20230608-RIS315226 Voorstel van het college inzake zienswijze procedure begrotingen Bedrijvenschap HarnaschPolder en kennisname jaarrekening 2022
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
18 april 2023
DSO/10503165 RIS315226
Voorstel van het college inzake zienswijze procedure begrotingen Bedrijvenschap HarnaschPolder en kennisname jaarrekening 2022 1.
Inleiding
Op 5 april heeft het Dagelijks Bestuur van het Bedrijvenschap HarnaschPolder de opgestelde ontwerp financiële stukken, te weten de jaarstukken 2022, begrotingswijziging 2023 en de programmabegroting 2024 vastgesteld. Na deze besluitvorming zijn de ontwerp begrotingen voor een zienswijze aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten, Den Haag en Midden-Delfland. In verband met strategische overwegingen in relatie tot een lopende juridische procedure is de begroting 2024 onder geheimhouding aan de raden aangeboden; brieven nr. 2023.033 en 2023.062 van BHP aan gemeenteraad Den Haag. De ontwerp jaarstukken 2022 zijn met een goedkeurende controleverklaring van de accountant ter kennisname aan de raden aangeboden; brief 2023.035 van BHP aan gemeenteraad Den Haag. Na het doorlopen van de zienswijze procedure zullen deze stukken -met de ontvangen zienswijzen- ter vaststelling worden aangeboden aan het Algemeen Bestuur van het Bedrijvenschap HarnaschPolder (gepland 19 juni 2023). In de jaarstukken 2022 wordt verslag uitgebracht over het kalenderjaar, dus de periode 1 januari t/m 31 december 2022. In haar vergadering van 15 december 2022 heeft het Algemeen bestuur van het Bedrijvenschap HarnaschPolder een actualisatie van de grondexploitatie per 01-07-2022 vastgesteld.
Voor de balanswaardering is niet de contante waarde van de Herziene grondexploitatie per 1-7-2022 bepalend maar die per 1-1-2023. Voor de waardering van de verliesvoorziening in de jaarrekening wordt om die reden ieder jaar de vastgestelde grondexploitatie per 1 juli geactualiseerd naar 31 december. Hierbij wordt rekening gehouden met omstandigheden die zich hebben voorgedaan na opstellen van de grondexploitatie en leiden tot een gewijzigde inschatting van het resultaat van de grondexploitatie. Daarbij is een onlangs ontvangen concept deskundigenrapport over de schade die het Schap heeft geleden door de aanleg van de 380 kv hoogspanningsleiding over hun gronden vanuit het voorzichtigheidsbeginsel nog verwerkt in de balanswaardering in de jaarrekening 2022. De Programmabegroting 2024 en de begrotingswijziging 2023 zijn een nadere uitwerking van de geactualiseerde grondexploitatie per 01-07-2022. Kanttekening hierbij is dat de begrotingswijziging 2023 als uitgangspunt de jaarschijf 2023 uit de Herziene grondexploitatie per 1-7-2022 heeft en ook deze vervolgens is gecorrigeerd voor grotere vertragingen en versnellingen in baten en lasten, die zich in de 2e helft van 2022 hebben voorgedaan, om beter aan te sluiten bij de situatie per 01-01-2023.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10503165
2.
Inhoudelijk/algemeen
Het Bedrijvenschap heeft tot doel de werkgelegenheid te bevorderen en bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Afgelopen jaren heeft het Bedrijvenschap zich voor een belangrijk deel op de logistieke sector gericht, mede vanwege de gunstige ligging aan de A4. Naast grotere kavels biedt het Bedrijvenschap door het aanbieden van een mix van standaard en hoogwaardige kavels ook kleinere (lokale) ondernemers de ruimte om zich te vestigen, om hiermee in voldoende mate te kunnen voorzien in de vraag naar bedrijventerrein in de regio Haaglanden. De hoofdactiviteiten daarvoor bestaan uit de verwerving van gronden, het bouwrijp- en woonrijp maken hiervan en de verkoop van deze gronden ten behoeve van de ontwikkeling van bedrijfshuisvesting. Stand van zaken ontwikkeling gronden Afgelopen jaren kenmerkten zich door een ruime interesse vanuit de markt voor de kavels in Harnaschpolder. De interesse betrof zowel de grote (logistieke) kavels als de middelgrote en kleinere kavels. Ondanks de gevolgen van de COVID-19 epidemie en de oorlog in Oekraine is de vraag vanuit de markt groot gebleven. Wel vergden processen en afstemming zowel met de bedrijven als MiddenDelfland, die als grondgebied-gemeente het bevoegd gezag is voor de planologische procedures, een langere doorlooptijd. In 2022 hebben geen gronduitgiften plaatsgevonden.
