20260709-RIS325516 Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning tijdelijk paviljoen Trekweg 121
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
9 juni 2026
DSO/11026493 RIS325516
Voorstel van het college inzake Verzoek om bindend advies voor omgevingsvergunning tijdelijk paviljoen Trekweg 121 Op 5 maart 2025 is een aanvraag omgevingsvergunning gedaan voor het verlengen van de omgevingsvergunning voor het verlengen van de instandhoudingstermijn van het paviljoen aan de Trekweg 121 voor een periode tot maximaal 9 augustus 2028. De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan en is daarom een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Op basis van de toetsing van de activiteit op alle relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving is het college van oordeel dat de activiteit voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Omdat het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat er ruimte moet worden gegeven aan initiatieven in de leefomgeving (ja, mits benadering) en het plan voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’, heeft het college het voornemen om een vergunning te verlenen voor de aangevraagde activiteit. Op 29 april 2023 (RIS313814) heeft de gemeenteraad een lijst vastgesteld van categorieën BOPA’s waarvoor het college een bindend advies aan de raad moet vragen. Op 4 februari 2026 (RIS323971) heeft de gemeenteraad een aangepaste lijst vastgesteld met categorieën waarvoor bindend advies is vereist.
Met dit besluit tot aanpassing van de categorieën is de oorspronkelijke bijlage bij RIS313814 vervangen door de aangepaste lijst met categorieën. De aangevraagde activiteit valt in de categorie 1.l: ‘Een activiteit binnen een gebied, dat op grond van het omgevingsplan een groen-, water-, park- of natuurfunctie heeft, waarbij de verharding of het bebouwd oppervlak met meer dan 100 m2 toeneemt ten opzichte van wat op grond van het omgevingsplan binnen deze bestemming is toegestaan.’. Daarom vraagt het college de gemeenteraad om advies of de activiteit voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het advies is bindend voor het besluit van het college op de aanvraag omgevingsvergunning. Bij een positief advies van de raad verleent het college de vergunning. Bij een negatief advies van de raad weigert het college de vergunning op basis van een onderbouwing van de raad waarom het plan niet voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Hieronder volgt een korte omschrijving van de voorgeschiedenis, het huidige initiatief en de uitkomst van de beoordeling van de voor de activiteit relevante aspecten. Voorgeschiedenis Het paviljoen bestaat sinds 2013 en is destijds als tijdelijk initiatief gerealiseerd. Het betrof toen nog een buurtinitiatief van de Stichting Coöperatief Eigenwijzer.
De motivering voor de tijdelijke vergunningverlening voor 5 jaar werd destijds gevonden in de voor onbepaalde tijd uitgestelde herstructurering van de krachtwijken als gevolg van de economische crisis. Als er niet geïnvesteerd zou worden in deze gebieden kwam de leefbaarheid en de veiligheid in het geding. Het met buurtparticipatie tot stand gekomen initiatief droeg bij de verbetering van de leefbaarheid en werd beschouwd als essentiële bijdrage aan de leefbaarheid in de wijk. Wijkvoorzieningen als deze werden gezien als belangrijk in het bereiken en onderhoud van de contacten met bewoners.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
In 2018 volgde een nieuwe aanvraag om omgevingsvergunning om het tijdelijke horecapaviljoen nog eens 5 jaar te mogen laten staan. Hoewel het initiatief inmiddels niet meer door genoemde stichting werd genomen, maar door een commerciële partij, werd nog steeds de motivering voor het initiatief gevonden vanwege het belang van het continueren van de voorzieningen ter plaatse. Samen met de toen geplande herinrichting van speelvoorziening aan de Trekweg werd verwacht dat het continueren van de horecavoorziening zou bijdragen aan een prettig ambiance en invulling van de openbare ruimte aan en langs de Trekvliet. Later is in samenspraak met de buurt ook een waterspeelplaats ingericht. In hiervoor genoemde vergunningstrajecten is de gemeenteraad niet betrokken geweest, omdat tijdelijke vergunningverlening onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht een collegebevoegdheid was. Hiervoor was ook geen verklaring van geen bedenkingen nodig. De laatst verleende tijdelijke vergunning was geldig tot en met 9 augustus 2023. Er is een gat ontstaan tussen die datum en nu waardoor het paviljoen er nu zonder omgevingsvergunning staat. Initiatiefnemer heeft dit willen voorkomen door op 16 februari 2023 een nieuwe omgevingsvergunning voor het horecapaviljoen aan te vragen. Deze aanvraag betrof een verzoek om het horecapaviljoen permanent te kunnen behouden.
