20220209-RIS311303 Gewijzigd raadsvoorstel Tweede Tussenevaluatie GR MRDH
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
4 februari 2022
BSD/10262182 RIS311303
Voorstel van het college inzake Tweede tussenevaluatie Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag Bij de start van de MRDH is afgesproken om de samenwerking periodiek te evalueren, voor het eerst na 2 jaar en vervolgens om de vijf jaar. (RIS298236). Hiermee wordt onderzocht of en hoe de MRDH haar werkwijze, de onderlinge verbinding en samenwerking nog verder kan optimaliseren, om ook in de toekomst tot aansprekende en zichtbare resultaten voor de 23 gemeenten en de regio te komen. De vorige tussenevaluatie vond plaats in 2017. We zijn daarmee toe aan de volgende tussenevaluatie. De basis van deze evaluatie zijn de aanbevelingen uit de evaluatie in 2017 en de manier waarop deze al dan zijn geïmplementeerd. Zie hiervoor ook de geamendeerde zienswijze (RIS298236). De MRDH heeft verzocht om de evaluatie te richten op de volgende vier categorieën: 1. Het verhaal MRDH 2. Governance 3. Ambtelijke ondersteuning 4. Informatievoorziening en communicatie Hierbij heeft de MRDH de volgende vragen voorgesteld: Zijn de aanbevelingen opgepakt, is het governancemodel van de MRDH helder en hoe wordt de eigen inbreng in de MRDH vormgegeven? In bijlagen staan de aanbevelingen van de MRDH uit de eerste tussenevaluatie en het raadsbesluit als reactie hierop. Ook is het governancemodel van de MRDH bijgevoegd.
Hieronder volgen onze bevindingen ten aanzien van de vier categorieën voor de tweede tussenevaluatie. Bevindingen tweede tussenevaluatie GR MRDH Per benoemde categorie behandelen we de vraag of de aanbevelingen uit de eerste tussenevaluatie voldoende zijn opgepakt. Daarnaast nemen we - voor zover van toepassing - hierin het raadsbesluit met de reactie op deze aanbevelingen mee en gaan we in op de vragen of het governancemodel helder is en hoe de inbreng wordt vormgegeven.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
Telefoonnummer 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
Het verhaal AANBEVELINGEN MRDH EERSTE TUSSENEVALUATIE Het verhaal 1. Een aanscherping van het inhoudelijk verhaal van de MRDH is gewenst. De MRDH moet de studies, waarin ambities en logische taakgebieden worden aanbevolen, bundelen en komen tot een keuze van een aantal heldere kernopgaven. Deze moeten herkenbaar zijn voor deelnemende gemeenten, maar ook voor samenwerkingspartners. De MRDH organisatie wordt aangeraden hier een strategische discussie voor te organiseren tussen alle MRDH-partners. 2. De MRDH moet (in verlengde van bovenstaande) een discussie voeren over de uitbreiding van het aantal taken (pijlers). Deze discussie dient in het licht van de bestaande gemeenschappelijke regeling te worden gevoerd. Op basis van de groepsgesprekken concluderen wij dat vele gemeenten wonen en ruimtelijk ordening zouden willen toevoegen. Er zijn echter ook gemeenten tegen, waardoor de wijziging van de gemeenschappelijke regeling niet tot de mogelijkheden lijkt te behoren. Zonder wijziging van de gemeenschappelijke regeling kunnen diverse thema’s wel een plek krijgen binnen de MRDH-samenwerking (aanbeveling 3). Het is van belang dat deze belangrijke thema’s in het AB worden bediscussieerd en dat het AB een visie vaststelt over deze thema’s. Bijvoorbeeld over het thema wonen en ruimtelijke ordening. Ook de provincie moet tijdig in deze discussie worden betrokken. 3.
Wij adviseren te gaan werken met een opt-in systeem voor de terreinen die niet onder Va of onder EV in enge zin vallen. Het staat gemeenten dan vrij om op die aanvullende terreinen samen te werken aan het versterken van de regio. De MRDH-organisatie faciliteert deze tafels, op basis van een bijdrage (in euro’s en ambtelijke capaciteit) van de deelnemende gemeente naar rato van hun inwonertal. Ook de overige triple helix partners moeten hierbij kunnen aansluiten. Den Haag herkende en ondersteunde deze aanbevelingen in 2017. Daarbij werd benadrukt dat prioritering en focus op de kerntaken belangrijk zijn.
