CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

24-09-16 D100235 Advies ruimtelijke onderbouwing - parkeren

Commissie Ruimte 25 september 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken2.320 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

UITSLUITEND PER E-MAIL Gemeente Den Haag Griffie Den Haag T.a.v. de heer mr. J.L. van Oeveren Postbus 12 600 2500 DJ DEN HAAG

Kerklaan 16D 2911 AD Nieuwerkerk aan den IJssel t. 085 0030153 e. info@woestenenk-legal.nl www.woestenenk-legal.nl

Nieuwerkerk aan den IJssel, 16 september 2024

Dossiercode Inzake Briefnummer Onderwerp E-mail

D100235 Gemeente Den Haag / ADVIES 173213 Advies ruimtelijke onderbouwing - parkeren mw@woestenenk-legal.nl

Geachte heer Van Oeveren, Hartelijk dank voor uw opdracht om de raad van de gemeente Den Haag te adviseren over het aspect ‘parkeren’ in de ruimtelijke onderbouwing bij vergunningverlening ten behoeve van het ‘bouwplan Steenzicht’, in het bijzonder over het al dan niet afgeven van een verklaring van geen bedenkingen, gelet op de kwaliteit van de onderbouwing van het aantal parkeerplekken, de geboden parkeeroplossingen en het parkeerregime in de omgevingsvergunning voor ‘bouwplan Steenzicht’. De toetsing in onderhavig advies richt zich daarmee uitsluitend op het parkeeraspect in de ruimtelijke onderbouwing bij de te verlenen aanvullende omgevingsvergunning (‘afwijken van bestemmingsplan’). In onderhavig advies komen de volgende onderwerpen aan bod op het punt van de parkeeraspecten; 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Basis voor dit advies en kennishiaten Het bouwplan: wat vooraf ging en de huidige procedure Kritiek van de Afdeling bestuursrechtspraak Advies van Goudappel Coffeng Beleidsmatige eisen aan het bouwplan Jurisprudentie Conclusie Advies

KvK 53778359 btw NL0017 52 033 B96

1. Basis voor dit advies en kennishiaten Ter beoordeling is voorgelegd:  het advies van Goudappel Coffeng1  de begeleidende brief van wethouder Balster bij de ruimtelijke onderbouwing2. Als basisdocument voor het parkeerbeleid is gebruikt de “Nota parkeernormen 2021”3. Als het goed is, zou er een ontwerpbesluit moeten zijn voor het afgeven van de omgevingsvergunning waarin het college van burgemeester en wethouders op basis van de aangeleverde ruimtelijke onderbouwing instemmen met het strijdig gebruik van gronden waarop het bouwplan gerealiseerd wordt. Dit ontwerpbesluit, noch de daaraan ten grondslag liggende aanvraag, zijn mij niet als zodanig voorgelegd. 2. Het bouwplan: wat vooraf ging en de huidige procedure De raad heeft bestemmingsplan “Steenzicht en Ruimzicht” vastgesteld op 10 november 2022. De Afdeling bestuursrechtspraak (hierna: ‘de Afdeling’) heeft dit bestemmingsplan ruim een jaar later echter vernietigd4. Een van de aspecten die leidde tot gegronde beroepen was: parkeren. Omdat de bouw feitelijk al gestart was, moest er vlot een oplossing gerealiseerd worden. Die werd gevonden in het -nog onder het ‘oude’ wettelijke regime5- volgen van de procedure ter verkrijging van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan in het kader van het vergunde ‘bouwplan Steenzicht’.

Het bouwplan houdt in, dat op de plek waar voorheen 48 eengezinswoningen stonden, nu 220 appartementen gebouwd worden (117 sociale woningen en 103 middenhuur woningen)6. Het is logisch, dat daarmee de parkeersituatie verandert. Voor het bouwplan is al op 6 juni 2023 een omgevingsvergunning verleend (voor de activiteit ‘bouwen’). Daarná is het onderliggende bestemmingsplan vernietigd. De vergunning voor het bouwen is blijven bestaan. Als gevolg van de vernietiging van het nieuwe bestemmingsplan is er een juridische afwijking ontstaan van het oude (nu vigerende) bestemmingsplan (nu: ‘omgevingsplan’). Inmiddels is er op 27 december 2023 een nieuwe vergunningaanvraag ingediend -aanvullend, voor alleen de activiteit ‘afwijken’7-, die (gelet op het overgangsrecht Omgevingswet) nog onder het ‘oude’ wettelijke regime moet worden afgehandeld. Vandaar dat dit voorstel tot het verlenen van de vergunning nu in ontwerp alsnog aan uw raad is voorgelegd, ter verkrijging van een verklaring van geen bedenkingen. Zoals bekend, geeft de raad met zo’n verklaring de instemming aan het college om de omgevingsvergunning voor het afwijken te kunnen verlenen. Zonder die verklaring is dat niet mogelijk.

