CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20251204-RIS323593 ​​Voorstel​ van het college inzake Vaststelling wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag - basisregeling cultureel erfgoed

Gemeenteraad 4 december 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag - basisregeling cultureel erfgoed (RIS323593)3.273 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons Kenmerk

28 oktober 2025

DSO/10932245 RIS323593

Voorstel van het college inzake Vaststelling wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag - basisregeling cultureel erfgoed Bij de raadsmededeling van 10 juni 2025 (RIS322461) is aan de raad de ontwerpwijziging omgevingsplan gemeente Den Haag – basisregeling cultureel erfgoed toegezonden. De ontwerpwijziging heeft voor eenieder ter inzage gelegen van 19 juni tot en met 30 juli 2025. Er zijn geen zienswijzen ingediend. INLEIDING Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Sindsdien beschikt de gemeente Den Haag over één omgevingsplan voor het gehele grondgebied. Dit omgevingsplan is opgebouwd uit: een bundeling van alle huidige bestemmingsplannen en beheersverordeningen; de bruidsschat, waarin regels zijn opgenomen over bouwen en milieu. Deze regels staan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet langer in de Rijksregelgeving, maar zijn aan de omgevingsplannen van iedere gemeente toegevoegd. Zo wordt voorkomen dat deze regels vervallen voordat de gemeente in de gelegenheid is geweest om te bepalen of zij deze regels in haar omgevingsplan wil houden, schrappen of wijzigen. Dit omgevingsplan is nog geen samenhangend omgevingsplan. Immers elk bestemmingsplan heeft een eigen inhoudsopgave, verschillende formuleringen voor dezelfde type regel en mogelijk verschillende definities voor dezelfde begrippen.

Ook voldoet dit omgevingsplan nog niet aan alle nieuwe wettelijke vereisten. Tenslotte ontbreken hierin regels over de fysieke leefomgeving die nog in andere verordeningen/regelingen staan. De gemeente heeft tot 2032 de tijd om dit omgevingsplan om te vormen tot een samenhangend en integraal omgevingsplan dat wel wettelijk voldoet. Dat doet zij door stapsgewijs het omgevingsplan te wijzigen. Met deze wijzigingen van het omgevingsplan worden enerzijds regels vervangen die in bestemmingsplannen en bruidsschat staan als onderdeel van het omgevingsplan en anderzijds regels toegevoegd en vervangen die nog in gemeentelijke verordeningen buiten het omgevingsplan staan. Om met het wijzigen van het omgevingsplan, de nieuwe plansoftware en de landelijke voorzieningen te oefenen, wordt een eerste wijziging van het omgevingsplan aangeboden. Om dit veilig en gecontroleerd te kunnen doen, gaat deze eerste ontwerpwijziging van het omgevingsplan alleen nog maar over het toevoegen van regels voor een punt (één vierkante cm) in de Noordzee. Er komen nog geen regels te vervallen.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

Inhoud wijziging Met de eerste wijzing van het omgevingsplan wordt de structuur voor het omgevingsplan Den Haag op hoofdlijnen vastgesteld. Dit is essentieel voor de verdere stapsgewijze invulling van het integrale omgevingsplan. De structuur fungeert als inhoudsopgave, aan de hand waarvan bepaald wordt waar de inhoudelijke regels in het omgevingsplan geplaatst worden. Voorts wordt de structuur van het omgevingsplan met deze eerste wijziging ingevuld met inhoudelijke regels binnen het thema cultureel erfgoed. Daartoe zijn regels opgenomen voor de onderwerpen Archeologie en Beeldbepalende bouwwerken. Het laatste is de eerste stap in de uitvoering van de motie ‘Bescherm beeldbepalend zoals bedoeld’ (RIS317559). • Archeologie: De nieuwe regels die zijn toegevoegd regelen hetzelfde als hetgeen geregeld is in de bestemmingsplannen als onderdeel van het omgevingsplan. De regels zijn alleen anders opgebouwd en geformuleerd. • Beeldbepalende Bouwwerken: Op dit moment zijn er nog geen regels over beeldbepalende bouwwerken en er zijn ook nog geen beeldbepalende bouwwerken aangewezen. Het doel van deze nieuwe regels is om beeldbepalende bouwwerken te behouden en te beschermen door regels vast te stellen over activiteiten aan, op, in of bij een beeldbepalend bouwwerk.

