20250213-RIS321259 Voorstel van het college inzake startnotitie referendum uitbreiding gereguleerd parkeren
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
27 januari 2025
BSD/10845066 RIS321259
Voorstel van het college inzake startnotitie referendum uitbreiding gereguleerd parkeren Toelichting Op 28 november 2024 heeft de gemeenteraad ingestemd met het voorstel uit het burgerinitiatief ‘uitbreiding betaald parkeren’ (RIS320604) waarin het college van B&W wordt verzocht “om een startnotitie op te stellen voor het houden van een referendum waarbij de burgers van Den Haag zich kunnen uitspreken voor- of tegen de uitbreiding van betaald parkeren”. Met de voorliggende startnotitie, waarin de probleemstelling en oplossingsrichting zijn geformuleerd, wordt hieraan voldaan. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 27 januari jl, Besluit: I.
Vast te stellen de navolgende Startnotitie referendum gereguleerd parkeren Den Haag 2025;
II.
een referendum te organiseren over de oplossingsrichting uit de startnotitie, namelijk of parkeerdruk en draagvlakmeting wel of niet een voorwaarde zijn bij uitbreiding van gereguleerd parkeren in gebieden waar dit nog niet is ingevoerd, exclusief de gebieden met (grote) woningbouwontwikkelingen;
III. het referendum te houden op 21 mei 2025 in de vorm van een fysieke verkiezing; IV. bij de jaarrekening 2024 een voorziening van €2.250.000 voor de kosten van het referendum te treffen. Aldus verworpen in de openbare raadsvergadering van 13 februari 2025. De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 18-02-2025
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
Startnotitie referendum uitbreiding gereguleerd parkeren Over de startnotitie Artikel 1 van de Referendumverordening startnotitie omschrijft de startnotitie als een “door de raad vast te stellen notitie waarin een korte heldere probleemstelling en een korte heldere schets van de beoogde oplossingsrichtingen staan beschreven”. De startnotitie geeft volgens de toelichting op de referendumverordening (RIS115440) aan welke principiële keuzes voorliggen. De Referendumverordening startnotitie geeft niet aan wie de startnotitie moet opstellen. Wel bepaalt de verordening dat de raad besluit of een startnotitie wordt gemaakt en of over de startnotitie een referendum georganiseerd wordt. Door het verzoek in het burgerinitiatief ligt de verantwoordelijkheid voor het opstellen van de startnotitie bij het college. De hier gepresenteerde startnotitie moet worden gelezen als document dat door het college is opgesteld in opdracht van de raad. De Referendumverordening startnotitie geeft – behalve de definitie van de startnotitie- beperkte kaders voor de inhoud hiervan. In Den Haag is één keer eerder een startnotitie opgesteld naar aanleiding van een motie over het Zuiderpark (RIS135370). In deze startnotitie zijn beleidsmatige oplossingsrichtingen opgenomen. Er zijn weinig andere gemeenten die een startnotitie als processtap in de referendumverordening hebben opgenomen.
Wij vertrouwen erop dat wij met deze startnotitie op een passende manier hebben voldaan aan de opdracht van de raad. Deze startnotitie bevat in de kern de probleemstelling en de mogelijke oplossingsrichting. Omdat de probleemstelling gaat over de uitbreiding van gereguleerd parkeren en in het gesprek over het burgerinitiatief in de Commissie Bestuur van 27 november 2024 in dit kader ook is gesproken over het parkeerbeleid, zal er een korte introductie van het parkeerbeleid worden gegeven. Deze startnotitie staat verder stil bij de mogelijkheden voor het uitvoeren van het referendum, en de daarbij horende kosten. Als uw raad besluit om op basis van de startnotitie een referendum te organiseren, dan dient de raad zich volgens de Referendumverordening Startnotitie zich bij het vaststellen van de vraagstelling zich te laten adviseren door een commissie van advies en toezicht (de referendumcommissie). Haags Parkeerbeleid in het kort Parkeerstrategie 2021 – 2030 Op 15 juli 2021 is in de gemeenteraad de ‘Parkeerstrategie 2021-2030' vastgesteld (RIS30871). De reden voor dit beleid was een snel groeiend Den Haag en de effecten hiervan op de veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. Dit beleid beoogt regie te houden op de inrichting van de openbare ruimte en de beschikbaarheid van parkeerplekken.