In 2019 hebben gemeenteraadsleden, bestuurders en medewerkers in de Metropoolregio samen een strategische agenda opgesteld. De Economic Board Zuid-Holland en de provincie Zuid-Holland hebben hierin ook meegedacht en de Waterschappen hebben inbreng gegeven. Medio 2019 heeft het Algemeen Bestuur de agenda vastgesteld. In de strategische agenda is de keuze gemaakt om de strategie te formuleren vanuit de kerntaken: het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Hiermee is dus duidelijk koers gekozen. In de implementatie van de agenda is voor het onderdeel vervoersautoriteit/mobiliteit een goede focus aangebracht. Voor het onderdeel Economisch Vestigingsklimaat (EV) is hierin nog verbetering mogelijk. Bij het opstellen van de volgende strategische agenda is het van belang om het aantal kerntaken niet uit te breiden en de focus op deze twee kerntaken vast te houden en voor EV nog aan te scherpen. Een mooi aanknopingspunt hiervoor is het initiatief van de afgelopen periode, namelijk de verbinding en afstemming tussen de MRDH en de Groeiagenda Zuid-Holland en de recente uitvraag van de MRDH voor nadere inbreng in de Groeiagenda.
Deze agenda biedt een gemeenschappelijk kader voor een sterke, herkenbare positionering van de regio naar het Rijk en Europa en het gezamenlijk uitwerken van kwalitatief goede voorstellen voor de Rijks- en Europese groei- en herstelfondsen. De Regionale Groeiagenda helpt bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland om elkaar te vinden op de complexe, overstijgende opgaven voor onze regio. Het is goed om te inventariseren wat er aan kansrijke projecten en initiatieven is bij de 23 gemeenten en inzichtelijk te maken wat nodig is aan
2/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
kennis en capaciteit. Initiatieven kunnen dan op inhoud met elkaar worden verbonden, beschikbare kennis en capaciteit kan dan breed worden ingezet en benut om voorstellen verder te brengen naar de Regionale Groeiagenda en/of in MRDH verband. De ambtelijke organisatie van de MRDH zou hierin verdere ondersteuning kunnen bieden. Governance AANBEVELINGEN MRDH EERSTE TUSSENEVALUATIE Governance 1. De MRDH-besluitvormingscyclus moet verhelderd en geëxpliciteerd worden. Dit houdt in dat de cyclus en rollen van betrokkenen helderder beschreven en krachtiger gecommuniceerd moeten worden, zodat betrokkenen op ieder moment precies weten waar een onderwerp zich bevindt in de cyclus, hoe dit samenhangt met andere onderwerpen en op welk moment zij hun stem kunnen doen gelden. De rollen van het AB en DB moeten strategischer worden en de financiële controle op de MRDH dient te worden uitgewerkt. 2. Elke gemeente moet een MRDH-klankbordgroep inrichten of versterken die structureel geïnformeerd is en op vaste momenten bijeenkomt, geënt op de beleids- en besluitvormingscyclus van de MRDH. De klankbordgroep draagt zorg voor een vroegtijdige en heldere standpuntbepaling van de gemeente, en zorgt voor een grotere impact van de gemeente in het AB en de bestuurscommissies. 3.
Met de instelling van een MRDH-klankbordgroep per gemeente, kunnen de adviescommissie – waarvan het bestaan in de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd – een lichtere invulling krijgen. Zo kunnen in plaats van de adviescommissie-bijeenkomsten brainstormmomenten en roadshows aan de voorkant van het beleidsproces worden georganiseerd. Daarnaast adviseren wij regio-dagen te organiseren waarop strategische vraagstukken worden besproken. In de reactie van Den Haag van 2017 werd extra aandacht gevraagd voor de democratische legitimering en het besluitvormingsproces. Bij de laatste aanbeveling heeft Den Haag expliciet aangegeven het hier niet mee eens te zijn.
Bij de vorige evaluatie heeft Den Haag de democratische legitimering als het belangrijkste aandachtspunt aan de MRDH meegegeven. Dit is de afgelopen periode echter maar in beperkte mate verbeterd. We onderscheiden hierin een aantal onderdelen: Democratische legitimatie Goede betrokkenheid van de raadsleden bij de voorbereiding van besluiten is wenselijk. Dit vergt ook een tijdsinvestering van de raadsleden zelf. Van de MRDH wordt verwacht dat raadsleden vroegtijdig, proactief en schriftelijke worden geïnformeerd. Den Haag constateert dat de democratische legitimatie nu vooral bestaat uit legitimatie achteraf met weinig ruimte tot bijsturing vanuit een individuele gemeente. Aan de adviescommissies worden in de praktijk in beperkte mate concrete adviesvragen gesteld. Deze commissies worden voornamelijk ter vergadering via presentaties geïnformeerd zodat voorbereiding vrijwel niet mogelijk is. Hierdoor kunnen de adviescommissies onvoldoende hun kaderstellende rol invullen om namens hun Gemeenteraad te reflecteren op in ontwikkeling zijnde voorstellen. We vragen de MRDH daarom de gemeenteraad standaard proactief, vooraf te informeren op basis van stukken die tijdig aan de raad worden toegestuurd, in plaats van presentaties die ter plekke worden gegeven.