Deze bescherming krijgt pas betekenis als bij een volgende wijziging van het omgevingsplan deze beeldbepalende bouwwerken worden aangewezen en deze nieuwe regels ook gekoppeld worden aan geometrie voor deze beeldbepalende bouwwerken. Op die manier wordt uitvoering gegeven aan de motie ‘Bescherm Beeldbepalend zoals Bedoeld’. Daarnaast wordt in deze wijziging invulling gegeven aan artikel 2.1 van de Verordening Adviescommissie omgevingskwaliteit en cultureel erfgoed Den Haag 2024, om in het omgevingsplan de adviescommissie als adviseur aan te wijzen bij beeldbepalende bouwwerken, monumenten en beschermde stadsgezichten. Daarnaast is in het omgevingsplan (onderdeel bruidsschat) enkele tekstuele aanpassingen doorgevoerd in de regels en toelichting. De aanleiding hiervoor betreft het opnemen van een grondslag voor de toepassing van de ‘Nota Omgevingskwaliteit Den Haag 2025’ (RIS322655), als opvolger van de Welstandnota Den Haag 2017. Omdat dit de eerste keer is dat de gemeente Den Haag een procedure voor het vaststellen van het omgevingsplan doorloopt en kennismaakt met de nieuwe digitale voorzieningen, is deze eerste wijziging van het omgevingsplan bewust beperkt gehouden en worden de regels alleen gekoppeld aan een stukje Haags grondgebied waar we geen ruimtelijke ontwikkelingen verwachten, namelijk een punt in de Noordzee.

PROCEDURE Participatie De Omgevingswet en de participatieverordening vereisen dat er over beleidsvoornemens participatie plaatsvindt. Daarom zijn de conceptregels voorgelegd aan het Haags monumentenplatform en toegelicht op 5 februari 2025 tijdens een bijeenkomst. Het verslag van deze bijeenkomst is gepubliceerd op de website www.monumentenzorgdenhaag.nl. Sommige suggesties van het Haags monumentenplatform hebben geleid tot aanpassingen in de regels in het omgevingsplan. Omdat er

2/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

nog geen beeldbepalende bouwwerken zijn aangewezen, en de regels over beeldbepalende bouwwerken aan een punt in de Noordzee worden gekoppeld, waren er geen belanghebbenden die voor de participatie uitgenodigd konden worden. Er heeft daarom geen participatie plaatsgevonden met andere belanghebbenden dan het Haags monumentenplatform. Verdere participatie volgt zodra daadwerkelijk beeldbepalende bouwwerken worden aangewezen. Deze beeldbepalende bouwwerken zullen vervolgens in tranches aan het omgevingsplan worden toegevoegd. Daarvoor zijn opnieuw omgevingsplanwijzigingen nodig. Dan worden ook de regels die nu eerst aan een punt in de Noordzee worden gekoppeld, gekoppeld aan de beeldbepalende bouwwerken. Omdat de regels voor archeologie in het omgevingsplan beleidsarm zijn, heeft hierover geen participatie plaatsgevonden. Inspraak Bij besluit, d.d. 10 juni 2025 (RIS 322463), heeft het college besloten om de ontwerpwijziging 6 weken ter inzage te leggen zoals de Omgevingswet vereist. Terinzagelegging ontwerpwijziging Op 18 juni 2025 is de kennisgeving van de terinzagelegging van de ontwerpwijziging bekendgemaakt in het Gemeenteblad.

