210621 Brief aan Raad subsidieregeling
Tekst van het document
Aan:
de leden van de Gemeenteraad van de gemeente Den Haag Postbus 19157 2500 CD Den Haag
Datum:
21 juni 2021
Betreft: Uw kenmerk:
oproep tot opschorting Subsidieregeling Sociaal en Vitaal Den Haag 2021 OCW/10085914 – RIS308715
Geachte mevrouw, meneer, Met deze brief spreken de leden van het Platform Zorgvrijwilligers Den Haag hun grote zorg uit over de gevolgen van de invoering van de nieuwe subsidieregeling ‘Samen Sociaal en Vitaal Den Haag 2021’. Het Platform Zorgvrijwilligers Den Haag vertegenwoordigt 15 organisaties met meer dan 2000 vrijwilligers die zich inzetten voor kwetsbare inwoners van onze stad. Velen van ons krijgen rechtstreeks te maken met deze nieuwe regeling. Omdat de regeling al is vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders en daar geen bezwaar tegen mogelijk is, en ook niet mogelijk is geweest, zien wij geen andere mogelijkheid dan ons rechtstreeks tot u te richten met het dringende verzoek om uw College te verzoeken deze regeling op te schorten, dan wel voor bepaalde tijd uit te stellen. Dit verzoek om uitstel sluit aan bij onze vraag of het College van Burgemeester en Wethouders bij het opstellen van deze subsidieregeling in afdoende mate heeft voldaan aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, te weten het zorgvuldigheidsbeginsel (het zorgvuldig onderzoeken van relevante feiten en het betrekken van belanghebbenden) en het rechtzekerheidsbeginsel (het tijdig duidelijkheid verschaffen, zodat belanghebbenden voldoende mogelijkheid heeft om te reageren en te handelen). In deze brief werken wij deze zorgen nader uit.
Wij maken daarbij een onderscheid tussen inhoudelijke en procedurele argumenten. 1. Inhoudelijke argumenten a. Zorgvrager, zorgvrijwilliger en samenleving Bovengenoemde Subsidieregeling heeft als doel het bevorderen van vitaliteit, participatie of zelfredzaamheid van kwetsbare inwoners. Naast de betekenis van vrijwilligerszorg voor de zorgvrager is het van betekenis voor de zorgvrijwilliger en voor onze stad. Zorgvragers kunnen hun autonomie, vitaliteit, participatie en zelfredzaamheid behouden. Zorgvrijwilligers ontvangen waardering, voldoening, nieuwe levenservaringen en de mogelijkheid tot persoonlijke ontwikkeling. Onze vrijwilligers vormen de kern en het hart van onze organisaties. Zij worden hiervoor geworven, getraind en begeleid. Vrijwilligerszorg versterkt in onze samenleving de onderlinge sociale betrokkenheid. In de Subsidieregeling komt juist de waarde en betekenis van vrijwilligerszorg voor de stad onvoldoende aan bod en wordt dus onvoldoende gehonoreerd en daarmee gewaardeerd. b. Niet subsidiëren van noodzakelijke kosten van en voor zorgvrijwilligers In Artikel 1:6 staat dat de reis- en onkostenvergoedingen, de verzekeringskosten en de kosten van de VOG van vrijwilligers niet in aanmerking komen voor subsidie.
Ook mag voor de waardering van de aan de subsidiabele activiteiten verbonden vrijwilligers niet meer dan € 15,- per vrijwilliger per jaar worden uitgegeven en € 5.000,- per aanvraag. 1
Volgens de Nota “Goed voor elkaar 2020-2023” wil de gemeente vrijwilligerswerk stimuleren, erkennen, waarderen en ondersteunen. Het niet subsidiëren van voor de uitvoering van het vrijwilligerswerk gemaakte noodzakelijke kosten en van activiteiten om onze waardering en betrokkenheid tot uiting te brengen is daarmee in tegenspraak. Het lijkt erop dat vrijwilligers wel belangrijk zijn, maar dat het niets mag kosten. Het vergoeden van deze (on)kosten en het organiseren en financieren van deze activiteiten verhoogt de kwaliteit en de animo voor dit soort vrijwilligerswerk en versterkt het behoud van vrijwilligers. Zorgvrijwilligers voelen zich daardoor gezien en gewaardeerd. Bovendien kan het niet vergoeden van door vrijwilligers gemaakte kosten leiden tot het afhaken van (potentiële) vrijwilligers, omdat zij zich deze kosten niet zelf kunnen permitteren. Hiermee bereiken we niet de gewenste diversiteit in het vrijwilligersbestand. Ook de beoogde activering van kwetsbare burgers door vrijwilligerswerk komt onder druk te staan. In de Nota “Goed voor elkaar 2020-2023” staat op blz. 12, 7e aandachtspunt dat de gemeente in 2021 zal onderzoeken hoe het beleid rondom vrijwilligersvergoedingen beter op de praktijk kan aansluiten. Voordat dit onderzoek wordt gedaan, wordt de subsidiering van vrijwilligersvergoedingen al afgeschaft. c.
