CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20220630-RIS312349 GEAMENDEERD Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp (RIS312349)6.416 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Registratienummer

1 juni 2022

OCW/10323081 RIS312349

Voorstel van het college inzake Doorontwikkeling jeugd- en gezinshulp Toelichting I.

Achtergrond

Raadsbesluit Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp. Op 25 november 2021 heeft uw raad het Haags Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp besproken en vastgesteld. (RIS 309877). Het voorstel is toen aangenomen in de stemverhouding 42 stemmen voor en 1 tegen. Deze grote meerderheid voor het voorstel ervaart het college als brede steun om de concrete uitwerking van het Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp nu aan u voor te leggen. In verband met de nieuwe samenstelling van de raad herhalen we in dit raadsvoorstel uitgangspunten uit het raadsbesluit, zoals u dat in november 2021 heeft vastgesteld. Daarbij realiseren wij ons goed dat er in het raadsdebat van 25 november jl. ook zorgen zijn geuit en indringende vragen zijn gesteld. Het gaat immers om het bieden van goede zorg en continuïteit van zorg voor kwetsbare kinderen en jongeren. Het mogelijk maken van een gezonde, kansrijke en veilige ontwikkeling van alle kinderen en jongeren is van het grootste belang. Zo heeft u gevraagd de rechtspositie van kinderen, jongeren en gezinnen te verbeteren, en te onderzoeken hoe de wachtlijsten kunnen worden verholpen.

Daarnaast zijn kritische vragen gesteld over de marktwerking in de jeugdzorg, en is de vraag gesteld de veronderstellingen over de negatieve prikkels van de huidige P maal Q financiering goed te onderzoeken, voordat we op een andere financieringsvorm zouden overstappen. Ten slotte heeft uw raad gevraagd met een nadere uitwerking te komen die leidt tot het voorleggen van een definitief go - no go besluit voor de doorontwikkeling van de jeugdhulp. Deze vragen hebben hun beslag gekregen in een vijftal aangenomen moties. De afgelopen maanden heeft het college benut om deze moties uit te werken - de afdoening vindt u als bijlage I - en de uitgangspunten van het Toekomstperspectief naar een concreet plan op hoofdlijn te vertalen. Daardoor kan uw raad op basis van het voorliggende voorstel een definitief go of no-go besluit nemen voor de doorontwikkeling van de jeugd- en gezinshulp in Den Haag, zoals in motie M7 is gevraagd. Op basis van dit plan willen we de komende jaren in dialoog met de partners in de stad bouwen aan een toegankelijk, effectief en betaalbaar jeugdstelsel. Hervormingsagenda jeugd De hervormingsagenda jeugd biedt eveneens een belangrijke basis voor de doorontwikkeling van de Haagse Jeugd- en Gezinshulp. De hervormingsagenda komt voort uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen van 18 mei 2021.

Op basis daarvan hebben de VNG en het Rijk bestuurlijke afspraken gemaakt. Op dit moment worden die vertaald in een agenda die in november 2022 gereed is. Uiteraard houden we de ontwikkelingen van de hervormingsagenda nauwlettend in het oog en zullen we deze betrekken bij de uitwerking van de plannen.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Kamerbrief hervormingen jeugdzorg 13 mei jl. Dat dit een actueel en urgent vraagstuk is, wordt nog eens onderstreept door de brief die recent - op vrijdag 13 mei jl. - door staatssecretaris Van Ooijen (VWS) en minister Weerwind (J&V) over de hervormingen van de jeugdzorg aan de tweede kamer is gestuurd. “… Al met al is de belofte van de decentralisatie – passende hulp, dichtbij huis, gezinsbreed, efficiënter en met minder kosten – onvoldoende waargemaakt. Er wordt meer geld dan ooit aan jeugdzorg besteed. Dat is voor de toekomst niet houdbaar, het moet anders en het moet beter. Alle betrokken partijen - gemeenten, aanbieders, professionals, jongeren zelf en het Rijk – zijn het erover eens dat flinke hervormingen in de jeugdzorg nodig zijn om te zorgen dat kinderen en gezinnen de juiste zorg op de juiste plek krijgen, het stelsel zorginhoudelijk en organisatorisch te verbeteren en duurzaam houdbaar te maken….” Deze passage verwoordt goed hoe wij dit in Den Haag ook ervaren, en waarom we in november 2021 het nieuwe Haagse Toekomstperspectief aan u hebben voorgelegd. Met het voorliggende voorstel sluiten wij met tal van punten direct aan op de kamerbrief.

Een aantal voorbeelden, op basis van citaten uit de brief: ‘Waar ‘open house procedures’ leiden tot een veelheid aan aanbieders gaan we na hoe we dit kunnen beteugelen.’ - Wij stellen voor met een andere aanbestedingsvorm te werken, die leidt tot contractering van een klein aantal aanbieders. ‘Stevige lokale teams zijn nodig met voldoende kennis en expertise, die goed kijken wat nodig is en lichte jeugdhulp zoveel mogelijk zelf leveren.’ - Lokale teams die zelf ook lichte jeugdhulp bieden, spelen een centrale rol in ons voorstel. ‘De bestaande marktwerking die onzorgvuldig is vormgegeven in de jeugdzorg levert perverse prikkels op die onder andere leiden tot onnodig gebruik van jeugdzorg en een te lange behandelduur.’ - Wij stellen een financieringsvorm voor met prikkels die onnodig gebruik en lange behandelduur van jeugdzorg voorkomen. ‘Bij vragen van gezinnen is jeugdhulp niet altijd het goede antwoord. En wanneer kinderen en gezinnen jeugdhulp nodig hebben is het van belang deze hulp in de context van het gezin in te zetten.’ - Het gezinsgericht werken is de basis voor ons voorstel. ‘Het is de vraag of jeugdhulp niet (te) vaak wordt aangeboden terwijl (tevens) hulp of bijstand vanuit een andere invalshoek nodig is om tot een structurele oplossing te komen.’ - Het inzetten van hulp uit andere levensdomeinen zoals bestaanszekerheid en wonen is onderdeel van ons voorstel.

