CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20251218-RIS323596 ​​Voorstel​ van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) t.b.v. tunnel Vlietlijn

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) t.b.v. tunnel Vlietlijn (RIS323596)2.157 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons kenmerk

28 oktober 2025

DSO/10954268 RIS323596

Voorstel van het college inzake verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) t.b.v. tunnel Vlietlijn Motivering In het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst (RIS315267) is gekozen voor een tramtracé op maaiveldniveau ter hoogte van de sporendriehoek (het gebied bij de spoorviaducten rondom Bink36), met als optie een onderdoorgang voor de tram bij de kruising met de Supernovaweg. Bij de afspraken in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transsport (MIRT) die hierover zijn gemaakt, is ruimte gehouden voor een alternatieve variant op deze locatie. Een tunnelvariant kan echter niet door het project worden uitgewerkt, omdat het volgens de MIRT-spelregels niet is toegestaan om varianten zonder beschikbare financiering verder uit te werken. De gemeente Den Haag ziet echter zoveel potentie in de tunnelvariant, als een betere invulling en oplossing voor de ingewikkelde problematiek hier, dat zij heeft besloten deze op eigen initiatief zelf uit te laten werken. Beide varianten zijn inmiddels uitgewerkt tot het niveau van schetsontwerp plus (SO+). De maaiveldvariant scoort op alle projectdoelstellingen onvoldoende, terwijl de tunnelvariant op alle projectdoelstellingen goed scoort.

De tunnelvariant biedt aanzienlijke voordelen ten opzichte van de maaiveldvariant, met name op het gebied van ruimtelijke inpassing, bereikbaarheid voor auto, fiets en voetganger, en de algehele ontwikkelpotentie van het gebied. De tunnelvariant maakt tot op heden geen onderdeel uit van het project, omdat deze € 74,4 miljoen (excl. btw.) duurder is dan de maaiveldvariant. Om de tunnelvariant alsnog in het project te kunnen opnemen, moet dit financiële verschil volledig worden overbrugd. De gemeente Den Haag stelt voor om de hiervoor benodigde middelen als volgt te verdelen: een bijdrage van het Rijk van € 37,2 miljoen via de WoMo-regeling (uit het programma Woningbouw en Mobiliteit); een bijdrage van de MRDH van € 16,5 miljoen; een gemeentelijke bijdrage van € 20,7 miljoen door de gemeente Den Haag zelf. Het Rijk en de MRDH zien ook de (maatschappelijke) meerwaarde van de tunnel en staan welwillend tegenover deze variant. De processen om te komen tot hun bijdragen zijn ook in gang gezet. Het college stelt voor om de reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) in te zetten voor de realisatie van de tunnelvariant van de Vlietlijn.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954268

Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 28 oktober 2025, besluit: I.

akkoord te gaan met het voorstel om € 19,7 mln. (excl. btw) aan middelen reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) te herschikken voor de Koningscorridor – fase De Vlietlijn en om daarnaast vanuit het structurele budget van € 2,0 mln. binnen het programma financiën voor mobiliteitsinvesteringen € 50.000 aan kapitaallasten beschikbaar te stellen, zodat hiermee € 1,0 mln. aan investeringsbudget gecreëerd wordt om zo de volledige dekking van € 20,7 mln. rond te hebben;

II.

deze herschikking alleen van kracht te laten zijn, als over de andere twee bijdragen (door het Rijk en de MRDH) positieve besluitvorming plaats heeft gevonden en vervolgens in het bestuurlijk overleg (BO) van de Vlietlijn wordt besloten tot een scopewijziging waarin de tunnelvariant wordt uitgewerkt in het voorlopig ontwerp (VO).