Kort samengevat is deze vergunning geweigerd, omdat het behoud en de versterking van de bestaande ‘Hoofdbomenstructuur’ zwaarder woog dan de permanente status van het paviljoen met commerciële horeca. Dit werd ingegeven door het “Groen, tenzij”-principe van de Kadernota Openbare Ruimte (RIS314856) dat was en is opgenomen als fundamenteel uitgangspunt voor de inrichting van de Haagse openbare ruimte. Het betekent dat groen de standaardkeuze is, en dat afwijken alleen mag wanneer er een aantoonbare goede reden voor is. Daarbij zou het permanent geplaatst houden van het horecapaviljoen de uitvoering in de weg staan van de ‘Visie Waterfrontpark’ (RIS303174), dat is opgenomen in het ‘Ruimtelijk Raamwerk Trekvlietzone’ (RIS312560). Op 26 november 2015 (RIS288041) heeft de gemeenteraad een ‘Algemene verklaring van geen bedenkingen’ vastgesteld. Op 28 juni 2023 (RIS315594) is gemeld dat deze op de aanvraag voor het permanent horecapaviljoen van toepassing is. Hiermee kon het college zonder specifieke verklaring van de gemeenteraad negatief op de aanvraag beschikken. Initiatief en procedure De activiteit waarvoor nu een omgevingsvergunning is aangevraagd, betreft geen verzoek voor permanent behoud, maar een verzoek tot het tijdelijk langer geplaatst houden van het paviljoen aan de Trekweg 121. Zie bijlage 1 voor de tekeningen.
Zoals hierboven al omschreven is al tweemaal eerder, op 8 mei 2013 en 9 augustus 2018 voor het paviljoen aan de Trekweg 121 een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor 5 jaar, waarbij afgeweken werd van het geldende bestemmingsplan. Met vergunningverlening op voorliggende aanvraag legaliseren we de periode vanaf het verstrijken van de termijn van de laatst verleende tijdelijke vergunning tot het moment van inwerkingtreding van de nieuwe vergunning. Daarnaast wordt het paviljoen dan nog toegestaan tot het moment dat het bouwwerk er maximaal 15 jaar staat. Initiatiefnemer wenst de omgevingsvergunning opnieuw voor een periode tot uiterlijk 9 augustus 2028 vergund te krijgen met een tijdelijke omgevingsvergunning, zie bijlage 2.
2/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
Na 9 augustus 2028 krijgt de initiatiefnemer geen nieuwe omgevingsvergunning en verloopt het huurcontract. Er is dan geen mogelijkheid meer voor legalisatie, zoals dat nu tijdelijk nog wordt toegestaan. De initiatiefnemer zal dan het bouwwerk moeten afbreken en de gronden worden dan weer in gebruik genomen overeenkomstig de geldende groenbestemming. De waterspeelplaats ligt naast het horecapaviljoen, maar is daar niet aan verbonden. De waterspeelplaats is geen onderdeel van de aanvraag. De waterspeelplaats is in overeenstemming met de bouw- en gebruiksregels van het Omgevingsplan gemeente Den Haag (bestemmingsplan ‘Laakwijk – Schipperskwartier’) en blijft bestaan. De gevraagde activiteit past niet in de bouw- en gebruiksregels van het Omgevingsplan gemeente Den Haag (bestemmingsplan ‘Laakwijk – Schipperskwartier’), omdat het horecapaviljoen als hoofdgebouw niet past in de voor ‘Groen’ bestemde gronden. De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Park, plantsoen, grasvelden, gazons en speel- en ligweide, bomen en planten, boomvakken en plantenvakken, speeltoestellen, waterlopen en waterpartijen, oevers, duikers en bruggen, (ontsluitings-) wegen, voet- en fietspaden en parkeerplaatsen één en ander met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen.