‘Er is sprake is van een sterke samenhang tussen specialistisch ggz gebruik van de ouders en jeugdzorggebruik van de kinderen. Daarom gaan we de samenwerking tussen het jeugddomein en de volwassenen ggz bevorderen en nemen we waar mogelijk barrières weg. Dit is een voorwaarde voor netwerksamenwerking rondom het gezin.’ - Wij betrekken de volwassenen ggz en zorgverzekeraars bij de hulp voor het gezin. De genoemde punten komen in onderstaand voorstel uitvoerig terug. Maar bovenstaande laat gelijk zien dat de kamerbrief een steun in de rug geeft voor de richting die u met het positieve besluit op het Toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp in november 2021 heeft gekozen. Regiovisie jeugdzorg Haaglanden (RIS309874) De Jeugdwet vraagt op het gebied van de jeugdzorg gemeentelijke regionale samenwerking. Eind 2021 heeft u - evenals de andere raden in Haaglanden - de Regiovisie jeugdzorg Haaglanden 2021-2026 vastgesteld.

2/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Het voorliggende voorstel past goed binnen de uitgangspunten van de regiovisie, zoals een sterke pedagogische basis, een sterke lokale infrastructuur en lokale arrangementen. Dit neemt niet weg dat de doorontwikkeling van de Haagse jeugdzorg nadere afstemming met de regiogemeenten binnen het SBJH vraagt - bijvoorbeeld over de consequenties voor het zorglandschap en de voorzieningen die regionaal blijven worden ingekocht. De vereiste afstemming vindt zowel ambtelijk plaats als bestuurlijk binnen het Bestuurlijk Overleg Jeugd. Integrale zorg Daarnaast vraagt de doorontwikkeling van de Haagse jeugdzorg nadere afstemming met het onderwijs, sociale zaken en de overige gemeentelijke dienstverlening in het brede sociaal domein. Het onderwijsveld heeft wat ons betreft een belangrijke rol in de nadere uitwerking van het Haagse toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp. We geven invulling aan het nieuwe jeugdstelsel in dialoog met het onderwijs, en hebben daarbij in het bijzonder aandacht voor de aansluiting tussen beide domeinen. De huidige onderwijs jeugd arrangementen (OJA’s) zijn daar al een goed voorbeeld van. Een soortgelijk traject starten we met de andere onderdelen van de gemeentelijke dienstverlening zodat helder is hoe we het sociaal domein ontsluiten voor gezinnen met bredere problematiek (werk, inkomen, schuldhulpverlening wonen, etc).

Hierin worden de reeds opgedane ervaringen van het Haagse programma Maatwerk & Regie meegenomen. Voor de lichtere vormen van zorg werken we nauw samen met welzijn (onder andere jongerenwerk) als onderdeel van de sociale basis. II.

Haags toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp

In het Haags toekomstperspectief jeugd- en gezinshulp is een analyse van de jeugdhulp opgenomen en zijn uitgangspunten voor de doorontwikkeling van de jeugdhulp. Die geven we hier opnieuw kort weer. Na zeven jaar ervaring met de uitvoering van de jeugdhulp komen we tot de volgende bevindingen over de werking van de jeugdhulp: Problemen van kinderen zijn vaak problemen van hun ouders. Zoals bijvoorbeeld bij relatieproblematiek, bij schulden of armoede. Enkel het kind helpen lost het probleem vaak niet (of maar deels) op. Gezinnen functioneren in de leefomgeving van de kinderen, jongeren en de ouders: daar waar zij wonen, hun vrije tijd doorbrengen, naar school gaan en werken. Het is belangrijk de jeugdhulp daar goed op te laten aansluiten en niet altijd als zelfstandige interventie in te zetten. Door het open karakter van de Jeugdwet wordt jeugdhulp soms te ruimhartig en snel ingeschakeld. De Jeugdwet wordt hiermee een ‘afvoerputje’ van voorliggende en aanpalende voorzieningen. Bijvoorbeeld als een zorgvraag op het snijvlak van de diverse wetten valt, en niet goed duidelijk is bij welke wet de vraag thuishoort. En ook als oneigenlijke oplossing voor opvoedvraagstukken die misschien wel in de categorie vallen ‘die horen er bij en gaan over’ of ‘die los je met elkaar op’. Zorg in één gezin met meerdere instellingen werkt nu niet goed.

Dit wordt in belangrijke mate veroorzaakt door focus van iedere aanbieder op het eigen aanbod. Dit geeft niet altijd het bedoelde resultaat voor het gezin en leidt tot hogere kosten en meer administratieve lasten. Deze bevindingen zijn bepalend voor de doorontwikkeling van de jeugdhulp waaraan we de komende jaren met de partners in de stad invulling willen gaan geven.

3/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

De volgende uitgangspunten, zoals opgenomen in het raadsbesluit van 25 november 2021, zijn daarbij leidend: 1. Gezinsgericht: we geven met aanbieders invulling aan gezinsgerichte hulp met een gemeentelijke gezinsregisseur als er in een gezin sprake is van problematiek binnen het brede sociaal domein. 2. Gebiedsgericht: we werken daarbij met gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden van een beperkt aantal aanbieders. 3. Gericht op de sociale omgeving: we nemen (een deel van) de sociale basis, basiszorg en specialistische zorg op in de gebiedsgerichte opdrachten. 4. Toegankelijk: de triage en op- en afschaling tussen de sociale basis, basiszorg en specialistische zorg wordt daarmee bij de gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden belegd. 5. Populatiebekostiging: we werken met een budget per gebied, met minder administratieve lasten (populatiebekostiging). Hieronder beschrijven we hoe deze uitgangspunten sinds november 2021 zijn uitgewerkt en geconcretiseerd en welke vervolgstappen nodig zijn. Daarbij geldt dat de nieuwe manier van werken nog niet volledig is uitgewerkt. We willen dat juist in dialoog met de partners doen. We werken met een aanbestedingsvorm die dit mogelijk maakt. Dit wordt verder beschreven onder paragraaf III. Tot nu toe zijn we doorlopend op informele wijze met de partners in gesprek, uit de sector van de jeugdhulp, zorg, welzijn, huisartsen, etcetera.

