20240620-RIS318913 Voorstel van het college inzake Zienswijze begroting Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2024
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
27 mei 2024
BSD/10748493 RIS318913
Voorstel van het college inzake Zienswijze begroting Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2024 Het Dagelijks Bestuur van de MRDH vraagt de gemeenteraden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) om hun zienswijze op de ontwerpbegroting MRDH 2025 kenbaar te maken. Op de MRDH-begroting is een zienswijzeprocedure van toepassing (art. 35 Wet gemeenschappelijke regelingen). De zienswijze periode loopt van 24 april tot en met 17 juli 2024 (12 weken conform de gewijzigde Wgr). Na ontvangst van de zienswijzen stelt de MRDH een nota van beantwoording op gericht aan het Algemeen Bestuur. De Adviescommissies Vervoersautoriteit en Economisch Vestigingsklimaat bespreken deze nota van beantwoording op 28 augustus 2024. Het Algemeen Bestuur stelt op 13 september 2024 de begroting vast. Ontwerpbegroting 2025 De financieel-technische uitgangspunten voor de begroting zijn gebaseerd op de kadernota die door het Algemeen Bestuur is vastgesteld. Het strategische kader voor de begroting 2025 wordt gevormd door de Strategische Agenda MRDH 2023-2026. Deze Strategische Agenda bepaalt de koers voor de komende vier jaar en gaat uit van vier grote opgaven die vervolgens vertaald worden naar zes concrete opdrachten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Investeren in bereikbaarheid Toekomstbestendige economie stimuleren Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Vernieuwen van werklocaties Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Herstellen van OV-systeem
De aan deze opdrachten gekoppelde resultaten zijn per begrotingsprogramma verder uitgewerkt naar jaaractiviteiten. In de programma’s Exploitatie verkeer en openbaar vervoer, Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer en Economisch Vestigingsklimaat (hoofdstuk 2 van de begroting) wordt beschreven hoe wordt gewerkt aan het realiseren van de bereikbaarheidsresultaten en de resultaten voor het vernieuwen van de economie van de strategische agenda. Binnen de begrotingsprogramma Exploitatie verkeer en openbaar vervoer en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer wordt er gewerkt aan de opdrachten 1, 3, 5 en 6. Binnen het begrotingsprogramma Economisch vestigingsklimaat wordt er gewerkt aan de opdrachten 2 en 4.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10748493
Programma’s Vervoersautoriteit Verbeteren Bereikbaarheid De opgaven van de programma’s Exploitatie- en Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer in hoofdstuk 2 van de begroting worden grotendeels bekostigd uit de reguliere rijksbijdrage Brede Doeluitkering verkeer en vervoer (BDU). Jaarlijks wordt ongeveer € 680 miljoen aan BDU-middelen ontvangen. Exploitatie OV Ongeveer € 550 miljoen wordt jaarlijks besteed aan de exploitatie van het openbaar vervoer. Dit is inclusief de kosten van het beheer en onderhoud van de railinfrastructuur. Investeringen Voor investeringen op het gebied van verkeer en openbaar vervoer is jaarlijks ongeveer 20% van de BDU-middelen beschikbaar. De MRDH zet in op het zo efficiënt en effectief mogelijk benutten van de beschikbare investeringsmiddelen. Concreet betekent dit dat er keuzes moeten worden gemaakt, en daarnaast naar nieuwe en/of alternatieve financieringsvormen moet worden gezocht. In het realiseren van nieuwe infrastructuur of aanpassing van bestaande infrastructuur is de MRDH een van de betrokken partijen. Via subsidies, bijdragen en te verstrekken opdrachten wordt de investeringsruimte beschikbaar gesteld. Het Investeringsprogramma Vervoersautoriteit (IPVA) beschrijft waar de beschikbare investeringsruimte aan wordt besteed.
Voor Kleine projecten (< € 10 miljoen subsidiabele kosten) wordt in 2025 een subsidieplafond van € 30 miljoen ingesteld. De concrete invulling van dit programma wordt in samenspraak met de gemeenten in het voorjaar van 2024 uitgewerkt, gericht op vaststelling in de bestuurscommissie Vervoersautoriteit in december 2024. Naast projecten die al in de begroting zijn opgenomen, lopen er ook diverse studies naar nieuwe projecten. Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases: De fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Een onderzoek/initiatief leidt nog niet tot opname in het meerjarenbeeld, dat gebeurt pas na besluitvorming door de bestuurscommissie Vervoersautoriteit over de overgang naar de verkenningsfase. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT-projecten (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht van de fase waarin een MIRTproject zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting.
Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgave en de beschikbare middelen en is daarmee een belangrijk instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen. Het meerjarenbeeld laat zien dat er beperkte investeringsruimte is voor projecten die nu nog in de initiatief-, verkenning- en planstudiefase zitten. De ambities en opgaven zijn omvangrijk en tegelijkertijd neemt de druk op investeringsmiddelen toe. Op basis van de leidende principes die we in de Strategische Agenda afspraken en de nog op te stellen nieuwe Mobiliteitsvisie wordt in 2025 een werkwijze ontwikkeld die ondersteunt bij het maken van een zorgvuldige en onderbouwde afweging ten aanzien van de prioritering van financiële middelen.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10748493
Het meerjarenbeeld faciliteert als instrument het gesprek in de bestuurs- en adviescommissie Vervoersautoriteit over de keuzemogelijkheden en de financiële consequenties voor de lange termijn. Voorstellen die de begroting raken worden geagendeerd in het algemeen bestuur. De Metropoolregio Rotterdam Den Haag hanteert het uitgangspunt dat een tekort op de BDU-middelen is toegestaan, onder de voorwaarde dat over een periode van vier jaar het saldo van beschikbare middelen en bestedingen positief is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor structureel begrotingsevenwicht die de provincie Zuid-Holland als toezichthouder hiervoor hanteert. De meerjarenbegroting van de BDUmiddelen voldoet aan de wettelijke kaders, voor het begrotingsjaar 2025 en de daaropvolgende begrotingsjaren wordt geen tekort verwacht. Programma Economisch Vestigingsklimaat De opgaven van het programma Economisch Vestigingsklimaat worden bekostigd uit een door de deelnemende gemeenten te betalen jaarlijkse bijdrage per inwoner. Deze inwonerbijdrage wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van kaderstelling vanuit de gemeenten. Er is rekening gehouden met het verzoek van de gemeenten om te anticiperen op hun financieel perspectief vanaf 2026 door in 2025 een lager indexeringspercentage toe te passen dan volgens de systematiek gebruikelijk is.
De inwonerbijdrage stijgt daarom minimaal ten opzichte van de Begroting 2024 met € 0,10 (Kadernota MRDH begroting 2025) naar € 3,07 per inwoner. Voor 2025 is dat een totaalbedrag van € 7.599.058,-. Voor de gemeente Den Haag gaat het om een bedrag van € 1.736.260,-. De begroting EV 2025 bestaat voor € 3.513.735,- uit programmakosten, voor € 1.022.566,- uit een begrotingspost subsidie voor Innovation Quarter, voor € 208.333,- uit een begrotingspost subsidie aan YES!Delft en voor € 1.158.514,- uit directe kosten personeel. De overhead EV bedraagt € 1,7 mln. De bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat heeft op grond van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat de bevoegdheid om (binnen de begroting) financiële middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor projecten met regionale uitstraling die bijdragen aan de versterking van het economisch vestigingsklimaat. Zienswijze begroting 2024 en evaluatie GR MRDH 2024 In de zienswijze op de begroting 2024 van vorig jaar is door de gemeente Den Haag aandacht gevraagd voor de verbetering van de democratische legitimiteit en de participatie. Deze punten hebben een nadrukkelijke plek gekregen in de evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH 2024 die momenteel wordt uitgevoerd. Onderdeel van de evaluatie is onder andere consultatie van de gemeenteraden en leden van de adviescommissies.
Eind 2024 zijn de resultaten van de evaluatie gereed en zal aansluitend een zienswijzeprocedure plaatsvinden. Gezien het vorenstaande, stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 21 mei 2024, besluit: I.
Als zienswijze op de begroting Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2025 vast te stellen dat de raad akkoord gaat met begroting met daarbij het verzoek om in de begroting een paragraaf op te nemen waarin wordt toegelicht wat de activiteiten zijn ten aanzien van de verduurzaming van de bedrijfsvoering van de MRDH;
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10748493
II.
deze zienswijze in te dienen bij het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 20 juni 2024. De griffier,
De voorzitter,
4/4