CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20241003-RIS317236 Geamendeerd gewijzigd initiatiefvoorstel VVD Haagse kracht - Inspraak, ook bij opvang

Gemeenteraad 3 oktober 2024, gemeente Den HaagBij agendapunt: Gewijzigd initiatiefvoorstel VVD: Haagse kracht - Inspraak, ook bij opvang (RIS317236)4.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS317236

Initiatiefvoorstel Haagse Kracht

Voorwoord Dat het college had besloten om in te stemmen met de opvang van asielzoekers in het B-aparthotel Kennedy, moest een deel van de buurtbewoners uit de krant lezen. Zij voelden zich overvallen. Ze zagen belangrijke informatie over hun buurt niet terug in de afwegingen van het college bij het besluit. Ze zagen ook dat de opvang al mogelijk was een paar dagen na het besluit, nog voor de inloopavond. Dit was de concrete aanleiding om dit voorstel te schrijven. Op dat moment wisten we niet dat de soap nog verder zou gaan. Want uiteindelijk werd die inloopavond op het laatste moment afgezegd. Maar ging die in de praktijk toch door. En als klap op de vuurpijl werd de komst van de opvang op het laatst helemaal afgeblazen, omdat er helemaal geen contract bleek te zijn tussen hotel en het COA. Deze gang van zaken is funest voor het vertrouwen van burgers in de gemeente en het college van BenW. We moeten alles op alles zetten om te voorkomen dat dit nog een keer kan gebeuren. Een goede inspraakprocedure kan daaraan bijdragen. Maar een goede inspraakprocedure doet natuurlijk nog veel meer. Dit voorstel staat los van de veranderingen in het Haagse participatiebeleid en de participatieverordening, waaraan op dit moment wordt gewerkt in een werkgroep van raad en college. Het nieuw vast te stellen participatiebeleid kan de manier waarop we de inspraak organiseren veranderen.

Waar het nieuwe beleid gaat over het “hoe” we participatie en inspraak vormgeven in Den Haag, gaat dit voorstel hoofdzakelijk over “of” het beleid wordt toegepast bij opvangvoorzieningen. Het doel van dit voorstel is om Hagenaars en Haagse ondernemers het recht op inspraak te geven bij de komst van een opvanglocatie in hun buurt. Of het nu gaat om opvang van asielzoekers, daklozen, of zorgdoelgroepen. Dit voorstel is nadrukkelijk niet bedoeld om de komst van opvanglocaties te voorkomen of bemoeilijken. Integendeel. Wij zijn ervan overtuigd dat het draagvlak en de acceptatie van opvanglocaties in de buurt kan toenemen, als mensen serieus de mogelijkheid krijgen om hun zorgen, wensen en kritiek mee te geven. En dat het zorgvuldige besluitvorming in de hand werkt. Want er ontstaat een plicht om te motiveren wat er met de inspraak is gedaan, hoe de opgehaalde informatie is meegewogen, welke aanpassingen (bijvoorbeeld in voorwaarden en maatregelen) er zijn gedaan. We willen Hagenaars het vertrouwen geven dat ze verdienen. Wie weet winnen we daarmee ook wat vertrouwen terug.

2.

Inhoudsopgave 1. Inleiding.............................................................................................................. 4 2. Wat is inspraak eigenlijk?.............................................................................. 5 3. Waarom geven we Hagenaars inspraak?................................................... 6 3.1. Betere besluitvorming 3.2. Democratische legitimiteit, vertrouwen en draagvlak 3.3. Conclusie 4. Waarom geen inspraak bij opvangvoorzieningen?................................. 8 5. Hoe gaat het nu?................................................................................................ 9 5.1. ORAC’s - standaard procedure 5.2. Beleidsnota strand 2017-2022 - op basis van behoefte 5.3. Huidige praktijk bij opvang voorzieningen 6. Voorstel.............................................................................................................. 11 6.1. Randvoorwaarden 6.2. Financiën 7. Dictum................................................................................................................ 14

3.