De ontwerpwijziging is op grond van artikel 16.30 van de Omgevingswet met inachtneming van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, gedurende zes weken ter inzage gelegd op ‘Regels op de kaart’ in het omgevingsloket op www.omgevingswet.overheid.nl. De termijn van terinzagelegging was van 19 juni tot en met 30 juli 2025. Er zijn geen zienswijzen ingediend. STAAT VAN WIJZIGINGEN Ambtshalve wijzigingen Regels A. Aanpassen artikel 22.7, 22.29 lid 1 onder b en 22.35 onder i omgevingsplan (Bruidsschat) De redactie van de artikelen 22.7, artikel 22.29, lid 1, onder b, en artikel 22.35, onder i, uit de bruidsschat is aangepast. Deze bepalingen vormen de grondslag voor repressief welstandstoezicht, welke voorheen was gebaseerd op artikel 12 van de Woningwet. Om de opvolger van de Welstandsnota 2017 (de Nota omgevingskwaliteit) te kunnen verankeren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Met de inhoudelijke aanpassing van de genoemde artikelen is er nu een grondslag voor toepassing van de Nota omgevingskwaliteit. De wijzigingen komen als volgt te luiden: Artikel 22.7 Repressief welstand 1. Het uiterlijk van de volgende bouwwerken mag niet in ernstige mate in strijd zijn met een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a.

een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is; en b. een te bouwen bouwwerk waarvoor geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist. 2. Het eerste lid is niet van toepassing als het gaat om een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, aangewezen gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn.

3/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

3.

Totdat beleidsregels als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet zijn vastgesteld, geldt overeenkomstig artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel gold tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als de beleidsregels, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen a. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, mag niet in strijd zijn met een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; en 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet; 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; B.

Wijzigen artikel 6.15 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Omgevingsplan Artikel 6.15 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning wordt gewijzigd ten opzichte van de ontwerpwijziging omgevingsplan: Wijzigen artikel 6.15 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning 1. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. actuele kleurenfoto’s die een duidelijke indruk geven van het beeldbepalend bouwwerk in relatie tot de voorgenomen activiteit; b. de volgende tekeningen: 2. als sprake is van een activiteit waarbij de omvang van het beeldbepalende bouwwerk of de inrichting van het terrein wijzigt: situatietekeningen van de bestaande en de nieuwe situatie; 3. tekeningen van bestaande en nieuwe toestand met, voor zover noodzakelijk voor de beoordeling van de aanvraag: I. plattegronden; II. doorsneden; III. gevelaanzichten; en IV. Dakaanzichten; c. in het geval van het slopen worden slooptekeningen verstrekt.

4/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

Toelichting A. Aanpassen toelichting artikel 22.7 Bruidsschat De toelichting op artikel 22.7 bruidsschat wordt vervangen en komt te luiden: Artikel 22.7 Repressief welstand Dit artikel heeft betrekking op het repressief welstandstoezicht en was voorheen opgenomen in artikel 12 van de Woningwet. Het uiterlijk van bestaande bouwwerken of te bouwen bouwwerken waar op grond van dit plan geen omgevingsvergunning voor nodig is, mogen niet in ernstige mate in strijd zijn met een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Voorheen vond deze beoordeling plaats volgens de criteria van de welstandsnota, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, van de Woningwet, zoals dat artikel tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold. Op grond van artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet geldt die welstandsnota als een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. In het derde lid van artikel 22.7 is met het oog hierop een expliciete overgangsrechtelijke bepaling opgenomen. In het voormalige artikel 13a van de Woningwet was opgenomen dat bij een overtreding van artikel 12, eerste lid, het bevoegd gezag de eigenaar kon verplichten zodanige door het bevoegd gezag aan te geven voorzieningen te treffen, dat daarmee werd voldaan aan artikel 12 van die wet.