Daaruit hebben we informatie opgehaald die tot onderstaande uitwerking heeft geleid. Bovendien maken wij uit de eerste reacties op dat er veel draagvlak is voor het geschetste toekomstperspectief. Met dit voorliggende voorstel maken we de stap om het formele proces met de partners te kunnen starten. Als belangrijke gesprekspartners betrekken we ook de kinderen en jongeren via JONG doet mee! We betrekken de Haagse Jongerenadviesraad op het moment dat die actief is (motie Haags Jongeren OMT’ - RIS311371) 1. Gezinsgerichte hulp Gezinsgerichte hulp (hulp voor het hele gezin) is op dit moment niet vanzelfsprekend. De huidige jeugdhulp staat teveel los van andere dienstverlening in het brede sociaal domein en andere domeinen. Zo is de afstemming met bijvoorbeeld schuldhulpverlening, armoedebeleid, of wonen nog verre van vanzelfsprekend. Er is sprake van een sterke samenhang tussen specialistisch ggz gebruik van de ouders en jeugdzorggebruik van de kinderen. Met de nieuwe rol van gemeentelijke gezinsregisseur geven we, beter dan tot op heden, invulling aan gezinsgericht werken, waarbij professionals de vragen en problematiek van zowel kinderen als ouders met het gezin integraal oppakken, met het besef dat alleen dan een stabiele thuissituatie met bijbehorend opvoed- en opgroeiklimaat kan ontstaan.

Ook gaan we de samenwerking tussen het jeugddomein en de volwassenen ggz bevorderen zodat we met ggz partners een goed functionerende netwerksamenwerking rondom het gezin realiseren. In principe ligt de regie en het eigenaarschap bij de ouders/opvoeders. Als dit niet mogelijk of wenselijk is, wordt regie door een professional gevoerd, over de met het gezin afgestemde zorg. Het vraagt nadere uitwerking hoe de regieverantwoordelijkheid tussen het samenwerkingsverband van aanbieders en de gemeente verdeeld wordt bij bestaanszekerheidsvraagstukken (bij problemen rond inkomen, schulden, wonen, gezondheid ouders) en veiligheidsrisico’s.

4/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Deze uitwerking gebeurt in lijn met het landelijke toekomstscenario kind- en gezinsbescherming waarin de brede blik van de professional en het vaste gezicht voor het gezin belangrijke uitgangspunten zijn. 2. Gebiedsgericht werken In Den Haag is sprake van kansenongelijkheid. Dit betekent dat achtergrond, de wijk of het inkomen van de ouders een rol speelt als het gaat om de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Hagenaars met een lage sociaal economische status zijn op ieder gebied minder goed af dan hun stadgenoten met een hoge sociaal economische status. Wie in een achterstandssituatie opgroeit, komt daar moeilijk uit. Dat geldt ook voor de volgende generatie kinderen, want kansenongelijkheid manifesteert zich op verschillende levensdomeinen tegelijkertijd. Deze kansenongelijkheid concentreert zich in de G4 en is in de afgelopen tien jaar toegenomen. Bovendien hangt kansengelijkheid nauw samen met bestaansonzekerheid.

Bron beide figuren: CBS In Den Haag zijn er daarnaast grote verschillen tussen wijken: kansenongelijkheid is ruimtelijk verdeeld. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in het aantal gezinnen dat in armoede leeft, maar ook in de (gezonde) levensverwachting van mensen (zie bovenstaande twee figuren). Dit heeft een direct verband met de hoeveelheid jeugdhulp per wijk zoals in onderstaand figuur zichtbaar is. Dit vraagt om een gedifferentieerde aanpak voor de verschillende gebieden in Den Haag. Per gebied formuleren we daarom een andere opdracht die recht doet aan deze verschillen. Hiermee willen we stimuleren dat alle Haagse kinderen, ongeacht achtergrond, de wijk, of het inkomen van de ouders, een kansrijke start hebben en kansrijk opgroeien.

5/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Het aantal jongeren met jeugdhulp verschilt duidelijk per wijk. (In deze figuur zijn jeugdbescherming en jeugdreclassering niet meegenomen.) Bron: CBS. 3. Gericht op de sociale omgeving van gezinnen Binnen de jeugdhulp zijn de basiszorg en specialistische zorg nog teveel aparte domeinen. Ook dit draagt bij aan de fragmentatie binnen de jeugdhulp. Daarbij wordt meer opgeschaald naar de specialistische zorg en minder vaak andersom afgeschaald naar de basiszorg. We vinden nog te weinig oplossingen in de sociale omgeving van gezinnen. Zorg en onderwijs bakenen rollen af en zorgen nog te weinig gezamenlijk voor oplossingen. We willen de jeugdhulp effectiever maken door preventie, basiszorg en specialistische zorg samen te brengen in één gebiedsgerichte opdracht. Dit is schematisch weergegeven in onderstaande figuur. Dit stimuleert de aanbieders om met elkaar tot andere oplossingen te komen en de zorg anders te organiseren. De sociale netwerken in de wijken vormen daarbij nadrukkelijk het uitgangspunt. De opdracht aan de aanbieders is om daar zo goed mogelijk op aan te sluiten. In onderstaande tabel is zichtbaar dat het overgrote deel van de jeugdhulp (80%) bestaat uit ambulante jeugdhulp en dat dit aandeel groeit.