Met de vaststelling van dit parkeerbeleid is een aantal (in het licht van het burgerinitiatief relevante) besluiten genomen: 1.
2.
Bij het besluit tot invoering van een parkeerregeling wordt draagvlak in het gebied waar dat wordt ingevoerd als voorwaarde gezien voor invoering, waarbij ook veiligheid en leefbaarheid meegenomen dienen te worden. In een gebied waar grootschalige woningbouwontwikkelingen gaan plaatsvinden die aanzienlijke negatieve gevolgen zullen hebben voor de parkeerdruk kan, om dit te voorkomen, door het college van B&W besloten worden deze ontwikkeling gepaard te laten gaan met de invoering of uitbreiding van parkeerregeling zonder een nadere draagvlakmeting.
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
De Parkeerstrategie 2021-2030 is uitgewerkt in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (RIS309977). Voor de uitvoering van deze verordening heeft het college op 21 december 2021 de ‘Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022’ (RIS311076) vastgesteld. Coalitieakkoorden In het Coalitieakkoord Den Haag 2022-2026 ‘Voor een stad die tegen een stootje kan’ (RIS313189) is opgenomen: “We voeren in alle wijken betaald parkeren in. In de wijken Vroondaal, Wateringse Veld en het stadsdeel Leidschenveen/Ypenburg voeren we vergunningparkeren in alleen als de parkeerdruk daartoe aanleiding geeft.” Deze ambitie is vervolgens verwerkt in (vastgestelde) Programmabegroting 2023-2026 (RIS313463), waarin in de bijlage is opgenomen: “Parkeren op straat - In het Coalitie Akkoord Den Haag 2022-2026 is opgenomen dat in alle wijken betaald parkeren wordt ingevoerd. In de wijken Vroondaal, Wateringse Veld en het stadsdeel Leidschenveen/Ypenburg wordt alleen vergunningparkeren ingevoerd als de parkeerdruk daartoe aanleiding geeft. Voor de uitvoering hiervan wordt een plan van aanpak gemaakt. De invoering van parkeerregulering vindt gefaseerd in de jaren 2023 t/m 2026 plaats. In de Binckhorst wordt parkeerregulering in drie fasen ingevoerd. In 2023 wordt bij de oplevering van de eerste 5.000 woningen de eerste fase ingevoerd.
In 2025 en 2028 volgen de tweede en derde fase. Ook in Zuidwest volgt de invoering van parkeerregulering zodra de nieuwe woningen worden opgeleverd. Aan de hand van de parkeerdruk in de wijken waar nog geen betaald parkeren geldt, wordt een prioritering aangebracht voor de invoering van parkeerregulering in deze wijken.” De wens om gereguleerd parkeren in vrijwel de hele stad in te voeren, wijzigde niet met het Haags coalitieakkoord 2023-2026. Actualisatie Parkeerstrategie 2021 – 2030 Draagvlak Op 27 juni 2023 heeft het college besloten de bepalingen rondom draagvlak uit de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen te halen, conform de ambities uit het coalitieakkoord 20222026 (RIS315991). Planning gereguleerd parkeren In de brief “Uitbreiding parkeerareaal” (RIS315467) van 7 juli 2023 is de raad geïnformeerd over de planning van de invoering van parkeerregulering in Binckhorst, Zuidwest en Kijkduin. Deze gebieden zijn aangemerkt als grootschalige gebiedsontwikkeling waar parkeerregulering noodzakelijk is. In de brief is een planning opgenomen om ten aanzien van de gebieden Vogelwijk-Noord, Deelplan 20, Moerwijk-oost, Binckhorst, Vogelwijk-Midden en Vogelwijk-Zuid, Kijkduin, Moerwijk West en Moerwijk Zuid, Architectenbuurt en omgeving Meppelweg en Morgenstond (Zuid, Oost en West) gefaseerd in te voeren.
