20250213-RIS321220 Voorstel van het college inzake Verordening tegemoetkoming campagnekosten referendum uitbreiding gereguleerd parkeren Den Haag 2025
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
28 januari 2024
BSD/10846413 RIS321220
Voorstel van het college inzake Verordening tegemoetkoming campagnekosten referendum uitbreiding gereguleerd parkeren Den Haag 2025 De Referendumverordening startnotitie (hierna: referendumverordening) bepaalt dat het college een tegemoetkoming kan toekennen in de kosten van campagnevoering voor een referendum (artikel 10, tweede lid, referendumverordening). Het college kan deze tegemoetkoming verstrekken aan politieke partijen, raadsfracties, maatschappelijke organisaties, de verzoekers om het referendum en aan zichzelf. Voordat het college tegemoetkomingen kan verstrekken, is het aan de raad om nadere regels vast te stellen over de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming en de wijze waarop het budget wordt verdeeld (artikel 10, derde lid, referendumverordening). De voorliggende verordening bevat de nadere regels voor het komend referendum over de uitbreiding van gereguleerd parkeren in Den Haag. Het is geen algemene regeling die ook voor toekomstige referenda geldt. Hiervoor is gekozen omdat de raad in de vergadering van 28 november heeft aangegeven voornemens te zijn om de Referendumverordening startnotitie te evalueren en te herzien. Bij die evaluatie kan ook de voorliggende verordening worden geëvalueerd. Daarbij kan worden afgewogen of een algemene regeling wordt opgesteld.
Het college zal bewoners informeren over het referendum uitbreiding gereguleerd parkeren en hen faciliteren. Het college zet zelf geen budgetten in voor campagneactiviteiten. Deze verordening gaat daarom alleen over de toekenning van tegemoetkomingen aan verzoekers om het referendum, maatschappelijke organisaties, politieke partijen en raadsfracties. Omdat de referendumverordening van een tegemoetkoming spreekt, wordt ook in de voorliggende verordening de term tegemoetkoming gebruikt. Wettelijk gezien zijn deze tegemoetkomingen subsidies. De verstrekking van de tegemoetkomingen moet hierdoor voldoen aan de wettelijke eisen voor subsidie in de Algemene wet bestuursrecht. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de referendumverordening en de toelichting daarop. In de artikelsgewijze toelichting wordt een nadere toelichting gegeven op de voorwaarden waaraan aanvragers moeten voldoen, de subsidieplafonds, de verdeling van het budget, de aanvraagtermijn en de weigeringsgronden. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 28 januari 2025,
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10846413
gelet op: artikel 149 van de Gemeentewet; en artikel 10, derde lid, van de Referendumverordening startnotitie, besluit vast te stellen de Verordening tegemoetkoming campagnekosten referendum uitbreiding gereguleerd parkeren Den Haag 2025: Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: - campagnevoering:
- college: - maatschappelijke organisatie: - politieke partij:
- raadsfractie - referendum: - verzoekers:
activiteiten ter bevordering van het publieke debat of de individuele meningsvorming over vraagstelling en oplossingsrichtingen van het referendum; college van burgemeester en wethouders van Den Haag; organisatie zonder winstoogmerk die is gericht op een maatschappelijk belang in Den Haag; politieke groepering als bedoeld in artikel G3, eerste lid, van de Kieswet die gevestigd is in Den Haag of in Den Haag gevestigde afdeling van een groepering als bedoeld in artikel G1, eerste lid, of G2, eerste lid, van de Kieswet; fractie als bedoeld in artikel 5 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad; referendum over de uitbreiding van gereguleerd parkeren in de gemeente Den Haag dat op 21 mei 2025 wordt gehouden; verzoekers om het referendum, als vertegenwoordiging van het burgerinitiatief dat heeft geleid tot het referendum.
