CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20230330-RIS314761 Voorstel van het presidium tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Den Haag 2019

Commissie Bestuur 5 april 2023, gemeente Den HaagBij agendapunt: Ingekomen bestuurlijke stukken506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel RIS314761 Voorstel van het presidium tot wijziging van de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Den Haag 2019 Inleiding De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Den Haag 2019 is een lokale uitwerking van de landelijke regelingen voor de rechtspositie van raads- en commissieleden, te weten: het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna te noemen ‘besluit’) en de ministeriele Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (hierna te noemen ‘regeling’). Wettelijke grondslag voor Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente Het besluit en de regeling zijn sinds 1 januari 2019 van kracht. Reizen binnen de gemeente zijn geregeld in het besluit en uitgewerkt in de regeling. Dit is niet gewijzigd. Reizen buiten de gemeente zijn op grond van artikel 97 van de Gemeentewet geregeld in de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Den Haag 2019 (hierna te noemen verordening). Artikel 97 van de Gemeentewet is in juli 2021 komen te vervallen. In april 2022 is de grondslag voor reizen binnen en buiten de gemeente dwingend geregeld in het besluit in hetzelfde artikel 3.1.7 (raadsleden) en 3.4.3 (commissieleden). Er is geen onderscheid meer tussen reizen binnen en buiten de gemeente.

In deze artikelen in het besluit wordt tevens verwezen naar de uitwerking in de ministeriele regeling. De ministeriele Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers is onlangs met ingang van 1 januari 2023 aangepast. De grondslag voor vergoedingen van reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente zijn nu dwingend geregeld in hogere wetgeving. Hierdoor kan artikel 3 van de Haagse verordening met ingang van 1 januari 2023 worden geschrapt. Vernummering artikelen Door het schrappen van artikel 3 vindt er een vernummering plaats. Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt de volgorde van twee artikelen te wijzigen. In de Haagse verordening wordt nu dezelfde opbouw en volgorde aangehouden als het landelijke Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en het Handboek rechtspositie raads- en commissieleden. Alle documenten aangaande de rechtspositie hebben nu dezelfde opbouw en volgorde. Gelet op het bovenstaande stelt het presidium u voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag. Gezien het voorstel van het presidium van 7 maart 2023 Gelet op artikel 95 Gemeentewet en artikel 3.1.7 en 3.4.3 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Besluit: Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening Rechtspositie raads- en commissieleden 2019 Artikel I 1. Artikel 3 vervalt, onder vernummering van artikel 1a en artikel 2 tot artikel 2 en artikel 3. 2. Artikel 5 wordt vernummerd tot artikel 6 en artikel 6 wordt vernummerd tot artikel 5. Artikel II Deze verordening treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2023.

Artikelsgewijze toelichting Artikel I De grondslag voor vergoedingen van reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente zijn nu dwingend geregeld in hogere wetgeving. Hierdoor kan artikel 3 van de Haagse verordening met ingang van 1 januari 2023 worden geschrapt.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 30 maart 2023. De griffier,

De voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12503048/4