1. Inleiding Als de gemeente nieuw strandbeleid maakt, heb je als Hagenaar inspraak. Als de gemeente een fietspad wil aanleggen voor je deur, heb je als Hagenaar inspraak. Als de gemeente een ondergrondse container of afvalstraatje in je buurt wil zetten, heb je als Hagenaar inspraak. De gemeente betrekt Hagenaars en Haagse ondernemers bij het maken van beleid en bij beslissingen over de uitvoering. Ze mogen hun mening geven, voordat het bestuur een definitief besluit neemt. Op hun inspraakreactie krijgen ze een antwoord. De gemeente “verwerkt” de inspraak. Ze maakt een beter besluit, of doet dat -beargumenteerd- niet. Hoe normaal deze procedure ook klinkt, het recht op inspraak is niet vanzelfsprekend. Niet alleen buiten Den Haag, maar ook binnen Den Haag bestaat een enorm contrast. Waar bewoners en ondernemers volop formele mogelijkheid voor inspraak krijgen bij de meeste ruimtelijke ingrepen in de buurt en belanghebbenden vooraf uitgebreid worden geconsulteerd bij het maken van veel beleid, is er geen enkele inspraak voor de komst van maatschappelijke voorzieningen. Als er een Leger des Heils opvang in de buurt komt, heb je als Hagenaar geen inspraak. Als de gemeente een winteropvang in je buurt wil vestigen, of dat nu voor één winter of permanent is, heb je als Hagenaar geen inspraak.

Als de gemeente een opvang voor asielzoekers in je straat wil vestigen, of dat nu voor een half jaar of permanent is, heb je als Hagenaar geen inspraak. Dit steekt schril af tegen de inspraak bij de plaatsing van afvalcontainers en parkeerplaatsen. Terwijl dit soort opvanglocaties vaak een grotere impact hebben op de leefomgeving. Al langere tijd is het onderwerp van gesprek of dit niet beter kan. Beter moet. Want keer op keer zijn mensen boos of teleurgesteld dat de komst van een opvang in hun buurt in het geheim wordt voorbereid in het IJspaleis. Dat de komst van die opvangvoorziening vervolgens als voldongen feit aan de buurt wordt meegedeeld. Terwijl ze voor de kleinste dingen worden bevraagd door de gemeente, voelen mensen zich de facto monddood gemaakt bij besluitvorming over echt belangrijke veranderingen in hun buurt. Het college zegde toe dit vraagstuk mee te nemen bij de Haagse Aanpak nieuwkomers. Maar dit stuk (RIS316033) stelde teleur door juist het bestaande beleid in stand te houden. De Haagse VVD vindt dat dit beter moet. We willen Hagenaars en Haagse ondernemers het recht geven om ook hun mening, kritiek, zorgen, alternatieven of wensen mee te kunnen geven voordat het stadsbestuur een definitieve beslissing neemt over de komst van een opvangvoorziening.

4.

2. Wat is inspraak eigenlijk? Volgens de Van Dale: “de mogelijkheid om zijn mening te laten horen”[1]. Volgens Wikipedia: ”het betrekken van burgers in het algemeen of belanghebbenden in het bijzonder bij het voorbereiden, vormen of uitvoeren van beleid van de overheid”[2]. Volgens de “Inspraak- en participatieverordening gemeente Den Haag 2012”: “inspraakgerechtigden de mogelijkheid geven om hun mening over een gemeentelijk beleidsvoornemen kenbaar te maken”[3]. Er is vastgelegd dat inspraak wordt verleend bij een ondergeschikte herziening van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen, als inspraak wettelijk is uitgesloten, als we als gemeente doorgeefluik zijn van landelijk beleid, bij de benoeming en aanstelling van mensen en over de begroting en tarieven voor diensten en belastingen. In de verordening is ook vastgelegd wie er mogen inspreken (in ieder geval belanghebbenden), hoe de procedure er uit moet zien en er worden eisen gesteld waaraan het verslag van de inspraak minimaal moet voldoen. De conclusie? Qua voorwaarden in het beleid zit het wel goed: geen belemmeringen voor inspraak bij de komst van voorzieningen.

[1] http://www.vandale.nl [2] https://nl.wikipedia.org/wiki/Inspraak [3] https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR11298/2#d19109150e362

5.

