CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20250403-RIS321497 Voorstel van het college inzake vaststellen van de Verordening treasurystatuut

Gemeenteraad 3 april 2025, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake vaststellen van de Verordening treasurystatuut (RIS321497)3.571 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Ons Kenmerk

4 maart 2025

BSD/10815630 RIS321497

Voorstel van het college inzake vaststellen van de Verordening treasurystatuut Toelichting De treasury zorgt ervoor dat de gemeente altijd over voldoende geld beschikt om aan haar betalingsverplichtingen te voldoen, dat bankrekeningen beschikbaar zijn en het banksysteem aansluit op regelgeving en technische vereisten. Daarnaast beheerst de treasury de financieringsrisico’s. Dit onderstreept het belang van een solide treasuryfunctie. De Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 (hierna: de verordening) omvat doelstellingen, uitgangspunten, kaders en risicobeheersing van de treasuryfunctie. In de Regeling treasurybeheer Den Haag 2025 worden de bepalingen en regels van het dagelijkse treasurybeheer ingevuld. Het treasurybeheer is de uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het treasurystatuut. De verordening begint met de doelstellingen van de Haagse treasury (hoofdstuk 2, artikel 2:1). Belangrijk is dat het gemeentelijke beleid gefinancierd wordt tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden en dat met name rente- en kredietrisico’s gemitigeerd worden. Om de doelstellingen te kunnen realiseren zijn in de verordening uitgangspunten (hoofdstuk 2, artikel 2:2) en kaders (hoofdstuk 3, 4 en 5) opgenomen.

De kaders gaan in op de financiële instrumenten die de gemeente inzet, het beheer van (tijdelijke) overtollige middelen, het verstrekken van leningen en garanties aan derden vanuit de publieke taak, het kasbeheer en de verantwoording via planning en control cyclus en de informatievoorziening. Als laatste worden er ten behoeve van de risicobeheersing bepaalde voorwaarden gesteld. De voorwaarden bepalen in welke mate risico’s aanvaardbaar zijn. In dat verband bevat de verordening bepaalde normen en limieten, waarvan de kasgeldlimiet (hoofdstuk 3, negende lid), de renterisiconorm (hoofdstuk 3, tiende lid) en de kredietwaardigheid van tegenpartijen (hoofdstuk 3, vijfde lid) het belangrijkst zijn. Sinds 2015 hebben verschillende interne en externe beleidsontwikkelingen plaatsgevonden, waardoor het noodzakelijk is om het huidige Treasurystatuut Den Haag 2015 te actualiseren. Hierbij kan onder andere aan de volgende ontwikkelingen worden gedacht: a. de vernieuwde Organisatieregeling Den Haag 2022; b. de vernieuwde Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025; c. veranderingen van de gemeentelijke organisatie (reorganisaties); d. de ontwikkelingen op het gebied van het betalingsverkeer en de stappen die de gemeente (intern) heeft gezet om het betaalproces te verbeteren.

Vrijwel alle artikelen van het Treasurystatuut Den Haag 2015 zijn herzien als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen. Hierbij zijn gedeelten verwijderd, samengevoegd, geheel herschreven of verplaatst. Daarnaast zijn er algemene wijzigingen ten behoeve van de leesbaarheid en tekstuele verduidelijkingen, zonder de inhoudelijke strekking van deze passages aan te tasten.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

De voornaamste wijzigingen zijn: ▪ organisatorische correcties. In 2022 is de treasury ondergebracht als onderdeel van de Directie Middelen en Control (DMC) van de Bestuursdienst. Het Treasurystatuut Den Haag 2015 is naar aanleiding van deze wijziging aangepast (artikel 2:2, lid 6). Ook staat de treasury onder leiding van de directeur DMC, tevens concerncontroller; ▪ een formele scheiding (verantwoordelijkheidsverdeling) tussen DMC en de Dienst Bedrijfsvoering (DBV) met betrekking tot het betalingsverkeer (artikel 2:2, lid 6, onder e). DMC (de concerncontroller) is verantwoordelijk voor de bancaire infrastructuur. DBV (de directeur Financiën en Inkoop) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het betalingsverkeer; ▪ ontwikkelingen op de financiële markten. Hoe om te gaan met Cryptovaluta en stablecoins is in de verordening toegevoegd (hoofdstuk 3, lid 17). Het gebruik hiervan wordt uitgesloten. ▪ aanscherping niet-toegestane treasuryactiviteiten. Het verlenen van financiële dienstverlening is alleen voorbehouden aan financiële ondernemingen. De gemeente is geen financiële onderneming. Bancaire of bankachtige activiteiten, zoals het bewaren of beheren van gelden (contant en giraal) voor derden, is niet toegestaan. Een extra artikel is in de verordening toegevoegd (artikel 2:2, lid 4). De Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 werkt terug tot en met 1 januari 2025.