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025. De griffier,

De voorzitter,

2/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954268

Toelichting

Aanleiding De raden van gemeente Den Haag, Leidschendam- Voorburg en Rijswijk hebben met het vaststellen van het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst (RIS315267) gekozen voor de aanleg van een hoogwaardige tram en hebben het voorkeurstracé bepaald. Daarnaast is een uitgebreid pakket aan aanvullende mobiliteitsmaatregelen vastgesteld. De tram rijdt vanaf Den Haag Centraal via de Lekstraat, onder de spoorviaducten door, langs de Binckhorstlaan, vervolgens afbuigend via de Maanweg richting station Voorburg. Daarnaast loopt de route in het verlengde van de Binckhorstlaan verder via de Geestbrugweg richting Rijswijk en Delft. De komst van de tram aangemerkt als randvoorwaardelijk voor de doorontwikkeling van de Binckhorst. Op dit moment wordt gewerkt aan een ‘schetsontwerp plus’ (SO+), dat naar verwachting eind dit jaar gereed is. Het SO+ wordt vervolgens uitgewerkt tot een voorlopig ontwerp (VO). Het VO wordt ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden van Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. Tunneloplossing De vastgestelde voorkeursvariant van de Vlietlijn in deelgebied 1 (het gedeelte Lekstraat en sporendriehoek) omvat een tramtracé op maaiveldniveau ter hoogte van de sporendriehoek, met de mogelijkheid tot een onderdoorgang voor de tram bij de kruising met de Supernovaweg.

Tijdens de besluitvorming over de voorkeursvariant in 2022 was binnen het bestuurlijk overleg nog onvoldoende aanleiding om de tunneloplossing mee te nemen in de voorkeursvariant. Bij de afspraken in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) is ruimte gehouden voor andere oplossingen, zoals de uitwerking van een tunnelvariant. Na besluitvorming over het Masterplan Bereikbaarheid CID-Binckhorst is een participatietraject gestart voor het tracédeel ter plaatse van de Lekstraat/spoorviaducten/Bink36 (gearceerde deel in het plaatje). In dit participatieproces zijn drie overgebleven varianten verder onderzocht. De variant “door het lijf” (tram gaat door het gebouw van Bink36) viel af, omdat de constructieve veiligheid onzeker is en de eigenaar van het gebouw deze variant niet steunt. Er bleven twee varianten over voor het inpassen van een tramtracé ter plaatse van de spoorviaducten/Bink36/Supernovaweg; de maaiveldvariant en een tunnelvariant. Ook in de nadere technische uitwerking van beide varianten, blijkt dat de ondertunneling van het HOV ter plaatse van de spoorviaducten/Bink36/Supernovaweg een serieuze optie is. Deze variant kent een aantal voordelen ten opzichte van het tracé op maaiveldniveau. Daarnaast worden enkele nadelen van de maaiveldvariant vermeden. De tunnelvariant biedt kansen om de gebiedsontwikkeling een extra impuls te geven.

Echter, de uiteindelijke kosten van een tunnelvariant passen niet in het vastgestelde budget, waardoor deze vooralsnog niet meegenomen kon worden in de verdere uitwerking van het project.

3/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954268

De gemeente Den Haag geeft de voorkeur aan een tunnelvariant, omdat duidelijk is geworden dat met de maaiveldvariant niet aan alle projectdoelstellingen kon worden voldaan. De maaiveldvariant belemmert een goede stedenbouwkundige ontwikkeling en zou ertoe leiden dat het gebied achter de sporendriehoek nagenoeg onbereikbaar wordt. De bereikbaarheid verslechtert, de ruimtelijke beleving en sociale veiligheid komen onder druk te staan, en de oplossing is niet toekomstbestendig. De gemeente Den Haag heeft daartoe in oktober 2024, in afstemming met de gezamenlijke opdrachtgevers, opdracht gegeven om voor deelgebied 1 (DG1) de tunnelvariant uit te werken in de SO-fase. In onderstaande tabel volgt de evaluatie van de projectdoelstellingen, waarin de vergelijking tussen beide varianten te zien is.