3.Waarom geven we Hagenaars inspraak? Waarom zou je als stadsbestuur een hele buurt vragen om mee te denken? Straks hebben ze nog andere ideeën, niet bedacht in het stadhuis. Ongetwijfeld onuitvoerbaar. En als je daar dan tegenin moet gaan, maak je het jezelf toch verdraaid moeilijk als stadsbestuur. Of misschien hebben ze wel betere dan op het stadhuis worden verzonnen. Dan sta je toch ook een beetje in je hemd. Gelukkig is dit niet de praktijk en werken we al jaren bij veel beleid en projecten met inspraak en/of participatie. Maar het is goed te realiseren dat inspraak vertrouwen vergt van de overheid in de burger. Vertrouwen dat de burger niet alleen maar aan zichzelf denkt (NIMBY), maar ook aan zijn buurt en aan de stad. Vertrouwen dat de burger niet alleen maar tegen is, maar ook meedenkt. Vertrouwen dat de burger ook goede ideeën kan hebben. Betere zelfs. En dat dat je als stadsbestuur niet overbodig of zwak maakt, maar juist sterker. Als we kijken naar de literatuur, dan zijn er grofweg twee groepen motieven die meestal worden gegeven:

3.1. Betere besluitvorming De kennis en ervaring vanuit de praktijk is goud waard. Met goede inspraak en participatie kan je als stadsbestuur de inhoudelijke kwaliteit van het beleid, plannen en de uitvoering verbeteren. Het stadsbestuur moet zich rekenschap geven van alle zorgen, belangen, wensen en kritiek die wordt ingebracht en moet daar rekening mee houden in zijn besluit. Inspraak en de reactie daarop dwingt het bestuur om de politieke bestuurlijke afweging goed te onderbouwen. Om goed naar alternatieven te kijken en hierop een zorgvuldig antwoord te geven. Om de beste oplossing te kiezen voor het probleem. Kortom: het zet aan tot een beter gemotiveerd besluit.

3.2. Democratisch legitimiteit, vertrouwen en draagvlak Inspraak en participatie kunnen bijdragen aan de legitimiteit van de besluitvorming van de gemeente. En kunnen ook bijdragen aan de legitimiteit van de gemeente als instituut. Immers, je laat ermee zien dat je er bent voor de stad en niet voor de gemeente en dat je alle belangen goed afweegt bij je besluit. Door mensen actief te betrekken bij belangrijke veranderingen in hun woonomgeving kan je de afstand tussen burger en overheid overbruggen en het vertrouwen vergroten. Het stadsbestuur laat ermee zien open te staan voor goede ideeën van buiten, uit de praktijk. Door burgers voor besluitvorming te vragen om hun mening, en deze mee te wegen bij het definitieve besluit en er zorgvuldig op te reageren, is het stadsbestuur transparant over de afweging die wordt gemaakt. En laat zien dat het alles goed wil afwegen, voordat het een beslissing neemt. Dat schept vertrouwen en verkleint de afstand. 6.

Ook als ze burgers niet eens zijn met de uitkomst, vergroot het vaak begrip en draagvlak voor besluitvorming.

3.3. Conclusie Natuurlijk is inspraak niet een garantie op draagvlak, begrip en steun. Maar, mits goed uitgevoerd, maakt het besluitvorming wel zorgvuldiger en transparanter, en met een beter resultaat. Uiteindelijk blijft de beslissing bij het dagelijks bestuur, het college van BenW[4].

[4] Of bij de raad, als het voorstel meer dan € 2,5 mln. kost of bijvoorbeeld een bestemming moet worden aangepast.

7.

4.Waarom geen inspraak bij opvangvoorzieningen? Goede vraag. We zouden het niet weten. De Haagse VVD vindt dat juist bij moeilijke besluiten, bij besluiten die lastig vallen in de buurt, we de buurt moeten betrekken vooraf en de kans moeten geven om mee te denken. Om met betere oplossingen te komen. Of om zorgen en kritiek mee te geven, die het stadsbestuur kan meewegen bij besluitvorming. Kan gebruiken om een besluit beter te maken. Om problemen, zoals overlast, in de wijk te voorkomen. Hoe kan je daar nou tegen zijn? In de praktijk zijn er toch tegenstanders van inspraak bij opvangvoorzieningen. De twee argumenten die we het meest horen: 1: Mensen zijn toch alleen maar tegen en die voorzieningen moeten nu eenmaal ergens heen. Dit paternalistische argument slaat iedere discussie dood. Het geeft blijk van een groot wantrouwen naar de burger. De burger is niet verstandig genoeg om hierover te kunnen meedenken. Want de burger denkt alleen aan zijn eigen belang (NIMBY). Als we dit doortrekken, is elke inspraak zinloos. Want voor een ondergrondse container zou je hetzelfde kunnen zeggen. Opvallend is dat als je tegenstanders van inspraak of participatie bij opvangvoorzieningen hoort, ze vaak zullen zeggen dat heel veel mensen in de omgeving van voorzieningen juist meedenken, geweldige initiatieven hebben om mensen welkom te heten, ze de taal te leren.