De flexibele vrijwilliger versus de stabiele, trouwe vrijwilliger In de Subsidieregeling wordt gesproken over de “flexibele vrijwilliger”. In de nota “Goed voor elkaar 2020-2023” (blz. 10) staat dat er behoefte is aan korte klussen met een kop en een staart of een kleine vaste taak, die je doet op een zelfgekozen moment. Deze korte klussen worden geacht aantrekkelijk te zijn voor vooral “young professionals” tussen 15 en 35 jaar. In Artikel 1:10, lid g en Artikel 1:11, lid g, staat dat een organisatie 1 punt krijgt als de activiteit aantrekkelijk is voor flexibele vrijwilligers. De zorgvrijwilligers bij de organisaties voor vrijwilligerszorg kiezen over het algemeen heel bewust vanuit betrokkenheid bij betreffende doelgroep. De relatie tussen de zorgvrager en de zorgvrijwilliger staat centraal. Betrokkenheid, wederkerigheid en zorgzaamheid vormen de waarde en betekenis van vrijwilligerszorg voor zowel de zorgvrager als de zorgvrijwilliger. Dit vraagt om trouw en een langdurige inzet van de zorgvrijwilliger, maar dat levert in deze subsidieregeling geen punten op. Alleen de flexibele vrijwlliger levert punten op en verhoogt. de kans op subsidie. Dit staat haaks op de gedeelde mening dat zorgvrijwilligers met duurzame inzet onmisbaar zijn voor de samenleving en brengt het risico met zich mee dat subsidie wegvalt voor organisaties die juist die duurzame ondersteuning bieden. d.
Puntensysteem: wie het eerst komt het eerst maalt en meer is beter Bij het puntensysteem in Artikel 1:10 en 1:11 valt op dat in eerste instantie telt “wie het eerste komt wie het eerste maalt” (honorering in volgorde van indienen) en kwantiteit (meer deelnemers meer punten). Dit zegt niets over de kwaliteit en de waarde van de activiteiten en of bepaalde activiteiten passen in het gemeentelijk beleid. Bovendien werkt het zinloze concurrentie in de hand, waarvan de vrijwilligerszorg tot nu toe bespaard is gebleven, en het werpt een drempel op voor nieuwe, kleine en misschien wel zeer zinvolle activiteiten e. Subsidieplafond Uiteraard is er een plafond aan het totale subsidiebedrag dat beschikbaar is. Echter in de artikelen 1:9, 1:10, 1:11 en 1:12, lid 3 staat dat, als het subsidieplafond is bereikt, loting wordt toegepast op de onderlinge rangschikking van de aanvragen. Dit is geen beoordeling op basis van inhoudelijke doelstellingen van de gemeente.
2
f.
Wervingsstrategie voor de doelgroep versus werving zorgvrijwilligers In Artikel 2:1 wordt onder lid b. alleen gesproken over wervingsstrategie voor de doelgroep. Voor organisaties voor vrijwilligerszorg is het bereiken van de doelgroep niet het probleem. Er moet vooral veel energie en middelen gestoken worden in de werving van zorgvrijwilligers.
g. Meten van impact In de Nota “Goed voor elkaar 2020-2023” staat op blz. 16 onder aandachtspunt 2 dat de gemeente in 2022 het subsidiekader voor vrijwilligersorganisaties wil evalueren wat betreft de maatschappelijk impact en hoe de betrokken vrijwilligersorganisaties het gebruik ervaren. Het is onduidelijk welke impact wordt beoogd en hoe deze gemeten wordt. Hiermee komt de vraag op of de regeling alleen bedoeld is voor ondersteuning van kwetsbare doelgroepen of ook gericht is op het bieden van ondersteuning aan vrijwilligers en het vergroten van hun maatschappelijke betrokkenheid. 2. Procedurele argumenten Al in november 2019 is aangekondigd dat er een nieuw subsidiekader zou komen, ter vervanging van bestaande regelingen en in antwoord op de aanbevelingen van de rekenkamer van 2017. Sinds die aankondiging hebben wij – als individuele organisaties en als gezamenlijk Platform – aangedrongen bij de gemeente om betrokken te worden bij de inhoudelijke uitwerking hiervan. Dit is helaas nooit gebeurd. In 2020 werd ons verteld dat de gemeente – mede als gevolg van de Covid 19 pandemie – de regeling niet op tijd af zou hebben om de regeling voor 2021 in te voeren. Begin 2021 werd ons aangekondigd dat de regeling zou ingaan per 2022. Pas op 18 mei 2021 kregen wij de regeling toegestuurd. Twee weken later was er een webinar (op 3 juni).