Verder is in de brief opgenomen dat in 2025 en 2026 de invoeringen in Binckhorst (fase 2 en fase 3), Zuidwest (Zichten, Dreven en Gaarden) en Erasmusveld-Midden, volgen. Een gedetailleerde planning van invoeringen in 2025 en 2026 zou later volgen, met inachtneming van de bouwontwikkelingen in deze gebieden. De invoeringen in Vogelwijk, Moerwijk, (deel van) Binckhorst, Deelplan 20 en Architectenbuurt/ Meppelweg zijn inmiddels afgerond. Bij de bespreking van de programmabegroting 2025 heeft wethouder Kapteijns toegezegd dat in 2025 in Kijkduin geen gereguleerd parkeren wordt ingevoerd.
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
Uw raad is op 16 december jl. geïnformeerd over het voornemen van het college om in Morgenstond gereguleerd parkeren in te voeren op basis van de afspraken in het parkeerbeleid 2021-2030 en de vastgestelde structuurvisie (RIS320853). In lijn met deze toegezonden informatie is het college gestart met het communicatie- en participatietraject over het voornemen om in Morgenstond per 1 juni 2025 gereguleerd parkeren in te voeren. Actualisatie parkeerstrategie Deze wens om gereguleerd parkeren in de hele stad in te voeren is verwerkt in het raadsvoorstel ‘Actualisatie Parkeerstrategie 2021-2026’ (RIS319383). In deze Actualisatie is de noodzaak voor draagvlak en de 90% parkeerdruk niet meer opgenomen. Dit raadsvoorstel is besproken in de Commissie Leefomgeving op 21 november 2024. De besluitvorming in de raad is uitgesteld in afwachting van de behandeling van deze startnotitie. Ter informatie, uit het raadsvoorstel ‘Actualisatie Parkeerstrategie 2021-2026’ (RIS319383): “Door invoering van parkeerregulering heeft de gemeente meer grip op de leefbaarheid van de buitenruimte en kunnen bepaalde doelgroepen (zoals forenzen, bezoekers of mensen met de optie voor parkeren op eigen terrein) worden gestimuleerd om op andere plaatsen te parkeren. Ook is parkeerregulering van belang voor de bouwontwikkelingen in Den Haag.
De extra parkeervraag die dit met zich meebrengt kan niet meer opgevangen worden in de buitenruimte. Door middel van parkeerregulering kunnen we ervoor zorgen dat nieuwe bewoners inpandig of op eigen terrein parkeren, omdat ze geen parkeervergunning ontvangen voor het parkeren van hun auto op straat. Zo blijven er voldoende parkeerplaatsen beschikbaar voor de huidige bewoners. Daarnaast heeft het invoeren van gereguleerd parkeren invloed op de mogelijkheden tot reductie van de parkeereis, zoals vastgelegd in de Parkeernormennota. In gereguleerde gebieden kan namelijk een hogere reductie worden toegepast bij aanbod van deelmobiliteit dan in niet gereguleerde gebieden, doordat bewoners van deze nieuwbouwplannen geen parkeervergunning voor de openbare ruimte krijgen. Als neveneffect is parkeerregulering dus ook belangrijk voor de woningbouw en voor de transitie naar duurzame mobiliteit. Kortom, parkeerregulering is nodig vanuit een breed maatschappelijk belang. Door in de Parkeerstrategie op te nemen dat vrijwel in de gehele stad (gefaseerd) gereguleerd parkeren wordt ingevoerd, kan de gemeente de regie voeren op het reguleren van het gebruik van de verschillende parkeermogelijkheden in de stad door alle doelgroepen en kan het waterbedeffect van de invoering van parkeerregulering worden voorkomen.
