CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20221221-RIS310905 Raadsvoorstel 'Schoon op papier!'

Gemeenteraad 21 december 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van de Rekenkamer inzake onderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte (RIS310905)4.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.

Voorstel van de Rekenkamer Den Haag inzake het rekenkameronderzoek ‘Schoon op papier!’ naar de aan pak van vervuiling van de openbare ruimte.

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De Rekenkamer Den Haag besloot in 2018 mede op basis van input van inwoners om onderzoek te doen naar vervuiling van de openbare ruimte in Den Haag.1 In dat jaar hebben we het Stadspanel bevraagd over nieuwe onderzoeksthema’s voor rekenkameronderzoek. Uit de vragenlijsten bleek dat inwoners overlast van rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen belangrijk vonden. Daarnaast komt het overkoepelende thema vervuiling van de openbare ruimte een onderwerp dat regelmatig aan de orde binnen de raad.2

1.1.1 Onderzoeksvragen De hoofdvraag van het onderzoek is: In hoeverre is de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte doeltreffend en doelmatig? De deelvragen zijn: 1. Ligt er een gedegen probleemanalyse ten grondslag aan de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte? 2. Is er een planmatige aanpak van vervuiling van de openbare ruimte en is die gebaseerd op de probleemanalyse? 3. Wordt op basis van monitoring en evaluatie de planmatige aanpak van vervuiling van de openbare ruimte bijgestuurd?

1

De ‘openbare ruimte’ is een “verzamelnaam voor de plekken die wij allemaal gebruiken, zoals pleinen, wegen, sportvelden en parken” (bron: ‘Melding openbare ruimte’, Gemeente Den Haag, https://www.denhaag.nl/nl/meldingen/melding-openbareruimte.htm). 2

Er worden met regelmaat schriftelijke vragen in de raad gesteld over vervuiling van de openbare ruimte. Zie bij bevinding 2 in het bestuurlijk rapport.

1

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.

1.2 Afbakening Dit onderzoek richt zich op de gemeentelijke aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte in de periode van 2015 tot medio 2021. Binnen dit overkoepelende thema is dit onderzoek gericht op de gemeentelijke handhavingsprioriteiten rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen, zoals deze zijn gedefinieerd in de ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2015-2018’.3 Onder ‘rommel op straat’ vallen alle vuilsoorten (zoals zwerfafval en bijgeplaatst afval naast containers) die door menselijk gedrag ontstaan.4 Natuurlijk afval, zoals blad en slib dat niet wordt veroorzaakt door het gedrag van mensen, is onderdeel van rommel op straat, maar valt buiten de scope van dit onderzoek. Samenvattend richt dit onderzoek zich op de volgende vormen van vervuiling: •

Rommel op straat o

Zwerfafval (grof en fijn)5

o

Bijplaatsingen bij restafvalcontainers

o

Verkeerd aangeboden grofvuil (klein grofvuil zoals een strijkplank en groot grofvuil zoals een bankstel of een hele huisraad)6

•

Hondenpoep

•

Weesfietsen

1.2.1 Definities: Zwerfafval Het college definieert zwerfafval als “afval dat mensen bewust of onbewust weggooien of achterlaten op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn of door indirect toedoen of nalatigheid van mensen op die plaatsen is terechtgekomen”.7 De rekenkamer hanteert in dit onderzoek dezelfde definitie.

3

RIS281916 Raadsvoorstel ‘Gewijzigd voorstel van het college inzake de leefbaarheidshandhaving van de gemeentelijke buitenruimte: Doorpakken met Haagse Kracht 2015-2018’, College van Burgmeester en Wethouders, 18 april 2016, p. 11. 4

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 12.

5

Grof zwerfafval is “afval met een hoogte, breedte, lengte of diameter groter dan 10 cm, niet zijnde grofvuil zoals meubels”. Fijn zwerfafval is “afval met een hoogte, breedte, lengte of diameter groter dan 1 cm en kleiner of gelijk aan 10 cm” (RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 15). 6

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 24.