3/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
Daarnaast is op het moment dat de kaders worden bepaald in de Bestuurscommissie nog onvoldoende duidelijk wat de consequenties hiervan zijn en dus wat de impact van deze kaders is voor bewoners en ondernemers in de stad. Dit speelt in het bijzonder bij de vervoerconcessies. Bestuurders komen – zoals de dubbele verantwoordingslijn al laat zien - klem te zitten tussen het genomen kaderstellende besluit in de Bestuurscommissie en het debat met de Raad over de praktische consequenties van het besluit die pas blijken bij de implementatie. Belangrijke besluiten kunnen in het huidige besluitvormingsproces als gevolg van de huidige werkwijze met de Adviescommissies en de grote afstand tussen de kaderstellende besluiten van de Bestuurscommissies en het zichtbaar worden van de praktische consequenties op straat door de raden onvoldoende worden doorleefd en kennen daarmee onvoldoende legitimatie. Een positief punt is dat de bestuurscommissies tegenwoordig aan de adviescommissies terugkoppelen wat met de adviezen is gedaan. In het interne Haags Overleg MRDH vindt overleg plaats tussen raad en bestuur en wordt de inbreng in de commissies voorbereid. De toegekende rol aan raadsleden in de adviescommissies als adviseur op weg naar een besluit schuurt met de kaderstellende en controlerende rol die de raadsleden in de eigen raad hebben. Dit is een belangrijk aandachtspunt.
Zo kan de raad bijvoorbeeld besluiten haar inbreng in de adviescommissie in haar eigen besluitvorming te brengen en/ of er voor kiezen om de raadsleden in de adviescommissies het mandaat te geven om - met inachtneming van de kaders / het beleid dat in Den Haag is vastgesteld- hun inbreng te leveren dan wel tot compromissen met anderen te komen (zoals college en wethouders ook hebben afgesproken ten aanzien van het mandaat ten behoeve van de inbreng in de bestuurscommissies). Verder is het voor het OV wenselijk dat de verdeling van taken, rollen en bevoegdheden in de driehoek concessieverlener-vervoerder-gemeente duidelijker worden en consequent worden gehanteerd. Zowel voor raadsleden als inwoners is nu niet altijd duidelijk welke brievenbus de juiste is. Wenselijk zou daarbij zijn als afwegingen over het OV naar aanleiding van zienswijze vanuit de raden meer openbaar inzichtelijk zouden zijn. Kortom, de huidige werkwijze van de adviescommissies voldoet wat betreft Den Haag niet. Het is noodzakelijk om te zoeken naar een meer democratische vorm. Hierin zijn verschillende modellen te onderscheiden, zoals regioraden (denk aan de VRA Amsterdam). Den Haag vraagt de MRDH om voor de zomer van 2022 onderzoek te doen naar andere (democratische) vormen.