Op deze wijze is de ingangsdatum van deze verordening gelijk aan de ingangsdatum van de Algemene verordening financieel beleid en beheer Den Haag 2025. Voor de leesbaarheid is ervoor gekozen om een geheel nieuwe verordening vast te stellen. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 4 maart 2025, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de Verordening treasurystatuut Den Haag 2025:

2/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - bancaire infrastructuur: het netwerk van huisbankier en overige banken; - college: college van burgemeester en wethouders van Den Haag; - concerncontroller: de directeur van de Directie Middelen en Control (DMC) van de Bestuursdienst; - cryptovaluta: digitale ruilmiddelen waar geen (officiële) centrale tegenpartij, zoals een bank, aan te pas komt; - decentrale overheden: de openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onder a van de Wet fido; - derivaten: financiële instrumenten waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices; - directeur: de functionaris als bedoeld in artikel 1, van de Organisatieregeling Den Haag 2022; - drempelbedrag: een bedrag dat uitgezonderd is van de verplichting om in ’sRijks schatkist te worden aangehouden. Dit bedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam; - EER: Europese Economische Ruimte: alle landen van de Europese Unie, aangevuld met Liechtenstein, Noorwegen en IJsland; - financiële onderneming: een instelling als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Ruddo; - financiering: het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte.

Deze middelen kunnen uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen bestaan; - financieringssteun: het verstrekken van een gemeentelening aan de aanvrager of het borg staan ten behoeve van de aanvrager voor de rente- en aflossingsverplichtingen uit hoofde van een geldgeverslening die de aanvrager jegens de geldgever (bijvoorbeeld een bank) is aangegaan; - geldmarkt: markt waarop financiële transacties met een looptijd tot en met 1 jaar plaatsvinden; - gemeente: de gemeente Den Haag; - investor relations: financiële communicatie; - kapitaalmarkt: markt waarop financiële transacties met een looptijd van langer dan 1 jaar plaatsvinden; - kasbeheer: beheren van de geldstromen en de daaruit voortvloeiende saldi en kortlopende liquiditeitsposities; - kasgeldlimiet: de limiet als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet fido; - koersrisico: het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; - kredietrisico: het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van een tekort aan financiële middelen; - lening: een bepaald bedrag dat op een vooraf bepaalde termijn moet worden terugbetaald met rente; - lidstaat: staat als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Ruddo;

3/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

- liquiditeitsprognose: - liquiditeitsrisico:

- liquiditeitenbeheer: - marktrisico: - near banking:

- (netto) vlottende schuld: - open positie:

- rating:

- Ruddo: - renterisico: - renterisiconorm: - rentevisie:

- risicobeheer:

- saldobeheer: - schatkistbankieren:

- solvabiliteitsratio:

- stablecoins: - statuut: - totaalfinanciering:

- treasury:

een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomende en uitgaande geldstromen ingedeeld per tijdseenheid; het risico dat de gemeente niet tijdig kan voldoen aan haar betalingsverplichtingen omdat zij geen (korte) financiering kan opnemen; het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; het gevaar van schommelingen in de waarde van financiële activa door marktbewegingen; lenen met het enkele doel de middelen tegen een hoger rendement uit te zetten. Dit verbod, impliciet geregeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet Fido, is expliciet opgenomen in artikel 2a, eerste lid, van de Ruddo; de korte schuld als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet fido een positie in een financieel derivaat, waartegen nog geen onderliggende waarde (een variabele lening) is aangetrokken of waarvan de looptijd van het financieel derivaat langer loopt dan de onderliggende waarde; beoordeling van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau, zoals Moody’s, Standard&Poors of Fitch; Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; een bedrag als bedoeld in artikel 1, onder h, en artikel 5 en 6, eerste lid, van de Wet fido; toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende

factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd; omvat alle activiteiten die zich richten op het beheersen van financiële risico's te weten renterisico's, kredietrisico's, koersrisico's, intern liquiditeitsrisico's en valutarisico's; het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen; het verplicht aanhouden van overtollige middelen, boven het drempelbedrag, in de schatkist als bedoeld in artikel 2 van de Wet fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden; status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de EER aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegerekend. Een 0%-ratio houdt in dat een bank voor een desbetreffend papier geen (0%) reserves behoeft aan te houden; cryptovaluta waarvan de waarde is gekoppeld aan een andere waarde, bijvoorbeeld normale valuta of goud; het treasurystatuut; bij deze wijze van financiering zijn leningen niet gekoppeld aan specifieke uitgaven of investeringen, maar aan het saldo van wat de gemeente in totaal uitgeeft en binnenkrijgt; onderdeel van de gemeentelijke organisatie waar de treasuryfunctie wordt uitgevoerd;