In de systematiek van de Omgevingswet is dit een maatwerkvoorschrift. Op grond van artikel 22.4 kan het bevoegd gezag zo’n maatwerkvoorschrift ook stellen voor het onderwerp welstand. Omdat de vraag of artikel 22.7 overtreden is, beantwoord moet worden door de criteria van de welstandsnota te beoordelen, ligt het voor de hand dat het bevoegd gezag door middel van een maatwerkvoorschrift aan de eigenaar van een gebouw duidelijk maakt op welke punten aanpassing nodig is om de ernstige strijd met redelijke eisen van welstand op te heffen. Als de gemeente geen welstandsnota heeft vastgesteld, gelden er voor de gehele gemeente geen welstandsregels waaraan het uiterlijk van bestaande bouwwerken moet voldoen. Optreden tegen welstandsexcessen is dan niet mogelijk. Op grond van het tweede lid is welstandstoezicht evenmin aan de orde voor door de gemeenteraad aangewezen bouwwerken in daarbij aangewezen (zogenoemde welstandsvrije) gebieden. Op grond artikel 12, tweede lid, van de Woningwet, kon de gemeenteraad die welstandsvrije bouwwerken en gebieden aanwijzen.

Deze besluiten zijn in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, toegevoegd aan het tijdelijke deel van het omgevingsplan waar zowel voor het repressieve welstandstoezicht (in artikel 22.7, tweede lid) als voor de beoordeling van een nieuw te bouwen vergunningplichtig bouwwerk aan redelijke eisen van welstand (in artikel 22.29, tweede lid, onderdeel a.), een uitzondering is gemaakt. Het repressieve welstandsvereiste is niet van toepassing op tijdelijke bouwwerken, met uitzondering van seizoensgebonden bouwwerken zoals strandtenten. De vraag of het uiterlijk van nieuw te bouwen bouwwerken waarvoor wel een omgevingsvergunning op grond van het omgevingsplan nodig is aan daarop van toepassing zijnde welstandseisen voldoet, wordt tijdens het proces van vergunningverlening getoetst. Zie hiervoor artikel 22.29.

5/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

B. Aanpassen toelichting artikel 22.29 lid 1 onder b Bruidsschat De toelichting op artikel 22.29 lid 1 onder b bruidsschat wordt vervangen en komt te luiden: Artikel 22.29 Beoordelingsregels aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken algemeen Dit artikel regelt wanneer een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk wordt verleend. Het artikel is een voortzetting van artikel 2.10, eerste lid, onder c en d, van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Op grond van artikel 22.29, eerste lid, wordt de vergunning alleen verleend als het bouwplan niet in strijd is met de regels die in dit omgevingsplan zijn gesteld over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken (onderdeel a) en dat het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, niet in strijd is met een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet (onderdeel b). In onderdeel a is paragraaf 22.2.4 expliciet uitgezonderd omdat het hier om voormalige rijksregels gaat waar op grond van de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht ook niet aan getoetst werd bij de vergunningverlening.

Daarnaast zijn er in dit omgevingsplan (als onderdeel van de omgevingsplanregels van rijkswege) tal van regels opgenomen die niet over bouwwerken gaan, maar bijvoorbeeld over open erven en terreinen. Deze regels vallen alle buiten het beoordelingskader voor de omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op bouwwerken. Het tweede lid bevat een aantal uitzonderingen op de eis dat het bouwwerk niet in strijd mag zijn met redelijke eisen van welstand. Ook deze uitzonderingen zijn een voortzetting van het recht zoals dat gold onder de voormalige Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Woningwet. De redactie van het eerste lid sluit aan bij artikel 8.0a, eerste lid, van het Bkl. Het imperatieve karakter («wordt verleend») houdt in dat de vergunning moet worden verleend als het bouwplan niet in strijd is met de daarvoor gestelde regels in het omgevingsplan. Er kunnen buiten het omgevingsplan om dus geen aanvullende redenen worden gehanteerd om een vergunning toch te weigeren. Het limitatieve karakter komt tot uiting doordat «alleen» op grondslag van de in het omgevingsplan gestelde regels het «binnenplans» verlenen van een vergunning mogelijk is.

Als het bevoegd gezag op basis van de regels in het omgevingsplan tot het oordeel komt dat vergunningverlening niet mogelijk of (bij beslissingsruimte) niet wenselijk is, moet de activiteit als strijdig met het omgevingsplan worden aangemerkt. In dat geval is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geldt dat op grond van artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, de vergunning alleen wordt verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een verdere toelichting hierover wordt verwezen naar de nota van toelichting bij artikel 8.0a van het Bkl.

