20251204-RIS323343 Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
18 november 2025
BSD/10933373 RIS323343
Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag Toelichting Den Haag heeft regelmatig te maken met personen die de openbare orde verstoren en de veiligheid in gevaar brengen. Daarbij gaat het om feitelijke handelingen die zorgen voor overlast, onrust of gevaar voor anderen in de openbare ruimte zoals op straat, in het openbaar vervoer of op evenementen. Voorbeelden van openbare ordeverstorende handelingen in de openbare ruimte zijn overlast door alcohol- of drugsgebruik, samenscholingen die leiden tot intimidatie, agressie of andere vormen van hinder die de leefbaarheid in de openbare ruimte aantasten. Hieronder valt niet de enkele aanwezigheid van een persoon op straat, bijvoorbeeld door op een bankje te liggen of te slapen. De politie treedt geregeld meerdere malen per dag op tegen dezelfde personen die openbare ordeverstorende handelingen verrichten. De laatste tijd speelt dit vooral in het Centrum en Scheveningen, maar ook de rest van de stad heeft hiermee te maken. Dit legt een groot beslag op de capaciteit van de politie. Een adequaat middel om de openbare orde snel te handhaven is niet voorhanden.
Hoewel de huidige Algemene plaatselijke verordening (hierna: APV) en andere wettelijke kaders, zoals de Gemeentewet en het Wetboek van Strafrecht, mogelijkheden bieden om tegen voornoemde handelingen op te treden, zijn deze instrumenten vaak niet toereikend om direct en effectief in te grijpen bij kortstondige, acute overlastsituaties. Daarnaast vragen de huidige juridische instrumenten, zoals een gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet, vaak om een uitgebreide procedurele afhandeling vanwege het ingrijpende karakter van de maatregel. Dit kan leiden tot vertraging met als gevolg dat de situatie escaleert of de overlast voortduurt. Daardoor komt de leefbaarheid onder druk te staan. Van andere instrumenten, zoals het aanhouden of beboeten van personen, gaat slechts een kortdurende en geringe preventieve werking uit. Bovendien zijn de genoemde instrumenten niet altijd proportioneel of geschikt voor relatief kleine, maar herhaaldelijke incidenten die snelle de-escalatie vereisen. Er is dan ook behoefte aan minder vergaande, snel toepasbare maatregelen waarmee effectief kan worden opgetreden tegen overlast. Gelet op het bovenstaande, is het wenselijk om het instrumentarium voor de aanpak van overlast in de stad uit te breiden en zo een meer trapsgewijze aanpak mogelijk te maken. Artikel 2:74C APV bevat nu nog deze mogelijkheid voor harddrugsgerelateerde overlast.
Op grond daarvan kan de burgemeester in aangewezen gebieden personen verbieden om gedurende een korte periode daar aanwezig te zijn. De behoefte is echter om deze systematiek op veel meer vormen van overlast toe te passen en niet louter in op voorhand aangewezen gebieden. Daarom is het voorstel om in Afdeling 10: Maatregelen tegen baldadigheid en overlast van de APV een artikel 2:39 Gebiedsontzegging toe te voegen. Daarmee wordt het mogelijk om in heel Den Haag openbare ordeverstorende handelingen direct aan te pakken met kortdurende gebiedsontzeggingen. Op deze manier kan met een minder verstrekkende maatregel dan bijvoorbeeld een aanhouding of langdurig gebiedsverbod op een snelle manier deescalerend worden opgetreden bij overlast of een dreigende situatie.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10933373
Daarnaast zullen kortdurende gebiedsontzeggingen bijdragen aan het veiligheidsgevoel van de inwoners van de stad, omdat het een snelle en zichtbare interventie is. Het vooruitzicht op een kortdurende gebiedsontzegging kan bovendien preventief werken. Als er sprake is van structurele overlast, zal worden overgegaan tot het opleggen van een (langdurig) gebiedsverbod op grond van de Gemeentewet. Door de invoering van artikel 2:39 APV komt artikel 2:74C APV te vervallen. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 4 november 2025, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag wordt gewijzigd als volgt. A Aan Afdeling 10: Maatregelen tegen baldadigheid en overlast wordt een nieuw artikel toegevoegd dat luidt als volgt: Artikel 2:39 Gebiedsontzegging 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan degene die strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 24 uur in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Van openbare orde verstorende handelingen als bedoeld in het eerste lid is in ieder geval sprake bij het overtreden van: a. artikel 2:1; b. artikel 2:26; c. artikel 2:47, eerste lid; d. artikel 2:48, eerste lid; e. artikel 2:49; f. artikel 2:52; 3. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw tweemaal strafbare feiten pleegt of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste een maand in één of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 4. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of derde lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10933373
5. 6.
B C
oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of derde lid opgelegd verbod. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of derde lid.
Artikel 2:74C komt te vervallen. Artikel 6:1, eerste lid, komt te luiden: 1. Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: artikel 2:1, 2:3, 2:6, 2:8, 2:10, 2:10B, 2:11, 2:12, 2:18, 2:25, 2:25B, 2:25C, 2:26, 2:26A, 2:26B, 2:28, 2:29, 2:30, 2:30A, 2:31, 2:32, 2:33, 2:37, 2:38, 2:38A, 2:38B, 2:39, 2:41, 2:44, 2:48, 2:48A, 2:49, 2:50, 2:52, 2:67, 2:68, 2:69, 2:72, 2:73, 2:73A, 2:73B, 2:74, 2:74A, 2:74B, , 2:75, 2:79, 2:97, zevende lid, 2:98, 3:3, 3:8, 3:10, 3:11, 3:12, 3:13, 3:14, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:19, 3:20, 4:3, 4:4, 4:6, 4:13, 5:2, 5:3, 5:7, 5:8, 5:9, 5:10A, 5:11, 5:13, 5:24, 5:33, 5:34, 5:36, 5:37, 5:39, 5:42, eerste lid, 5:42, derde lid, 5:43.
Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte in het Gemeenteblad. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 4 december 2025. De griffier,
De voorzitter,
3/3