20240530-RIS318703 Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure IPP begroting 2025-2028 alsmede ter kennisname jaarrekening 2023
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
23 april 2024
DSO/10735000 RIS318703
Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure IPP begroting 2025-2028 alsmede ter kennisname jaarrekening 2023 1. Aanleiding Op 9 april 2024 heeft het college het standpunt ingenomen dat de ontwerpprogrammabegroting 20252028 en de conceptjaarrekening 2023 en van de gemeenschappelijke regeling Industrieschap de PlaspoelPolder (IPP) op 15 april 2024 door het dagelijks bestuur van het IPP ongewijzigd kan worden vastgesteld. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaald dat het IPP de gemeenteraad in de gelegenheid moet stellen mogelijke zienswijze in te dienen op de ontwerp-programmabegroting 2025-2028 en dat de jaarrekening 2023 ter kennisname aangeboden wordt. De raad wordt verzocht binnen 12 weken haar zienswijze kenbaar te maken. Beoogd wordt om de programmabegroting 2025–2028 en de jaarrekening 2023, met inachtneming van eventuele zienswijze, definitief vast te stellen in de vergadering van het algemeen bestuur IPP van 30 augustus 2024, waarna conform Wet gemeenschappelijke regeling de programmabegroting vóór 15 september naar Gedeputeerde Staten wordt verzonden. Dit raadsvoorstel geeft een inhoudelijke toelichting op beide stukken. 2. (Economische) beleidskaders gemeente Den Haag Den Haag kampt met een te kort aan bedrijfsruimte in de stad en in de regio. Dit remt de economische groei van bedrijven.
Het college heeft in 1953 besloten om samen met de gemeente Rijswijk de uitvoeringsorganisatie IPP op te richten. In lijn met ‘Bedrijfshuisvestingsstrategie Den Haag’ (RIS303177, 2019); ‘Economische Visie Den Haag+ 2030’ (RIS303550, 2019); ‘Urgentiebrief Bedrijfshuisvesting' (RIS311819, 2022); ‘Haags Akkoord 2023-2026’ (RIS316672) en; ‘Economische uitvoeringsagenda Den Haag 2023-2026 (RIS315458)’ zet de gemeente actief in op het behalen van haar economische doelstellingen en het oplossen van het tekort aan ruimte voor werk, waarbij gebruik wordt gemaakt van actief grondbeleid. Het IPP is aangewezen als één van de uitvoeringsorganisaties om dit te bewerkstelligen. 3. Industrieschap de PlaspoelPolder algemeen Het IPP is een gemeenschappelijke regeling aangegaan in 1953 tussen de colleges van de gemeenten Den Haag en Rijswijk. Zeggenschap en risico zijn gelijk verdeeld tussen beide deelnemende gemeenten (50%/50%).
Het IPP werkt in opdracht van en binnen geldende beleidskaders van de gemeenten aan het doel zoals benoemd in de gemeenschappelijke regeling IPP (RIS295527): “Door middel van het aanleggen, herstructureren en exploiteren van bedrijventerreinen, waaronder het verrichten van alle taken die met deze doelstelling samenhangen, daaronder begrepen het verwerven van gronden ten behoeve van bedrijventerreinen, desnoods door middel van onteigening, het uitgeven (in erfpacht) van deze gronden en voorts het stichten, verwerven, herontwikkelen, vervreemden en exploiteren van bedrijfsgebouwen, alles in de ruimste zin van het woord-bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en het bevorderen van de werkgelegenheid.”
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10735000
4. Jaarrekening 2023 De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zoals deze luidde bij aanvang van het verslagjaar. De accountant is voornemens een goedkeurende controleverklaring af te geven. Echter, per heden is de Gemeentewet (2022) aangepast aan de nieuwe rechtmatigheidsverantwoording. Het BBV en de Commissie Bedrijfsvoering en Auditing Decentrale Overheden (BADO) zijn nog niet aangepast. In de huidige jaarrekening is de rechtmatigheidsverantwoording op een passende wijze opgenomen. Deze situatie leidt tot onduidelijkheid over de standaardtekst van de controleverklaring. In afwachting van duidelijkheid is – uitsluitend om die reden – de controleverklaring nog niet verstrekt. De jaarrekening sluit met een positief financieel resultaat van € 408.796,-. Het positieve resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve: - programma ‘algemeen bestuur’ € 316.721,- nadelig; - programma ‘ontwikkeling en uitgifte werklocaties’ € 295.830,- voordelig; - programma ‘herstructurering werklocaties’ € 35.184,- voordelig; - de overige exploitaties, die niet aan een programma zijn gekoppeld, kennen een voordelig resultaat van € 303.734,-. Ultimo 2023 bedraagt de algemene reserve € 7,1 miljoen euro (ultimo 2022: € 13,0 mln.).