Niet onterecht, want er zijn prachtige initiatieven in de stad rond opvanglocaties. Maar als dat rotsvaste vertrouwen er dan is dat de buurt er eigenlijk geen last van heeft en begrip heeft en mee wil helpen… Waarom dan niet voldoende vertrouwen om inspraak mogelijk te maken? 2: Het is crisis, we hebben tekort aan opvangplekken, er is geen tijd. Het gelegenheidsargument dat er geen tijd is voor inspraak is zelden waar. Als dagelijks bestuur van de stad, mag verwacht worden van het college dat ze daadkrachtig optreden bij crisis. Als er een ramp gebeurt in Rotterdam, zal niemand er vragen over stellen als we per direct Rotterdammers opvangen in elk hotel, elke zaal waar we bedden kunnen zetten. En toen Rusland Oekraïne binnenviel en de vluchtelingen voor die oorlog naar Nederland kwamen, was dit begrip er ook. Dat zijn situaties die vragen om direct, decisief handelen. Maar als je 1,5 jaar verder bent en we nog steeds nieuwe locaties zoeken voor de opvang van Oekraïners, dan is het geen noodsituatie meer. Het is voorzienbaar. Het college weet welke opvanglocaties er zijn, wanneer ze aflopen. Het college weet dat het Rijk naar onze stad kijkt om asielzoekers op te vangen. Tenzij het college weigert om hieraan mee te werken, weten ze dus dat ze aan de bak moeten. En dan is er dus ook de ruimte en de tijd om dat netjes te doen, met betrokkenheid van de buurt.

8.

5.Hoe gaat het nu? Zoals eerder geschreven zijn er veel goede voorbeelden van inspraak en participatie in Den Haag. We bekijken er twee:

5.1. ORAC’s - standaard procedure De afgelopen 15 jaar zijn er veel ondergrondse containers containers bij gekomen. In 2009 stonden er nog maar 624 ondergrondse containers voor restafval[5]. Inmiddels is dit aantal gestegen tot zo’n 7000. De uitrol van al deze containers is planmatig en professioneel aangepakt. De komst van ORAC’s in een buurt is niet niks. Voor de gemeente is het een flinke puzzel om genoeg containers in een buurt te plaatsen binnen alle criteria die door de raad zijn vastgesteld. Voor buurtbewoners is het aan de ene kant een uitkomst, geen zakken meer op straat, minder last van meeuwen. En aan de andere kant kan de plaatsing van ORAC’s ook meer dan vervelend zijn voor buurtbewoners, omdat er parkeerplaatsen of bomen verdwijnen. Of omdat de bakken zo dichtbij huis komen dat bewoners ze continu zien, horen en ruiken. Omdat de plaatsing van containers veel impact heeft, is er vroegtijdig een duidelijk stappenplan gemaakt. Van aanwijzing wijk, onderzoek in de wijk en een ontwerpplaatsingsplan tot de zorgvuldige inspraak, de reactie op alle inbreng van bewoners, de definitieve vaststelling. 1. Het college besluit een voorlopig plaatsingsplan vast te stellen en om dit gedurende 6 weken ter inzage te leggen. 2. De raad en de buurt worden geïnformeerd over de ter inzage legging en over de mogelijkheid voor inspraak. 3.

Belanghebbenden mogen gedurende 6 weken een zienswijze indienen. 4. Aan het begin van de inspraakperiode organiseert de gemeente een inloopavond voor de buurt. 5. Na afloop van de inspraakperiode weegt de gemeente de zienswijzen af en past ze het plaatsingsplan al dan niet aan. 6. De gemeente doet hiervan verslag in de nota van antwoord. 7. Het college besluit, met inachtneming van de zienswijzen en de nota van antwoord, over een definitief voorstel voor een plaatsingsplan. 8. Het college informeert de raad en de buurt over het definitieve voorstel voor het plaatsingsplan. 9. De raad stelt het definitieve plaatsingsplan vast, met de gebruikelijke mogelijkheden voor inspraak bij vergaderingen.

[5] Voorstel van het college inzake kadervoorstel ondergrondse inzamelcontainers voor restafval, 27 februari 2009, RIS160943 (https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3327603/1/RIS160943).