4/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

- treasurybeheer: - treasurybeleid:

- treasuryfunctie - uitzetting:

- valutarisico:

- vastrentende waarde: - vaste schuld:

- waardepapieren:

- Wet fido: - wettelijk kader:

de uitvoering van het treasurybeleid, binnen de kaders van het treasurystatuut; beleid bestaande uit de uitgangspunten, de doelstellingen, richtlijnen en voorwaarden, de organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie als bedoeld in de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025; de activiteiten zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025; het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer; het risico dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valutastromen uitgedrukt in euro’s afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment (moment van afsluiten); vermogenstitel (openbare en onderhandse lening) met een vaste renteopbrengst; het gezamenlijke bedrag van de schuld uit hoofde van geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer en de voor een termijn van één jaar of langer ontvangen waarborgsommen; a. effecten, als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet toezichteffectenverkeer 1995; en b.

andere door de concerncontroller aan te wijzen papieren of stukken; Wet financiering decentrale overheden; de Gemeentewet, de Wet fido, Ruddo, het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden.

Artikel 1:2 Toepassingsbereik De Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 is van toepassing op: a. de gemeentelijke treasuryfunctie en geeft de doelstellingen van de Haagse treasury, de uitgangspunten van het treasurybeleid, de kaders voor de gemeentelijke financiering en risicobeheer, het gemeentelijke kasbeheer en de verantwoording via planning en control cyclus en de informatievoorziening van de treasury. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taak en biedt waarborgen voor de financiële continuïteit van de gemeente op korte en lange termijn; b. het gemeentebestuur, de treasury binnen de ambtelijke organisatie en de financieel toezichthouder, d.w.z. de provincie Zuid-Holland.

5/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

Hoofdstuk 2 Doelstellingen treasuryfunctie en uitgangspunten treasurybeleid Artikel 2:1 Doelstellingen treasuryfunctie De doelstellingen van de treasuryfunctie zijn: a. het verkrijgen en handhaven van duurzame toegang tot (Europese) financiële markten tegen zo gunstig mogelijke condities en onder vermijding van ongewenste risico’s; b. het onderhouden van goede investor relations met bestaande en potentiële financiers; c. het beschermen van de opgenomen en uitstaande financiering, geldstromen en liquide middelen tegen financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, marktrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s (risicobeheer); d. het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten (rentekosten, provisies en kosten betalingsverkeer) bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; e. het optimaliseren van de renteresultaten binnen het wettelijke kader en binnen bepalingen van dit treasurystatuut; f. het inrichten en handhaven van een kwalitatief hoogwaardig en veilig betalingssysteem; g. het ondersteunen en adviseren van alle onderdelen binnen de gemeente met betrekking tot financiering en daaraan gerelateerde vraagstukken. Artikel 2:2 Uitgangspunten treasurybeleid 1.

Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten worden de interne procesbeschrijvingen, de regels en bepalingen van het wettelijke kader, de Verordening treasurystatuut Den Haag 2025 en de Regeling treasurybeheer Den Haag 2025 in acht genomen. 2. Treasuryactiviteiten worden alleen uitgevoerd voor de uitoefening van de publieke taak en eigen activiteiten van de gemeente Den Haag of daarmee verbonden partijen. 3. Het aantrekken van gelden, zonder een specifiek financieringsdoel of object, om deze vervolgens uit te lenen, met als doel extra rente-inkomsten te verkrijgen (near-banking), is niet toegestaan. 4. De gemeente is geen financiële onderneming. Het verrichten van bancaire of bankachtige activiteiten is niet toegestaan, tenzij het voortkomt uit een wettelijke taak of publiek belang. 5. De gemeente hanteert bij het financieren het systeem van totaalfinanciering. 6. De gemeentelijke treasuryfunctie is ondergebracht bij DMC. Tot de treasuryfunctie behoren: a. het beheer van renterisico’s en de gemeentelijke financiering, waaronder het saldo- en liquiditeitenbeheer en overige vermogenswaarden; b. het beheren van de portefeuilles van opgenomen- en uitgezette geldleningen en het aantrekken en uitzetten van korte- en langlopende middelen binnen de kaders van dit statuut; c. het beheren van de door het college verstrekte leningen en verleende garanties; d.