Door de jeugdhulp dichtbij de sociale omgeving te organiseren kunnen lichte ondersteuningsvragen ook anders worden opgelost hetgeen op den duur tot een afname van jeugdhulp zal leiden.

6/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Bron: Halfjaarrapportage 2021 Jeugd en Wmo (RIS310623) Aansluiten bij de sociale netwerken betekent ook cultuursensitief kunnen werken zodat inwoners met een migratieachtergrond beter worden bereikt dan nu het geval is. In een diverse stad als Den Haag is dit essentieel voor het bieden van toegankelijke en effectieve hulpverlening. In 2030 heeft naar verwachting 63% van de Hagenaars een migratieachtergrond (bron: Den Haag in Cijfers).

We vragen aanbieders ook om intensief samen te werken met de scholen en huisartsen in de wijk. De school speelt een belangrijke rol in het leven van kinderen en ouders. Scholen en aanbieders zorgen er samen vanuit hun eigen verantwoordelijkheden voor dat zoveel mogelijk kinderen in het reguliere onderwijs terecht kunnen. De brede ontwikkeling en ondersteuningsbehoefte van kinderen staat daarbij centraal. Huisartsen vormen een vertrouwde plek in de wijk waar inwoners altijd terecht kunnen. Het vertrouwen in de huisarts is onverminderd groot. Daarom vragen we aan aanbieders om jeugd en gezinsprofessionals in de wijk intensief samen te laten werken met huisartsen. Overeenkomstig het coalitieakkoord (2019 – 2022) heeft de gemeente Den Haag geëxperimenteerd met het inzetten van praktijkondersteuners jeugd (PO Jeugd) in de huisartsenpraktijk. De PO Jeugd biedt laagdrempelige jeugdhulp in de huisartsenpraktijk, nabij jeugdigen en gezinnen. In de opdracht aan het samenwerkingsverband van aanbieders wordt het belang van samenwerking met huisartsen rond jeugdigen en ouders meegenomen.

7/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

4. Toegankelijke hulp Binnen de huidige aanbestedingssystematiek zorgen ‘percelen’ voor schotten. Daardoor wordt bijvoorbeeld jeugd- en opvoedhulp als iets anders gezien dan begeleiding van mensen met een beperking. Of psychische vraagstukken worden als op zichzelf staand beschouwd, terwijl die in samenhang met de gezinssituatie moeten worden bezien. Ook ontbreekt door de veelheid aan aanbieders een gevoel van gezamenlijke verantwoordelijkheid om er met elkaar voor te zorgen dat er geen gezinnen tussen wal en schip vallen. Dit uit zich bijvoorbeeld in het hanteren van contra indicaties (uitsluitingscriteria) die ervoor zorgen dat jeugdigen met complexe problematiek nog te vaak overal worden afgewezen. Door met gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden van een beperkt aantal aanbieders te werken, zorgen we ervoor dat alle Haagse gezinnen op één plek in de wijk terecht kunnen met al hun vragen rond opvoeden en opgroeien. Voor gezinnen die meer nodig hebben, organiseren de aanbieders stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise, die goed kijken wat nodig is (triage) en lichte jeugdhulp zoveel mogelijk zelf leveren. Indien nodig wordt er aanvullende expertise vanuit hetzelfde samenwerkingsverband bij gehaald. Het gezin behoudt daarbij het vaste gezicht uit het lokale team. Indicatiestelling wordt losgelaten zodat de hulpverlening gelijk kan starten.

Het samenwerkingsverband heeft het overzicht van alle hulpvragen in het gebied, ook van de wettelijke verwijzers, zoals de huisartsen en de GI’s, en kan dus knelpunten in de hulpverlening (zoals wachtlijsten) eerder signaleren en oplossen. In de huidige situatie is er geen enkele partij die dat overzicht heeft. Aanbieders zijn in hun gebied samen verantwoordelijk voor het bieden van passende hulp aan alle gezinnen die dat nodig hebben. Ouders zijn en blijven daarbij primair verantwoordelijk voor het bevorderen van een leeftijdsadequate, gezonde ontwikkeling, ook van talenten en veerkracht. Ouders doen daarbij waar mogelijk een beroep op de eigen kracht en sociale netwerken in de wijk. Niet elke kwetsbaarheid of moeilijkheid dient te worden geproblematiseerd (normaliseren) of voorzien van een label (demedicaliseren). Het uitgangspunt is dat ouders en jeugdigen veel zelf kunnen en samen met mensen in hun omgeving (grootouders, buren, etc.) oplossingen kunnen vinden voor alledaagse problemen. Dit vraagt om een sterke sociale basis in de wijk. De huidige werkdruk in de jeugdsector vormt een bedreiging voor de kwaliteit van zorg. Professionals in de jeugdsector hebben te maken met een hoge werkdruk, een groot verloop en een hoog verzuim. Professionals moeten meer ruimte krijgen om te leren op de werkvloer.

Scholing, reflectie en intervisie dragen bij aan het benodigde vakmanschap en daarmee ook aan het realiseren van de gewenste veranderdoelen van de Jeugdwet. In Haaglanden geeft 51% van de professionals aan dat (administratieve) regels, voorwaarden en eisen een negatieve invloed hebben op hun professionele ruimte (bron: PEO-meting 2021). 5. Minder regels en administratieve lasten We kiezen voor minder regels en administratieve lasten door te kiezen voor populatiebekostiging. En het geeft zoveel mogelijk ruimte aan professionals om te doen wat nodig is in gezinnen. Bovendien leidt dit tot minder onderlinge doorverwijzingen en minder verschillende behandelaars Bij deze vorm van bekostiging verantwoorden aanbieders niet meer op het niveau van de cliënt, maar op het niveau van de populatie in een bepaald gebied. Dit vraagt van aanbieders ook dat ze bereid zijn om hun organisatie regelluw in te richten. Ook prikkelt deze vorm van bekostiging aanbieders om tot andere oplossingen te komen en de zorg anders te organiseren.