Het gevraagde paviljoen ten behoeve van een horecagelegenheid met een recreatieve functie en daarnaast voor gebruik met maatschappelijk, cultureel en sociaal karakter past niet in deze bestemmingsomschrijving. De aanvraag omvat een paviljoen (circa 95 m2) met bijbehorend bijgebouw (circa 11 m2) en terras (circa 65 m2). Overeenkomstig de bouwregels zijn alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan. Het gevraagde hoofgebouw met een bijgebouw is daarom niet toegestaan binnen de bouwregels. Daarbij zijn de gronden aangewezen voor 'Waterstaat-waterkering'. Deze gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterkering. Voor het bouwen geldt dat alleen bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de waterkering zijn toegestaan. Ten dienste van de andere voorkomende bestemming zijn geen bouwwerken toegestaan. Voor het geplaatst houden van het paviljoen met bijgebouw is daarmee in strijd met de bouwregels van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Het college heeft de activiteit beoordeeld op een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Op alle relevante aspecten valt de beoordeling positief uit.
Omdat het uitgangspunt van de Omgevingswet is dat er ruimte moet worden gegeven aan initiatieven in de leefomgeving (ja, mits benadering) en het plan voldoet aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ vindt het college dat de vergunning kan worden verleend. Dit is alleen mogelijk met een positief advies van uw raad over de gevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Bij een negatief advies vragen wij uw raad om een nadere motivering waarom niet wordt voldaan aan een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Beoordeling Bij de aanvraag is een motivering geleverd om te onderbouwen dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (bijlage 3 ‘Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ met kenmerk 2023421/2, d.d. 13 september 2025 van Legalexion). Hierna volgt de beoordeling van de relevante aspecten van de motivering.
3/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
Planologie De planologische beoordeling is positief en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Het initiatief betreft de afgifte van een tijdelijke vergunning voor een horecagelegenheid in de bestemming ‘Groen’ aan de Trekvliet tussen de Haagse Molenwijk en Binckhorst. De tijdelijke omgevingsvergunningen uit 2013 en 2018 zijn destijds verleend, ook al was de bijbehorende bebouwing in strijd met de bestemmingsomschrijving en bouwregels uit de artikelen 10.1 en 10.2 van het bestemmingsplan ‘Laakwijk-Schipperskwartier’. Belangrijke overwegingen hierbij waren: de toegevoegde waarde van een dergelijke wijkvoorziening aan de levendigheid en leefbaarheid van de Molenwijk in het stadsdeel Laak; de impact van de horecagelegenheid op de groenvoorziening langs de Trekvliet-oever, die ter hoogte van het horecapand ook ruimte biedt aan een speelvoorziening en een in- en uitstapplaats voor kleine pleziervaart in de vorm van kano’s en roeiboten. Het initiatief betreft een horecapaviljoen (kiosk). Het hoofdgebouw met een bijgebouw worden binnen de bestemming ‘Groen’ voorgesteld. Beoordeeld is of voor onderhavig voornemen in de bestemming specifieke redenen of beleidskaders bestaan die een afwijking of handhaving van de planregels nader kunnen motiveren.
De planregels en verbeelding van het bestemmingsplan ‘Laakhaven Schipperskwartier’ zijn onder andere gericht op de instandhouding van een groenzone langs de westoever van het Trekvliet. Deze groenzone vormt een overwegend groene schakel tussen de ecologische verbinding van de Laakzone in het noorden en de ecologische verbinding langs de Broekslootkade en de Cromvlietkade in Rijswijk in het zuiden. De groenzone heeft voor het merendeel een minimale breedte van 15 meter, die her en der uitwaaierend naar een breedte van ruim 30 meter. Als zodanig biedt zij ruimte aan een dubbele rij volgroeide en gave stadsbomen, frequent beheerd gazon en bermgroen alsmede clusters met oevervegetatie langs de kade. Functioneel biedt zij verder ruimte aan een wandelroute, informele speelplekken, verspreid voorkomende nutsvoorzieningen en een kinderspeelplaats ter hoogte van de horecavoorziening. De horecavoorzieningen is gesitueerd in de lengterichting van de groenvoorziening ter plaatse van een breder uitwaaierend trajectdeel van de groenverbinding. Daarom vormt het pand functioneel gezien geen buitensporig storend obstakel. Omwonenden kunnen de voorziening en de naast gelegen speelplaats tijdelijk nog als welkome ontmoetingsplek gebruiken en daarnaast kan zij zowel door waterrecreanten als door fietsers en wandelaars als rustpunt worden gebruikt.