9.

5.2. Beleidsnota strand 2017-2022 - op basis van behoefte Het strand is van iedereen. En bijna iedereen vindt ook iets van het strand. Over het maken van nieuw beleid voor het strand, wordt dan ook goed nagedacht. De strandnota 2017-2022 is een mooi voorbeeld. Gemaakt met de inzet van Haagse Kracht. Het college begon met een consultatieronde, op basis van een consultatiedocument. Een stuk met uitgangspunten en ambities voor het nieuwe beleid. Met een serie bijeenkomsten werd met iedereen die dat wilde gesproken over wat het nieuwe strandbeleid zou moeten zijn. Alle wensen, ideeen en behoeften die naar voren kwamen zijn meegewogen bij het maken van het nieuwe beleid. Een van die behoeften was om ook nog een formele inspraak van de nieuwe beleidsnota te doen, voordat die definitief zou worden voorgelegd aan de raad. Daarom besloot het college om een formele inspraakprocedure te volgen[6]. Er werden maar liefst 66 zienswijzen ingediend, die tot aanpassingen hebben geleid in het voorstel. De zienswijzen zijn allen beantwoord en konden worden betrokkenen bij de raadsbehandeling.

5.3. Huidige praktijk bij opvangvoorzieningen 1. Het college neemt een besluit. 2. Het college informeert de raad en de buurt over het besluit. 3. De gemeente organiseert een inloopavond over het besluit. Dit steekt, zoals eerder geschreven, schril af tegen de voorbeelden van ORAC’s en het strandbeleid. Het is tijd daar wat aan te veranderen.

[6] “Participatieverslag Strandnota 2017-2022. Het strand is van iedereen. Daarom mag iedereen erover meedenken en meepraten”, RIS294701, (https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3733837/1/RIS294701_bijlage_Participatieverslag_Nieu w_Strandbeleid_2017-2022).

10.

6.Voorstel De goede voorbeelden hierboven leren ons dat inspraak voor een voorzienbare uitrol van voorzieningen heel goed te plannen is en dat het leidt tot beter en meer gedragen resultaat. Wij stellen voor om deze stap nu ook te zetten voor opvangvoorzieningen. We zorgen ervoor dat de stad en de raad in de gelegenheid worden gesteld om het college overwegingen mee te geven voor definitieve besluitvorming. Tegelijkertijd is de komst van een opvanglocatie natuurlijk niet hetzelfde als de plaatsing van ORAC’s. Het kan en moet meer gecontroleerd dan de afgelopen jaren het geval is. Maar kan nooit met dezelfde mate van planning als ORAC’s. Daarom stellen we voor het korter te doen. Er zijn gevallen waar er spoed is, zoals bij de opvang van Oekraïners in het vroege voorjaar van 2022. Daarmee moeten we rekening houden. Daarom hebben we hiervoor een apart stappenplan uitgewerkt, onder b. A) Normaal 1. Het college besluit tot het voornemen van de komst van een opvangvoorziening op een locatie en om dit besluit 4 weken ter inzage te leggen. 2. De raad en de buurt worden geïnformeerd over de ter inzage legging en de mogelijkheid voor inspraak. 3. Belanghebbenden mogen gedurende 4 weken een zienswijze indienen. 4. Aan het begin van de inspraakperiode organiseert de gemeente een inloopavond voor de buurt. 5.

Na afloop van de inspraakperiode weegt de gemeente de zienswijzen af en past ze het besluit al dan niet aan. Hiervan doet de gemeente verslag in de nota van antwoord. 6. Het college neemt een definitief besluit, met inachtneming van de zienswijzen en de nota van antwoord. 7. Het college informeert de raad en de buurt over het besluit. B) Spoed 1. Het college besluit tot de tijdelijke komst van een opvangvoorziening op een locatie. De duur van de opvang is maximaal drie maanden, en kan alleen worden verlengd na het doorlopen van het volwaardige inspraakprocedure, zoals omschreven onder A. 2. De raad en de buurt worden geïnformeerd over het besluit. 3. De gemeente organiseert een inloopavond voor de buurt. 4. Het college doet verslag van de inloopavond. 5. Het college maakt aan raad en buurt bekend of het voornemens is de opvang langer na de initiële drie maanden te verlengen. 6. Indien dit het geval is, en de verlenging langer is dan 1 maand, maakt het college bekend de procedure A te zullen doorlopen.

