20230907-RIS310884 Geamendeerd gewijzigd voorstel van college inzake Kadernota openbare ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimte beleid tot 2030
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
21 maart 2023
DSB/10491097 RIS310884
Geamendeerd gewijzigd voorstel van college inzake Kadernota openbare ruimte – Kwaliteit door samenhang – Openbare ruimte beleid tot 2030 In 2018 is de kadernota openbare ruimte uit 2012 geëvalueerd onder de belangrijkste gebruikers: beleidsmakers, (in- en externe) ontwerpers en beheerders. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie en onderzoek naar algemene trends en aanpalend beleid is nieuw beleid voor de kwaliteit van de openbare ruimte van Den Haag beschreven. De kadernota openbare ruimte ‘Kwaliteit door samenhang – openbare ruimtebeleid tot 2030’ gaat verder op het vastgelegde beleid van de gemeente Den Haag dat geldt voor de inrichting, het beheer en het gebruik van de openbare ruimte van de stad. De openbare ruimte is de openbare nietbebouwde gemeentegrond. Het gaat onder meer om de wegen, fietspaden, trottoirs, grachten, parken, grasveldjes en groenvoorzieningen en parkeerplaatsen. Voor elk van de onderdelen heeft de gemeente in diverse nota’s het beleid vastgelegd. De kadernota Openbare ruimte brengt bestaand beleid samen en geeft thema’s en hoofdlijnen aan voor de middellange termijn. De nota is een toetsings- en sturingskader voor ontwerpen voor de openbare ruimte en fungeert tevens als beleidskader voor het beheer van de openbare ruimte. In de Kadernota Openbare Ruimte staan de kwaliteitseisen voor de buitenruimte van de stad.
De visie op kwaliteit van de openbare ruimte is verschoven. Het gaat niet alleen meer over de kwaliteit van materialen en uitstraling. Er zijn steeds meer wensen voor dezelfde openbare ruimte. De uitdaging voor iedereen die werkt aan de fysieke ontwikkeling van de stad is om te bepalen welke koppelingen te maken zijn, hoe prioriteiten moeten worden bepaald en wie moet worden betrokken. Deze nota biedt daarvoor handvatten. Uitgangspunten voor de openbare ruimte van Den Haag Voor een kwalitatief goede openbare ruimte gelden voor het werk in de openbare ruimte van Den Haag diverse regels en procedures. Deze zijn te vinden in het Handboek openbare ruimte. In het algemeen gelden de volgende uitgangspunten voor het werk in de openbare ruimte van Den Haag: De inrichting van de openbare ruimte gaat volgens de uitgangspunten: eenvoud, harmonie, ruimte. De ontwerpen zijn duurzaam en klimaatadaptief. Om de openbare ruimte goed te kunnen gebruiken moet deze multifunctioneel en flexibel en voor iedereen toegankelijk zijn. Om het gebruik van de openbare ruimte te ondersteunen is naast een goede inrichting ook goed beheer nodig. De normen voor Residentiekwaliteit en Hofstadkwaliteit borgen de kwaliteit. Den Haag ontwikkelt de openbare ruimte samen met private partijen, inwoners, experts en andere belanghebbenden. Den Haag plant slim en integraal, door de disciplines heen.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491097
In de Agenda Ruimte voor de Stad (RIS295016) is vastgelegd hoe Den Haag zich in de komende decennia wil ontwikkelen. In de kadernota openbare ruimte is beschreven welke ontwikkelingen met effecten op de openbare ruimte worden verwacht door de voorgestelde groei door verdichten, vergroenen en verduurzamen, de gewenste energietransitie (Kadernota Duurzaamheid, RIS301829) en de Mobiliteitstransitie (Mobiliteitstransitiebrief, RIS302361). Voor de periode 2020-2030 worden hierdoor de volgende uitgangspunten voor het werken in de openbare ruimte toegevoegd: Verdichting heeft invloed op de kwaliteit van deze openbare ruimte en de beleving van de straat. Bij ontwikkeling wordt het openbare gebied meegenomen als een volwaardig en integraal ontworpen ruimte. Een hogere dichtheid heeft een intensiever gebruik van de openbare ruimte tot gevolg. Bij het ontwerp moet ook rekening worden gehouden met intensiever beheer. Het toevoegen van woningen of voorzieningen moet niet leiden tot een verminderde leefbaarheid door een hogere parkeerdruk of meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Gemeentelijke parkeernormen zijn leidend en geven aan hoeveel parkeerplaatsen er per ontwikkeling op eigen terrein bij moeten komen. Hierbij heeft het college de bevoegdheid van de normen af te wijken.