Gezien deze meerwaarde is een medewerking aan een dergelijke voorziening in planologisch opzicht voorstelbaar. Geconstateerd moet worden dat de voorziening in haar omvang echter een duidelijk ruimere maatvoering heeft dan andere horecavoorzieningen, die in Den Haag in groenvoorzieningen gesitueerd zijn. Daarnaast bestaat de voorziening in haar totaliteit uit meerdere elementen, waaronder een langgerekt hoofdgebouw, een terras en een kleiner bijgebouw. Het bijgebouw is tijdens de behandeling van de aanvraag door brand verwoest en kan op basis van voorgestelde vergunning worden herbouwd. Deze exploitatievorm is mogelijk niet in overeenstemming met gangbaar Haagse beleid voor de combinatie van horeca- en groenvoorzieningen. Voor het tijdelijk doorzetten van deze horecagelegenheid vormt dit geen probleem.
4/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
In het licht van de dubbelbestemming ‘Waterstaat - Waterkering’ is het paviljoen mogelijk. Het geplaatst houden van het paviljoen doet geen afbreuk doet aan het behoud en de bescherming van de waterstaatkundige belangen. Hieromtrent heeft het Hoogheemraadschap van Delfland (Hoogheemraadschap) op 10 juli 2023 met kenmerk Z-23-099276/D-23-086026 een watervergunning verleend. Daarbij heeft het Hoogheemraadschap ons op 16 juli 2025 aangegeven dat alleen een nieuwe afweging nodig is als het bouwwerk wordt gewijzigd of wanneer het bouwwerk wordt verwijderd (bijlage 4). Hier is nu geen sprake van. Nota Markten, Straathandel en Kiosken (RIS283882) Voor kioskaanvragen ter legalisatie en vervanging van een bestaande kioskstandplaats geldt het beleid van de ‘Nota Markten, Straathandel en Kiosken 2016-2021 (RIS283882)’. Hoewel deze nota op zichzelf sinds 2016 niet is geactualiseerd gelden de ambities uit de nota nog steeds. In dat kader wordt meer ruimte voor ambulante handel, kwaliteitsverbetering en een gelijk speelveld nog steeds gebruikt als fundament voor markt- en kioskbeleid. Volgens dit beleid is, onder voorwaarde van de passendheid in de openbare ruimte, een horecapaviljoen van maximaal 40 m2 mogelijk. Het voorgestelde bouwvolume overschrijdt het maximaal toegestane oppervlak van 40 m2 fors.
Stedelijke Groene hoofdstructuur (RIS300506) De Trekvliet en oevers aan beide zijden vormen een belangrijke doorlopende groenblauwe structuur voor de aangrenzende wijken. Het voorgestelde paviljoen staat midden in de bestemming ‘Groen’ dat de gehele westelijke zijde van de Trekvliet flankeert ter hoogte van Molenwijk. Het groen is onderdeel van de ‘Stedelijke Groene hoofdstructuur (RIS300506)’ met de specifieke aanduiding ‘Hoofdbomenstructuur (RIS200506)’. De hoofdbomenstructuur levert een belangrijke bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad, de lange lijnen, de historische lijnen en de verbinding tussen groengebieden. Ruimtelijk Raamwerk Trekvlietzone (RIS310423) Ook de andere zijde (oostzijde) van de Trekvliet wordt met groen ingebed. In de ‘Visie Waterfrontpark (RIS303174)’, dat vervolgens is opgenomen in het ‘Ruimtelijk Raamwerk Trekvlietzone (RIS310423)’, wordt ingezet op het toevoegen van veel groen en toekomstige verbindingen tussen beide zijden van de Trekvliet waardoor er een fijnmazig karakter van (groene) buitenruimten ontstaat. Met onder andere de Binckhorst staat Den Haag voor een grote verdichtingsopgave. In de visie ‘Waterfrontpark’ wordt de doelstelling omschreven om beide zijden van de Trekvliet, met het water centraal in het midden, als één samenhangend Haags stadspark te ontwikkelen.