7

RIS307053 Commissiebrief ‘Programma voor een Schone stad 2021-2022’, Commissie Leefomgeving, 26 november 2020, p. 15.

2

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.

Bijplaatsingen Bijplaatsingen zijn nabij ondergrondse restafvalcontainers (ORAC’s) geplaatste afval. Dit kan gaan om gewoon huisvuil en om grofvuil. Bijplaatsen is niet de juiste manier om afval aan te bieden en is volgens het college een belangrijke bron voor zwerfafval.8

Handhaving Handhaving is een van de instrumenten die worden ingezet bij de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Wij hanteren de volgende definitie voor handhaving:9 Het “toezicht houden op het naleven van de afvalregels. Handhavers informeren, waarschuwen en leggen boetes op wanneer zij een overtreding op heterdaad constateren.”10

Informatiegestuurd werken In dit onderzoek gaat het onder meer over ‘informatiegestuurd werken’. Het college beschrijft informatiegestuurd werken als “het versterken van de informatiepositie van de gemeente ten behoeve van het ontwikkelen van het (uitvoerings-)beleid”.11 De rekenkamer hanteert dezelfde definitie als het college.

2. Hoofdconclusie Het onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte heeft geleid tot een hoofdconclusie en twee deelconclusies. In de paragrafen hierna volgt een nadere toelichting op en onderbouwing van deze conclusies. De hoofdconclusie op basis van dit onderzoek is:

Het gemeentebestuur richt zich in de kaderstelling en uitvoering te weinig op het voorkomen van ernstige overlast door vervuiling van de openbare ruimte Zowel het college als de gemeenteraad zetten te weinig actief in op het verbeteren van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Ondanks de kritische houding van de gemeenteraad over de behaalde resultaten, pakt de raad zijn kaderstellende rol

8

RIS307104 raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, college van burgemeester en wethouders, 1 december 2020, p. 14. 9

De definitie heeft betrekking op handhaving ten aanzien van de vervuiling van de openbare ruimte. We hanteren in dit onderzoek de in de nieuwe nota handhaving 2021-2022 gebruikte definitie van handhaving. Deze nota is nog niet vastgesteld door de gemeenteraad, maar wordt wel aangehaald door de ambtelijke organisatie als een bron voor de juiste definitie van handhaving (bron: feitelijk wederhoor onderzoek aanpak vervuiling van de openbare ruimte). 10

RIS305593 Commissiebrief ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’, Commissie Leefomgeving, 24 juni 2020, p. 3 en RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p. 7. 11

RIS307104 Raadsvoorstel ‘Nota Handhaving Buitenruimte 2021-2022’, College van Burgemeester en Wethouders, 9 december 2020, p. 23.

3

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. onvoldoende op. Gestelde doelen voor de aanpak van vervuiling haalt de gemeente al jaren. De gemeenteraad laat echter na de ontevredenheid over de vervuiling te vertalen in scherpere doelstellingen. Het college rapporteert aan de raad over het realiseren van gestelde doelen, maar reageert niet afdoende op de ontevredenheid binnen de raad. Het college laat met name na voorstellen te doen voor aanscherping van beleidskaders (doelen) of doorontwikkeling van het beleid. Het college richt zich in de uitvoering daarnaast te veel op handhaving en te weinig op instrumenten die gericht zijn op het voorkomen van overlast door vervuiling van de openbare ruimte, zoals communicatie en participatie. De hoofdconclusie is gebaseerd op de twee deelconclusies. Deze worden hierna toegelicht.

Deelconclusie 1: De gemeenteraad en het college sturen onvoldoende op een effectieve aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte De raad is ontevreden over hoe schoon de stad is, terwijl de doelen die zij hiervoor heeft gesteld wel worden gerealiseerd. Zowel de gemeenteraad als het college laten al langere tijd na deze doelen bij te stellen of hier voorstellen voor te doen. Vanwege de onvoldoende specifieke doelen ontbreekt een belangrijke voorwaarde voor sturing op een doeltreffende aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte.