In de Parkeerstrategie 2021-2030 was al opgenomen dat betaald parkeren dient te worden ingevoerd in transformatiegebieden en bij grootschalige gebiedsontwikkelingen. Dat geldt dus al voor Zuidwest, Binckhorst en Kijkduin. Voor ErasmusveldMidden zijn bij de ontwikkeling al afspraken gemaakt over de invoering van gereguleerd parkeren. De aanscherping van de Parkeerstrategie is dan ook vooral van toepassing op ZKD, Loosduinen, Mariahoeve en Marlot. Met de actualisatie van de Parkeerstrategie wordt de in 2021 ingezette en in de begroting geëffectueerde beleidslijn om in (vrijwel) de hele stad gereguleerd parkeren in te voeren vastgelegd in het geëigende beleidskader. Derhalve is 90% parkeerdruk geen voorwaarde voor invoering van gereguleerd parkeren meer en wordt bij uitbreidingen van parkeerregulering geen draagvlakmeting meer gehouden in het betreffende gebied.
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
De betreffende passages dienen hiervoor uit de Parkeerstrategie geschrapt te worden. Wel worden inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden in een vroeg stadium geïnformeerd en geconsulteerd, als in een gebied gereguleerd parkeren wordt ingevoerd. Dat proces is gericht op goede informatievoorziening over de veranderingen en de voorwaarden van vergunningverlening. En ten aanzien van de venstertijden wordt ook input vanuit het betreffende gebied meegenomen in de keuze. Daarnaast wordt bij de invoering van gereguleerd parkeren een pakket van maatregelen aangeboden om bewoners kennis te laten maken met het gebruik van andere vormen van (deel)mobiliteit.” Uitbreiding gereguleerd parkeren Op dit moment zijn er voor de volgende gebieden (nog) geen aanwijzingsbesluiten “plaats en tijden” gereguleerd parkeren genomen: 1. Morgenstond 2. Erasmusveld Midden (Wateringse Veld) 3. Kijkduin 4. (Deel van de) Binckhorst 5. Bouwlust-Vrederust1 6. 7. 8. 9.
Zichtenburg, Kerketuinen, Dekkershoek (bedrijventerrein ZKD) Stadsdeel Loosduinen (exclusief Kijkduin) Mariahoeve Marlot
10. Vroondaal 11. Wateringse Veld (exclusief Erasmusveld Midden) 12. Leidschenveen-Ypenburg (m.u.v. winkelgebieden en stationsomgeving). Deze gebieden zijn in drie categorieën te verdelen: Nummers 1 t/m 5 zijn gebieden met (grote) bouwontwikkelingen of waarin bij de bouw reeds afspraken zijn gemaakt over het invoeren van gereguleerd parkeren. Zonder gereguleerd parkeren kan de afgesproken woningbouwopgave niet worden gerealiseerd. In deze gebieden is het conform het vigerende beleid (Parkeerstrategie 2021-2030, RIS308711) mogelijk om gereguleerd parkeren in te voeren zonder dat draagvlak is vereist. Dit vindt zijn rechtvaardiging in het feit dat er zonder gereguleerd parkeren een parkeerdruk van (ruim) boven de 90% wordt verwacht. Structuurvisies en ruimtelijke plannen zijn hierop gebaseerd en met dezelfde uitgangspunten door de gemeenteraad aangenomen. Daarnaast zijn op deze uitgangspunten omgevingsvergunningen verleend en rijkssubsidies verkregen op de onderliggende businesscases. Nummers 6 t/m 9: In deze gebieden is volgens het vigerend beleid op dit moment wel draagvlak vereist bij de invoering van gereguleerd parkeren. Wanneer de raad de Actualisatie Parkeerstrategie 2021-2030 (RIS319383) vaststelt, is dat niet meer het geval. Nummers 10 t/m 12: Voor deze gebieden is voorlopig geen voornemen om gereguleerd parkeren in te voeren.