het beheer van gemeentelijke bankrekeningen en de daarbij behorende dienstverleningsovereenkomsten; e. het zo goed en efficiënt mogelijk organiseren van de bancaire infrastructuur van het gemeentelijk betalingsverkeer en het toezicht daarop; f. het inrichten van de treasuryorganisatie, de eigen administratie en informatievoorziening. 7. Indien er sprake is van een financieringsbehoefte in een betreffend jaar, neemt het college , voorafgaand aan een begrotingsjaar, een separaat besluit over de financiering van de gemeentelijke bedrijfshuishouding en tot het aangaan van overeenkomsten op de geld- en kapitaalmarkt. Hierbij wordt de concerncontroller gemachtigd om tot maximaal die hoogte financiering aan te trekken. 8. Het college stelt nadere regels vast over het operationele treasurybeheer in een Regeling treasurybeheer.

6/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

Hoofdstuk 3 Financiering en risicobeheer 1. (Tijdelijk) overtollige middelen worden in ’s Rijks schatkist aangehouden, het zogenaamde schatkistbankieren. 2. In afwijking van het eerste lid zijn middelen uitgezonderd voor zover deze, gerekend over een kwartaal, gemiddeld het drempelbedrag niet te boven gaan. 3. Het is toegestaan overtollige liquide middelen in de vorm van leningen uit te zetten bij andere decentrale overheden, met uitzondering van de toezichthoudende provincie. 4. Bestaande lange beleggingen in waardepapieren mogen worden aangehouden tot het einde van de looptijd, indien die belegging is aangegaan vóór 4 juni 2012 18:00 uur en onder de volgende voorwaarden: a. zodra een belegging contractueel of als gevolg van vervroegde afkoop vrijvalt, worden de liquide middelen die hieruit voortvloeien in ‘s Rijks schatkist aangehouden; b. mutaties in de beleggingsportefeuille zijn toegestaan, mits het aflos- of vervalprofiel per 4 juni 2012 gerespecteerd wordt; c. mutaties mogen er niet toe leiden dat middelen pas later in de schatkist vloeien. 5. In aanvulling op het vierde lid worden slechts uitgezonderde middelen uitgezet bij financiële ondernemingen die: a. gevestigd zijn in een lidstaat die tenminste beschikt over een AA-rating (in lijn met de wettelijke norm) afgegeven door ten minste twee ratingbureaus; en b.

voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een A-minusrating (in lijn met de wettelijke norm) beschikken, afgegeven door tenminste twee ratingbureaus. 6. Het vijfde lid is niet van toepassing op uitzettingen tegen waardepapieren waarvoor een solvabiliteitsratio van 0 procent geldt. 7. In aanvulling op het vierde lid worden uitsluitend gelden uitgezet in de vorm van: a. vastrentende waarden, uitgegeven door een instelling die voldoet aan het vijfde lid; b. producten, waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd intact is, uitgezet bij een instelling die voldoet aan het vijfde lid. 8. Het college stelt nadere regels vast omtrent het beleid met betrekking tot het verstrekken van financieringssteun. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: a. bij het verstrekken van leningen en het verlenen van garanties aan derden wordt grote terughoudendheid en zorgvuldigheid betracht; b. indien het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend hoger is dan € 500.000,-, beslist het college niet tot toekenning van financieringssteun dan nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen; c.

indien het bedrag van de aanvraag vermeerderd met het uitstaande bedrag waarvoor de gemeente in het verleden aan de aanvrager financieringssteun heeft verleend hoger is dan € 2.500.000,-, legt het college de gevraagde financieringssteun ter goedkeuring voor aan de raad. 9. Het renterisico op de netto vlottende schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, zijnde maximaal 8,5% van het begrotingstotaal (in lijn met de wettelijke norm). 10. Het renterisico op de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, zijnde maximaal 20% van het begrotingstotaal (in lijn met de wettelijke norm). 11. Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. Bovendien mag de hoofdsom niet worden geïndexeerd. 12. Het college besluit tot het afsluiten van derivaten. De af te sluiten derivaten moeten voldoen aan de Wet fido en de Ruddo.