8/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

De gemeente schrijft immers niet meer op het niveau van de cliënt voor wat de aanbieder moet inzetten. Deze populatiebekostiging wordt al in diverse gemeenten succesvol toegepast, zoals in Utrecht, Heerlen en Alphen aan den Rijn. Deze vorm van bekostiging wordt in bijlage II nader toegelicht. Bij de uitvoering van onze wettelijke taken zijn we als bestuursorgaan gebonden aan wet- en regelgeving. Ook bij de uitvoering van de jeugdzorg zijn we gebonden aan de voorschriften in de Jeugdwet plus aanverwante regelgeving en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als we extern mandaat verlenen aan een beperkt aantal instellingen, zijn deze instellingen dus ook aan dezelfde voorschriften gebonden. De hier geschetste uitgangspunten vormen de basis voor onze dialoog met gezinnen, professionals, jeugdhulpaanbieders en andere partners in de stad die in het najaar van 2022 van start zal gaan. We willen de komende jaren samen met hen gaan bouwen aan een toegankelijk, effectief en betaalbaar jeugdstelsel zodat ook in de toekomst de gezinnen die het echt nodig hebben kunnen blijven rekenen op passende hulp van goede kwaliteit. III.

Concretisering inkoop en planning

Aard van de aanbestedingsprocedure Zoals hiervoor geschetst is het mogelijk om met ingang van 2024 te gaan werken met een geformaliseerd samenwerkingsverband van aanbieders per gebied. Momenteel zijn er op basis van een zogenaamde open house procedure in de regio Den Haag meer dan 180 gecontracteerde aanbieders van jeugdhulp actief, die ieder op basis van hun eigen expertise een deel van het brede aanbod van jeugdhulp verzorgen op basis van verwijzingen door de jeugdteams, de huisartsen of de Gecertificeerde Instellingen (GI’s). Voor het verstrekken van de opdracht aan de samenwerkingsverbanden werken we met een aanbesteding en niet met subsidies. Met een aanbesteding kan de gemeente namelijk goed sturen op de te bereiken doelen. Voor het sociaal domein geldt bovendien een wettelijke aanbestedingsplicht als er via een overheidsopdracht overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders worden gesloten waarmee opdrachten kunnen worden afgedwongen. Bij een subsidie is de aanbieder vrij om op eigen wijze invulling te geven aan de opdracht. Door middel van deze aanbestedingsprocedure willen we uit dit brede veld van aanbieders een aanbieder selecteren die in een gebied verantwoordelijk wordt voor het gehele aanbod van jeugdhulp.

Omdat er geen enkele aanbieder is die het gehele aanbod van sociale basis/preventie, basiszorg, en specialistische zorg alleen kan verzorgen zullen er samenwerkingsverbanden (‘consortia’) van aanbieders ontstaan die dat brede aanbod wel kunnen leveren. Het samenwerkingsverband kiest zijn eigen juridische vorm (de gemeente kan die niet verplichten), en wordt gedurende de gehele contractduur verantwoordelijk voor het aanbod van jeugdhulp in het gebied. Een dergelijk samenwerkingsverband wordt vaak gevormd door een aantal grote of middelgrote aanbieders die daarbij ook onderaannemers zullen inschakelen. Hierdoor behouden ook kleine aanbieders een belangrijke rol in het aanbieden van jeugdhulp, maar wel onder verantwoordelijkheid van de hoofdaanbieders die daarbij ook verantwoordelijk worden voor de tijdigheid en kwaliteit van de jeugdhulp in het gebied.

9/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Het aantal gebieden moet nog worden bepaald en daarover zullen aanbieders en cliëntenorganisaties worden geconsulteerd. Op andere plekken in het land is inmiddels ruime ervaring opgedaan met een dergelijke wijze van aanbesteden van jeugdhulp (de taakgerichte bekostiging), waarmee ook goede resultaten worden behaald. De jeugdhulp wordt geleverd door minder (en vaste) aanbieders per gebied, waardoor concurrentie (de markt) aan banden wordt gelegd. Ook ontstaat daardoor een strategisch partnerschap tussen gemeente en aanbieders wat gezamenlijke sturing op de beoogde transformatie en de veranderdoelen van de decentralisatie gemakkelijker maakt. Door te werken met een vast budget wordt de aanbieder geprikkeld om de jeugdhulp effectief in te zetten, waardoor het beter mogelijk is om de kosten te beheersen. Het samenwerkingsverband van aanbieders wordt medeverantwoordelijk voor de keuze van de juiste hulp en het verdelen van de schaarste. Bovendien wordt door een heldere taakverdeling tussen gemeente en aanbieders voor professionals een duidelijk en aantrekkelijk toekomstperspectief gerealiseerd. Populatiebekostiging geeft bovendien maximaal ruimte aan professionals om te doen wat nodig is in gezinnen. Planning Aanbieders worden in twee stappen geselecteerd.