1
In de Nota Parkeerstrategie 2021-2030 zijn Zuidwest en Binckhorst als gebieden aangewezen waar parkeerregulering wordt ingevoerd
zonder nadere draagvlakmeting. In de brief ‘Uitbreiding parkeerreaal’ (RIS315467) zijn Binckhorst, Zuidwest, Kijkduin, ErasmusveldMidden aangemerkt als grootschalige gebiedsontwikkeling waar parkeerregulering noodzakelijk is.
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
De extra parkeerinkomsten door uitbreiding parkeerregulering in de (nieuwe) gebieden waar draagvlak en de parkeerdruk een voorwaarde zijn (6t/m9), zijn al opgenomen in de meerjarenbegroting vanaf 2026. Door uit- of afstel van deze invoeringen komen voor 2026 € 2,6 miljoen minder parkeeropbrengsten binnen en moet dit gecorrigeerd worden in de parkeerbatenbegroting. Zolang bij deze gebieden geen gereguleerd parkeren wordt ingevoerd zijn de lagere inkomsten structureel. Tegenover de lagere inkomsten staan ook lagere extra kosten. Zonder deze uitbreidingen zijn de kosten op uitbreidingen vanaf 2026 binnen programma 12 structureel € 1,2 miljoen lager. De netto financiële impact op de begroting voor de Gemeente Den Haag is vanaf het jaar 2026 daarmee € 1,4 miljoen negatief.
Het Burgerinitiatief en de probleemstelling Het Burgerinitiatief Het dictum van het Burgerinitiatief (RIS14894072) luidt als volgt: Wij, de inwoners van Den Haag, Scheveningen en Loosduinen, Constateren: • dat het college van Den Haag in vrijwel de hele stad betaald parkeren wil gaan invoeren, Overwegende, dat: • er geen draagvlakonderzoek is gehouden onder de inwoners van de stad, • de afspraak was dat de bewoners zelf zouden aangeven als de parkeerdruk op straat te groot zou worden, • het invoeren van betaald parkeren pas zou gebeuren als de parkeerdruk boven de 90% zou komen, • er in veel straten in de stad geen parkeerproblemen zijn, • er garages zijn die voor de helft leegstaan, • de gemeente participatie met bewoners belangrijk zegt te vinden maar dit in praktijk niet uitvoert, Zijn van mening, dat: • mensen ongevraagd en onnodig op hoge kosten gejaagd worden, • vooral ouderen, waarvan er velen in de stad wonen, in een sociaal isolement terecht kunnen komen door de invoering van betaald parkeren, • de auto, veelal keihard nodig voor woon-werkverkeer, niet mag worden gebruikt als ordinaire melkkoe, Verzoeken het college van B&W van Den Haag: • om een startnotitie op te stellen voor het houden van een referendum waarbij de burgers van Den Haag zich kunnen uitspreken voor- of tegen de uitbreiding van betaald parkeren.
De indieners van het Burgerinitiatief stellen hierbij het volgende: “In 2024 wordt in tien Haagse wijken betaald parkeren ingevoerd. Het gaat om delen van de Vogelwijk, Moerwijk, Houtwijk, Morgenstond en in badplaats Kijkduin. Het invoeren gebeurt niet overal tegelijk, maar vanaf het voorjaar komt er steeds een gebied bij. In 2025 en 2026 staan uitbreiding van betalen voor parkeren op de Binckhorst en invoering op de Zichten, Dreven en Gaarden in Zuidwest op de rol. Uiteindelijk zal er over een paar jaar in de hele stad betaald moeten worden voor het parkeren van de auto op straat. Het verruimen en intensiveren van de huidige parkeerregels in de gebieden waar al betaald parkeren is ingevoerd moet nut en noodzaak hebben en per deelgebied/wijk worden beoordeeld.”