Pas daar hoorden wij dat de benodigde aanvraagformulieren begin juli voorhanden zullen zijn. En werd ons meegedeeld dat er een scherp en kort ‘aanvraag-window’ is voorzien tussen 21 augustus en 4 september. Daar waar de gemeente ruim 2 jaar de tijd neemt om de regeling op te stellen, krijgen wij pas begin juli alle relevante informatie volledig ter beschikking. Al onze organisaties hebben dan net iets meer dan één maand om de aanvraag voor te bereiden en te bespreken met medewerkers, vrijwilligers en partnerorganisaties. Wij zijn van mening dat de gemeente hiermee in een, in alle opzichten, te korte periode voorziet. In de week van 25 mei ontvingen wij een brief waarin de gemeente de huidige subsidierelatie formeel beëindigt. Als wij een nieuwe aanvraag indienen (voor 4 september), zullen we pas in de loop van november horen of we opnieuw in aanmerking komen voor subsidie. Als dat niet het geval zal zijn, ontbreekt het ons aan tijd om andere financiering te vinden. Daarmee komt de bedrijfsvoering en continuïteit van activiteiten van vele van onze organisaties ernstig onder druk te staan. Wij zijn van mening dat de feitelijke tijd voor aanvragen en toekennen of afwijzen te kort is.
Om die reden willen wij u vragen uw college te verzoeken om deze tijd te verlengen en daarmee dus de regeling uit te stellen en de huidige subsidierelaties voort te zetten, tot het moment dat de regeling wel op een verantwoorde manier kan worden ingevoerd. (Om aan deze nieuwe ingrijpende regeling goed te kunnen voldoen, dient het College immers voldoende tijd aan ons te geven cf. artikel 4:51 van de Algemene wet bestuursrecht.) 3. Afronding In de mail van 18 mei j.l. staat onder andere dat de subsidieaanvraag niet besproken mag worden met de beleidsmedewerker van de gemeente. Hiermee staat de relatie tussen de gemeente en het maatschappelijk middenveld onder druk. Het vertroebelt de zo gewenste goede relatie en samenwerking tussen gemeente en de uitvoerende organisaties. Iets wat in deze tijd (corona, 3
verstoorde verhoudingen) juist extra noodzakelijk is. Hiermee ontneemt de gemeente zich de kans om een goed beleid te ontwikkelen voor de stad: goed beleid ontstaat juist in samenspraak. Als organisaties in het maatschappelijk middenveld staan wij heel dicht bij de mensen en kunnen daarom goed inschatten in hoeverre beleid effectief kan zijn. Deze brief met zorgen wordt ondertekend door diverse organisaties uit het Platform Zorgvrijwilligers. U vindt onze namen onder deze brief. Daar staan ook namen tussen van organisaties die (ook) onder andere subsidieregelingen vallen, maar we hechten eraan solidair aan elkaar naar u te schrijven. Het Platform voelt zich sterk betrokken bij het Haagse gemeentelijk beleid. Dat de gemeente dit ook wil, blijkt uit ‘Goed voor elkaar!’ Haags Vrijwilligersbeleid 2020 – 2023, waarin de gemeente ons op pagina 15 expliciet noemt als belangrijk. Die genoemde importantie hebben wij nu niet ervaren. Vanuit die gevoelde betrokkenheid, verzoeken wij u dringend om uw college te vragen om de invoering van de subsidieregeling op te schorten om een onwerkbare situatie te voorkomen en een overgangsperiode van maximaal 1 jaar in acht te nemen. Graag vernemen wij uw reactie, Met vriendelijke groet, Elly Spoelstra Voorzitter Platform Zorgvrijwilligers Den Haag Deze brief wordt onderschreven en medeondertekend door:
Buddies (HandicapNL); Marcia van Beek (Business unit manager)
Buddy Netwerk; Else A. Kodde (Directeur/bestuurder)
Humanitas Haagland; Steven Oostlander (Bestuursvoorzitter)
Kompassie; Jacqueline van den Bos (Directeur)
Plusgroep; Mirte van der Graaf (Coördinator)
Stek, stichting voor stad en kerk; Derk Stegeman (Directeur)
Stichting Mara; Marc Bollerman (Directeur)
Stichting Vitalis; Tineke Jurriens (Projectleider)
Stichting Vrijwilligers Terminale Zorg; Jorijn Kooij (Coördinator)
Straat Consulaat; Marlies Filbri (Directeur)
Vriendendienst Den Haag; Saskia Coppoolse (Coördinator)
Een kopie van deze brief is verstuurd aan: het College van Burgemeester en Wethouders en aan de Cliëntenraad Sociaal Domein
4