CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20231109-RIS316656 Gewijzigd voorstel van het college inzake Raadsvoorstel Zienswijze Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag

Commissie Leefomgeving 26 oktober 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken1.593 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Registratienummer

7 november 2023

BSD/10635932 RIS316656

Gewijzigd Voorstel college Zienswijze Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag (nav bespreking in cie leefomgeving 2 november 2023) Aanleiding Het Dagelijks Bestuur van de MRDH vraagt de gemeenteraden in de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) om hun zienswijze op het voornemen tot wijziging Gemeenschappelijke Regeling MRDH (GR MRDH) kenbaar te maken. Deadline voor indiening van de zienswijze is 13 november 2023. Achtergrond voor wijziging is het volgende. Op 1 juli 2022 is de meeste recente wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking getreden. Deze wetswijziging voorziet in het versterken van de positie van gemeenteraden in Gemeenschappelijke regelingen waar zij aan deelnemen. In de wetswijziging is opgenomen dat alle Gemeenschappelijke regelingen voor 1 juli 2024 in overeenstemming moeten zijn met deze wetswijziging. Dit voornemen strekt ertoe om te zorgen dat de GR MRDH in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen daaromtrent. Insteek van het concept-ontwerp van de gewijzigde GR MRDH is dat de wijziging beleidsarm van aard is. Dat wil zeggen dat de Gemeenschappelijke regeling in de eerste plaats slechts wordt aangepast aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen.

In de tweede plaats wordt een beperkt aantal wijzigingen doorgevoerd dat verband houdt met de gewijzigde praktijk of een aanpassing van de terminologie. Voor deze beleidsarme wijziging is gekozen omdat er in 2024 een evaluatie van de GR MRDH plaatsvindt. Als uit de uitkomsten van de evaluatie 2024 blijkt dat verdere (inhoudelijke) wijziging van de gemeenschappelijke Regeling wenselijk is, wordt hier een afzonderlijke wijzigingsprocedure voor gestart. Nadat dit voornemen in de gemeenteraad is behandeld, wordt het voornemen tot wijziging van de GR MRDH, samen met de ontvangen zienswijzen, in januari 2024 besproken door de adviescommissie van de MRDH. Deze commissie bestaat uit raadsleden van de 21 gemeenten. Het algemeen bestuur betrekt de zienswijzen van de gemeenten vervolgens (begin februari 2024) bij de besluitvorming over het wijzigen van de GR MRDH. Vervolgens ontvangen alle bestuursorganen van de MRDH de definitieve GR MRDH ter vaststelling. De wijziging van de GR MRDH geschiedt door het vaststellen van de wijzigingen door alle drie gemeentelijke bestuursorganen (dat wil zeggen: bij burgemeesters-, college- en raadsbesluit) van de 21 deelnemende gemeenten. Vaststelling geschiedt in unanimiteit. Dit betekent dat alle 21 gemeenten dezelfde tekst vast moeten stellen; er zijn geen afzonderlijke wijzigingen op gemeentelijk niveau mogelijk.

Deze besluiten dienen voor 1 juli 2024 te zijn genomen, zodat de gewijzigde regeling op die datum (twee jaar na inwerkingtreding van de wetswijziging) in werking kan treden.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10635932

Toelichting op de wijziging De wetswijziging kent een aantal voorgeschreven wijzigingen en een aantal kan-bepalingen (waarbij voor de deelnemers de mogelijkheid is gecreëerd om zelf te bepalen of zij daar gebruik van gaan maken). Daarnaast geeft deze verplichte wijziging ook de gelegenheid om de gemeenschappelijke regeling van de MRDH in overeenstemming te brengen met andere actuele wet- en regelgeving, feitelijke wijzigingen en werkwijzen. Het gaat om de volgende soort wijzigingen: • Zaken die feitelijk niet meer kloppen en wel in de GR staan; • Zaken die door gewijzigde wetgeving niet meer kloppen; • Zaken die niet overeenkomen met de praktijk en werkwijze van MRDH. Eerder dit jaar is het uitgewerkte concept-ontwerp voorgelegd aan de adviescommissies ter advisering en ook de bestuurscommissies hebben zich erover gebogen. Aan de hand van deze besprekingen is bijgaand concept Gewijzigde Regeling MRDH opgesteld. In de bijlagen worden de aanpassingen per artikel toegelicht. Hieronder volgt een toelichting op dié wijzigingen met de meeste impact. Nieuwe termijnen P&C-cyclus (art 34, 34b en 35 Wgr). In de Wgr zijn nieuwe termijnen opgenomen ten aanzien van de P&C-cyclus. Deze nieuwe termijnen, betreffen nieuwe data van aanlevering bij gedeputeerde staten van begroting en een zienswijzetermijn van 12 weken (uitsluitend voor de begroting).

Deze zijn direct in werking getreden (zonder wijziging van de GR). De Wgr bepaalt verder (en bepaalde voorheen ook al) dat men in de GR voor bepaalde wijzigingen een uitzondering kan maken op de zienswijzeplicht. Dezelfde uitzondering die al stond in de GR zal blijven gelden. Daarnaast kan ook een uitzondering gemaakt worden op de 12 weken termijn bij begrotingswijzigingen. Als bij een begrotingswijziging, die vanwege het schuiven tussen programma’s zienswijzeplichtig is, wordt uitgegaan van een termijn van 12 weken zoals die bij de gewone begrotingsprocedure wordt gehanteerd, zal een wijziging nauwelijks mogelijk zijn binnen het lopende begrotingsjaar. Daarom wordt gekozen voor de termijn van 8 weken, die gebruikelijk is bij overige zienswijzen en voorheen dus ook bij deze zienswijze. Omdat een dergelijke wijziging vaak slechts enkele onderdelen betreft van de begroting moet 8 weken ook goed haalbaar zijn. Een dergelijke wijziging is overigens pas 1 keer voorgekomen in de geschiedenis van de MRDH. Burgerparticipatie (artikel 10 lid 7 Wgr). De wijzigingswet schrijft voor dat in de gemeenschappelijke regeling wordt opgenomen ‘bepalingen omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden’. De wet schrijft niets voor over de betrokkenheid zelf.