Artikel 1:2 Toepassingsbereik Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van tegemoetkomingen door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten. Artikel 1:3 Doel van de tegemoetkoming Het doel van deze verordening is dat zoveel mogelijk inwoners van Den Haag zich voorafgaand aan het referendum een beeld kunnen vormen over de vraagstelling en oplossingsrichtingen van het referendum. Artikel 1:4 Activiteiten Een tegemoetkoming wordt uitsluitend versterkt voor campagnevoering in Den Haag. Artikel 1:5 Doelgroep Een tegemoetkoming wordt uitsluitend verstrekt aan: a. de verzoekers; b. maatschappelijke organisaties die rechtspersoon zijn met volledige rechtsbevoegdheid; c. raadsfracties; d. politieke partijen, voor zover de partij niet tevens zelf of samen met een andere partij een raadsfractie vormt.
2/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10846413
Artikel 1:6 Kosten die voor tegemoetkoming in aanmerking komen 1. Een tegemoetkoming heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden en die naar het oordeel van het college direct zijn verbonden met en noodzakelijk zijn voor de organisatie en publiciteit ten behoeve van activiteiten als bedoeld in artikel 1:4. 2. Voor een tegemoetkoming in aanmerking komen: a. materiële kosten, zoals zaalhuur of kosten voor communicatiemiddelen; b. loonkosten voor een externe professional wanneer deze onvermijdelijk zijn, met een maximum van € 60,- per uur exclusief BTW en een maximum van 15 uur per aanvrager; en c. de BTW over de tegemoetgekomen kosten voor zover die BTW niet teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht; 3. Een tegemoetkoming wordt in ieder geval niet verstrekt voor: a. loonkosten of kosten voor eigen arbeid van de aanvrager; of b. kosten die zijn gemaakt voordat de aanvraag is ingediend. Artikel 1:7 Hoogte van de tegemoetkoming De tegemoetkoming bedraagt maximaal € 5.000 per aanvrager. Artikel 1:8 Plafond Voor tegemoetkomingen op grond van deze regeling geldt een plafond van € 150.000,-, onderverdeeld in de volgende categorieën en deelplafonds: a.
€ 50.000,- voor campagnevoering van de tegenstanders van de enige of de eerstgenoemde oplossingsrichting van de vraagstelling van het referendum; b. € 50.000,- voor campagnevoering van de voorstanders van de enige of de eerstgenoemde oplossingsrichting van de vraagstelling van het referendum; en c. € 50.000,- voor neutrale campagnevoering. Artikel 1:9 Wijze van verdeling bij overschrijden deelplafond 1. Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen voor een deelplafond hoger is dan het beschikbare deelplafond brengt het college een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor tegemoetkoming. 2. Bij de rangschikking van aanvragen voor een deelplafond kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria tot het daarbij vermelde maximumaantal: a. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan het publieke debat of de individuele meningsvorming: 5 punten; b. de mate waarin de activiteiten openbaar zijn of bekend zijn gemaakt aan en toegankelijk zijn voor het publiek: 5 punten; c. de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de spreiding in soort activiteiten, in doelgroepen of in stadsdelen van Den Haag: 5 punten. 3. De aanvraag van verzoekers om het referendum krijgt nummer 1 in de rangorde; 4. De overige aanvragen worden gerangschikt vanaf nummer 2, op basis van het toegewezen aantal punten; 5.
Het college verleent de tegemoetkoming in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde deelbudget is bereikt. 6. Als het deelbudget wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
3/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10846413
Hoofdstuk 2
Aanvraag tegemoetkoming en termijnen
Artikel 2:1 Aanvraag tegemoetkoming 1. Een aanvrager kan op basis van deze verordening één aanvraag indienen. 2. De aanvrager legt de volgende gegevens over: a. een overzicht van de activiteiten waarbij in ieder geval is vermeld voor welke van de categorieën als bedoeld in artikel 1:8, eerste lid, campagne wordt gevoerd, de manier waarop de activiteiten bijdragen aan het publieke debat of de meningsvorming en het beoogde publieksbereik van de activiteiten; b. een financiële onderbouwing van de aanvraag die aansluit op het overzicht van de activiteiten, waarbij per activiteit is opgenomen welke personele en materiële middelen hiervoor nodig zijn en het bedrag helder is onderbouwd met daarbij een sluitende begroting inclusief alle inkomsten; en c. het bankrekeningnummer waarnaar de subsidie kan worden overgemaakt. 3. De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling vastgestelde aanvraagformulier en dient dat formulier in per e-mail via subsidies@denhaag.nl. 4. Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier tijdig is ingediend. Artikel 2:2 Aanvraagtermijn Een aanvraag voor een tegemoetkoming wordt ingediend in de periode van 17 maart 2025 tot en met 30 maart 2025. Artikel 2:3 Beslistermijn Het college beslist zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk 22 april 2025, op de aanvragen.