11.

6.1. Randvoorwaarden Het bieden van duidelijke kaders is cruciaal voor succes van inspraak in het algemeen. En hoe gevoeliger het onderwerp, hoe belangrijker de duidelijke kaders. Om te beginnen moeten alle buurtbewoners en ondernemers natuurlijk worden geïnformeerd over het voornemen en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Het is van groot belang dat de verspreiding van brieven, e-mails en andere digitale kennisgeving naar bewoners en ondernemers uitgaat voordat de media wordt gezocht. Wie belanghebbenden zijn, moet per geval worden ingevuld. Bij grotere locaties ligt het voor de hand een grotere omgeving aan te merken. Voor zeer kleine opvanglocaties, zoals bij maatschappelijke opvang voorkomt, kan een lichtere procedure worden opgesteld zonder formele zienswijzen. We vinden het wel van belang dat ook hier een duidelijke procedure voor wordt vastgesteld. In beide procedures is het belangrijk dat er vroegtijdig met vertegenwoordigers van bewoners en ondernemers, zoals winkeliersverenigingen en MKB Den Haag, wordt gesproken. Zij kunnen via hun netwerk in de wijk en wijkwinkelstraten helpen om zorgen uit de buurt door te geven, en om kansen te zoeken voor samenwerking en het creëren van win-winsituaties voor de buurt. Ook belangenorganisaties dienen te worden geïnformeerd.

Om valse verwachtingen te voorkomen, is het daarbij van groot belang dat de collegebesluiten en de communicatie naar de buurt duidelijk zijn. Bijvoorbeeld over welke vrijheidsgraden er in de besluitvorming zijn, hoe de afweging zal plaatsvinden en wat er gebeurt met de opbrengst van de inspraak. Door duidelijk te zijn over de procedure van besluitvorming door het college en de doelen van de inspraak, kunnen valse verwachtingen zoveel mogelijk worden voorkomen. Door middel van goede voorlichting moet duidelijk zijn dat inspraak geen referendum is, waarbij de meeste stemmen gelden en de buurt beslist. Het stadsbestuur maakt uiteindelijk de belangenafweging. Door gebruik te maken van het recht op inspraak kan het bestuur de aandachtspunten en zorgen uit de buurt meewegen in de definitieve besluitvorming. In formele zin is de zienswijze belangrijk. Maar inspraak is meer dan alleen een zienswijze kunnen indienen. Zoals in de procedure opgenomen, moet de inspraak zorgvuldig kenbaar worden gemaakt in de omgeving, bij mensen thuis maar ook via wijkverenigingen. Daarbij moet een informatieavond worden georganiseerd en ligt het ook voor de hand nader te overleggen met vertegenwoordigers van ondernemers en bewoners en met belangenorganisaties. We vinden het belangrijk dat het indienen van een zienswijze laagdrempelig mogelijk is, bijvoorbeeld via een online platform of een email.

Dit kan worden meegenomen bij de uitwerking van deze procedure.

12.

We vinden het van belang om duidelijke huisregels op te stellen over hoe wordt omgegaan met reacties. Een voorbeeld kan worden genomen aan de gemeente Zwolle, waar duidelijke huisregels zijn gesteld over discriminerend, racistisch of beledigend taalgebruik in de inspraakreacties[7]. Wij zouden ook van harte aanbevelen om de wethouder een rol te geven op de inloopavond, zodat mensen in de gelegenheid worden gesteld om het dagelijks bestuur vragen te stellen en zorgen en wensen mee te geven. Dit draagt veel bij aan begrip voor en acceptatie van de uiteindelijke besluitvorming. Het draagt nog meer bij aan wederzijds vertrouwen. Tot slot is ook de terugkoppeling essentieel. Na de inspraak moet er een steengoede nota van antwoord komen. In het besluit moet duidelijk zijn wat er is aangepast. Of dat nu gaat om de begeleiding ter plekke, het aangeboden sociale programma, extra toezicht in de wijk, de samenstelling of omvang van de op te vangen groep of om het afzien van het voornemen tot opvang.

6.2. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Op dit moment gaat veel ambtelijke capaciteit (tijd en aandacht) uit naar de informatievoorziening na het besluit. Doordat een buurt zo wordt overvallen door een voldongen feit en de onvrede die daardoor ontstaat, is er ongelooflijk veel aandacht en capaciteit nodig voor crisiscommunicatie na besluitvorming. Door het proces voor besluitvorming zorgvuldiger en transparanter vorm te geven, verplaatst veel van de benodigde inzet zich naar de inspraakperiode.

