20241003-RIS319838 Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van artikel 2.98 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
10 september 2024
BSD/10783118 RIS319838
Voorstel van het college inzake Verordening tot wijziging van artikel 2:98 van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag Toelichting De APV wordt gewijzigd om een redelijk en werkbaar vestigingsklimaat te creëren voor nieuwe ondernemers van wie nog niet in redelijkheid verwacht kan worden dat zij over een bedrijfsactiviteitenvergunning beschikken. In de oude situatie moesten exploitanten over een bedrijfsactiviteitenvergunning beschikken voordat zij met hun bedrijfsactiviteiten konden beginnen. Met deze wijziging geldt er nu ook een coulanceperiode voor ondernemers die zich nieuw willen vestigen in een gebied waar de vergunningplicht al eerder is ingevoerd. Deze wijziging is opgenomen in het nieuw in te voeren artikel 2:98, veertiende lid. In het zevende lid onder i is met deze wijziging geregeld dat het niet aanwezig zijn van een beheerder of exploitant een reden is om de vergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken dan wel te wijzigen. Juist de aanwezigheid van een beheerder of exploitant is namelijk een van de voorwaarden die in belangrijke mate bijdraagt aan de effectiviteit van het aanwijzingsbesluit als instrument om de malafide bedrijvigheid en de daaruit vloeiende druk op de lokale openbare orde tegen te gaan.
Wanneer de beheerder of exploitant aanwezig is in de onderneming kan deze de bedrijvigheid controleren en daarbij zorg dragen voor een bonafide exploitatie van deze onderneming. De wijzigingen van artikel 2:98, zevende en achtste lid, zijn noodzakelijk om op passende en doeltreffende wijze maatregelen te kunnen nemen als dat nodig is in bij het handhaven van de verplichtingen uit artikel 2:98. Het vervallen van artikel 2:98, vierde lid, onder h is een redactionele aangelegenheid. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 10 september 2024, gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, besluit vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag:
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10783118
Artikel I De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag wordt als volgt gewijzigd:
A Artikel 2:98, vierde lid, onder h, komt te vervallen. B Artikel 2:98, zevende lid, komt te luiden 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in derde lid tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; e. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; f. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; h. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; i.
het bedrijf in strijd met het verbod uit het twaalfde lid wordt geëxploiteerd; of j. de vestiging of de exploitatie in strijd is met het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet of de Wet milieubeheer. C Artikel 2:98, achtste lid, komt te luiden: 8. De burgemeester kan de sluiting van een bedrijf bevelen indien: a. het bedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met het verbod uit het derde lid; b. de aan de vergunning, ontheffing of instemming verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; of c. er sprake is van een situatie als bedoeld in onder lid, sub a tot en met i. D Artikel 2:98, veertiende lid, komt te luiden: 14. Het derde lid is niet van toepassing in de volgend situaties: a. er zijn nog geen acht weken verstreken sinds de inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit; b. een exploitant vestigt zich in een gebouw, gebied of binnen een bedrijfsmatige activiteit nadat het aanwijzingsbesluit in werking is getreden en er zijn nog geen acht weken verstreken sinds de exploitant voor het eerst is aangevangen met de bedrijfsactiviteiten; of
2/3
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10783118
c.
een exploitant heeft een volledige aanvraag ingediend en heeft hiervan een schriftelijke bevestiging van ontvangen.
E Na artikel 2:98, veertiende lid, wordt een lid ingevoegd, met vernummering van het vijftiende lid en het zestiende lid tot het zestiende en het zeventiende lid, luidende: 15. In afwijking van het vorige lid is het derde lid wel van toepassing in de volgende situaties: a. aan de exploitant is eerder een vergunning als bedoeld in het derde lid geweigerd, ingetrokken of buiten behandeling gelaten; of b. de aanvraag heeft betrekking op een feitelijke voortzetting van dezelfde bedrijfsmatige activiteiten waarvoor eerder een vergunning als bedoeld in het derde lid is geweigerd, ingetrokken of buiten behandeling gelaten. Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na datum publicatie in het Gemeenteblad. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 oktober 2024.
De griffier,
De voorzitter,
3/3