Deelconclusie 2: Het college richt zich in de aanpak onvoldoende op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte In het beleid ontbreekt een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen. Bij de inzet op overlast door vervuiling van de openbare ruimte maakt het college vrijwel alleen gebruik van het instrument handhaving. De gemeente heeft wel kennis over achterliggende oorzaken. Die kennis is echter maar beperkt vastgelegd in documenten en is niet gekoppeld aan de aanpak van het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte. Het college legt in de uitvoering van de aanpak de nadruk op het opruimen van afval en handhaving, en minder op andere maatregelen om vervuiling te voorkomen, zoals bijvoorbeeld communicatie richting bewoners en participatie van bewoners bij de aanpak. In de praktijk is de belangrijkste uitvoeringsorganisatie voor het tegengaan van vervuiling van de openbare ruimte de handhavingsorganisatie. Dit terwijl in het beleid wordt aangegeven dat handhaving het sluitstuk zou moeten zijn in de keten van schoon (basis op orde hebben - betrokkenheid creëren - effectief handhaven). Daarnaast heeft het college nauwelijks inzicht in de effectiviteit van de ingezette instrumenten om vervuiling tegen te gaan. Dat geldt ook voor handhaving, dat het meeste wordt ingezet bij de aanpak van vervuiling.

Verder versterkt de ontwikkeling naar informatiegestuurd werken de focus op het constateren en wegnemen van overlast, en niet op het voorkomen daarvan.

4

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.

3. Reactie college van burgemeester en wethouders Onderwerp

Reactie college - Rapport Rekenkamer Den Haag 'Schoon op papier!'

Geachte heer Twisk, Het college heeft kennisgenomen van het rapport van de Rekenkamer Den Haag ‘Schoon op papier!’. Het college dankt de Rekenkamer voor dit onderzoek en herkent en erkent dat de aanpak van de thema’s rommel op straat, hondenpoep en achtergelaten fietsen belangrijk is voor de stedelijke leefbaarheid. Een schone buitenruimte heeft de afgelopen jaren veel aandacht gehad van het college en de gemeenteraad. Daarom heeft het college een aantal grote stappen gezet. Dit is te lezen in het ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’ (RIS 305593) en de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS 309531). Het college wil graag reageren op de door u geformuleerde bevindingen en aanbevelingen. Onderstaand geeft het college per bevinding en aanbeveling een korte reactie. Reactie bevindingen Rekenkamer 1. Het college behaalt de gestelde doelen en informeert de raad hierover Het college kan zich goed vinden in deze bevinding. Wel wil het college daarbij opmerken dat er alleen doelen zijn gesteld voor de thema’s zwerfafval, hondenpoep en achtergelaten fietsen. Voor het thema bijplaatsingen is er geen doel gesteld. 2.

Er is ontevredenheid bij de gemeenteraad en bewoners over de resultaten van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte Het college is van mening dat de ontevredenheid in de gemeenteraad en onder bewoners zich vooral richt op de problematiek rondom bijplaatsingen. Het college is daar zelf ook ontevreden over en probeert juist deze overlast terug te dringen. 3. De gemeenteraad heeft de afgelopen twee collegeperioden de doelen voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet aangescherpt De aanpak van vervuiling van de buitenruimte richt zich op tevreden bewoners. De bereikte resultaten op zwerfafval, hondenpoep en achtergelaten fietsen zijn al jaren min of meer stabiel, terwijl maatschappelijke ontwikkelingen zoals een stijging van het inwoneraantal, toename van horeca, verruiming van openingstijden, de uitbreiding van take away en bezorgdiensten, de druk op de buitenruimte hebben vergroot. Wanneer de doelen op deze thema’s worden aangescherpt, zal dat gepaard gaan met extra inzet, hetgeen kostenverhogend werkt. Het is daarbij onzeker of dit direct zal leiden tot meer tevredenheid bij de bewoners. 4. De aanpak van vervuiling van de openbare ruimte is onvoldoende gebaseerd op een analyse van achterliggende oorzaken bij rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen Het college is van mening dat er meer onderzoek gedaan kan worden naar de achterliggende oorzaken.