In de begroting 2022 was rekening gehouden met een opbrengst van € 18,4 mln inzake drie reserveringsovereenkomsten, maar deze zijn vanwege planologische redenen verschoven naar 2023. Verder is sprake van één lead die niet tot uitgifte heeft geleid. Per 1 juli 2022 resteerde nog 8,3 hectare om uit te geven waarvan voor 4,2 hectaren reserveringsovereenkomsten zijn gesloten. Vanwege de beperkte nog vrij-uitgeefbare ruimte, worden de resterende gronden gericht in de markt gezet om optimaal aan te sluiten op de ruimtelijke en economische programma’s van de deelnemende gemeenten Midden-Delfland en Den Haag. Voor het hele plangebied gelden inmiddels onherroepelijke bestemmingsplannen, met dien verstande dat voor een deel van Hoog Harnasch nog een Uitwerkingsplicht geldt, waardoor de planologische procedures voor de betrokken gronden langer duren (zie hiervoor). Alle gronden zijn in bezit van het Bedrijvenschap; wel lopen er met betrekking tot Harnaschpolder Zuid nog juridische procedures tegen de hoogte van de schadevergoeding. 3. Verlenging looptijd Gezien de afgelopen periode, waarin de planologische processen van de gereserveerde kavels en het toetsen van geschikte kandidaten voor de overige kavels langer hebben geduurd dan verwacht, is een afronding van de gebiedsontwikkeling eind 2023 niet meer realistisch.
Op basis van de huidige inzichten wordt verwacht dat de gebiedsontwikkeling per medio 2024 voldoende is afgerond om het Bedrijvenschap en de grondexploitatie per 30 juni 2024 te liquideren. Daarbij speelt ook dat de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd. De wijziging van de wet pleit ervoor de vigerende gemeenschappelijke regeling (GR) voor 1 juli 2024 te beëindigen, omdat op die datum de implementatieperiode voor invoering van de gewijzigde wet verstrijkt. De nu gehanteerde einddatum is derhalve ook echt een uiterste datum om te voorkomen dat de GR nog aan de gewijzigde wetgeving aangepast zou moeten worden. De beoogde einddatum vergt van de projectorganisatie om scherp op de gewenste voortgang te sturen. Via haar deelname in het dagelijks en algemeen bestuur zal Den Haag dit monitoren en hier op sturen. Bij de volgende herziening van de grondexploitatie per 01-07-2023 zal opnieuw worden bekeken of dit nog haalbaar is.
2/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10503165
4.
Financiële verantwoording
4.1. Baten en Lasten De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) zoals deze luidde bij de aanvang van het verslagjaar. Het Bedrijvenschap HarnaschPolder kent één programma, het programma ontwikkeling van het bedrijventerrein HarnaschPolder. Op grond van de indeling in het BBV behoort de grondexploitatie van het Bedrijvenschap tot het taakveld 3, Economie, 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur. De lasten zijn onderverdeeld in kosten voor: - Verwerving; - Civiele techniek (sloop, sanering, bouwrijp maken en woonrijp maken); - Plankosten (planontwikkelingskosten en voorbereiding & toezicht) - Overige kosten (waaronder de financieringslasten). Totaal bedroegen de lasten (exclusief de sluitpost ‘mutatie onderhanden werk’) € 1,97 miljoen. In 2022 zijn minder werkzaamheden uitgevoerd dan begroot. Met name de civiele werkzaamheden en de kosten voor Voorbereiding en toezicht op de uitvoering (VTU) kosten zijn in belangrijke mate verbonden aan de uitgifte van kavels voor bedrijven. Door vertraging in planologische procedures schuiven drie uitgiftes en de daarvoor benodigde werken door naar 2023. In 2022 zijn geen opbrengsten uit gronduitgifte gerealiseerd. Ook diende een eerder uitgekeerde planschadevergoeding te worden teruggestort, omdat het besluit waarop deze was gebaseerd is vernietigd.
Dit vanwege de lopende juridische procedure op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht tegen Tennet. De bijdragen/verkopen en de lasten die in 2022 zijn gerealiseerd, resulteren in een mutatie Onderhanden werk van € 4,42 mln negatief, waardoor het saldo Onderhanden werk op de balans is gestegen. De balanspost Onderhanden werk (gronden in exploitatie) bedraagt per einde boekjaar €40,18 miljoen, exclusief de afwaardering voor het verwachte plantekort. Het Bedrijvenschap spant zich in om de planontwikkelingskosten na de piekjaren 2017/18 terug te brengen. Inmiddels zijn een aantal dossiers (nagenoeg) afgerond en is een geleidelijke afbouw van de planontwikkelingskosten ingezet. Ten opzichte van 2021 zijn de plankosten met € 0,2 mln gedaald tot € 0,68 mln (en ook lager dan begroot, vooral door een lagere dan voorziene inzet voor de voorbereiding van civieltechnische werken). 4.2 Resultaat boekjaar en plantekort Het resultaat over het boekjaar 2022 bedraagt € 3,96 mln negatief. Dit bedrag is gelijk aan de te verwachten toename van het tekort van de grondexploitatie overeenkomstig de grondexploitatie per 01-07-2022, geactualiseerd naar 31-12-2022. De belangrijkste reden voor de verslechtering van het resultaat is de verwerking van het concept deskundigenrapport in de lopende rechtszaak tegen TenneT.