Een belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling is het maken van een aantrekkelijke continue route langs de Trekvliet. Deze groene zone dient als geheel beschouwd te worden en vormt voor de aangrenzende wijken, Laakkwartier en de Binckhorst, een belangrijke groene openbare ruimte. De ontwikkeling en verdichting van de Binckhorst resulteert in een toename van de druk op de openbare ruimte en de aanwezige groenstructuren. Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) De Haagse Omgevingsvisie bouw voort op thema’s en opgaven uit eerdere beleidsstukken zoals Agenda Ruimte voor de stad (RIS295016). Met de vaststelling van de Haagse Omgevingsvisie is dit beleidsdocument verdwenen. In een dichtbevolkte stad is een groene openbare ruimte letterlijk van levensbelang: voor de kwaliteit van leven, maar ook voor de klimaatbestendigheid. Bijvoorbeeld om hittestress te verminderen. De gemeente werkt de komende decennia aan een stad die zichtbaar groener wordt, tot op straat- en pleinniveau. Door te vergroenen op straat- en pleinniveau dragen we bij aan het behoud en versterken van het totale netwerk van groen en water.
5/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
Een toekomstbestendige en leefbare stad betekent het verbeteren van de leefkwaliteit door in te zetten op klimaatadaptatie en vitale stadsnatuur. De gemeente doet dat onder andere door behoud en het versterken van de Stedelijke Groene hoofdstructuur’ (RIS300506). De westzijde van de Trekvliet is onderdeel van dit netwerk. Haags akkoord 2023-2026 De openbare ruimte is de huiskamer van de stad en is van iedereen. Op te veel plekken is Den Haag ongezond versteend. Delen van de stadsdelen Centrum en Laak zijn duidelijke voorbeelden. Daarom grijpen we kansen aan om versteende straten te vergroenen, zodat het er fijner en gezonder leven is. Ook beschermen en verbeteren we op die manier bestaand groen. Er zal actief worden gewerkt aan het verbeteren van het Haagse bomennetwerk. Ook in de gebiedsontwikkelingen hebben we oog voor voldoende groen in de stad. In de buitenruimte grijpen we kansen aan om te vergroenen en de omgeving klimaatbestendiger te maken. De buitenruimte passen we zoveel mogelijk aan de eisen van klimaatadaptatie. Er wordt gezorgd voor meer groen in de stad.
Op basis van bovenstaande toetsing aan relevante beleid en regelgeving concluderen wij dat: het initiatief strijdig is met de bestemming 'Groen'; het voorgestelde totale volume van het horecapaviljoen te groot is om te voldoen aan de uitgangspunten van de 'Nota Markten, Straathandel en kiosken'; het initiatief in een Hoofdbomenstructuur als onderdeel van de Stedelijke groene hoofdstructuur is gelegen en de hoofdbomenstructuur een belangrijke bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit van de stad en legt verbindingen naar groengebieden (zoals delen van de A4 zone); de Omgevingsvisie Den Haag 2050 (RIS322469) de ontwikkeling van meer inwoners, meer woningen en meer verdichting in Den Haag voor de komende periode signaleert en dat verdichten, verduurzamen en vergroenen daarbij hand in hand dienen te gaan, en dat dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden waar wel en waar niet voorzieningen kunnen komen; het coalitieakkoord waarde hecht aan een groene leefomgeving en inzet op het beschermen en verbeteren van bestaand groen; de ontwikkelingen op de Binckhorst, waaronder de realisatie van het Waterfrontpark, gefaseerd wordt gerealiseerd en dat dit het nog enkele jaren duurt voordat het park gereed is; de instandhoudingstermijn van een bouwwerk maximaal 15 jaar kan bedragen om te kunnen spreken van een tijdelijk bouwwerk en dat bij een langere instandhouding het bouwwerk in
overeenstemming gebracht moet worden met de technische eisen die voor het oprichten van een nieuw bouwwerk van toepassing zijn; het bestaande paviljoen uitgevoerd is als tijdelijk bouwwerk en niet voldoet aan de technische eisen die aan permanente bouwwerken worden gesteld, zoals de eisen aan thermische isolatie. Hoewel de hierboven genoemde uitkomsten belemmeringen opwerpen voor medewerking aan de gevraagde horecagelegenheid, betreft het onderhavige verzoek slechts een tijdelijke verlenging tot maximaal 9 augustus 2028, teneinde het tijdelijke bouwwerk in totaal maximaal 15 jaar te laten. Gezien de maatschappelijke en economische meerwaarde die het initiatief de afgelopen jaren heeft gegenereerd voor de omgeving, kan, ondanks genoemde knelpunten, toekenning van de vergunning gerechtvaardigd worden geacht. Hierbij wordt benadrukt dat het initiatief uitsluitend als tijdelijk bouwwerk in deze vorm toelaatbaar is. Het initiatief is voorstelbaar onder de voorwaarde dat de tijdelijkheid wordt gewaarborgd. Hiervoor zal, naast het verlenen van de omgevingsvergunning met een uiterste datum, in de huurovereenkomst van de gemeentelijke gronden een einddatum gelden.