6/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

C. Aanpassen toelichting artikel 22.35 onder i Bruidsschat De toelichting op artikel 22.35 onder i bruidsschat wordt vervangen en komt te luiden: Artikel 22.35 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Dit artikel bevat de aanvraagvereisten voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een bouwwerk. De aanvraagvereisten zijn grotendeels ontleend aan de artikelen uit de voormalige Regeling omgevingsrecht met aanvraagvereisten vanwege planologische voorschriften en stedenbouwkundige voorschriften van de bouwverordening en vanwege redelijke eisen van welstand, voor zover deze eisen onder de Omgevingswet nog relevant zijn voor in het omgevingsplan geregelde bouwactiviteiten. Anders dan in de Regeling omgevingsrecht zijn deze aanvraagvereisten in artikel 22.35 geregeld in één artikel, omdat alle genoemde aspecten, inclusief een goede omgevingskwaliteit, onder de Omgevingswet worden geregeld in het omgevingsplan. Voor een goede omgevingskwaliteit, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, wordt in dit verband verwezen naar de beoordelingsregel in artikel 22.29, eerste lid, aanhef en onder b, van dit omgevingsplan. Aan de aanvraagvereisten is verder toegevoegd de eis dat een opgave van de bouwkosten wordt gedaan.

De bouwkosten vormen doorgaans de grondslag voor de legesberekening voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In de voormalige Regeling omgevingsrecht was in de algemene aanvraagvereisten geregeld dat van de kosten van de werkzaamheden van de te verrichten activiteiten opgave wordt gedaan. In de Omgevingsregeling komt dit als algemeen aanvraagvereiste niet meer voor. Daarom moet dit bij een activiteit waarvoor dit van belang is, zoals de in dit artikel bedoelde omgevingsplanactiviteit, bij de specifieke aanvraagvereisten voor die activiteit worden geregeld. D. Aanpassen toelichting 6.14, lid 2 Omgevingsplan De toelichting op artikel 6.14, lid 2 wordt vervangen en komt te luiden: constructieve wijzigingen in het interieur of aan brandscheidingen worden beoordeeld in het kader van de technische bouwactiviteit volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving. In ruimtelijk opzicht vormen wijzigingen van het interieur normaliter geen aantasting van de cultuurhistorische waarde van beeldbepalende bouwwerken. BESLUITVORMING Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 28 oktober 2025, gelet op: a.

artikel 2.4 van de Omgevingswet, dat bepaalt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen;

7/8

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10932245

b.

c.

d.

artikel 16.30 en artikel 16.23, eerste lid, Omgevingswet, die bepalen dat: 1. op de voorbereiding van een omgevingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, met dien verstande dat een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad mag indienen omtrent het ontwerp wijzigingsbesluit; 2. de artikelen 3:43 tot en met 3:45 en afdeling 3.7 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op een omgevingsplan; artikel 16.78, eerste lid, Omgevingswet, dat bepaalt dat een wijziging van een omgevingsplan in werking treedt met ingang van de dag waarop vier weken zijn verstreken sinds de dag waarop het besluit is bekend gemaakt; dat met dit wijzigingsbesluit van het omgevingsplan gemeente Den Haag uitvoering wordt gegeven aan de motie “Bescherm Beeldbepalend zoals Bedoeld” (RIS317559);

besluit: I.

vast te stellen het besluit tot wijzigen van het Omgevingsplan gemeente Den Haag, conform de wijzigingen zoals opgenomen in Bijlage A (Wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag – basisregeling cultureel erfgoed);

II.

dat dit besluit in werking treedt vier weken na bekendmaking ervan;

III. dat dit besluit van de raad van de gemeente Den Haag tot wijziging van het omgevingsplan gemeente Den Haag in verband met het voorzien in een basisregeling voor cultureel erfgoed wordt aangehaald als ‘Wijziging omgevingsplan gemeente Den Haag - basisregeling cultureel erfgoed’. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025. De griffier,

De voorzitter,

8/8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16340274/1