We noemen hieronder de stappen: In het najaar van 2022 worden op basis van geschiktheid per gebied een aantal aanbieders geselecteerd voor de dialoogfase. In deze fase geven gemeente en geselecteerde aanbieders samen vorm aan de gebiedsgerichte aanpak. Het voordeel van een dergelijke aanpak is dat de kennis van de aanbieders en van de gemeente wordt benut voor het formuleren van de opdracht aan het samenwerkingsverband. Bovendien ontstaat er draagvlak bij de aanbieders voor de nieuwe aanpak. In de volgende fase (voorjaar 2023) worden aanbieders uitgenodigd om op basis van een aanbestedingsleidraad een offerte te maken en zich in te schrijven. Vervolgens wordt op basis van (kwalitatieve) selectiecriteria de beste aanbieder per gebied geselecteerd. De gunning kan voor de zomer van 2023 plaatsvinden en dan resteert er nog een halfjaar voor een zorgvuldige implementatie. Het samenwerkingsverband/consortium die de gunning krijgt, gaat per 2024 de jeugdhulp in het gebied verzorgen, waarbij in de overgangsfase uiteraard de continuïteit van de zorg voor jeugdigen wordt gegarandeerd. Deze planning van het aanbestedingstraject maakt het noodzakelijk om reeds in juni 2022 te starten met het informeren en consulteren van het aanbiedersveld omdat anders de invoering per 1 januari 2024 niet gehaald kan worden.

Uiteraard zal dit, tot het besluit van de raad op 30 juni, plaatsvinden onder voorbehoud van een ‘go-besluit’ van de raad. Op belangrijke momenten in het proces zullen wij de raad informeren over de voortgang van het aanbestedingsproces. Dit zal in ieder geval plaatsvinden na de selectie van geschikte aanbieders (najaar 2022), het afronden van de aanbestedingsstrategie (voorjaar 2023) en bij de gunning (zomer 2023). Risicomanagement: gefaseerde invoering De urgentie voor de doorontwikkeling van de Haagse jeugd- en gezinshulp is hoog. De vraagstukken in de sector vragen nu om oplossingen in belang van het kind of de jongere, en tegelijkertijd weten we dat dit tijd vraagt. Daarom is een besluit van uw raad van belang. Alles opgeteld heeft dit flinke gevolgen in het veld van de jeugdhulp - voor de aanbieders in de stad, voor de regio, voor de stedelijke jeugdteams en voor de gemeentelijke organisatie.

10/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Zou dit allemaal tegelijkertijd worden ingevoerd, dan geeft dit een stapeling van veranderingen die de risico’s met zich meebrengt. Daarom werken we met een gefaseerde aanpak: a) We betrekken de aanbieders vanaf juni 2022 door de organisatie van consultaties zoals hierboven beschreven. b) De eerstelijnstaken van de jeugdteams, die nu via de SOJ partners (samenwerkende jeugdpartners) worden ingekocht, voegen we in de loop van 2023 samen met de tweedelijnstaken van de aanbieders die ook de eerstelijnshulp leveren. Daardoor wordt de samenwerking tussen de eerste- en tweedelijnszorg onder regie van de aanbieders al mogelijk gemaakt. c) Per januari 2024 werken we gebiedsgericht met samenwerkingsverbanden van een klein aantal aanbieders. d) De bekostiging van het samenwerkingsverband vanaf 2024 geleidelijk te ontwikkelen van P maal Q (huidige situatie) naar P maal Q met een gebiedsgericht budget, naar een model met een vaststaand budget per gebied in 2026.

IV.

Financiële paragraaf

Het programma heeft in de voorbereidingsjaren 2022 en 2023 nog geen gevolgen voor de meerjarenbegroting van de jeugdhulp in Den Haag. Met het overhevelen van gedetacheerd personeel van de jeugdteams naar de aanbieders in 2023 zijn geen extra kosten gemoeid. De overeenkomsten en tarieven worden voor 2022 en 2023 voor de gehele H10 regio, nog verzorgd door het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden. Deze nieuwe aanbesteding kan leiden tot enige frictiekosten. Daarnaast is er sprake van een interne projectbegroting met incidentele kosten. Beiden worden opgevangen binnen de reguliere middelen van programma 8. De volledige omzet van de tweedelijnsjeugdzorg voor Den Haag heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een bedrag van € 88 mln (2015) naar € 138 mln (2021). De omvang van de nuldelijn is € 7,3 miljoen (2021) en van de eerstelijn € 12 mln (2021). De voorgestelde doorontwikkeling van de jeugdhulp zal leiden tot een efficiëntere inzet van hulp (zo zwaar als nodig en zo licht als mogelijk) en zal de administratieve lasten terugdringen. De verwachting is dat het werken met populatiebekostiging leidt tot een betere beheersing van de kosten, dit wordt toegelicht in bijlage II. In bovenstaande zijn verschillende elementen uit de moties besproken. De totaal afdoening van de moties vindt u in bijlage I.

Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 1 juni 2022, Besluit: I.

De jeugd- en gezinshulp te realiseren volgens de hierboven genoemde kernpunten: a)

We geven met aanbieders invulling aan gezinsgerichte hulp met een gemeentelijke gezinsregisseur als er in een gezin sprake is van problematiek binnen het bredere sociaal domein.

11/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

b) We werken daarbij met gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden van een beperkt aantal aanbieders. c) We nemen de sociale basis/preventie, basiszorg èn specialistische zorg op in de gebiedsgerichte opdrachten. d) De triage en op- en afschaling tussen de sociale basis, de basiszorg en de lokale specialistische zorg wordt daarmee bij de gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden belegd. e) We werken met een vaststaand budget per gebied (populatiebekostiging). II.

Akkoord te gaan met realisatie van bovengenoemde aanpak en gefaseerde invoering, waarvan de eerste stappen worden gezet in 2023 en die in 2026 zijn definitieve vorm heeft, en de raad per fase van de invoering en bij de financiële uitwerking van de uitgangspunten te betrekken.*

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 30 juni 2022. De griffier,

De voorzitter,

*Geamendeerd in de raadsvergadering van 30 juni 2022.

