20241114-RIS320109 Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening onroerendezaakbelastingen Den Haag 2021
Tekst van het document
Datum
Ons Kenmerk
8 oktober 2024
DPZ/10797243 RIS320109
Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening onroerendezaakbelastingen Den Haag 2021 Toelichting Uitgangspunten tariefbepaling 2025 De tariefbepaling wordt berekend door de begroting (inclusief trend) te delen door de verwachte ontwikkelingen van de WOZ-waarden van de onroerende zaken in Den Haag. Bij de tariefbepaling gaan we uit van de verwachte waardeontwikkeling van de onroerende zaken in Den Haag. Omdat de verwachte waardeontwikkeling nooit exact zal overeenkomen met de daadwerkelijke waardeontwikkeling, ontstaan er verschillen tussen de begrote en de daadwerkelijke OZB-opbrengsten. Als de begroting leidend is bij het bepalen van de tarieven, dan werkt dit verschil niet door in toekomstige jaren. Voor het opvolgende jaar wordt immers een nieuwe begroting als uitgangspunt genomen. Om te voorkomen dat grote verschillen ontstaan tussen begrote en daadwerkelijke OZB-opbrengsten, is voor de OZB-tariefbepaling voor 2025 de begroting als uitgangspunt genomen. Dit biedt de meeste financiële stabiliteit. De totale OZB-opbrengsten nemen dan toe met de trend van 3,48%, maar in verband met de waardeontwikkelingen van de onroerende zaken kan het betekenen dat de gemiddelde OZB-aanslag met meer óf minder dan de trend van 3,48% stijgt. Uitgangspunten tariefbepaling 2025: • Er wordt uitgegaan van de OZB-baten in de begroting.
Dat wil zeggen dat de huidige baten in de begroting worden geïndexeerd met de trend en dat de baten met 3,48% stijgen. • Uit het huidige beleid volgt dat de gemiddelde waardeontwikkeling van woningen en nietwoningen neutraal wordt verwerkt in het tarief. Tarieven 2025 Op basis van de bovenstaande uitgangspunten en de verwachte waardeontwikkeling van de onroerende zaken in Den Haag, zijn de OZB-tarieven voor 2025 bepaald. Financiële consequenties De aanpassing van de tarieven is verwerkt in de meerjarenbegroting. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 8 oktober 2024,
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10797243
gelet op de artikelen 149, 216 en 220-220h van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de Verordening tot vijfde wijziging van de Verordening onroerendezaakbelastingen Den Haag 2021: Artikel I De Verordening onroerende-zaakbelastingen Den Haag 2021 wordt gewijzigd als volgt: A
Artikel 6, eerste lid wordt gewijzigd als volgt: 1 In het eerste lid, onder a, wordt “0,2507% “vervangen door: 0,2576% 2 In het eerste lid, onder b, sub 1, wordt “0,0525%” vervangen door: 0,0523% 3 In het eerste lid, onder b, sub 2, wordt “0,3051%” vervangen door: 0,3168%
Artikel II 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025, met dien verstande dat de bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2025. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 14 november 2024. De griffier,
De voorzitter,
ValidSigned door De Griffier L. Blankwaard Rombouts op 19-11-2024
2/2