6/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
Welstand Vanwege het tijdelijke karakter van de gevraagde omgevingsvergunning is een beoordeling op het aspect welstand niet aan de orde. Parkeren De beoordeling op het aspect mobiliteit is positief en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Op grond van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening (fiets)parkeren’, dat op 1 januari 2024 onderdeel is geworden van het ‘Omgevingsplan gemeente Den Haag’, is de parkeervraag voor motorvoertuigen en fietsen berekend op basis van de parkeernormen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in de Nota Parkeernormen Den Haag 2024 en de Beleidsregel Fietsparkeernormen Den Haag 2016. Voor het bepalen van de parkeereis wordt eerst de normatieve autoparkeervraag berekend. Dit is de totale parkeernorm van de ontwikkeling. Vervolgens wordt er gekeken of er een percentage van de autoparkeervraag kan worden afgetrokken als in mobiliteitsalternatieven (bijvoorbeeld deelauto’s) wordt voorzien of als de parkeerplaatsen voor meerdere functies kunnen worden gebruikt door verschillende groepen (dit noemen wij dubbelgebruik). Op voorwaarde dat de parkeerplaatsen niet worden verkocht of verhuurd aan anderen dan gebruikers van het gebouw waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd. Wanneer er sprake is van de voorgaande reductiefactoren en deze afgetrokken worden van de normatieve parkeervraag, houd je de maatgevende autoparkeervraag over.
Het maatgevend moment is het moment waarop de verschillende functies binnen een programma gezamenlijk op basis van het aanwezigheidspercentage hun maximale autoparkeervraag hebben, ervan uitgaand dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn. Bij verbouw of functiewijziging wordt de parkeereis gesaldeerd met de parkeerbehoefte van de laatste formele bestemming. Er is sprake van het tijdelijk voortzetten van een bestaande situatie voor het paviljoen Trekweg 121 tot uiterlijk 9 augustus 2028 binnen de zone vooroorlogse stadswijken. In de nieuwe situatie bedraagt de normatieve autoparkeervraag 3,71 parkeerplaatsen. Het maatgevend moment voor de aanwezigheid van het parkeren is in de nieuwe situatie zaterdagmiddag. De bestaande situatie heeft op het (nieuwe) maatgevend moment zaterdagmiddag een autoparkeervraag van 3,710 parkeerplaatsen en de nieuwe situatie heeft op dat moment een autoparkeervraag van 3,710 parkeerplaatsen. Na saldering bedraagt de autoparkeervraag 0 parkeerplaatsen, waarmee er geen sprake is van een toename op het nieuwe maatgevend moment. De parkeereis is daarmee vastgesteld op 0 parkeerplaatsen. Tevens is de parkeerbehoefte voor fietsen berekend op basis van de fietsparkeernormen en berekeningsmethode, zoals opgenomen in de Beleidsregels Fietsparkeernormen Den Haag 2016.
Hierin zijn fietsparkeernormen vastgelegd voor kantoren, bedrijven en voorzieningen. De locatie valt binnen de zone met een lage fietsparkeernorm. De nieuwe fietsparkeerbehoefte bedraagt 7,42 fietsparkeerplaatsen op maatgevend moment zaterdagmiddag. De bestaande fietsparkeerbehoefte bedraagt op het nieuwe maatgevend moment ook 7,42 fietsparkeerplaatsen. Na saldering bedraagt de fietsparkeerbehoefte 0 fietsparkeerplaatsen, hiermee is er geen sprake van een toename van de fietsparkeerbehoefte.