12/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

BIJLAGE I: Afdoening moties 25 november 2021 Op 25 november zijn door de raad de volgende vijf moties aangenomen: M1: ‘Geen nieuw verstrekkend beleid stoelen op aannames’ (RIS310759, afgedaan) M4: ‘Verstevig rechtspositie kinderen, jongeren en gezinnen in de Jeugdzorg’ (RIS310762, afgedaan) M5: ‘Taskforce voor de jeugdhulp’ (RIS31076, afgedaan) M6: ‘Haal de markt uit de Jeugdzorg’ (RIS310764) M7: ‘No-go of go voor besluit tot geformaliseerde samenwerkingsverbanden in de Jeugdzorg’ (RIS310765) De afdoening van moties 1, 4 en 5 vindt u afzonderlijk in RIS. Hieronder wordt ingegaan op de moties M6 en M7, die nog voor behandeling openstaan. Deze worden ook als aparte raadsmededeling, conform de richtlijnen, afgedaan. Motie M6 ‘Haal de markt uit de Jeugdzorg’ (RIS310764) In motie M6 van raadslid Arp wordt het college opgeroepen om bij het vormgeven van de gebiedsgerichte samenwerkingsverbanden uit te gaan van een coöperatie waarbij de verwerving plaats vindt door middel van subsidie. De motie stelt dat de jeugdzorg geen markt is en voor aanbestedingen geen ruimte zou moeten zijn. In de overwegingen wordt gerefereerd aan de situatie in de gemeenten Heerlen, Voerendaal en Landgraaf waarin van een dergelijke situatie sprake is en aanbieders de ruimte hebben om zelf te bepalen wat de beste zorg is, met een nadruk op preventie.

Het college kan zich in lijn met motie M6 van de SP goed vinden in het streven om aanbieders meer zeggenschap te geven over de inzet van jeugdhulp, waarbij een sterke sociale basis de inzet van jeugdhulp kan voorkomen. Met een aanbestede opdracht kan de gemeente goed sturen op de te bereiken doelen. Bij een subsidie kan dit slechts op hoofdlijnen. Het is bij een subsidie aan de subsidieaanvrager om te bepalen hoe gesubsidieerde activiteiten worden uitgevoerd. Bij een subsidie kan bovendien niet in rechte worden gevorderd dat activiteiten überhaupt worden uitgevoerd. Er is voor de jeugdhulp een nadrukkelijke wens en noodzaak om zo nodig te kunnen bijsturen. Daarom kiest het college voor het instrument van het aanbesteden van een opdracht. Daarnaast kan bij een subsidie kan slechts een globale opdracht worden gegeven en is de subsidieontvanger vrij in de wijze waarop het budget kan worden besteed. Het verplicht stellen van een specifieke juridische vorm, zoals bijvoorbeeld een coöperatie, is niet mogelijk. De gemeente kan wel op geschiktheid en inhoud eisen stellen aan een opdrachtnemer, maar de rechtsvorm kan niet worden afgedwongen. Daarom kiest het college er voor om gebiedsgerichte opdrachten te formuleren waarvoor we een aantal samenwerkingsverbanden van een beperkt aantal aanbieders selecteren.

Door de sociale basis, basiszorg en lokale specialistische zorg in deze gebiedsgerichte opdrachten te combineren en met populatiebekostiging te werken, hebben aanbieders - net als in Heerlen, Voerendaal en Landgraaf - de ruimte om zelf te bepalen wat de beste zorg is, met een nadruk op preventie. In de genoemde gemeenten is overigens ook sprake van een aanbesteding, er wordt daar geen subsidie verstrekt. Het college komt hiermee in belangrijke mate tegemoet aan motie M6 van de SP.

13/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Motie M7 ‘No-go of go voor besluit tot geformaliseerde samenwerkingsverbanden in de Jeugdzorg’ (RIS310765) In motie M7 van raadslid Partiman wordt het college gevraagd te onderzoeken hoe in een geformaliseerd samenwerkingsverband van een beperkt aantal aanbieders voor tweedelijnshulp gewerkt kan worden en wat de voor- en nadelen daarvan zijn en de raad daarover te informeren voor het zomerreces van 2022. Daarnaast wordt gevraagd een go of no-go moment in te bouwen, waarbij de raad een definitief besluit neemt over deze werkwijze, nog voordat daadwerkelijk tot een dergelijk samenwerkingsverband wordt overgegaan. Alles overziend geeft de onderstaande tabel het overzicht van voor- en nadelen van de toekomstige situatie met een geformaliseerd samenwerkingsverband van een aantal aanbieders ten opzichte van de huidige situatie.

-

-

Gezinsgericht: Gezinsgericht is de filosofie achter het samenwerkingsverband. Met de rol van gezinsregisseur over de verschillende levensdomeinen heen en de mogelijkheid voor de aanbieders om de zorg makkelijk op en af te schalen, kan dit goed concreet handen en voeten worden gegeven. Gebiedsgericht: met deze aanpak wordt ervoor gekozen de organisatie van de zorg specifieker te richten op vraag per gebied. Minder aanbieders: de gekozen aanbestedingsvorm geeft goed de mogelijkheid om tot een kleiner aantal aanbieders te komen. Effectiviteit groot volume: voor het grote deel van de cliënten - die een minder complexe zorgvraag hebben - kunnen de samenwerkingsverbanden effectief dienstverlening bieden. Effectiviteit complex: voor het (kleine) deel van de cliënten met een complexe zorgvraag is de voorgestelde aanpak ook effectief: met de rol van gezinsregisseurs kan die complexe gezinsvraag goed worden opgepakt, adequater dan in de huidige situatie.