Hierbij zal de afweging gemaakt moeten wordenhoe waardevol en toekomstbestendig dergelijk onderzoek is. Als voorbeeld: de mogelijke achterliggende oorzaken van waarom iemand een fiets achterlaat zijn legio. Iemand verhuist, heeft een nieuwe fiets, vergeet waar de fiets geparkeerd is, maakt gebruik van deelconcepten, etc. De diversiteit aan oorzaken is aan veranderingen in de samenleving onderhevig. Het college richt de inzet daarom op overkoepelende oorzaken. Daar waar mensen niet weten hoe ze een fiets moeten af (laten) voeren als afval, gebruiken we communicatie en participatie. Daar waar bewoners deze informatie niet tot zich nemen of kunnen nemen, heeft de gemeente geen andere keuze dan in te grijpen door middel van handhaving en/of verwijdering om de overlast tegen te gaan. Dat de zoektocht naar achterliggende oorzaken lastig is, komt ook duidelijk aan de orde in het onlangs verschenen artikel in de Volkskrant ‘Achter de rommel rond deze Haagse afvalcontainers schuilen de problemen van de stad.’ Diepgaande onderzoeken naar de achterliggende oorzaken zijn wel mogelijk, maar vergen veel tijd en inzet en zijn daardoor ook kostbaar. Het college wil graag samen met de gemeenteraad bepalen of het doelmatig en effectief is om een dergelijk onderzoek uit te voeren en het daarbij behorende budget beschikbaar te stellen.

Hierbij wordt nog opgemerkt dat vervuiling op straat geen typisch Haags probleem is. Alle grote steden (niet alleen in Nederland, maar ook binnen en buiten Europa) kampen met dit probleem. De gemeente volgt de interventies die in die gemeenten worden ingezet nauwlettend. Wanneer deze succesvol en passend zijn, kunnen deze worden ingezet in Den Haag.

5

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. 5. Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in beleidsstukken is aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak Deze bevinding deelt het college niet. Het zwaartepunt van de gemeentelijke inzet ligt op het opruimen van zwerfafval en bijplaatsingen, hetgeen ook blijkt uit de verhouding tussen de kosten voor het opruimen en de kosten van de handhaving. 6. Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette instrumenten Het college begrijpt deze bevinding. Het college heeft er altijd voor gekozen om gelijktijdig verschillende instrumenten in te zetten om een knelpunt aan te pakken. Dan wordt het inderdaad lastig om de effectiviteit van ieder afzonderlijk instrument te bepalen. 7. Het college zet bij handhaving actief in op informatiegestuurd werken en richt zich daarbij op het wegnemen van de geconstateerde overlast. Het college kan zich vinden in deze bevinding en is ook blij dat dit ook door de Rekenkamer is opgemerkt. Reactie aanbevelingen Rekenkamer 1. Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor de vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad Het college neemt deze aanbeveling over.

Zoals gesteld in het huidige Programma voor een Schone stad (RIS 307053, p.3) loopt het huidige programma tot en met 2022 en krijgt het vervolgprogramma een update, waarbij dit rapport van de Rekenkamer betrokken zal worden. 2. Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan Het college neemt deze aanbeveling over en is daar met het ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’ (RIS 305593) en met de acties uit de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS 309531) al mee begonnen (waarbij de laatste niet in uw onderzoek is betrokken). Het college wil graag met de gemeenteraad in gesprek over de inzet van de beschikbare middelen op schoon. Het college vraagt zich namelijk af of deze aanbeveling gelezen moet worden als het verder versterken van de communicatie en de participatie en dat dit ten koste mag gaan van of de handhaving of het opruimen van de vervuiling. 3. Draag het college op periodiek te rapporteren over de aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte Het college neemt deze aanbeveling over. Het college rapporteert periodiek over de aanpak van de vervuiling van de openbare ruimte. Dat blijft het college ook in de toekomst doen. 4.

