20221221-RIS313486 Verordening tot derde wijziging van de Verordening binnenhavenbelasten Den Haag 2021
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
1 november 2022
DPZ/10399759 RIS313486
Voorstel van het college inzake vaststelling van de Verordening tot derde wijziging van de Verordening binnenhavenbelasting Den Haag 2021 Toelichting In het kader van de begroting 2023 stelt het college voor de tarieven (trendmatig) te verhogen. Op basis van de gemeentelijke uitgangspunten bedraagt de trendmatige aanpassing van de tarieven 6,63% voor 2023. De tarieven voor 2023 zijn berekend conform het afrondingsvoorschrift. Financiële consequenties De trendmatige aanpassing van de tarieven is verwerkt in de meerjarenbegroting. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 1 november 2022, gelet op: de artikelen 216 en 229, eerste lid, onder a en b van de Gemeentewet, besluit: vast te stellen de Verordening tot derde wijziging van de Verordening binnenhavenbelasting Den Haag 2021: Artikel I De Verordening binnenhavenbelasting Den Haag 2021 wordt gewijzigd als volgt: A
Artikel 9, komt te luiden: Artikel 9. Tarieven 1. De binnenhavenbelasting (exclusief omzetbelasting) bedraagt voor een vrachtschip: per 7 dagen (of korter) ononderbroken verblijf per ton laadvermogen tarief € 0,104
abonnement per maand
abonnement per kwartaal
abonnement per jaar
per ton laadvermogen tarief € 0,441
per ton laadvermogen tarief € 1,188
per ton laadvermogen tarief € 4,135
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DPZ/10399759
2. De binnenhavenbelasting (exclusief omzetbelasting) bedraagt voor een passagiersschip: per 7 dagen (of korter) ononderbroken verblijf per m² oppervlakte tarief € 0,104
abonnement per maand
abonnement per kwartaal
abonnement per jaar
per m² oppervlakte tarief € 0,441
per m² oppervlakte tarief € 1,188
per m² oppervlakte tarief € 4,135
3. Voor een schip met een laadvermogen minder dan 10 ton respectievelijk een oppervlakte kleiner dan 10 m² is een bedrag verschuldigd ter grootte van de binnenhavenbelasting die is verschuldigd voor een schip met een laadvermogen van 10 ton respectievelijk een oppervlakte van 10 m². 4. De binnenhavenbelasting voor een schip waarmee een ligplaats wordt ingenomen, bedraagt 125% van het bedrag, overeenkomstig het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid. B
In artikel 13 wordt “ € 8,08 ” vervangen door: € 8,61.
Artikel II 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023, met dien verstande dat de bepalingen die op grond van deze verordening worden gewijzigd van kracht blijven voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2022. De griffier,
De voorzitter,
2/2