1 Goudappel Coffeng, ‘Parkeren woningbouwontwikkeling Steenzicht’, Aukje van de Reijt, 27 februari 2024.

2 Begeleidende brief van wethouder Balster bij de ruimtelijke onderbouwing d.d. 10 september 2024, kenmerk

DSO/10789746 RIS 319815. 3 Nota parkeernormen 2021 c.q. de Regeling autoparkeernormen Den Haag 2021, DSO/10139404, RIS309547. 4 ABRS 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4777. 5 Vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet c.a. per 1 januari 2024 geldt vanaf diezelfde datum overgangsrecht, op grond waarvan -grof gezegd- aanvragen om omgevingsvergunning van vóór die datum nog afgehandeld dienen te worden op basis van -in dit geval- de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (vgl. artikel 4.13 Invoeringswet Omgevingswet). 6 Goudappel Coffeng, a.w., pagina 1. 7 Vgl. Begeleidende brief van wethouder Balster bij de ruimtelijke onderbouwing d.d. 10 september 2024, kenmerk DSO/10789746 RIS 319815. 2

Een van de aspecten van het ‘afwijken van het bestemmingsplan’ is de parkeersituatie. Dat die geen (nieuwe) problemen oplevert, dient te blijken uit de ruimtelijke onderbouwing, waar bijlage 7 (i.e. het advies van Goudappel Coffeng) onderdeel van is. 3. Kritiek van Afdeling bestuursrechtspraak In haar uitspraak heeft de Afdeling -kort gezegd- de volgende kritiek geleverd op de parkeeraspecten in het bestemmingsplan8: a. Er is geen inzicht gegeven in toegepaste saldering; b. Er is geen onderbouwing over het toegepaste parkeerregime en de effecten ervan op de beschikbaarheid van parkeerplekken in het plangebied; c. Parkeerplekken in de openbare ruimte zullen bij de definitieve herinrichting verdwijnen vanwege een nog te bouwen parkeergebouw, dat geprojecteerd is buiten het plangebied. De Afdeling concludeerde, dat in het bestemmingsplan onvoldoende was komen vast te staan, dat zou worden voorzien in voldoende parkeerplaatsen.  Gelet op het voorgaande geldt, mutatis mutandis, ook voor dit te vergunnen bouwplan dat vast moet staan dat en waarom er voldoende parkeergelegenheid zal zijn als gevolg van de realisatie ervan. 4. Advies van Goudappel Coffeng Grofweg zijn in het beknopte parkeeradvies drie berekeningen opgenomen: a. De bestaande parkeerbehoefte (op basis van de 48 eengezinswoningen) b. De nieuwe parkeerbehoefte op basis van het uitgangspunt ‘parkeerregulering’ c.

De nieuwe parkeerbehoefte op basis van het uitgangspunt ‘geen parkeerregulering’ De parkeerbehoefte is berekend op basis van de normering uit de Nota parkeernormen 2021 (paragraaf 2.3). Voor de situatie, waarin er nog 48 eengezinswoningen bestonden, blijkt uit het advies van Goudappel Coffeng geen bestaand parkeerprobleem. Voor de situatie ná realisatie van het bouwplan wordt onderscheid gemaakt in twee parkeerregimes: met en zonder parkeerregulering (respectievelijk hoofdstukken 3 en 4):  Als en voor zover gereguleerd parkeren is ingevoerd, zal sprake zijn van een positieve parkeerbalans (+ 4,6), dus er is dan ruim voldoende parkeerplek voor de nieuwe bewoners (op eigen terrein) en hun bezoekers (in de openbare ruimte). Voor de nieuwe bewoners en hun bezoekers zijn afzonderlijke parkeerbalansen opgesteld.  Als en voor zover gereguleerd parkeren NIET is ingevoerd, zal sprake zijn van een negatieve parkeerbalans (-2,4), die zal worden opgelost met het beschikbaar stellen van 7 parkeerplaatsen op eigen terrein9. Voor nieuwe bewoners en bezoekers zijn afzonderlijke berekeningen (balansen) opgesteld10. Uiteindelijk zal er ook in dit regime genoeg parkeerplek zijn voor de nieuwe bewoners (op eigen terrein, op twee plekken) en hun bezoekers (in de openbare ruimte).