Draag het college op om binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad Het college wil de komende periode doorgaan met de acties zoals genoemd het ‘Actieplan Schone Stoep 2020-2021’ (RIS 305593) en met de acties uit de commissiebrief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS 309531) die al geruime tijd geleden naar de gemeenteraad zijn verzonden. Wanneer zich nieuwe kansrijke initiatieven voordoen, wil het college deze ook inzetten om de vervuiling terug te dringen. Het college stelt daarom voor om de reeds gepresenteerde plannen eerst uit te voeren en op basis van de evaluatie van de bestaande acties een nieuw Programma voor een Schone Stad door het nieuwe college te laten opstellen en door de nieuwe gemeenteraad te laten vaststellen. Namens het college willen wij de Rekenkamer Den Haag nogmaals danken voor de bevindingen en aanbevelingen. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, de burgemeester, Ilma Merx Jan van Zanen

6

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.

4. Nawoord rekenkamer Wij danken het college voor de overwegend positieve reactie op ons onderzoek. Het college geeft aan alle aanbevelingen die wij doen over te nemen. Alleen waar het gaat om de termijn waarbinnen de gemeenteraad een aanscherping van het beleid en de uitvoering kan verwachten, is het college niet concreet. In zijn reactie gaat het college niet in op de conclusies die wij trekken. Het college geeft wel aan dat het de afgelopen jaren grote stappen heeft gezet in de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. Daarmee gaat het college eraan voorbij dat de aanpak en kaderstelling al jaren niet is geactualiseerd. Zo ontbreekt het aan een doelstelling voor één van de meest in het oog springende en overlastgevende vormen van vervuiling: bijplaatsingen bij ondergrondse afvalcontainers. Ook gaat het college eraan voorbij dat wij concluderen dat de aanpak teveel gericht is op handhaven en opruimen. Te weinig aandacht gaat uit naar het in beeld brengen en oplossen van achterliggende oorzaken. Opmerkelijk is dat het college wél reageert op de onderbouwing van de bevindingen. In overeenstemming met de verordening op de rekenkamer, hebben wij ons onderzoeksrapport eerst voorgelegd aan de ambtelijke organisatie voor een controle op de feiten. De kritiek van het college op de onderbouwing van de bevindingen is echter niet in het feitelijk wederhoor naar voren gekomen.

De feiten die het college nu aanreikt, leiden overigens niet tot andere bevindingen of conclusies en aanbevelingen. We reflecteren op de belangrijkste punten uit de reactie van het college op onze bevindingen en aanbevelingen.

Reactie van het college Bevinding 1. Het college behaalt de gestelde doelen en informeert de raad hierover We constateren dat het college terecht opmerkt dat er géén doelen zijn gesteld voor bijplaatsingen. Dat is ook één van onze belangrijke bevindingen, onderdeel van het punt dat de gemeenteraad al langere tijd de doelen niet heeft bijgesteld.

Bevinding 2. Er is ontevredenheid bij de gemeenteraad en bewoners over de resultaten van de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte Het college geeft aan dat de ontevredenheid van gemeenteraad en bewoners zich vooral richt rond het onderwerp bijplaatsingen. Dat herkennen wij, maar we zagen in ons onderzoek dat er, zowel bij de gemeenteraad als bij bewoners, in het algemeen ontevredenheid bestaat over de mate van vervuiling van de openbare ruimte. Zo wordt het onderwerp ‘zwerfafval’ veelvuldig aangehaald in vragen en moties vanuit de gemeenteraad.

Bevinding 3. De gemeenteraad heeft de afgelopen twee collegeperioden de doelen voor de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte niet aangescherpt Het college onderkent dat de doelen voor de aanpak al jaren niet zijn bijgesteld en merkt daarbij op dat het bijstellen van doelen en het toevoegen van doelen voor andere vormen van vervuiling zal leiden tot verhoging van de kosten. Ons punt is dat college en 7

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. gemeenteraad de discussie over de kosten en te bereiken resultaten onvoldoende expliciet voeren. Vanzelfsprekend zal een heroriëntering op beoogde doelen bij de aanpak ook leiden tot een heroverweging van de middelen die nodig zijn om deze doelen te behalen. Wij hebben voor ogen dat de gemeenteraad met een aanscherping van de doelen en een andere besteding van de middelen meer grip krijgt op de aanpak. In de huidige situatie geeft de raad aan ontevreden te zijn over de resultaten, maar stelt zij niet een kader vast voor een aanpak van de onderwerpen waarover ze ontevreden is. Een dergelijk kader bestaat in onze ogen uit zowel een inhoudelijke component (waaronder doelstelling) als een financiële component (ter beschikking te stellen middelen).