De vermindering van de algemene reserves ten opzichte van ultimo 2022 heeft met name te maken met de onttrekking vanwege de toevoeging aan de bestemmingsreserve van in totaal € 5,9 mln. ten behoeve van de business cases in de Investeringsagenda: Middengebied PlaspoelPolder te Rijswijk en Westvlietweg te Den Haag (RIS314962). 5. Ontwerp-programmabegroting 2025-2028 Conform BBV betreft dit de begroting voor het komende jaar (2025) en de meerjarenraming voor de drie jaren daaropvolgend. Dientengevolge zijn ook de jaarschijven tot en met 2028 in de ontwerpprogrammabegroting opgenomen. De ontwerp-programmabegroting 2025 beschrijft wat het IPP wil bereiken, wat daarvoor gedaan moet worden en wat de kosten zijn. De totale ontwerp-programmabegroting 2025 sluit met een verwacht positief resultaat van € 3.790.490,- dat zal worden toegevoegd aan de algemene reserve. Programma 1. Algemeen bestuur De bestuurs- en beheerskosten, waaronder de apparaatskosten, zijn ten opzichte van 2024 niet verder afgenomen en zijn nu in overeenstemming met de huidige opgave. De indirecte plankosten zijn kritisch bekeken en in samenhang met de actualisatie van de grondexploitaties nader verdeeld. De plankosten zijn meerjarig niet verder afgebouwd, uitgaande van mogelijke nieuwe opgaven voor het IPP Haaglanden, voortbordurend op de toekomstvisie die in de loop van 2024 verder wordt uitgewerkt.
De lasten bestuurs- en beheerskosten voor 2025 bedragen € 582.700,- waarvan € 448.600,- wordt doorberekend aan de projecten. Voor het programma algemeen bestuur wordt hierdoor een nadelig saldo van ca. € 134.100,- verwacht voor 2025. Programma 2. Ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties Bij het project Sylvain Poonsstraat zal in Q1 2024 een transport van grond plaatsvinden, nadat er in 2023 een definitieve bestemmingsplanwijziging is geweest en vervolgens een omgevingsvergunning is aangevraagd. In de begroting van 2025 zijn hiervoor geen kosten meer opgenomen. Voor de grondexploitatie Hoornwijck zijn in het verleden baten en lasten gerekend en vervolgens verrekend met onderhanden werk. Ook in de begroting 2025 is dit het geval, wat geen effect heeft op het resultaat.
2/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10735000
Vanaf 2024 wordt er gewerkt aan concrete plannen voor het resterende N-kavel, waardoor in de begroting vanaf 2027 helemaal geen baten en lasten meer zijn opgenomen. Programma 3. Herstructurering werklocaties Vanaf 2023 worden de business cases Westvlietweg en Middengebied PlaspoelPolder binnen dit programma opgenomen. Voor 2025 staat € 268.500,- voor Westvlietweg en € 286.700,- voor Middengebied PlaspoelPolder geraamd. Dit betreffen kortetermijnmaatregelen en onderzoek, passend binnen de huidige planologische kaders m.b.t. veiligheid onderhoud en uitstraling en tijdelijke voorzieningen. De overige business cases zijn geraamd op € 175.500,-. Voor het programma wordt hierdoor een nadelig saldo van ca. € 730.700,- verwacht voor 2025. De bedragen van de business cases Westvlietweg en Middengebied PlaspoelPolder zijn verrekend met de bestemmingsreserve (€5.919.031,-). Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen bestaan vooral uit opbrengsten, welke niet aan programma’s zijn toe te rekenen. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen komen voort uit de verwachte verkoop van drie locaties in 2025, te weten: Sijthoff-locatie, Nijverheidstraat en de parkeergarage Handelskade te Rijswijk. Voor 2025 wordt hierdoor een voordelig saldo van ca. € 3.995.490,- verwacht. 6. Risico's en reserves Het IPP heeft voor de te kwantificeren risico’s in de projecten een voorziening getroffen.
De risico’s waarvoor nog geen voorziening is getroffen en de niet gekwantificeerde risico’s kunnen worden afgezet tegen de weerstandscapaciteit (algemene en stille reserves) om te bepalen of deze van voldoende omvang is en gebruikt hiervoor het softwareprogramma Naris. Risico’s worden systematisch in kaart gebracht en beoordeeld. Risico-simulatie bepaald de benodigde weerstandscapaciteit op circa € 1,3 mln. De beschikbare weerstandscapaciteit betreffen de reserves van het IPP. De stand van de algemene reserve ultimo boekjaar 2023 bedraagt circa € 7,1 mln. De algemene reserves zijn nog van voldoende omvang om de risico’s af te dekken. De gemeente Den Haag heeft tot op heden geen voorzieningen hoeven treffen voor het IPP. Op basis van voorliggende prognoses is dit ook nu niet nodig. 7. Conclusie Op basis van bovenstaande toelichting wordt de gemeenteraad verzocht de jaarrekening 2023 IPP ter kennisname aan te nemen en om geen zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot de ontwerpbegroting 2025-2028 IPP en dit besluit kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van het IPP. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 23 april 2024, besluit: I.
kennis te nemen van de jaarrekening 2023 IPP;
II.
geen zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot het ontwerp-programmabegroting 20252028 IPP;
3/4
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10735000 III.
dit besluit kenbaar te maken aan het dagelijks bestuur van het IPP.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 30 mei 2024. De griffier,
De voorzitter,
4/4