8 ABRS 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4777; r.o.v. 14.3, 2e alinea.

9 Goudappel Coffeng, a.w., pagina 11: de exclusiviteit in het gebruik door bewoners is gegarandeerd door

gebruikmaking van een parkeerbeugel. 10 Goudappel Coffeng, a.w., tabel 4.2, pagina 12.

3

Het advies van Goudappel Coffeng komt in ieder geval tegemoet aan twee punten van kritiek van de Afdeling bestuursrechtspraak: a. Er is inzicht gegeven in de toegepaste saldering, voor zover al aan de orde; b. Er is een onderbouwing voor twee varianten parkeerregimes met bijbehorende effecten ervan op de beschikbaarheid van parkeerplekken in het plangebied. Het voordeel van de gemaakte keuze voor het afgeven van een omgevingsvergunning voor alleen dit bouwplan is, dat uitsluitend dit bouwplan beoordeeld moet worden. Het al dan niet later veranderen van de omgeving, zoals bijvoorbeeld de toevoeging van een parkeergebouw met bijbehorende veranderingen in de openbare parkeergelegenheid11, hoeft dus op dit moment niet meegenomen te worden in de overwegingen van de raad om al dan niet een verklaring van geen bedenkingen af te geven. In de situatie van het vaststellen van een bestemmingsplan zou dat anders zijn geweest.  Voor zover ik kan nagaan, zijn de berekeningen van de parkeerbehoefte voor beide situaties correct uitgevoerd (op basis van de juiste beleidsregels en met correcte berekeningen).  Tekeningen van de beoogde parkeervoorzieningen op eigen terrein én in de openbare ruimte, in zowel de gereguleerde als in de niet-gereguleerde situatie, zouden m.i. verduidelijkend werken op de vraag welk ruimtelijk effect bereikt is. 5.

Beleidsmatige eisen aan het bouwplan Nadrukkelijk is voor dit bouwplan gebruik gemaakt van de beleidsmatige reductiemogelijkheden van de parkeerbehoefte, hetgeen nodig is vanwege vergroting van de parkeerbehoefte als gevolg van de forse vergroting van het aantal woningen ter plaatse (van 48 grondgebonden eengezinswoningen naar 220 appartementen). De crux van die reductiemogelijkheden zit in de duurzame inzet van deelauto’s en/of deelbakfietsen, zoals geregeld in artikel 3:4 van de Nota parkeernormen 2021. Anders gezegd: het is weliswaar mogelijk om de parkeerbehoefte te reduceren, maar alleen als en voor zover de aanvrager bij een bouwontwikkeling ten minste voor een periode van 5 jaar deelauto’s en/of deelbakfietsen ter beschikking stelt. De mate van reductie van de parkeerbehoefte is dan volgens de Nota afhankelijk van de vraag, of er sprake is van wel of niet gereguleerd gebied. Essentieel bij de toepassing van deze mogelijkheid is, dat er concrete voorwaarden gelden, waaraan voldaan moet zijn (zie hiervoor artikel 3:4 van de Nota).

Zo moet een ondertekende overeenkomst de duurzame inzet van deelauto’s dan wel deelbakfietsen aantonen, moeten er afspraken worden gemaakt over de overdracht van deelauto’s met toekomstige gebruikers of de vereniging van eigenaren bij aanvraag van de omgevingsvergunning, moeten er data over het gebruik van de deelauto’s dan wel deelbakfietsen met de gemeente worden gedeeld en moeten de parkeerplaatsen uiteindelijk behouden blijven voor gebruik door de bewoners.  Dat de benodigde overeenkomsten over de duurzame inzet van deelauto’s in combinatie met deelbakfietsen, zoals bedoeld in de Nota parkeernormen 2021, daadwerkelijk zijn gesloten is uit de mij voorgelegde stukken niet gebleken. Idem voor 11 Waar de Afdeling bestuursrechtspraak van uit ging in eerdergenoemde uitspraak over het nieuwe

bestemmingsplan d.d. 20 december 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4777). 4