Financieringsvoorstel Projecten worden berekend op basis van SSK-ramingen. Dit is een nationale, gestandaardiseerde methode voor het maken van kostenramingen. Net als voor de maaiveldvariant is er voor de tunnelvariant van de Vlietlijn een SSK-raming opgesteld. Uit deze raming blijkt dat de meerkosten van de tunnelvariant € 74,4 mln. bedragen (excl. BTW). Onderdeel van het bestuurlijk besluit van november 2024 is dat Den Haag inzicht biedt in de financiering van deze meerkosten. Er zijn in de bestuursovereenkomst geen afspraken gemaakt over de verdeling van dergelijke kosten. Alleen wanneer een van de partijen een scopewijziging wenst die alleen ten gunste van die partij komt, geldt dat die partij de meerkosten moet dragen. In dit geval is er duidelijk sprake van een maatregel die noodzakelijk is om aan doelstellingen te voldoen, waardoor de voornoemde bepaling over een scopewijziging niet van toepassing is. Voor de financieringsstrategie is gekozen voor de mogelijkheid die het ministerie van I&W heeft gecreëerd door een bedrag van 2,5 miljard aan het Mobiliteitsfonds toe te voegen. Deze toevoeging is gekoppeld aan woningbouwontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld het CID-Binckhorst. Voorwaarde voor deze financieringsmogelijkheid is, dat er sprake moet zijn van een propositie met 50% cofinanciering uit de regio.

4/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954268

Voor de cofinanciering zijn alleen de partijen betrokken die direct voordeel ondervinden van de scopewijziging in DG1: de gemeente Den Haag en de MRDH. Op basis van meerdere overleggen, is een verdeling voorgesteld die nadert aan de kostenverdeling van de bestuursovereenkomst (BOK) van de Vlietlijn: Partij Rijk MRDH Den Haag

Bedrag (excl. BTW) 37,2 mln. 16,5 mln. 20,7 mln.

Percentage 50% 22,2% 27,8%

Met de gezamenlijke opdrachtgevers is overeengekomen dat een propositie voor deze rijksbijdrage voor de tunnelvariant wordt ingediend. Daarbij is vastgesteld dat een positief besluit op deze propositie, alsmede het concretiseren van de cofinanciering, als randvoorwaarde geldt voor het nemen van een besluit tot scopewijziging. Bijdrage Rijk De bijdrage van het Rijk bedraagt € 37,2 miljoen en vertegenwoordigt 50% van het totale aandeel in de meerkosten van de tunnelvariant van de Vlietlijn. De propositie voor de rijksbijdrage aan de meerkosten van de Vlietlijn is kansrijk en reeds ingediend. Bijdrage MRDH Het kostenaandeel van MRDH vertegenwoordigt 22,2% van het totale aandeel in de meerkosten van de tunnelvariant van de Vlietlijn. Zoals eerder is benoemd, is gerekend met het feit dat de overige partners niet zullen bijdragen. De MRDH is bereid mee te doen met cofinanciering tot een bijdrage van € 16,5 mln. (exclusief BTW). Bijdrage gemeente Den Haag De bijdrage van de gemeente Den Haag bedraagt € 20,7 miljoen en vertegenwoordigt 27,8% van het totale aandeel in de meerkosten van de tunnelvariant van de Vlietlijn. Voorgesteld wordt om hiervoor o.a. een herziening van de reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) door te voeren. Verschuiving reserve verbeteren duurzame mobiliteit (ENECO-middelen) De totale reserve ENECO duurzame mobiliteit bedraagt € 296,8 mln.