[7] https://opvang.zwolle.nl/

13.

7. Dictum De gemeenteraad van de gemeente Den Haag, in vergadering bijeen d.d. 3 oktober 2024, gelezen het voorstel van Lotte van Basten Batenburg, Haagse VVD. Besluit: Het college opdracht te geven om vóór het eerste kwartaal van 2025: I. Een procedure vast te stellen voor inspraak *en participatie bij de besluitvorming over opvangvoorzieningen, waarin in ieder geval wordt vastgelegd dat: a. het college een voornemen tot een besluit neemt, in plaats van een definitief besluit, *waarin wordt aangeduid over welke elementen belanghebbenden en belangstellenden kunnen participeren; b. belanghebbenden *en belangstellenden in de gelegenheid worden gesteld om hun zienswijze te geven over dit voornemen; c. het college na de inspraak *en participatie overgaat tot een definitief besluit. II. Een procedure vast te stellen voor besluitvorming over opvang wanneer sprake is van spoed, waarbij: a. de buurt altijd vooraf wordt geïnformeerd en er voor aanvang van de opvang een informatieavond plaatsvindt; *b.

de duur van spoedopvang maximaal 3 maanden is; de duur van de spoedopvang wordt bepaald op basis van de specifieke omstandigheden van de beschikbare locatie en de noodzaak van de opvang, met dien verstande dat de opvang niet langer dan 6 maanden is, met een verplichte tussentijdse evaluatie door het college, waarbij de buurt en de raad tijdig op de hoogte worden gebracht van de voortgang en eventuele verlenging van de opvang; *c. voor eventuele verlenging van meer dan een maand een reguliere procedure onder I moet worden doorlopen. Indien uit de tussenevaluatie blijkt dat de opvang een regulier karakter krijgt of langer dan 6 maanden zal zijn, wordt de reguliere procedure gevolgd.

*Aldus geamendeerd vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 oktober 2024. De griffier de voorzitter

14.

Bronnen “Aan de slag met participatie. Handreiking 2.0: voor de participatieverordening”, Berenschot & Vereniging van Nederlandse Gemeenten, juni 2023 (https://vng.nl/sites/default/files/2021-05/vng-handreiking-participatieberenschot_def2505.pdf). “Evaluatie inspraak- en participatieverordening. Eindrapport.” Kwint Groep, maart 2014, (https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3378761/1/RIS283222_Bijlage+Antwoord+ aanbevelingen+participatieverordening). https://www.gemeente.nu/ “Inspraak en participatieverordening Gemeente Den Haag 2012”, https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR11298/2#d19109150e362. “Inspraak herstelt vertrouwen in politiek bij burger”, J. Zuure, Trouw, 22 september 2022 https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/participatie/denkwijze-goede-participatie/ https://lokale-democratie.nl/ “Onderbouwd ontwerpen aan participatieprocessen Kennisbasis participatie in de fysieke leefomgeving”, GovernEUR|Erasmus Universiteit Rotterdam, 19 december 2019 (https://www.kennisknooppuntparticipatie.nl/downloads/HandlerDownloadFiles.ashx? idnv=1564826&forcedow#page7). Participatieverslag Nieuw Strandbeleid, RIS294701, https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3733837/1/RIS294701_bijlage_Participatie verslag_Nieuw_Strandbeleid_2017-2022. https://www.socialevraagstukken.nl/ “Tegenmacht in het lokaal bestuur.

Het bestuurlijke en maatschappelijke krachtenveld rondom de wethouder”, Wethoudersvereniging en Avans Hogeschool, oktober 2022 (https://www.wethoudersvereniging.nl/assets/WHV_Tegenmacht_lokaal_bestuur_06.pdf). “Van Participatie tot Conflict. Reflectie en toekomstvisie van participatie in Entréegebied Gulden Winckel.” Dr. Nanke Verloo, Universiteit van Amsterdam, Urban Citizen Fellow NIAS/KNAW, april 2021 (https://pure.uva.nl/ws/files/59902360/FINAL_Van_participatie_naar_conflict_Verloo_12 _april_2021.pdf#page53). https://opvang.zwolle.nl/

15.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14623972/1