het delen van data en het toekomstige behoud van de betreffende parkeerplaatsen. Uit de ruimtelijke onderbouwing zou echter wel degelijk moeten blijken dat daadwerkelijk wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen12; naar mijn mening geldt dat in het bijzonder, nu er gebruik gemaakt is van de mogelijkheid om de parkeerbehoefte te reduceren. 6. Jurisprudentie Zoals de Afdeling in haar uitspraak vermeldt, is het vaste rechtspraak dat een nieuwe ontwikkeling geen oplossing hoeft te bieden voor een bestaand parkeerprobleem13.  Als en voor zover in de bestaande situatie sprake zou zijn van een bestaand parkeerprobleem (wat ik niet met zekerheid kan vaststellen op basis van de mij voorgelegde stukken), hoeft hiermee in ieder geval geen rekening gehouden te worden bij het verlenen van de vergunning. Het aanzienlijk verlagen van de parkeernorm kan aanvaardbaar zijn vanwege de toepassing van een mobiliteitsconcept in combinatie met betaald parkeren14. Ook is het noodzakelijk om voldoende te motiveren waarom reducties toegepast kunnen worden en waarom dat past binnen het parkeerbeleid15.  In de voorliggende situatie zijn mogelijkheden tot verlaging van de parkeerbehoefte en de voorwaarden waaronder dat mogelijk is, duidelijk aangegeven in de Nota parkeernormen 2021. Uit het advies van Goudappel Coffeng blijkt m.i.

voldoende dat, waarom en hoe de gebruikte reductiemogelijkheden toegepast kunnen worden. 7. Conclusies Als en voor zover in de bestaande situatie sprake zou zijn van een bestaand parkeerprobleem16, hoeft hiermee in ieder geval geen rekening gehouden te worden bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Voor zover na te gaan, zijn de berekeningen van de parkeerbehoefte voor beide situaties correct uitgevoerd (op basis van de juiste beleidsregels en met correcte berekeningen). Daarbij kunnen de nieuwe bewoners op eigen terrein en de bezoekers in de openbare ruimte parkeren en hebben daarvoor voldoende ruimte. In de voorliggende situatie zijn mogelijkheden tot verlaging van de parkeerbehoefte en de voorwaarden waaronder dat mogelijk is, duidelijk aangegeven in de Nota parkeernormen 2021. Uit het advies van Goudappel Coffeng blijkt m.i. voldoende dat, waarom en hoe de gebruikte reductiemogelijkheden toegepast kunnen worden.

12 Vgl. ABRS 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1383, m.m. r.o.v. 12.3. 13 Vgl. ABRS 4 september 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:3056).

14 Vgl. ABRS 22 maart 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:1164; Maastricht). 15 Vgl. ABRS 13 december 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4644; Zwolle).

16 Op basis van de voorgelegde stukken is dit niet met zekerheid vast te stellen.

5

8. Advies Ook voor dit specifieke bouwplan geldt, dat vast moet staan dat en waarom er voldoende parkeergelegenheid zal zijn als gevolg van de realisatie ervan. Beleidsmatig en rekenkundig is dat voldoende onderbouwd. Op grond van de beleidsregels17 zijn echter ook bewijzen nodig. Dat de benodigde overeenkomsten over de duurzame inzet van deelauto’s in combinatie met deelbakfietsen, zoals bedoeld in de Nota parkeernormen 2021, daadwerkelijk zijn gesloten en gelden is echter uit de mij voorgelegde stukken niet gebleken. Idem geldt dit voor het delen van data en het toekomstige behoud van de betreffende parkeerplaatsen.  Aan te bevelen is om tekeningen te vragen van de beoogde parkeervoorzieningen op eigen terrein én in de openbare ruimte, in zowel de gereguleerde als in de nietgereguleerde situatie. Visualisatie werkt altijd verduidelijkend op de vraag welk ruimtelijk effect bereikt is.  Het advies luidt om in de vergunning(voorschriften) te laten borgen dat de op grond van de Nota parkeernormen 2021 benodigde bewijzen aan uw raad worden overgelegd, vóórdat de verklaring van geen bedenkingen door uw raad kan worden afgegeven. Alleen op die manier ontstaat voldoende (rechts)zekerheid dat het bouwplan voor wat betreft het parkeren geen problemen zal opleveren. Ik hoop en verwacht u hiermee van het gevraagde advies te hebben gediend.

Mochten er nog vragen zijn, dan weet u mij wel te bereiken. Vriendelijke groeten, Woestenenk Legal w.g. Mw. Mr. Drs. M. Woestenenk Advocaat

17 In het bijzonder artikel 3:4 Nota parkeernormen 2021.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14533623/1