20250313-RIS321455 Voorstel van het college met betrekking tot Beslissing op bezwaar inzake verzoek om herziening omgevingsplan ter plaatse van de Stationsweg 6 en 10b
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
21 februari 2025
DSO/10836975 RIS321455
Voorstel van het college met betrekking tot Beslissing op bezwaar inzake verzoek om herziening omgevingsplan ter plaatse van de Stationsweg 6 en 10b Inleiding Op 17 april 2024 heeft de bewoner van [adres] (hierna: aanvrager) een verzoek ingediend om het omgevingsplan Den Haag op enkele onderdelen te wijzigen. In het bijzonder gaat het hierbij om de functieaanduiding ‘Maatschappelijk’ ter plaatse van Stationsweg 6 en de functieaanduiding ‘Kantoor’ ter plaatse van Stationsweg 10b. De gemeenteraad heeft het college verzocht om deze brief te beantwoorden. Bij besluit van 17 juni 2024, hebben wij besloten om het verzoek niet in behandeling te nemen. Tegen dit besluit heeft de aanvrager op 28 juli 2024 een bezwaarschrift ingediend. Op 2 oktober 2024 heeft de Adviescommissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) het bezwaarschrift tijdens een hoorzitting behandeld. Op 19 november 2024 heeft de commissie advies uitgebracht. De commissie is van oordeel dat de aanvrager wel belanghebbende is, zodat het verzoek ten onrechte buiten behandeling is gesteld, maar dat het verzoek, met de in bezwaar aangedragen motivering, kan worden afgewezen. Verder merkt de commissie nog het volgende op. Op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet, kan de gemeenteraad de bevoegdheid tot het wijzigen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college.
Dit vindt plaats via een zogeheten delegatiebesluit. Op grond van artikel 1, aanhef en onder f, van het Delegatiebesluit omgevingsplan Den Haag 2023, heeft de gemeenteraad besloten om de bevoegdheid tot vaststelling dan wel wijziging van het omgevingsplan te delegeren aan het college, voor zover het betreft het nemen van besluiten om niet tot aanpassing van het omgevingsplan over te gaan. Dit geldt echter niet voor de bevoegdheid om op een bezwaar te beslissen. Op grond van artikel 10:3, derde lid, van de Awb, wordt mandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift of een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, niet verleend aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt, krachtens mandaat heeft genomen. Het mandaat van de raad aan het college, om namens hem een verzoek om planherziening af te wijzen, voorziet er niet in en ook artikel 10:3, derde lid, van de Awb staat eraan in de weg, dat het college in bezwaar beslist over de weigering het bestemmingsplan te herzien. Die bevoegdheid is voorbehouden aan de raad (AbRvS, 19 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3004, rechtsoverweging 8.2). Dit betekent dat uw raad formeel een besluit moet nemen op het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan “Stationsbuurt”, dat thans van rechtswege onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan.
Voor de volledige inhoud van het advies van de commissie verwijzen wij naar de bijlage. Wij kunnen ons verenigen met het advies van de commissie en verklaren het bezwaarschrift, voor zover dat is gericht tegen de buiten behandeling stelling van het verzoek, gegrond.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10836975
In het kader van de volledige heroverweging in bezwaar, wijzen wij het verzoek van de aanvrager af. Wij lichten ons standpunt hieronder toe. Beoordeling verzoek Het bestemmingsplan "Stationsbuurt" is op 1 oktober 2015 door de raad vastgesteld en daarna onherroepelijk geworden. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Stationsbuurt", is in het raadsbesluit opgenomen dat de aanduiding "kantoor" (k) voor de Stationsweg 6 ambtshalve wordt gewijzigd in "maatschappelijk" (m) en dat voor de Stationsweg 10b de aanduiding "kantoor" (k) wordt toegevoegd. Tegen deze ambtshalve aangebrachte aanpassingen is geen beroep aangetekend. Het betreffende bestemmingsplan is actueel en onherroepelijk. Daarnaast is op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden. In deze wet is de verplichting tot periodieke herziening van bestemmingsplannen niet opgenomen. Daarnaast moet worden opgemerkt, dat het bestemmingsplan bij inwerkingtreding van het omgevingsplan van rechtswege onderdeel is geworden van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan, is door de gemeente een zorgvuldige afweging gemaakt tussen verschillende belangen in het gebied. Daarbij heeft de gemeente oog gehad voor zowel het belang van een rustige woonomgeving, als het belang van functiemenging in gebieden waar sprake is van een verscheidenheid aan functies.