Functies voor afval(opslag) en stalling van (bak)fietsen, scooters en scootmobielen worden ingepast in de bebouwing of op eigen terrein. Dit om de buitenruimte zo min mogelijk te belasten. De stalling van deelfietsen en deelscooters en fietsers en scooters van bezoekers vindt zo veel mogelijk plaats op speciaal daarvoor aangewezen plaatsen die de buitenruimte zo min mogelijk belasten. We houden vast aan de bestaande Stedelijke Groene Hoofdstructuur. De waarde van de openbare ruimte voor de stad In de kadernota openbare ruimte gaan we in op achterliggende redenen voor de voornoemde uitgangspunten. In de openbare ruimte van Den Haag worden verschillende maatschappelijke doelen nagestreefd. -
-
-
Den Haag stimuleert ontmoeting en verblijf, ook in de openbare ruimte en ook tussen diverse bewonersgroepen. We streven in Den Haag naar een gezonde stad: een openbare ruimte die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier waar een gezonde leefstijl voor alle leeftijden voorop staat. We zorgen er voor dat Den Haag een veilige en weerbare stad is, nu en op langere termijn. We zorgen er voor dat bestemmingen in Den Haag goed bereikbaar zijn; bovengronds passend bij het bereikbaarheidsprofiel met de fiets, het openbaar vervoer en de auto, ondergronds ruimteefficiënt met aandacht voor de effecten op de bovengrondse openbare ruimte. De openbare ruimte in Den Haag draagt bij aan een excellent economisch vestigingsklimaat.
Voor de looptijd van deze nota tot 2030 ligt het accent op het versterken van de (sub-)doelen: Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. Een inclusieve openbare ruimte is toegankelijk, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen. Een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen Klimaatadaptief maken van de openbare ruimte. Veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491097
Deze opgaven komen naar voren uit het ruimtelijk beleid tot 2040, de geplande energietransitie en de gewenste mobiliteitstransitie. Om de prioritaire doelen te bereiken wordt een norm en een streefwaarde voor groen in de openbare ruimte uitgewerkt. Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd, waarbij er wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlak groen van 5% in de periode tot 2030. Als niet alles past: Hoe te kiezen? Vanwege verdichting en drukte boven- en ondergronds neemt ook het aantal afwegingsvraagstukken toe. Geven we voorrang aan bomen of ondergrondse kabels en leidingen? Welke voorzieningen zijn noodzakelijk om te zorgen voor een prettige leefomgeving? Hoe verhoudt de wens voor speelvoorzieningen zich tot de wens voor parkeerplekken? Wat zijn de verschillen tussen de verschillende gebieden en hoe kunnen we zorgen voor differentiatie zonder voorbij te gaan aan bestaande normen? Om afwegingen tussen diverse objecten of activiteiten en achterliggende maatschappelijke doelen te kunnen maken worden de volgende afwegingsprincipes gevolgd. De drie principes zijn: 1. Combineren van functies boven enkelvoudige toepassingen 2. Centraal stellen van gebiedskenmerken 3.
