingsplan3: a. Er is geen inzicht gegeven in toegepaste saldering; b. Er is geen onderbouwing over het toegepaste parkeerregime en de effecten ervan op de beschikbaarheid van parkeerplekken in het plangebied; c. Parkeerplekken in de openbare ruimte zullen bij de definitieve herinrichting verdwijnen vanwege een nog te bouwen parkeergebouw, dat geprojecteerd is buiten het plangebied. De Afdeling concludeerde bovendien, dat in het bestemmingsplan onvoldoende was komen vast te staan, dat zou worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen. De nieuwe bestemmingsplannen heb ik daarom vooral gelezen met het oog op een inzichtelijke, logische en complete parkeeronderbouwing in combinatie met planregels die daadwerkelijk borgen dat er voldoende parkeerruimte beschikbaar zal zijn, zodra de woningen in gebruik genomen worden.
1 ABRS 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4777.
2 Al was het maar omdat het college zelf al ergens stelt, dat er tussentijds diverse cijfers zijn geactualiseerd. 3 ABRS 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4777; r.o.v. 14.3, 2e alinea.
2
3. Bestemmingsplannen Dreven 1 en Zichten 2, 3 en 7 In de parkeeronderbouwingen van Goudappel Coffeng is voor ieder bestemmingsplan afzonderlijk berekend hoeveel parkeeraanbod noodzakelijk is voor een realistische uitvoering van de plannen. Er is gerekend conform het geldende gemeentelijke parkeerbeleid; afwijking van de parkeernormen is dus niet aan de orde. Daarnaast is gebruik gemaakt van de beleidsmatig mogelijk gemaakte reductiemogelijkheden, door het aanbod van deelvervoer in de bestemmingsplannen te verwerken. Tussenconclusie: de berekeningen volgen het gemeentelijk beleid en zijn correct uitgevoerd, voor zover een juridisch oog dat kan beoordelen. Kort gezegd: enkele uitgangspunten in de berekeningen van Goudappel Coffeng zijn:
Gebruikmaking van deelvervoer (met als gevolg dat de parkeerbehoefte en dus de benodigde parkeerruimte wordt verminderd)
Gebruikmaking van een centraal parkeergebouw (eentje per bestemmingsplan, waarvan de geboden parkeerruimte tegemoet komt aan de berekende behoefte en zelfs overcapaciteit voor het betreffende bestemmingsplan veroorzaakt, die later voor de volgende plannen kan worden ingezet).
Om de berekeningen in de praktijk te kunnen uitvoeren, is het daarom nodig om zowel het deelvervoer als het centrale parkeergebouw te borgen. In de toelichtingen op de bestemmingsplannen komt het onderwerp ‘parkeren’ op verschillende plekken aan bod4. Er is zelfs uitvoeringsgericht gedacht: “De parkeerplaatsen dienen tijdig te worden gerealiseerd voor de oplevering van de woningen en andere functies zodat parkeren in het parkeergebouw ook verzekerd is.”5
Voldoende parkeerruimte moet juridisch geborgd zijn in de planregels6. De opname van een voorwaardelijke verplichting in die planregels zorgt daarvoor.
Voor Dreven 1 geldt dat in de bestemming ‘Gemengd-2’ (planregel 4.1) bebouwing mogelijk wordt gemaakt ten behoeve van parkeren met de commerciële plint, zoals beschreven in de toelichting. De borging van voldoende parkeerruimte is onder meer te vinden in het nieuwe lid h van planregel 8.4 en in de algemene bouwregels (planregel 13 lid j)7. Ook in dit plan wordt in de algemene gebruiksregels voorgeschreven dat er voldoende parkeerruimte moet zijn (planregel 14 lid c).
Voor Zichten 2. 3 en 7 geldt dat een dergelijke verplichting te lezen is in onder meer planregel 6.4 onder j8, waaruit volgt dat er eerst voldoende parkeergelegenheid beschikbaar moet zijn, voordat de woningen in gebruik mogen worden genomen, de algemene bouwregels in planregel 9 (namelijk onder j) en de algemene gebruiksregels in planregel 10 (onder c).
4 Bijvoorbeeld (niet limitatief): toelichting op bestemmingsplan Dreven 1, pagina 41 en toelichting op
bestemmingsplan Zichten, pagina 40. 5 Aanvullende toelichting/conclusie bestemmingsplan Zichten: paragraaf 3.6.2 (pagina 5-6 van 34) en Voorstel van het college d.d. 2 oktober 2024 (Zichten), DSO/10793952 RIS320060 (pagina 52 van 61). 6 Het college erkende de noodzaak hiervan al in de brief van 16 januari 2024, waarin gesteld werd dat ‘zo nodig … extra planregels en/of vergunningvoorschriften zullen worden opgenomen.” Dat is nu inderdaad gebeurd. 7 Voorstel van het college d.d. 1 oktober 2024 (Dreven), DSO/10793924 RIS320058 (pagina 49 van 82). 8 Voorstel van het college d.d. 2 oktober 2024 (Zichten), DSO/10793952 RIS320060 (pagina 53 van 61). 3
Het bouwen van een parkeergebouw is op zichzelf nergens verplicht gesteld. Maar ook als er geen parkeergebouw gebouwd wordt, dan geldt nog steeds de voorwaardelijke verplichting. Woningen kunnen dus niet gebouwd worden, zolang er niet voldoende parkeerruimte beschikbaar is voor de toekomstige gebruikers. 4. Conclusie De berekeningen van Goudappel Coffeng voor het bepalen van de parkeerbehoefte volgen het gemeentelijk beleid en zijn correct uitgevoerd, voor zover een juridisch oog dat kan beoordelen. In de bestemmingsplannen is via opname van voorwaardelijke verplichtingen zoveel mogelijk geborgd dat de door Goudappel Coffeng berekende parkeerruimte ook daadwerkelijk gerealiseerd zal zijn, als en zodra de woningen in gebruik zullen worden genomen9. Daarmee komen de planregels tegemoet aan de eisen die in de jurisprudentie worden gesteld aan planregels over parkeren in bestemmingsplannen. Het borgen van het daadwerkelijk realiseren van deelvervoer is overigens niet mogelijk in een bestemmingsplan, dat zal via omgevingsvergunningen moeten gebeuren. Vriendelijke groeten, Woestenenk Legal
Mw. Mr. Drs. M. Woestenenk Advocaat
9 Als gevolg van de inzet van parkeergebouwen is zelfs een overcapaciteit gecreëerd.
4