Daarbij is gedurende de procedure tot vaststelling van het bestemmingsplan volop gelegenheid geweest voor alle belangstellenden in het gebied om hun zienswijze op het plan te geven. Door de aanvrager is destijds geen zienswijze tegen het bestemmingsplan ingediend. Ook was de aanvrager niet tegen voormeld bestemmingsplan in beroep gegaan bij de afdeling. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan, is de functie-aanduiding ‘kantoor’ toegekend aan het pand gelegen aan de Stationsweg 10b. Het betreft hierbij een aanvulling op de functies die in het eerste lid van de bestemming Gemengd-I zijn genoemd. Het verzoek om de functie-aanduiding ‘kantoor’ voor een deel van het perceel te laten vervallen, komt in feite neer op het wegbestemmen van die functie op een plek waar deze volgens het geldende bestemmingsplan is toegestaan. Dit kan onder omstandigheden leiden tot financieel nadeel in de vorm van nadeelcompensatie. In elk geval zou het betekenen dat bestaande rechten van de eigenaar en, indien van toepassing, van de gebruiker dan worden ingeperkt. Het wegbestemmen van bestaande rechten zal altijd in overleg moeten gaan met de eigenaar en eventuele gebruikers, en zal alleen in overweging kunnen worden genomen indien daaraan zwaarwegende redenen ten grondslag liggen. Deze zijn door de aanvrager niet aangevoerd en lijken voorshands ook niet aanwezig.
Het ligt niet in de rede dat een kantoorfunctie ter plaatse niet voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij speelt ook een rol, dat de rechtszekerheid die van een bestemmingsplan uitgaat wordt aangetast, ingeval te lichtzinnig wordt overgegaan tot het beperken of wegbestemmen van bestaande rechten. De eigenaar (Staedion) en de huidige huurder (Kerk & Co) hebben rechten opgebouwd op het perceel Stationsweg 6 en 10b, en hun belangen om het (legale) gebruik van het pand voort te zetten, wegen in dit geval zwaarder dan belangen van de aanvrager bij een wijziging van het 0mgevingsplan. 1 Voor zover de aanvrager stelt, dat er sprake is van een fout in het bestemmingsplan, al juist zou zijn en wij een vergissing hebben gemaakt, betekent ook dat dit nu moet leiden tot het aanpassen van de verbeelding. Met het oog op de rechtszekerheid, kan alleen in zeer uitzonderlijke situaties worden aangenomen dat een bestemmingsplan een kennelijke misslag bevat. 1
Vergelijk AbRvS, 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1697, rechtsoverweging 5.1 e.v.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10836975
Het belang van de rechtszekerheid vereist dat van de planregels moet worden uitgegaan. Daarbij speelt ook het tijdsverloop een rol, omdat aan de rechtszekerheid meer gewicht toekomt naarmate er meer tijd is verstreken. Sinds de vaststelling van het bestemmingsplan zijn bijna 10 jaar verstreken. Het college heeft nooit aanleiding gezien om een wijziging aan te brengen in de planologische mogelijkheden van het perceel.2 Gelet op de bovenstaande overwegingen, zijn wij van mening dat het verzoek geen aanleiding geeft om het bestemmingsplan “Stationsbuurt”, dat thans van rechtswege onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan Den Haag, te wijzigen. Het verzoekt dient te worden afgewezen. Besluitvorming Gezien het vorenstaande, stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 18 februari 2025, besluit: met overneming van de door het college in het hiervoor vermelde voorstel aangegeven overwegingen, welke worden geacht deel uit te maken van dit besluit: I.
het bezwaarschrift voor zover dat gericht is tegen de buiten behandeling stelling van het verzoek tot herziening van het omgevingsplan, gegrond te verklaren;
II.
in heroverweging geen medewerking te verlenen aan het verzoek tot aanpassing van het bestemmingsplan “Stationsbuurt”, dat thans van rechtswege onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan Den Haag;
III. het bezwaarschrift voor zover dat gericht is tegen het wijzigen van het omgevingsplan, ongegrond te verklaren. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 13 maart 2025. De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 14-03-2025
2
Vergelijk Rechtbank Midden-Nederland, 14 februari 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:684, rechtsoverweging 28 (in het kader van de exceptionele toetsing van het bestemmingsplan in een beroep tegen een verleende omgevingsvergunning)
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10836975
Bent u het niet eens met dit besluit? En bent u belanghebbende? Dan kunt u binnen zes weken een beroepschrift indienen. Hieronder staat vermeld hoe u dit moet doen. Stuur het beroepschrift uiterlijk binnen zes weken na de bekendmaking van het besluit naar: Rechtbank Den Haag, Sector Bestuursrecht Postbus 20 302 2500 EH DEN HAAG In het beroepschrift moet het volgende staan: naam en adres; de datum en handtekening; een duidelijke omschrijving van het besluit waartegen u in beroep wilt gaan (stuur een kopie mee of noem ook het kenmerk); de reden of argumenten waarom u beroep instelt. Bij een spoedeisend belang, kunt u een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank Den Haag. Op www.denhaag.nl/beroep vindt u meer informatie. U kunt ook digitaal het beroep- en verzoekschrift indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
4/4