Afwentelen voorkomen (in tijd of gebied) Dit betekent dat bij de afwegingen allereerst wordt gekeken of er ruimtevragers1 zijn die meerdere doelen dienen die kunnen worden gefaciliteerd of verbeterd. Te denken valt aan rustpunten die zowel ontmoeting als gezondheid faciliteren of een grasveld dat spelen stimuleert en de effecten van hevige regenval tempert. Bij de afwegingen speelt uiteraard de omgeving een belangrijke rol. Niet in elke wijk is de behoefte aan groen of fietsparkeren even groot. De kadernota benoemt voor de verschillende leefmilieus van Den Haag de belangrijkste kaders voor ontwikkeling van de openbare ruimte. Tenslotte moet afwentelen worden voorkomen. Ook de negatieve aspecten van een gebied of een ontwikkeling moeten worden benoemd. Dus bij nieuwbouw mag geen extra belasting van de openbare ruimte worden veroorzaakt. En in elke wijk moet voldoende waterberging en groenvoorzieningen beschikbaar zijn en blijven. Hoe te realiseren? Samenwerken in het fysiek domein Werk-met-werk maken blijft het uitgangspunt. Daar waar de schop de grond in gaat voor gebiedsontwikkeling, herinrichting van wegen en straten, groot onderhoud aan wegen of vervanging van riolering wordt de inrichting direct op minimaal residentiekwaliteit gebracht in samenspraak met de bewoners aangepast aan de eisen van deze tijd, te beginnen in de Bomenbuurt.
Aanpalend beleid Om de ambities voor de openbare ruimte van Den Haag te realiseren is meer nodig dan het vastleggen van de uitgangspunten voor de openbare ruimte en het in kaart brengen van de opgaven per gebied. We hebben daarbij ook aanpassingen in het aanpalend beleid nodig, zoals het ruimtelijke beleid en het mobiliteitsbeleid.
1
Een ruimtevrager is elk object of stuk groen of verharding in de openbare ruimte: bijvoorbeeld fietspad, boom, grasveld, bankje,
lantaarnpaal of parkeerplaats.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491097
Er wordt onderzoek gedaan naar de gewenste verhouding tussen bebouwd en onbebouwd oppervlak per leefmilieu. In bijvoorbeeld de omgevingsvisie kan de norm worden vastgelegd. Voor het realiseren van de ambities voor de openbare ruimte is met name de samenhang met het parkeerbeleid essentieel. Realisatie van goede openbare ruimte vergt een hechte samenwerking van diverse actoren in het fysieke domein. We stimuleren integraal programmeren voor alle werken in de stad. Bij alle plannen voor nieuwe woningen en voorzieningen hoort een programma voor de openbare ruimte. Dit gaat over zowel de minimale maatvoeringen en profielen (handboek openbare ruimte) als de functionele eisen: waarvoor moet de openbare ruimte kunnen worden gebruikt? Dit zal ook worden getoetst bij voorgestelde ingrepen in de openbare ruimte. Den Haag moet een beloopbare stad worden waar overal ruimte voor voetgangers is. De openbare ruimte hoort daarbij altijd ook voor mensen met een beperking toegankelijk en functioneel te zijn. In de Agenda Inclusieve stad wordt aandacht gevraagd voor de staat van onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de in de kadernota openbare ruimte ‘Kwaliteit door samenhang – openbare ruimtebeleid tot 2030’ vermelde indicatoren over ruimtegebruik zullen we in de komende periode onderzoek doen naar de gewenste verhouding tussen bebouwd en onbebouwd oppervlak per leefmilieu.
In Den Haag is de openbare ruimte schaars en moet steeds een afweging voor het gebruik worden gemaakt. Dit moet passen in een bredere economische en ruimtelijke visie. Voor een juiste afweging zal in de komende periode een integrale visie voor het gebruik van de openbare ruimte voor commerciele doeleinden worden opgesteld. Waar niet alles goed kan: kiezen In de praktijk zien we dat vaak van de minimale maten moet worden afgeweken omdat de beschikbare openbare ruimte onvoldoende is. Zo staan er straatbomen in te kleine groeiplaatsen, hebben de voetgangers onvoldoende ruimte op de stoep en staan auto’s in te smalle parkeerstroken geparkeerd. Voor de openbare ruimte van 2030 willen we dit verder voorkomen. We kiezen er voor om zoveel mogelijk functies te combineren, maar waar dat niet meer past te kiezen. Dat betekent dat er geen bomen worden geplant als de ondergrondse ruimte niet voldoet en bijvoorbeeld de snelheid van de weg wordt verlaagd als er onvoldoende ruimte voor fietspaden is. Voor ontwerpen geldt dat eerst wordt ontworpen vanuit het langzaam verkeer (omgekeerd ontwerpen) en wordt gewerkt volgens het principe: groen, tenzij. Er wordt nu nog te vaak bestrating aangelegd op plaatsen waar dit niet nodig is voor de bereikbaarheid. Ook trambanen die niet door bussen of andere weggebruikers worden (mede)gebruikt moeten in het groen worden aangelegd of worden vergroend.
