20220630-RIS312520 Verordening tot wijziging artikel 2.48 lid 5 en 6 APV
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
14 juni 2022
BSD/10330565 RIS312520
Voorstel van het college tot vaststelling van de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV) Toelichting Artikel 2:48, vijfde lid, Verbod lachgas Het Openbaar Ministerie (OM) heeft recentelijk besloten om terug te komen op de eerder gemaakte koppeling tussen het lachgasverbod uit artikel 2:48, vijfde lid, van de APV en de daarvoor opengestelde feitcodes. Voor veel overtredingen en misdrijven hanteert het OM vaste boetetarieven. Deze overtredingen en misdrijven hebben feitcodes. Hierdoor kunnen deze zaken snel en geautomatiseerd worden afgedaan. De reden dat de koppeling niet kan worden gemaakt, is dat in artikel 2:48, vijfde lid, van de APV niet expliciet staat vermeld dat het verbod slechts ziet op het recreatief gebruik van lachgas als roesmiddel. Het OM acht het onvoldoende dat dit bestanddeel wel is opgenomen in de toelichting van het ‘Aanwijzingsbesluit verbod op het gebruik van lachgas op grond van artikel 2:48, vijfde lid, van de APV’ (RIS310833). Nu de koppeling tussen de betreffende feitcodes en artikel 2:48, vijfde lid, van de APV niet langer mogelijk is, kan de politie niet meer adequaat handhavend optreden tegen personen die het lachgasverbod uit artikel, 2:48, vijfde lid, van de APV overtreden. Dit is onwenselijk. Het is dan ook noodzakelijk om de APV-bepaling aan te passen.
Op deze manier kunnen de feitcodes wel worden gekoppeld aan de APV-bepaling. De noodzaak om artikel 2:48, vijfde lid, van de APV te wijzigen, wordt ook aangegrepen om expliciet in deze bepaling op te nemen dat het recreatieve gebruik van lachgas als roesmiddel en het daarvoor bij zich hebben van lachgas altijd gepaard moet gaan met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken. Daarmee gaat het verbod niet verder dan nodig is. Ook wordt na artikel 2:48, vijfde lid, van de APV een zesde lid toegevoegd, zodat het college openbare plaatsen kan aanwijzen waar het oneigenlijk lachgasgebruik, voorbereidingen of het bij zich hebben van hulpmiddelen voor dat gebruik op voorhand verboden is, los van de vraag of dat in de concrete situatie tot ordeverstoring en dergelijke leidt. In dat geval zal het college in een het aanwijzingsbesluit moeten motiveren waarom het verbod in dat specifieke gebied geldt (het belang van de openbare orde of bescherming van het woon- of leefklimaat). Uit politierapportages kan bijvoorbeeld blijken dat op bepaalde openbare plaatsen sprake is van aantoonbare en structurele overlast door lachgas. Met de voorgestelde wijzigingen wordt de reikwijdte van het lachgasverbod uit artikel 2:48 van de APV verduidelijkt.
De nieuwe redactie van het artikel, ligt in lijn met de inmiddels verschenen model APVbepaling inzake lachgas van de VNG.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10330565
Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gelet op: de artikelen 149 en 154b van de Gemeentewet, besluit: vast te stellen de volgende Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag wordt gewijzigd als volgt: A
Artikel 2:48, vijfde lid, APV komt te luiden: 5.
B
Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
Na artikel 2:48, vijfde lid, APV wordt een zesde lid toegevoegd: 6.
C
Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
De bijlage als bedoeld in artikel 6:1A, tweede lid, APV wordt gewijzigd als volgt: 1.
Na artikel 2:48, vijfde lid wordt de volgende regel ingevoegd: 2:48, lid 6 Verboden gebruik of voorhanden hebben van lachgas
100
Artikel II Deze verordening treedt in werking op de dag na uitgifte in het Gemeenteblad. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 30 juni 2022.
De griffier,
De voorzitter,
2/2