CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20250403-RIS321557 Voorstel van het presidium inzake Verordening tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads en commissieleden 2019

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het presidium inzake Verordening tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 (RIS321557)732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Strekt ter vervanging GRF316678 RIS321557 Voorstel van het presidium inzake Verordening tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 Algemene Toelichting Op 8 januari 2025 is in het Staatsblad gepubliceerd het Besluit van 16 december 2024, houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Dit Besluit biedt gemeenten de bevoegdheid vaste voorzitters van commissies als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet een vaste maandelijkse vergoeding toe te kennen. Het presidium van de gemeenteraad van Den Haag heeft daarvoor in samenwerking met andere G4 gemeenten gelobbyd bij het Ministerie. Het presidium stelt de raad voor van deze bevoegdheid gebruik te maken. Daartoe dient aan de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019 een artikel te worden toegevoegd. Tevens is in dit Besluit opgenomen een artikel dat gemeenten voortaan verplicht raadsleden die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, een bedrag ter hoogte van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand toe te kennen. Hiermee kan het raadslid een voorziening treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. In de oude regeling was sprake van een keuzemogelijkheid voor gemeenten. Den Haag had deze bepaling opgenomen in de Verordening onder artikel 4. Dit artikel kan nu komen te vervallen.

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Het nieuwe artikel 3a bepaalt dat de vaste voorzitters van de commissies als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet een vergoeding per maand krijgen voor hun werkzaamheden als voorzitter. De regeling meldt dat voor het zijn van een vaste voorzitter het benoemd zijn door de raad geen vereiste is, maar vooral de tijdsbesteding doorslaggevend is. Gegeven het feit dat in Den Haag bijna elke commissie twee door de raad benoemde vaste voorzitters heeft wordt in deze regeling onder een vaste voorzitter verstaan een commissievoorzitter die is benoemd door de raad. Dit zijn thans de leden Van Esch en Faïd, Smit en Ahraui, Hofstra en De Ridder, Noorlander en DeVuyst. Commissie als bedoeld in artikel 82 zijn: de commissies Ruimte, Bestuur, Leefomgeving en Samenleving en de Rekeningencommissie. Het presidium en de werkgeverscommissies van de raad vallen niet onder de reikwijdte van artikel 82. Het maximumbedrag wat thans kan worden toegekend is € 153,33 per maand (belast). Gelet op de forse tijdsbelasting die het voorzitterschap van een commissie in de raad van Den Haag met zich meebrengt, is er geen aanleiding een lager maximumbedrag per maand vast te stellen. Toekenning van de vergoeding zal plaatsvinden met terugwerkende kracht tot en met 9 januari 2025, het moment van inwerkingtreding van de landelijke regeling.

Artikel 2 De landelijke wetgever heeft besloten de toekenning van een bedrag om een voorziening te treffen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden verplicht te stellen in plaats van via de oude ‘kan’ bepaling. Verder heeft de landelijke wetgever bepaald dat dit bedrag alleen kan worden toegekend aan raadsleden die nog niet de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Aangegeven is dat degene die de AOW-leeftijd al heeft bereikt, zich niet alsnog kan verzekeren voor pensioen, nabestaandenpensioen of arbeidsongeschiktheid.

1

Voor raadsleden die het betreft zal over het jaar 2024/2025 (de toekenning loopt van 30 maart tot 30 maart) nog een bedrag toegekend worden over de periode van 30 maart 2024 tot 9 januari 2025.

Besluitvorming De raad van de gemeente Den Haag, Gelet op artikel 99 en 147 van de Gemeentewet en het Besluit van 16 december 2024 houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (Stb. 2025, nr. 4); Gezien het voorstel van het presidium van 6 maart 2025; Besluit vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2019 De Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden wordt als volgt gewijzigd: 1. Toegevoegd wordt een nieuw artikel 3a luidende: Toelage vaste voorzitter commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet Aan de vaste voorzitter van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet wordt een toelage toegekend van het maximum van het bedrag, genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid van het rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie. 2. Artikel 4 vervalt, onder vernummering van de artikelen 5 tot en met 12 in artikel 4 tot en met artikel 11. 3. Dit besluit treedt na besluitvorming in de raad in werking met terugwerkende kracht tot en met 9 januari 2025.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 april 2025.

De griffier,

De burgemeester,

ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 04-04-2025

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15394226/1