Participatie: kiezen met de stad Daar waar wordt gewerkt aan de openbare ruimte hebben bewoners, ondernemers en bezoekers direct belang. De gemeente zorgt dan ook voor gedegen participatie in alle projecten in de openbare ruimte. Juist waar er onvoldoende (financiële) ruimte is om alle gewenste openbare ruimte aan te pakken, is kiezen met de direct betrokkenen essentieel voor het succes. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 21 maart 2023,
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10491097
Besluit: I.
De kadernota openbare ruimte ‘Kwaliteit door Samenhang – openbare ruimtebeleid tot 2030’ vast te stellen en hiermee de volgende uitgangspunten toe te voegen aan het beleid voor het werken aan de openbare ruimte: a. Bij ontwikkelingen in de stad wordt het openbare gebied meegenomen als een volwaardig en integraal ontworpen ruimte. Een hogere dichtheid heeft een intensiever gebruik van de openbare ruimte tot gevolg. Bij het ontwerp moet ook rekening worden gehouden met intensiever beheer. b. In de gebieden waar veel (extra) woningen worden gerealiseerd moet er voldoende (groene) buitenruimte zijn. c. Het toevoegen van woningen of voorzieningen moet niet leiden tot een verminderde leefbaarheid door een hogere parkeerdruk of meer parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Gemeentelijke parkeernormen zijn leidend en geven aan hoeveel parkeerplaatsen er per ontwikkeling op eigen terrein bij moeten komen. d. Functies voor afval(opslag) en stalling van (bak)fietsen, scooters en scootmobielen worden ingepast in de bebouwing of op eigen terrein, niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. Dit om de buitenruimte zo min mogelijk te belasten. e. De stalling van deelfietsen en deelscooters en fietsers en scooters van bezoekers vindt zo veel mogelijk plaats op speciaal daarvoor aangewezen plaatsen die de buitenruimte zo min mogelijk belasten. f.
We houden vast aan de bestaande Stedelijke Groene Hoofdstructuur.
II.
Bij afwegingen van schaarste in de openbare ruimte voorrang te geven aan de volgende (sub)doelen: a. *Een inclusieve openbare ruimte om ontmoeting en verblijf te faciliteren. Inclusieve openbare ruimte is toegankelijk voor mensen met en zonder een beperking, sociaal veilig en aantrekkelijk voor iedereen b. Een openbare ruimte die uitnodigt om te wandelen en uitdaagt tot bewegen en spelen c. Klimaatadaptief maken van de openbare ruimte d. Veilige en comfortabele ruimte voor voetgangers en fietsers
III. Om de bij II genoemde doelen te behalen geldt de volgende regel: a. Bij (her-)inrichting van de openbare ruimte dient minimaal van het bestaande aandeel groen en water in de openbare ruimte te worden gehandhaafd; b. Waarbij er wordt gestreefd naar een vergroting van het oppervlak groen van 5% in de periode tot 2030. IV. Om voor een juiste afweging voor het gebruik van de schaarse openbare ruimte een integrale
visie op te stellen op het gebruik van de openbare ruimte voor commerciele doeleinden. *Aldus geamendeerd besloten in de openbare raadsvergadering van 7 september 2023. De griffier,
De voorzitter,
5/5