Opgemerkt dient te worden dat nog geen definitieve uitspraak is gedaan in deze procedure. Nadat beide partijen een reactie op het concept rapport hebben ingediend, zal een definitief rapport worden ingediend bij de rechtbank, die hierover uitspraak moet doen. Desgewenst kunnen beide partijen daarna nog hoger beroep aantekenen en in cassatie gaan. Indien bij afronding van het project met een verlies wordt afgesloten, dan zullen de deelnemende gemeenten dit exploitatietekort moeten aanvullen. Op dit moment is volstaan met het opnemen van een administratieve voorziening in de jaarrekening ter grootte van het verwachte exploitatietekort.
3/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10503165
De deelnemende gemeenten hebben nog geen (tussentijdse) stortingen gedaan om het tekort aan te vullen; in beginsel gebeurt dit pas bij de afsluiting van de gemeenschappelijke regeling. De gemeenten Den Haag en Midden-Delfland participeren met een risicoverhouding van 85%/15%. Uitgaande van ongewijzigde omstandigheden in de ontwikkeling van het verwachte planresultaat, zullen de deelnemende gemeenten het bedrag ter grootte van € 11,45 mln NCW per 31-12-2022 in totaal moeten bijdragen. 4.3 Financiering Voor de financiering van de investeringen en andere verplichtingen, dient het Bedrijvenschap te beschikken over voldoende geldmiddelen. Deze middelen worden extern aangetrokken. De leningenportefeuille bedraagt eind 2022 € 42 mln, af te lossen begin 2023 voor € 12 mln en eind 2023 voor € 30 miljoen. 4.4 Risicobeheersing De waardering van de in exploitatie genomen gronden is gebaseerd op de inzichten medio/eind 2022 en de daarbij behorende inschatting van uitgangspunten, parameters en risico’s. Uiteraard betreft dit een inschatting die omgeven is door onzekerheden. Om de risico’s te actualiseren en beheersbaar te houden, wordt in combinatie met de herziene grondexploitatie jaarlijks een analyse van kansen en risico’s opgesteld en inzichtelijk gemaakt wat daarvan de financiële consequenties kunnen zijn.
Per 01-01-2023 houdt het Bedrijvenschap rekening met een risicobandbreedte tussen € 1,59 mln negatief (risico’s) en € 5,9 mln positief (kansen). Het risicoprofiel maakt geen onderdeel uit van de begroting van de grondexploitatie en is daarom geen onderdeel van het nadelige saldo van de grondexploitatie. 4.5
Rechtmatigheid / goedkeurende controleverklaring accountant
Het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden schrijft voor dat de accountant bij de controle van het Bedrijvenschap moet vaststellen dat de baten, lasten en balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met van toepassing zijnde wettelijke regelingen. Om de rechtmatigheidscontrole intern te kunnen voorbereiden en om de accountant op rechtmatigheid te kunnen laten controleren, is een normenkader opgesteld. Het normenkader is vastgesteld in het Dagelijks bestuur van 28 november 2022 en ter kennis gebracht van het Algemeen bestuur. Rechtmatigheid is volledig geïntegreerd in de interne controle bij het Bedrijvenschap. Net als bij voorgaande jaarrekeningen heeft de accountant voor 2022 een goedkeurende controleverklaring over de getrouwheid en rechtmatigheid afgegeven. Naar dit oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van zowel de baten en lasten over 2022 als van de activa en passiva van het Bedrijvenschap. En zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand gekomen. 5.
Consequenties voor de voorzieningen gemeente Den Haag
Op basis van de jaarrekening 2022 bedraagt het negatieve resultaat van de grondexploitatie per 31-122022 € 11,45 mln NCW negatief. Uitgaande van ongewijzigde omstandigheden in de ontwikkeling van het verwachte planresultaat, zal Den Haag 85% van dit bedrag moeten bijdragen bij de afsluiting van de gemeenschappelijke regeling. Den Haag houdt hiervoor een verliesvoorzieningen aan. Op basis van de jaarrekening 2022 heeft het college de benodigde voorziening voor het aandeel van Den Haag in het (negatieve) resultaat aangepast aan de nieuwste inzichten per 01-01-2023. Conform de regelgeving wordt dit bedrag gedekt vanuit de reserve Grondbedrijf.