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
In de werkbespreking van de commissie Leefomgeving/Bestuur van 27 november 2024 en in het raadsdebat van 28 november 2024 is gesproken over de bedoeling van het initiatief. Bij de discussie over de vraag of het uitbreiden van gereguleerd parkeren (een belastingmaatregel) wel referendabel is, werd door meerdere partijen, waaronder de referendumcommissie, aangegeven dat niet zozeer naar letter van het burgerinitiatief moet worden gekeken, maar vooral naar de bedoeling daarvan, bezien in de bredere context van het gemeentelijk parkeerbeleid. Daarbij is in het bijzonder gesproken over de vraag of draagvlakmetingen en de 90%-parkeerdruknorm moeten worden gehanteerd bij de uitbreiding van gereguleerd parkeren. Probleemstelling Op basis van de bezwaren zoals genoemd in het burgerinitiatief en de gesprekken in de raadscommissie en de raad kan de probleemstelling als volgt worden gedefinieerd: De gemeente heeft een vigerend Parkeerbeleid en stelt een actualisatie van dit parkeerbeleid voor conform de afspraken uit de coalitieakkoorden uit 2022 en 2023. Deze is al met de raad gedeeld (RIS319383). In deze Actualisatie wordt draagvlak als voorwaarde voor uitbreiding van gereguleerd parkeren losgelaten en is de parkeerdruk geen voorwaarde meer om uit te breiden. Het burgerinitiatief verzet zich hiertegen.
Oplossingsrichting Het burgerinitiatief- en dan met name de overwegingen in dit initiatief - ziet op de vraag of draagvlak en de 90% parkeerdruk norm wel of niet een voorwaarden voor de invoering van gereguleerd parkeren moeten zijn. Dit zijn voorwaarden die onderdeel zijn van het huidige – vigerende - beleid, die met de voorgestelde Actualisatie vervallen. Met andere woorden, de beleidswijziging die wordt voorgesteld in de Actualisatie parkeerbeleid zal ertoe leiden dat zonder draagvlakmeting en parkeerdruk als norm in vrijwel de gehele stad gereguleerd parkeren kan worden ingevoerd. De initiatiefnemers verzetten zich tegen deze wijziging en willen dat bewoners in principe een stem houden in het al dan niet invoeren van gereguleerd parkeren in hun wijk. Het college heeft dit daarom als uitgangspunt genomen voor de oplossingsrichting in deze startnotitie. Dit betekent dat het referendum, waar de indieners om verzoeken, dan gaat over de oplossingsrichting of parkeerdruk en draagvlakmeting wel of niet voorwaarden moeten zijn bij uitbreiding van gereguleerd parkeren naar gebieden waar dit nog niet is ingevoerd, exclusief de gebieden met (grote) woningbouw-ontwikkelingen (sinds 2021 vigerend beleid). Deze vraag ziet op een beleidswijziging (namelijk, op het parkeerbeleid) en is hiermee stadsbreed relevant en kan per referendum worden voorgelegd.
Een referendum is raadgevend en het is vervolgens aan de raad om de uitslag van een referendum te beoordelen. De referendumverordening zegt hierover: “zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen twee maanden na de dag waarop het referendum wordt gehouden, neemt de gemeenteraad een besluit naar aanleiding van de uitslag van het referendum.” Bij een Haags referendum geldt dat deze geldig is als de opkomst meer dan 25% is.
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
Uitvoering referendum Tijdlijn en adviesdatum De Referendumverordening startnotitie schrijft voor dat het referendum binnen vier maanden na besluitvorming tot het houden van een referendum moet plaatsvinden. In een situatie waarbij de raad instemt met de organisatie van een referendum, dient rekening gehouden te worden met respectievelijk de NAVO-top (juni 2025), alle noodzakelijke voorbereidingen daaromtrent en de schoolvakanties en feestdagen. In dat geval wordt geadviseerd het referendum in de week van 19 t/m 23 mei te organiseren. Bij voorkeur op woensdag 21 mei. De consequentie hiervan is dat er in de praktijk veertien weken zijn voor de organisatie van het referendum. Deze korte voorbereidingstijd beperkt de ambtelijke capaciteit en logistieke bewegingen. NB. Mocht er in het eerste kwartaal een landelijke verkiezing uitgeroepen worden, dan kunnen de landelijke verkiezing en het referendum gecombineerd worden. Uitvoering en kiesgerechtigdheid Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Den Haag (artikel 12 lid 1 Referendumverordening startnotitie).