7/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

13. Het gebruik van derivaten is alleen toegestaan ter beperking van financiële risico’s onder de volgende voorwaarden: a. het innemen van open posities met derivaten is niet toegestaan; b. derivaten mogen alleen worden afgesloten met een instelling die voldoet aan het vijfde lid. 14. In afwijking van het vorige lid, onder b, kunnen derivaten ook worden afgesloten op een gereglementeerde markt, zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, in een van de staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER; Oporto, 2 mei 1992). 16. Het college komt alleen bijstortverplichtingen overeen uit hoofde van derivatentransacties, indien de bijstortverplichtingen op beide partijen of uitsluitend op de financiële onderneming rust. 17. Het gebruik van cryptovaluta (crypto’s) en stablecoins is niet toegestaan. Hoofdstuk 4 Kasbeheer Ten behoeve van de onderbouwing van de financieringsactiviteiten wordt: a. voor de gehele gemeentelijke organisatie zowel een korte liquiditeitsprognose voor de komende 12 maanden, als een meerjarige liquiditeitsprognose met een minimale looptijd van 48 maanden van de verwachte inkomsten en uitgaven op kasbasis opgesteld; b. per kwartaal voor de komende tijd een rentevisie, gebaseerd op de rentevisies van meerdere gezaghebbende financiële ondernemingen, opgesteld.

Hoofdstuk 5 Planning & control en informatievoorziening 1. Het college geeft de raad in de Paragraaf financiering, in zowel de programmabegroting als de programmarekening, een toelichting op het geprognosticeerde financieringsbeleid, respectievelijk verantwoording afgelegd over de uitvoering daarvan. 2. Het college geeft de raad een toelichting op de resultaten van het financieringsbeleid en financieringsactiviteiten bij de programmabegroting en programmarekening. 3. Indien er sprake is van een financieringsbehoefte in een betreffend jaar, informeert het college, voorafgaand aan het begrotingsjaar, de raad over het gemeentelijke financieringsprogramma en de onderbouwing daarvan, inclusief rentevisie en liquiditeitsprognose (de financieringsbrief). Hoofdstuk 6 Slotbepalingen Artikel 6:1 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025. 2. In artikel 4:11 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025 wordt “2024” vervangen door: 2025. Artikel 6:2 Intrekking Het Treasurystatuut Den Haag 2015 (RIS279477) wordt ingetrokken. Artikel 6:3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening treasurystatuut Den Haag 2025.

8/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

Artikelsgewijze toelichting Artikel 2:2, vierde lid Het verlenen van financiële dienstverlening is alleen voorbehouden aan financiële ondernemingen. De gemeente is geen financiële onderneming. Het verrichten van bancaire of bankachtige activiteiten, zoals bijvoorbeeld het openen van een gemeentelijke bankrekening voor het bewaren of beheren van geld voor derden (contant en giraal), is niet toegestaan. Voorts dienen overheden zich daarbij te houden aan de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). De daarin opgenomen bevoegdheden worden uitsluitend uitgeoefend indien deze voortkomen uit een wettelijke taak of publiek belang. Artikel 3:1, vierde lid Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden al hun overtollige (liquide) middelen aanhouden bij het Agentschap. Voor bestaande beleggingen kent het wetsvoorstel een overgangsregeling. Vooruitlopend op het wetsvoorstel is de overgangsregeling op 4 juni 2012 in de Staatscourant (nr. 11352) gepubliceerd.

9/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10815630

Uitgangspunt van de overgangsregeling is dat de toepassing ervan zoveel mogelijk tot dezelfde uitkomsten moet leiden ongeacht de manier waarop decentrale overheden beleggingen hebben vormgegeven. De overgangsregeling betekent dat decentrale overheden hun bestaande beleggingen mogen aanhouden tot het einde van de looptijd indien die belegging is aangegaan vóór 4 juni 2012 18:00 uur. Een decentrale overheid blijft volledig vrij in de keuze om beleggingen voor het einde van de looptijd te liquideren. Zodra een belegging vrijvalt, worden de liquide middelen die hieruit voortvloeien in de schatkist aangehouden. Beleggingen die vrijvallen voordat schatkistbankieren verplicht werd, konden worden herbelegd op voorwaarde dat de middelen uiterlijk eind 2013 vrijvielen. Het gevolg van de overgangsregeling is dat op termijn alle beleggingen in de schatkist worden opgenomen. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 april 2025. De griffier,

De voorzitter,

ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 04-04-2025

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15394223/1