7/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
De aanvraag voldoet aan de vastgestelde parkeereis voor motorvoertuigen en fietsen en daarmee aan artikel 5.1 van de algemene bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan ‘Parapluherziening (fiets)parkeren’. Milieuzonering Het aspect activiteiten en milieuzonering wordt beschreven onder paragraaf 4.4 van de ‘Goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving’ met kenmerk 2023421/2, d.d. 13 september 2025 van Legalexion. Hier staat vermeld dat er voor lichte horeca (waaronder het paviljoen valt) een richtafstand van 10 meter geldt. De dichtstbijzijnde woningen zijn gelegen op 25 meter, waardoor er geen hinder te verwachten valt. Er wordt in de onderbouwing gebruik gemaakt is van een verouderde handreiking uit 2009, in de meest recente handreiking uit 2024 valt lichte horeca volgens bijlage A5 onder ‘functiemenging’ wat betekent dat er geen richtafstand van toepassing is. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het aspect bedrijven en milieuzonering aspect vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Ecologie Er vinden geen bouw- of sloopwerkzaamheden plaats, waardoor de beoordeling op het aspect ecologie positief is en geen belemmering vormt om de vergunning te verlenen. Archeologie De beoordeling op het aspect archeologie is positief.
Het plan neemt het behoud en de bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachting voldoende in acht, omdat er geen bodemroering plaatsvindt. Deze beoordeling vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Waterkering Waterbeheerder Hoogheemraadschap van Delfland heeft op 16 juli 2025 laten weten dat het plan het belang van de waterkering voldoende in acht neemt (bijlage 4). Deze beoordeling vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Bodemkwaliteit De beoordeling op het aspect bodemgeschiktheid is positief. Het bodembelang is voldoende beschermd. Deze beoordeling vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Luchtkwaliteit De beoordeling op het aspect luchtkwaliteit is positief. De bestaande luchtkwaliteit blijft ruim onder de toegestane concentraties. Deze beoordeling vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Externe veiligheid De beoordeling op het aspect externe veiligheid is positief. Het ruimtelijke plan ligt op 200 meter van een hogedruk aardgastransportleiding. Het initiatief betreft slechts een voorzetting van het huidige gebruik. Mede daarom heeft het verlengen van de tijdelijke omgevingsvergunning geen invloed op het groepsrisico. Daarbij geldt dat sprake is van een beperkt kwetsbaar gebouw waarbij, vanwege de ligging aan de Haagse Trekvliet, de vluchtrichting automatisch van de risicobron af is.
Deze beoordeling vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen.
8/9
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/11026493
Financiële uitvoerbaarheid De beoordeling op het aspect financiële uitvoerbaarheid is positief en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Participatie De aanvraag betreft een BOPA. Daarvoor is participatie door uw raad verplicht gesteld (RIS313814). De aanvrager heeft voor de indiening van de aanvraag participatie ingevuld door in de directe omgeving een brief te verspreiden met de mededeling dat er een omgevingsvergunning is aangevraagd voor het paviljoen om het gebruik tijdelijk voort te zetten. Voor vragen heeft initiatiefnemer zijn mailadres vermeld. Hier zijn geen reacties uit voortgekomen. De wetgever heeft nadrukkelijk niet ingevuld hoe (verplichte) participatie moet plaatsvinden. Wel kan worden gesteld dat verplichte participatie ‘enige betekenis’ moet hebben en in verhouding moet zijn met de aard van het project en de impact op de omgeving. Het doel van participatie is om burgers in een vroegtijdig stadium te betrekken bij de besluitvorming, maar het gaat niet zó ver dat de inbreng van omwonenden van beslissende betekenis is. De uitgevoerde participatie voldoet hieraan en vormt geen belemmering om de vergunning te verlenen. Conclusie beoordeling In de aangeleverde onderbouwing is de ontwikkeling getoetst aan beleid, instructieregels en andere onderwerpen voor zover relevant voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
Uit de beoordeling van de onderbouwing volgt dat de aangevraagde activiteit kan worden vergund met het oog op een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 9 juni 2026, besluit: I.
het college te adviseren om de vergunning voor de aangevraagde buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het verlengen van de instandhoudingstermijn van het paviljoen aan de Trekweg 121 voor een periode tot maximaal 9 augustus 2028 te verlenen.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 juli 2026. De griffier,
De voorzitter,
9/9