In het kader van indexatie is hieraan in 2024 een bedrag van € 9 mln. toegevoegd, en in 2025 zal nog eens een bedrag van € 10 mln. worden toegevoegd. Deze in totaal € 19 mln. is bedoeld ter afdekking van de index die het CPB berekent om de gemiddelde prijsstijging van de bruto investeringen bij te houden, waaronder bijvoorbeeld infrastructuur valt. Deze bedragen zijn exclusief BTW. Bestuurlijk is de gehele reserve in december 2020 toebedeeld aan ‘10 lijnen’ (RIS307106).1 De verdeling is per raadsbesluit van 1 november 2022 (RIS313569) herverdeeld naar ‘11 lijnen’. Onderstaand het voorstel tot verschuiving ter financiering van de tunnelvariant van de Vlietlijn:

1

De 11e regel betreft INTHR voertuigen & remises. Daar is de bijdrage van de gemeente Den Haag € 0 mln.

5/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954268

Nr.

Lijn

Toelichting

2

Koningscorridor

5

HagaHub/ Knooppunten & keten Zuidwest

6

Groene Schenk/Schenkviaduc t

9

KTA Subsidies

Het betreft een verschuiving van budget bínnen de lijn Koningscorridor zelf. Hiermee kan een grote stap gezet worden in de concrete plannen en een slag gemaakt worden in de realisatie van dit nog niet bestaande, cruciale stuk van de Koningscorridor. Gevolg verschuiving: Voor mogelijke andere maatregelen op de Koningscorridor, waaronder op het traject 'Den Haag CS - Madurodam Telderstracé', waar op dit moment nog geen concrete maatregelen zijn uitgewerkt, zouden andere middelen aangesproken moeten worden, ook al voor deze verschuiving. Het betreft de knopen Moerwijk, Haga, Uithof, waarvoor initieel €3,5 mln. beschikbaar was. Gevolg verschuiving: De ambities voor de HagaHub of De Uithof schuiven wat verder door in tijd, ook omdat concrete plannen nog niet zijn vastgesteld. Voor de HagaHub zijn op dit moment enkele kleinere, kortetermijnmaatregelen voorzien. Voor de Uithof is nog geen (pre) verkenning gestart, ook omdat de invulling van het betreffende gebied nog niet is uitgekristalliseerd. Daarmee zijn er nog concrete plannen beschikbaar. De ambities voor station Moerwijk blijven gelijk. Na de vaststelling in de raad in 2022 was er € 5 mln. beschikbaar voor kleinere maatregelen op het Schenkviaduct/de Groene Schenkverbinding. Gevolg verschuiving: Op dit moment zijn er geen concrete plannen voor herinrichting Schenkviaduct/ de Groene Schenkverbinding.

Indien in de toekomst daar plannen voor worden gemaakt, zal gekeken worden naar andere financieringsmogelijkheden. Er is een OVK gesloten met Zuid Holland Bereikbaar voor een periode van 10 jaar. Er is een reservering voor een cofinancieringsbijdrage aan versnellingsmaatregelen voor Zuid-Holland Bereikbaar. Deze maatregelen zijn nog niet in voorbereiding en daardoor onzeker.

Totaal

Bedrag verschuiving 11

1,2

5

2,5

19,7

Voor de Haagse bijdrage wordt tot slot voorgesteld vanuit het structurele budget van € 2,0 mln. binnen het programma financiën voor mobiliteitsinvesteringen € 50.000 aan kapitaallasten beschikbaar te stellen, zodat hiermee € 1,0 mln. aan investeringsbudget gecreëerd wordt om zo de volledige dekking van € 20,7 mln. rond te hebben.

6/7

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10954268

Voorwaardelijk besluit Voor de financiering van de tunnel is besluitvorming nodig in zowel het BO MIRT, door de MRDH als door de gemeenteraad van de gemeente Den Haag. Uiteindelijk dienen de gezamenlijke opdrachtgevers van de Vlietlijn in te stemmen met de tunnelvariant op voorwaarde van financiering. Uitwerking voorlopig ontwerp Na instemming van de gezamenlijke opdrachtgevers met de scopewijziging, zal in 2026 bij de uitwerking van het VO uitgegaan worden van de tunnelvariant. Het uitgewerkte VO wordt ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden van de drie betrokken gemeenten.

7/7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16421327/1