Hoofdstuk 3
Weigerings-, wijzigings- en intrekkingsgronden
Artikel 3:1 Weigeringsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college een tegemoetkoming als de activiteit plaatsvindt na de dag waarop het referendum wordt gehouden. 2. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college de tegemoetkoming weigeren als: a. de aanvrager doelstellingen beoogt, activiteiten zal ontplooien of boodschappen uitdraagt die in strijd zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde; of b. de activiteit geheel of gedeeltelijk in strijd is met een wettelijk voorschrift. 3. Onverminderd artikel 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht kan het college een eenmaal verleende tegemoetkoming intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen in de onder de voorgaande leden bedoelde gevallen. Hoofdstuk 4
Verplichtingen en betaling
Artikel 4:1 Verplichtingen De ontvanger van de tegemoetkoming is verplicht mee te werken aan de steekproefcontrole door het college om te beoordelen of de tegemoetkoming terecht is verstrekt.
4/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10846413
Artikel 4:2 Bevoorschotting Bevoorschotting vindt plaats op de volgende wijze: 100% van de verleende subsidie in één keer. Hoofdstuk 5
Eindverantwoording en vaststelling
Artikel 5:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling Uiterlijk op 15 september 2025 dient de ontvanger de aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming in door middel van een door het college beschikbaar gesteld formulier. Artikel 5:2 Wijze van verantwoorden De aanvraag tot vaststelling bevat: a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag met een beknopte beschrijving van de activiteiten waarvoor een tegemoetkoming is toegekend, waaruit blijkt in hoeverre deze activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag dat op dezelfde manier is ingericht als de begroting die bij de aanvraag is ingediend en een gespecificeerd overzicht van de activiteiten waarvoor een tegemoetkoming is toegekend, met de daaraan verbonden inkomsten en uitgaven; en c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Artikel 5:3 Termijn vaststelling subsidie Het college stelt de tegemoetkoming vast binnen vier weken na ontvangst van de volledige aanvraag tot vaststelling. Het college kan deze termijn eenmaal met vier weken verlengen. Hoofdstuk 6
Overige bepalingen
Artikel 6:1 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2026. Artikel 6:2 Overgangsrecht De bepalingen van deze verordening blijven van toepassing op tegemoetkomingen die op basis van deze verordening tijdig zijn aangevraagd conform artikel 2:2. Artikel 6:3 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening tegemoetkoming campagnekosten referendum uitbreiding gereguleerd parkeren Den Haag 2025. Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:1 De omschrijving van het begrip maatschappelijke organisatie is ruim. Hieronder vallen bijvoorbeeld organisaties die bijdragen aan het onderwijs, veiligheid, welzijn of sociale cohesie in Den Haag. De omschrijving van het begrip politieke partij zorgt ervoor dat alleen Haagse lokale partijen en partijen met een Haagse afdeling in aanmerking kunnen komen voor de tegemoetkoming. De omschrijving van het begrip verzoekers legt vast dat de verzoekers de vertegenwoordiging van het burgerinitiatief zijn. Daaruit volgt dat zij ten behoeve van dat het burgerinitiatief één aanvraag kunnen indienen.