4/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10503165
Bij de risicoanalyse heeft het schap een risico berekend van per saldo € 4,31 mln positief. Op basis van deze opgave komt het Haags aandeel daarin uit op € 3,66 mln positief. Op grond van een eigen inschatting dekt Den Haag het risico van de grondexploitatie van deze verbonden partij af in de reserve Grondbedrijf, analoog aan de werkwijze bij de eigen gemeentelijke grondexploitaties. 6.
Ontwerp programmabegroting 2024 / ontwerp begrotingswijziging 2023
De ontwerp Programmabegroting 2024 is een nadere uitwerking van de geactualiseerde grondexploitatie per 01-07-2022, voor de jaarschijf 2024. In de grondexploitatieberekening per 1-72022 is uitgegaan van een herziene looptijd tot en met 30 juni 2024. Gelet op het beperkte aantal resterende kavels is dit een reëel uitgangspunt. De eerste deelgebieden openbare ruimte worden inmiddels overgedragen aan de grondgebied-gemeente Midden-Delfland. Aangezien het de planning is dat 2024 de grondexploitatie wordt afgewikkeld en afgerekend met de beide deelnemende gemeenten resteren er per 30-06-2024 geen bedragen meer in de balans en is geen meerjarenbegroting voor de jaren na 2024 opgenomen. Met de actualisatie van de grondexploitatie dienen ook de cijfers van de Begroting 2023 aangepast te worden aan de thans voorziene bedragen. Samengevat was 2022 vooral een voorbereidend jaar voor afronding van ruimtelijke procedures, de aanleg van openbare ruimte en de laatste uitgiftes die in 2023 en de eerste helft van 2024 zullen plaatsvinden. Per 1 juli 2022 resteert nog 8,3 hectare om uit te geven. Voor ruim 4 hectare zijn al reserveringsovereenkomsten gesloten. Mede op grond van deze overeenkomsten wordt uitgegaan van een aflopend uitgiftetempo voor de laatste 8,3 hectare.
Er staan geen verwervingen meer gepland; wel worden in 2023 nog lasten verwacht voor eerdere verwervingen als gevolg van procedures tegen de hoogte van de schadevergoeding. Het grootste deel van de geraamde kosten voor civiele techniek heeft betrekking op de afronding van de civiele werkzaamheden in Woud-Harnasch en Hoog-Harnasch, die in 2020 zijn gestart. Het plangebied Vrij-Harnasch is voor het grootste deel al ingericht. Zo veel mogelijk worden civiele werkzaamheden pas uitgevoerd als dat nodig is voor een gronduitgiften. Hierdoor is in 2022 voor civiele techniek minder uitgegeven dan geraamd en een deel van de kosten doorgeschoven naar 2023 en 2024. Het Bedrijvenschap spant zich in om de plankosten na de piekjaren 2017 en 2018 te laten dalen. Vanaf 2019 is een geleidelijke afbouw van de plankosten ingezet. In de vigerende grondexploitatie is een aangepaste raming gemaakt op basis van de te verwachten werkzaamheden en ervaringscijfers.
5/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10503165
Tot slot worden de belangrijkste mutaties in de Begrotingswijziging 2023 samengevat. Begrotingswijziging 2023, belangrijkste mutaties: Een stijging van het budget voor civiele techniek (van € 0,98 naar € 2,95 miljoen); de kosten van slopen, saneren, voorbelasten, bouwrijp maken en woonrijp maken van de kavels zijn in belangrijke mate verbonden aan moment dat de uitgifte van kavels voor bedrijven daadwerkelijk plaatsvindt en zijn daarom deels doorgeschoven vanuit 2022; verhoging budget voor Voorbereiding & Toezicht op de uitvoering (met € 0,25 miljoen); deze kosten hebben een directie relatie met de civiel technische kosten; verhoging opbrengst grondverkoop met ruim € 10 mln en verlaging overige opbrengsten met € 1,7 mln vanwege verschuivingen in jaar van ontvangst van deze opbrengsten. 6. Conclusie: Op basis van de stukken ziet het college geen aanleiding om een zienswijze bij het Dagelijks Bestuur van het Bedrijvenschap HarnaschPolder kenbaar te maken op de ontwerp Begrotingswijziging 2023 en ontwerp Programmabegroting 2024 van het Bedrijvenschap HarnaschPolder. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, -
Gelet op artikel 25 en 26 van de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijvenschap HarnaschPolder (6e wijziging); Gezien het voorstel van het college van 18 april 2023; Gehoord de commissie bestuur d.d. …;
Besluit: I. Geen zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot de ontwerp-Programmabegroting 2024 en de ontwerp-Begrotingswijziging 2023 van het Bedrijvenschap HarnaschPolder; II. Kennis te nemen van de gewaarmerkte jaarrekening 2022; III. Dit besluit kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van het Bedrijvenschap HarnaschPolder. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 8 juni 2023. De griffier,
De voorzitter,
6/6