Er dient daarom een bepaling opgenomen te worden op welke wijze burgers betrokken worden. Op dit moment kent de MRDH al de mogelijkheid van inspreken bij het AB en de bestuurscommissies VA en EV en adviescommissies VA en EV. Dit is geregeld in de reglementen van orde. Een zo beleidsarm mogelijke wijziging betekent dat de bepalingen uit die reglementen van orde worden overgenomen in de GR MRDH.

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10635932

Ten aanzien van burgerparticipatie is verder bij de oprichting van de MRDH de bestuurlijke afspraak gemaakt dat participatie in beleidsprocessen door de gemeenten die het aan gaat wordt georganiseerd, aangezien zij het dichtste bij haar inwoners staan. Echter, er is behoefte aan een gesprek over de wijze waarop inspraak en participatie binnen de MRDH is georganiseerd. Gelet op het feit dat een gewijzigde insteek ten aanzien van inspraak een beleidsrijke wijziging zou zijn, wordt dit onderwerp betrokken bij de evaluatie 2024. De MRDH moet ernaar streven om uiterlijk in 2025 te starten met een verbeterde vorm van participatie waarbij bewoners meer gehoor kunnen vinden bij de tafels waar besluiten worden genomen. Actieve informatieplicht aan raden (artikel 17, tweede en derde lid Wgr). De MRDH kent al een verplichting tot actieve informatieplicht in haar GR. Deze is nu conform het wettelijk vereiste verder gespecifieerd met de wijze waarop de raden worden geïnformeerd. Ook is nu een aantal documenten waarop in ieder geval de actieve informatieplicht van toepassing is (volgens de bestaande werkwijze van de MRDH) expliciet benoemd. Uittredingsregels en opheffingsregels (artikel 9 Wgr) De MRDH kende al uittredingsregels, deze zijn nu conform het wettelijk vereiste overgenomen in de gemeenschappelijke regeling.

Voor opheffing geldt dat er een bepaling omtrent het vermogen moet worden opgenomen. Dit nu is niet zo eenvoudig omdat het grootste gedeelte van het vermogen van de MRDH rijksgelden betreffen die gekoppeld zijn aan de wettelijke taken die de MRDH heeft. Voor het deel waarvoor de inwonerbijdrage van de MRDH is bedoeld (economisch vestigingsklimaat) is een bepaling opgenomen waarbij de financiële consequenties bij opheffing, voor zover die betrekking hebben op EV, zullen worden verdeeld naar rato van het inwonertal van de laatste normale begroting van MRDH. Evaluatie GR MRDH Zoals eerder gezegd is de insteek van concept-ontwerp van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling beleidsarm van aard aangezien er in 2024 een evaluatie van de GR MRDH plaatsvindt. Den Haag kijkt uit naar deze evaluatie en benadrukt het belang om de democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners nadrukkelijk mee te nemen in het onderzoek. Den Haag zou graag zien dat de volgende onderzoeksvragen een plek krijgen in dit onderzoek: -

Hoe is de borging van de democratische legitimiteit en betrokkenheid van Raden in de MRDH ten opzichte van andere bestuursvormen, waaronder een regioraad? Welke mogelijkheden zijn er om de inspraak en burgerparticipatie in de MRDH te vergroten?

Gezien het vorenstaande, stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 7 november 2023, Besluit: I. Als zienswijze op de Wijziging Gemeenschappelijke Regeling MRDH vast te stellen dat de raad akkoord gaat met de voorgestelde wijzigingen. II. Den Haag kan zich vinden in de beleidsarme insteek van het concept-ontwerp van de gewijzigde GR en kijkt uit naar de evaluatie GR MRDH en gaat er hierbij vanuit dat deze evaluatie een beleidsrijke insteek heeft. Den Haag benadrukt het belang om de democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners nadrukkelijk mee te nemen in het onderzoek. Ook ziet Den Haag graag dat de resultaten van het Haagse

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10635932

Rekenkameronderzoek, waarin de MRDH met twee andere vervoersautoriteiten wordt vergeleken (RIS 316706), worden meegenomen in de evaluatie. Daarop aansluitend zou Den Haag graag zien dat de volgende onderzoeksvragen een plek krijgen in dit onderzoek: a. Hoe is de borging van de democratische legitimiteit en betrokkenheid van Raden in de MRDH ten opzichte van andere bestuursvormen, waaronder een regioraad? b. Welke mogelijkheden zijn er om de inspraak en burgerparticipatie in de MRDH te vergroten? III. De MRDH te verzoeken om uiterlijk in 2025 te starten met een verbeterde vorm van participatie waarbij bewoners meer gehoor kunnen vinden bij de tafels waarop besluiten worden genomen; IV. deze zienswijze in te dienen bij het algemeen bestuur van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 9 november 2023. De griffier,

De voorzitter,

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13236026/4