14/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

-

-

-

-

-

Betaalbaarheid: het model van populatiebekostiging heeft meer prikkels tot afschalen van zorg dan de huidige productiebekostiging. Bovendien gaat het samenwerkingsverband van aanbieders zich medeverantwoordelijk voelen voor het verdelen van de schaarste. Toegankelijkheid: doordat de samenwerkingsverbanden in de stad de triage doen, worden de cliënten snel en makkelijk naar de juiste zorg geleid. Correcte uitvoering en rechtsbescherming: in dit model wordt de besluitvorming in het kader van de Jeugdwet over de juiste zorg bij de aanbieders belegd middels het verlenen van extern mandaat door het college. Waarborgen voor een correcte uitvoering van de toepasselijke wet- en regelgeving door de aanbieders zullen worden ingebouwd, waardoor tevens de rechtszekerheid en de rechtsbescherming van de cliënt zullen worden gewaarborgd. Keuzevrijheid: in de huidige situatie gaan cliënten in de praktijk vrijwel altijd naar de aanbieder die door de wettelijke verwijzer wordt geadviseerd. In de toekomstige situatie worden de cliënten doorverwezen naar het samenwerkingsverband. In praktijk zal de keuzevrijheid niet substantieel veranderen, de keuze van een hulpverlener blijft bestaan. Ook de mogelijkheid van een PGB blijft bestaan, de relatie tot het samenwerkingsverband moet echter nog worden uitgewerkt.

Minder administratieve lasten: omdat de financiering en verantwoording niet meer per cliënt plaatsvindt maar op populatieniveau, zullen de financieel administratieve lasten afnemen. Dit neemt niet weg dat voor iedere client ook in de nieuwe situatie een inhoudelijk zorgdossier wordt bijgehouden. Besturing en toezicht: de gemeentelijke sturing zal op een andere manier plaatsvinden: er worden prestatie-indicatoren (bijvoorbeeld cliënttevredenheid, tijdigheid en effectiviteit) in de opdracht verwerkt die monitoring per gebied mogelijk maken. Ook hier geldt dat er geen (financiële) verantwoording meer op cliëntniveau plaatsvindt, maar op populatieniveau. Op dat niveau zit dan ook de sturing van de gemeente.

Concluderend geeft een gezinsgericht, gebiedsgericht model met minder aanbieders goede uitgangspunten om belangrijke veranderdoelen te realiseren en betere randvoorwaarden voor een goede kostenbeheersing van jeugdhulp. Veranderdoelen als meer ruimte voor professionele handelingsvrijheid om de invulling van de ondersteuning samen met de cliënt in te vullen (maatwerk) maken dit model toekomstbestendig: rekening houdende met de steeds krapper wordende arbeidsmarkt voor jeugdhulpprofessionals. Het is van groot belang jeugd- en gezinsprofessionals een aantrekkelijk perspectief te bieden, zoals het beter kunnen afstemmen van zorg op de behoefte van de cliënt. Met het overzicht van deze voor- en nadelen in combinatie met het voorliggende go no-go besluit wordt deze motie afgedaan.

15/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

BIJLAGE II: Populatiebekostiging We werken met een vorm van populatiebekostiging voor het totaal van nulde-, eerste- en tweedelijns jeugdhulp. Dit houdt in dat aanbieders een vooraf vastgesteld budget hebben voor alle cliënten (‘de populatie’) in een bepaald gebied. Dit geeft aanbieders veel ruimte om de jeugdhulp anders te organiseren en in te zetten. Zij kunnen hierdoor makkelijker afwegen welke zorg zij inzetten voor welke cliënt. Dit is afgewogen ten opzichte van de productiebekostiging en de resultaatbekostiging. Met de afdoening van de motie ‘Geen nieuw verstrekkend beleid stoelen op aannames’ is beschreven dat de productiebekostiging leidt tot langere en zwaardere zorg. Naast populatiebekostiging is ook de mogelijkheid tot resultaatbekostiging bekeken. De cruciale vraag in de afweging was hoe we de beoogde verandering van het jeugdstelsel maximaal kunnen stimuleren met behulp van een bekostigingsvorm waar bepaalde sturingsprincipes onder liggen. Hiervoor staan we eerst kort stil bij de verschillende financieringsvormen. De meest voorkomende vormen zijn inspanningsgerichte, outputgerichte en taakgerichte bekostiging: -

Bij productiebekostiging wordt betaald per hoeveelheid inzet (het aantal uur geleverde zorg) volgens een afgesproken tarief. Bij resultaatbekostiging wordt betaald voor een specifiek afgesproken output per cliënt, meestal via arrangementen. Bij populatiebekostiging krijgen aanbieders een bedrag om een bepaalde afgebakende taak uit te voeren, meestal een specifieke zorgvorm voor een specifiek gebied.

Productbekostiging vraagt om een scherpe afbakening van de taken, en vervolgens nauwkeurig boekhouden van waar medewerkers precies hun tijd aan besteden. Ook veroorzaakt inspanningsgerichte bekostiging een prikkel tot productie. Resultaatbekostiging is gericht op het resultaat van de inzet. Aanbieders hebben daardoor meer ruimte om zelf invulling te geven aan de ondersteuning. Zowel productiebekostiging als resultaatbekostiging hebben echter een individualiserende werking omdat de verantwoording nog steeds plaatsvindt op cliëntniveau.

16/17

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10323081

Populatiebekostiging is wezenlijk anders omdat de verantwoording niet meer op cliëntniveau plaatsvindt (1). Taakgerichte bekostiging biedt voor aanbieders veel meer mogelijkheden om de ondersteuning anders vorm te geven en te innoveren. Deze mogelijkheden tot innovatie worden vergroot als de nulde-, eerste- en tweedelijns jeugdhulp met elkaar verbonden worden. Op deze manier kunnen aanbieders krachtiger sturen op de juiste zorg op de juiste plek: zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig.

1

Handreiking: kiezen voor de taakgerichte uitvoeringsvariant, Stuurgroep i-Sociaal Domein, april 2021, pagina 14

17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11531411/4