Artikel 12, lid 2 van de Referendumverordening startnotitie stelt dat “de bepalingen van de Kieswet voor wat betreft de raadsverkiezingen (…) voor zover nodig van overeenkomstige toepassing zijn”. Er wordt voorgesteld om het referendum te organiseren als een verkiezing zoals voorgeschreven door de Kieswet. Hierbij worden twee uitgangspunten gehanteerd; iedere kiesgerechtigde kan stemmen op een stembureau binnen gemiddeld 500 meter van huis en op wijkniveau wordt gezorgd voor een logische spreiding. Met maximaal 200 stembureaus kan een goede spreiding van stembureaus zo veel als mogelijk worden gewaarborgd. Het aantal stembureaus wordt teruggebracht van ongeveer 276 stembureaus, bij een reguliere verkiezing, naar 150 tot 200 stembureaus. Dit is gezien de korte voorbereidingstijd het meest haalbare scenario, waarin wel voldaan wordt aan een goede spreiding. Dit zijn panden die aan de gemeente gerelateerd en herkenbaar zijn, op strategische plekken liggen in alle wijken en waarvan met grote zekerheid kan worden gezegd dat ze snel mee kunnen doen. Dit is goed voor de spreiding, de te maken kosten, de continuïteit van stembureaus (herkenbaarheid) en de snelheid waarmee het georganiseerd kan worden. Hierbij zal uiteraard ook worden gekeken naar zoveel als mogelijk (rolstoel-) toegankelijkheid.
Een risico hierbij is wel dat het referendum - zelfs bij een goede spreiding van stembureaus – als minder toegankelijk wordt ervaren door de kiezer, omdat bijvoorbeeld het gebruikelijke stembureau in de buurt niet meedoet. Dit kan een negatief effect hebben op de opkomst, zeker in wijken waar het thema van het referendum niet of minder leeft. Een andere belangrijke kanttekening hierbij is het feit dat de organisatie van een gemeenteraadsverkiezing normaal gesproken 26 weken betreft. Vanwege de eerdergenoemde beperkingen (NAVO-top, meivakantie etc.) gaat het om een voorbereidingsperiode van veertien weken. Maar het is haalbaar. Aangezien het stembiljet voor het referendum slechts twee keuzemogelijkheden biedt en daardoor op A4-formaat past, zorgt dit voor een veel snellere doorstroomtijd op de stembureaus. Het tellen van de stemmen zal dezelfde avond op de stembureaus plaatsvinden. De (voorlopige) uitslag zal nog dezelfde avond bekend worden gemaakt.
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
De geschatte kosten voor een (basis)verkiezing volgens dit scenario op basis van 150-200 stembureaus zijn tussen de € 1,4 en € 1,7 miljoen. Dit is overigens exclusief de apparaatslasten die in de begroting zijn opgenomen. Er is ook een alternatief overwogen, namelijk online stemmen. Online stemmen is met toepassing van de Kieswet (waarnaar in de verordening wordt verwezen) niet mogelijk. Het hiervan afwijken beteken dat de waarborgen die de Kieswet hierbij biedt (zoals het zoveel als mogelijk voorkomen van misbruik van het individueel stemrecht), komen te vervallen. Daarnaast is het niet mogelijk om voor de beoogde datum de technische aanpassing te doen aan de ons beschikbare software voor online stemmen (die we nu gebruiken bij participatie in het kader van bijvoorbeeld “open stad”) om de koppeling aan DigiD mogelijk te maken. Dit alles overziend is het college van mening dat online stemmen op dit moment geen bruikbaar alternatief is. Communicatie en campagnemiddelen Dit hoofdstuk gaat over de communicatie en campagne indien de raad besluit een referendum te organiseren. Het gaat enerzijds over de vraag hoe de gemeente bewoners informeert over het referendum. Anderzijds gaat het over de tegemoetkoming in de kosten van organisatie en publiciteit ten behoeve van een campagne – in lijn met de referendumverordening.