Bevinding 4. De aanpak van vervuiling van de openbare ruimte is onvoldoende gebaseerd op een analyse van achterliggende oorzaken van rommel op straat, hondenpoep en weesfietsen Het college geeft aan dat er meer onderzoek gedaan kan worden naar de achterliggende oorzaak bij de aanpak vervuiling van de openbare ruimte. Hierbij merkt het college op dat een afweging gemaakt moet worden hoe waardevol en toekomstbestendig dergelijk onderzoek is. Het college noemt enkele voorbeelden waarbij een analyse van achterliggende oorzaken bij vervuiling geen meerwaarde zou hebben. Wij constateren echter dat in algemene zin het college weinig aandacht besteedt aan het analyseren van achterliggende oorzaken op overlast gevende locaties en bevelen aan dit wel te doen. Kennis over achterliggende oorzaken kan leiden tot een effectievere aanpak.

Bevinding 5. Het college legt in de uitvoering de nadruk op handhaving, terwijl in beleidsstukken is aangegeven dat handhaving het sluitstuk is van de aanpak Het college geeft aan dat naast handhaving ook veel ingezet wordt op opruimen van afval. Opruimen is echter niet gericht op het voorkomen van vervuiling.

Bevinding 6. Het college heeft nauwelijks zicht op de effectiviteit van ingezette instrumenten Het college geeft aan dat het lastig is de effectiviteit van verschillende instrumenten te meten die gelijktijdig worden ingezet. Dat is echter niet het punt dat we willen maken. Het college kan op basis van de kennis van de problematiek op specifieke locaties wel het effect van een hierop gerichte aanpak meten (waarbij eventueel verschillende instrumenten tegelijkertijd worden ingezet), zodat vervolgens vastgesteld kan worden of dit ten opzichte van alleen opruimen en handhaven doelmatig en doeltreffend is.

Reactie van het college op onze aanbevelingen Aanbeveling 2. Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan Het college geeft aan al begonnen te zijn met een aanpak die meer gericht is op het voorkomen van vervuiling en haalt daarbij, onder meer, de brief ‘Wendbaar, effectief en datagestuurd werken aan een schone stad’ (RIS309531) aan. Deze brief is door het college in 8

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. juli 2021 aan de gemeenteraad gestuurd. Het college merkt op dat wij deze brief niet meegenomen hebben in ons onderzoek. Ondanks ons expliciete verzoek aan de ambtelijke organisatie om in het feitelijk wederhoor ook nieuwe relevante informatie aan te leveren, zijn wij niet op deze brief gewezen. In de brief staat dat het college op basis van data meer wil gaan inzetten op het voorkomen van vervuiling. Hoewel het meer data-gedreven werken een goede ontwikkeling is, is het de vraag of de achterliggende problematiek uit de data naar voren komt. Wij raden aan om de data-analyse te combineren met de kennis van de medewerkers en betrokken burgers over specifieke locaties waar vervuiling een probleem is.

Aanbeveling 4. Draag het college op om binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad Het college is ten slotte vaag waar het gaat over onze aanbeveling om binnen 6 maanden met een plan van aanpak te komen om het door uw raad te nemen besluit op te volgen. Wij onderkennen dat het niet voor de hand ligt nog voor de komende gemeenteraadsverkiezingen te komen met nieuw beleid. Gezien de urgentie van de problematiek, raden wij echter aan om op de korte termijn tenminste op onderdelen concrete verbeteringen in het beleid en de uitvoering door te voeren.

9

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte.