5/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10846413
Artikel 1:5 In de Referendumverordening startnotitie is opgenomen dat de tegemoetkoming toegekend kan worden aan zowel politieke partijen als raadsfracties. Onderdeel d zorgt ervoor dat politieke partijen die tevens een raadsfractie vormen in de gemeenteraad van Den Haag niet tweemaal de tegemoetkoming kunnen aanvragen: als raadsfractie en als politieke partij. Artikel 1:8 In dit artikel wordt het budget voor de tegemoetkomingen vastgelegd op € 150.000,-. Hiermee wordt aangesloten bij de subsidieplafonds in vergelijkbare regelingen van Amsterdam en Rotterdam. Omdat in de toelichting bij artikel 10 van de Referendumverordening startnotitie (Initiatiefvoorstel voor referenda over startnoties uit 2003, RIS103167) is opgenomen dat ‘voor- en tegenstanders een en dezelfde kansen tot deelname aan de campagne moeten kunnen krijgen’ is het budget onderverdeeld in deelbudgetten voor voorstanders en tegenstanders. Met het opnemen van een derde deelbudget voor neutrale campagnevoering is aangesloten bij het model hiervoor van de VNG (artikel 10 model Referendumverordening VNG) en bij regelingen van veel andere gemeenten. Hieronder valt bijvoorbeeld een debatavond waar voor- en tegenstanders aan het woord komen. Door de deelbudgetten op te nemen, maken de voorstanders, tegenstanders en neutrale campagnevoerders in beginsel evenveel kans op subsidie.
Artikel 1:9 Als er voor een deelbudget meer te honoreren aanvragen zijn binnengekomen dan binnen dat deelbudget passen, moet het beschikbare budget op een transparante en eerlijke manier worden verdeeld. Dit artikel beschrijft hoe dat gebeurt. Als de aanvraag van de verzoekers om het referendum bij de te honoreren aanvragen zit, dan wordt die aanvraag als eerste gehonoreerd. De overige aanvragen die voldoen aan de voorwaarden worden beoordeeld op de criteria van het tweede lid. Op basis van de toegewezen punten stelt het college de rangorde voor dat deelbudget op. Voor de criteria in het tweede lid is ook geput uit het model van de VNG en subsidieregelingen van andere gemeenten voor de kosten van campagnevoering bij referenda. Artikel 2:2 De aanvraagtermijn start op 17 maart 2025, de eerste maandag nadat de raad de definitieve vraagstelling voor het referendum heeft vastgesteld. De vraagstelling is nodig om een goed onderbouwde aanvraag in te dienen en om aan te geven binnen welk deelbudget (tegenstanders, voorstanders of neutraal) de aanvraag wordt gedaan. Deze verordening wordt zo snel mogelijk na het vaststellen ervan bekendgemaakt, zodat potentiële aanvragers wel alvast kennis kunnen nemen van de voorwaarden en eisen voor een tegemoetkoming en een aanvraag alvast kunnen voorbereiden.
Gelet op de beperkte termijn tussen het vaststellen van de vraagstelling en de dag waarop het referendum wordt gehouden, is de aanvraagtermijn beperkt tot twee weken. Artikel 3:1 Deze verordening is gebaseerd op de Referendumverordening startnotitie. Dat betekent dat de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020 (ASV 2020) niet van toepassing is op deze tegemoetkoming (artikel 2 ASV 2020). Ook de algemene weigeringsgronden in artikel 11 van de ASV 2020 zijn daarom niet van toepassing.
6/7
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10846413
In het tweede lid van artikel 3:1 van deze verordening zijn twee algemene weigeringsgronden uit de ASV 2020 overgenomen. Het gaat om de weigeringsgronden uit artikel 11, vierde lid, onderdelen b en g, van de ASV 2020. Deze weigeringsgronden kunnen in bijzondere situaties van nut zijn in deze verordening. Dit is ook conform de Kadernota subsidiebeleid Den Haag 2020-2023 (Paragraaf 3.7). In de openbare raadsvergadering van 13 februari 2025 is de startnotie van het college verworpen. Er zal daarom geen referendum plaatsvinden waardoor deze verordening niet hoeft te worden vastgesteld. De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 19-02-2025
7/7