Communicatie door de gemeente De communicatie over het referendum is zoveel mogelijk gelijk aan de communicatie over een gemeenteraadsverkiezing. Indien de raad besluit een referendum te organiseren, is het van belang dat bewoners hier tijdig en goed over worden geïnformeerd, zodat zij een (weloverwogen) keuze kunnen maken. De gemeente ziet voor de eigen rol in ieder geval het informeren van bewoners over het referendum en hen te faciliteren bij het uitbrengen van een stem. Stemgerechtigde inwoners van Den Haag worden in begrijpelijke taal geïnformeerd over het referendum. De volgende instrumenten worden ingezet: een website, begeleidende communicatie bij de stempas en een mailing met de lijst van stembureaus (via huis-aan-huis bezorging), mobiele billboards (trotters), posters op gemeentelijke locaties met een publieke functie, posters in Mupi's (vrijstaande reclamedragers), informatieposters voor stembureaus, social media, artikelen in de stadskrant en digitale muurkranten. Aanvullend kan een animatievideo de informatie voor veel mensen toegankelijk en begrijpelijk overbrengen. De inhoud van de communicatie is neutraal, feitelijk en in het Nederlands. De website biedt, als centraal communicatiemiddel in de communicatieaanpak, de mogelijkheid voor bezoekers om de inhoud te vertalen in elke gewenste taal.
In andere middelen kan in verschillende veel gesproken talen naar deze vertaaloptie op de website worden verwezen. De communicatie bevat naast informatie over het proces (waar, wanneer en hoe kan ik stemmen?) ook informatie over de vraagstelling en de procedure na het (raadgevend) referendum. Tegemoetkoming in de kosten van een campagne Burgemeester en wethouders kunnen verzoekers, maatschappelijke organisaties, politieke partijen, gemeenteraadsfracties en zichzelf desgevraagd een tegemoetkoming toekennen in de kosten van organisatie en publiciteit ten behoeve van de campagne over de startnotitie waarop het referendum betrekking heeft. De raad dient nadere regels vast te stellen met betrekking tot de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor deze tegemoetkoming en de verdeling daarvan. Een voorstel hiervoor wordt gelijktijdig ter vaststelling aan de raad aangeboden.
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10845066
Voor de tegemoetkomingen in de deze kosten stelt het college voor om € 150.000 beschikbaar te stellen. Dit bedrag is vergelijkbaar aan het bedrag wat in Amsterdam en Rotterdam voor een referendum beschikbaar wordt gesteld. Dit bedrag is in de nadere regels opgenomen als het maximaal beschikbare budget. Dit budget is beschikbaar voor de verzoekers om het referendum, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en raadsfracties. Elke indiener kan maximaal € 5.000 aanvragen. Het college zet geen budget in voor een campagne. Financiën Zoals gesteld, kost een referendum dat wordt georganiseerd als fysieke verkiezing tussen de € 1,4 en 1,7 miljoen. Daarnaast zijn additionele communicatiekosten rond de € 200.000. Voor de tegemoetkoming in de kosten van campagnes (zoals hierboven beschreven) wordt voorgesteld een bedrag van € 150.000 beschikbaar te stellen. Uiteraard wordt voor de inzet van mensen zoveel mogelijk bestaande capaciteit vrijgemaakt. Omdat in Den Haag nog niet eerder een referendum is georganiseerd en gezien de zeer korte doorlooptijd zijn er voor een tijdelijke projectorganisatie nog aanvullende middelen nodig. De totale kosten zien er als volgt uit: Wat
Bedrag
Organisatie fysieke verkiezing
€ 1.400.000- € 1.700.000
Communicatie
€ 200.000
Subsidie Campagnemiddelen
€ 150.000
Tijdelijke projectorganisatie (bovenop reguliere capaciteit in de begroting) Totaal
€ 200.000
€ 1.950.000- € 2.250.000
De referendumverordening schrijft voor dat hiervoor een voorziening wordt getroffen. Het voorstel is om deze bij de jaarrekening 2024 te vormen.
10/10