RAADSBESLUIT Gezien het vorenstaande stelt de rekenkamer de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gelet op artikel 185, tweede lid Gemeentewet en de aanbevelingen van de Rekenkamer Den Haag uit het rapport Besluit:

I. Draag het college op een aangescherpt beleidsplan voor vervuiling van de openbare ruimte op te stellen en dit ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad. •

In dit aangescherpte beleidsplan zouden in ieder geval specifiekere doelen ten aanzien van afzonderlijke vormen van vervuiling van de openbare ruimte opgenomen moeten worden. Dit naast de bestaande doelen gericht op een gemiddelde waarde voor tevredenheid van bewoners en mate van vervuiling per stad en stadsdeel. Bij de nieuwe doelen kan gedacht worden aan het per vorm van vervuiling opnemen van een streefwaarde die zich richt op een maximumaantal of percentage van (ernstig) overlast gevende situaties of locaties, per deelgebied en/of per tijdseenheid. Bijvoorbeeld een maximum van tien situaties per stadsdeel waar sprake is van ernstige overlast door bijplaatsingen bij ondergrondse restafvalcontainers en een specifiek criterium voor de mate van vervuiling door hondenpoep;

•

Het college moet voor (ernstig) overlast gevende situaties of locaties die niet voldoen aan de hierboven bedoelde streefwaarden, voorzien in maatwerk in de vorm van een locatiegerichte aanpak. Dit zou in eerste instantie gericht moeten zijn op het wegnemen van achterliggende oorzaken achter de vervuiling. En handhaving alleen inzetten als sluitstuk van de aanpak.

II. Draag het college op de uitvoering mede te richten op het voorkomen van vervuiling van de openbare ruimte en niet alleen op het wegnemen daarvan. Het doel hierbij is tot een integrale aanpak te komen van overlast door vervuiling van de openbare ruimte en deze aanpak te baseren op kennis over oorzaken en gedrag van mensen die leiden tot overlast. Nadrukkelijk zou daarbij naast handhaving ook ingezet moeten worden op preventieve activiteiten als communicatie, participatie en educatie. Geef daartoe het college opdracht:

10

RIS310905 Raadsvoorstel naar aanleiding van het rekenkameronderzoek 'Schoon op papier!' Onderzoek naar de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. •

Naast handhaving als instrument en organisatieonderdeel voor de aanpak van overlast door vervuiling van de openbare ruimte ook in te zetten op communicatie, participatie en educatie, om daarmee te komen tot een integrale aansturing en uitvoering.

•

Achterliggende oorzaken te onderzoeken van situaties of locaties die niet voldoen aan de in het beleidsplan opgenomen streefwaarden. Hierbij onder meer te onderzoeken welke belemmeringen er zijn voor mensen om het gewenste gedrag te vertonen bij het aanbieden van afval of het voorkomen van vervuiling.

•

Op basis van deze kennis over oorzaken en belemmeringen te komen tot instrumenten en/of een maatwerkaanpak voor de betreffende situaties of locaties.

•

De kennis over achterliggende oorzaken en daarop gebaseerde instrumenten en/of

aanpak (in de toekomst) proactief te benutten in de (generieke) aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. •

De effectiviteit van alle instrumenten die worden ingezet bij de aanpak van

vervuiling van de openbare ruimte te monitoren.

III. Draag het college op periodiek te rapporteren over de aanpak van vervuiling van de openbare ruimte. In deze rapportages dient in ieder geval ingegaan te worden op:

•

De realisatie van de gestelde doelen per vorm van vervuiling en per deelgebied;

•

Informatie over resultaten van de bij punt 2 genoemde maatwerkaanpak. Gedacht

kan worden aan informatie over achterliggende oorzaken bij vervuiling en effectiviteit van (nieuwe) instrumenten die worden ingezet; •

Informatie over en onderbouwing van (nieuwe) instrumenten die opgenomen worden in de generieke aanpak op basis van ervaringen in de maatwerkaanpak.

IV. Draag het college op binnen zes maanden een aanpak voor de uitvoering van aanbevelingen 1 tot en met 3 voor te leggen aan de gemeenteraad. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 december 2022. De griffier

De voorzitter

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10905655/3