Hierbij zou nagegaan kunnen worden hoe kaders en dilemma’s beter bespreekbaar gemaakt kunnen worden en te onderzoeken of de procedures kunnen worden aangepast zodat inspraak in verschillende fasen mogelijk is. Een andere vraag is op welke wijze een betere terugkoppeling naar het eerder genomen besluit kan plaatsvinden als blijkt dat een genomen strategisch besluit bij de uitvoering tot onwenselijke uitkomsten leidt. Betrokkenheid bewoners Een tweede punt is de betrokkenheid van bewoners. Bij de instelling van de MRDH is afgesproken dat communicatie primair via de gemeenten zou verlopen. In het bijzonder voor het openbaar vervoer is het als gevolg van de ingewikkelde en soms onvoldoende duidelijke rolverdeling tussen de MRDH, de vervoerder en de gemeente voor bewoners erg ingewikkeld om betrokken en geïnformeerd te zijn. De rol van de gemeente hierin is voor bewoners veelal niet tevredenstellend omdat kaderstellende besluiten van de BC Va niet meer ter discussie te stellen zijn (ook vanwege herverdeeleffecten tussen gemeenten) en omdat in de rolverhouding de vervoerder de ruimte heeft om binnen de kaders van de concessie het vervoer vorm te geven. Den Haag vraagt om voor de zomer van 2022 te
4/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
onderzoeken of het Metrocov een bredere en communicatieve rol kan vervullen om op weg naar besluiten over OV meer als schakel naar bewoners te gaan functioneren. Transparantie en informatievoorziening De MRDH-besluitvormingscyclus is geëxpliciteerd in het document Overzicht rollen, taken en bevoegdheden gremia MRDH (zie bijlage). Hierin zijn de cyclus en rollen van betrokkenen beschreven. Er wordt gewerkt met een bestuurlijke vergaderplanning met een overzicht van de data van de behandeling van P&C-cyclus-stukken. Echter, belangrijke agendapunten worden met regelmaat alleen mondeling toegelicht en missen toelichtende stukken. Daarnaast zijn voorgestelde besluiten soms onvoldoende concreet en helder beschreven. Ook zijn belangrijke voorgestelde besluiten of onderwerpen voor zowel de Bestuurscommissies als de Adviescommissies niet altijd vooraf ambtelijk afgestemd. En tot slot worden stukken te vaak kort voor het overleg nagezonden. Deze zaken bemoeilijken de ambtelijke ondersteuning en voorbereiding van overleggen van de bestuurders. Het is voor advisering en afstemming binnen de gemeente en de kwaliteit van de besluitvorming van belang dat de grote en zienswijzeplichtige thema’s, voor zover niet aangekondigd in de jaarplanning en geen sprake van onvoorziene actualiteiten, tijdig worden aangekondigd en met concreet procesvoorstel worden gedeeld.
In de eerste tussenevaluatie merkten we al op dat de rollen van het Algemeen Bestuur (AB) en Dagelijks Bestuur (DB) strategischer moeten worden. We constateren dat er nog een verdiepingsslag kan worden gemaakt in de rol van het AB. Den Haag vraagt aan de MRDH om dit jaar met een voorstel hiervoor te komen. De raad pleitte bij de eerste tussenevaluatie voor een evaluatie over twee jaar i.p.v. vijf jaar. In de GR is een vijfjaarlijkse evaluatie afgesproken. Daarnaast is afgesproken dat in 2024 een evaluatie wordt uitgevoerd met als doel te bepalen of de GR haar doelstellingen heeft bereikt en of er voldoende grond is voor continuering van de GR. De uitgebreide evaluatie volgt in 2024. Het is noodzakelijk om structureel met tussen- en eindevaluaties (dus tweejaarlijks) te werken om tot voortdurende verbetering van processen te komen. Een ander pleidooi van de raad bij de vorige tussenevaluatie was dat het algemeen bestuur, conform artikel 6:2 van de Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Den Haag 2014, algemene regels dient op te stellen omtrent de procedure van uittreding. Deze algemene regels zijn op 12 juli 2019 vastgesteld door het AB van de MRDH.
Kortom, hoewel er de afgelopen periode aanpassingen zijn aangebracht, vragen onderdelen in het besluitvormingsproces, met name de democratische legitimering en de rol en invulling van de adviescommissies, de strategische rol van het AB, de voorbereiding van de bestuurscommissies, om verdere verbetering. Hiermee kan tevens invulling worden gegeven aan de aanpassingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen, die in de Eerste Kamer zijn vastgesteld en in 2022 in werking treden. Die beogen de raadsleden meer in positie te brengen in de aansturing van gemeenschappelijke regelingen.
5/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
Ambtelijke ondersteuning AANBEVELINGEN MRDH EERSTE TUSSENEVALUATIE Ambtelijke ondersteuning 1. Om uitvoering te kunnen geven aan de MRDH-strategie zou de MRDH meer gebruik moeten maken van de ambtelijke capaciteit van de gemeenten. Gemeenten moeten zich ruimhartig opstellen in het beschikbaar stellen van ambtelijke capaciteit aan de samenwerking en duidelijk kiezen aan welke specifieke onderwerpen binnen MRDH-verband zij prioriteit geven. 2. Voor het inzetten van ambtelijke capaciteit zijn de gemeentesecretarissen in eerste instantie verantwoordelijk. Het MRDH-gemeentesecretarissenoverleg moet geactiveerd worden, zodat onderling goede afspraken gemaakt kunnen worden over het organiseren van de benodigde capaciteit binnen de gemeenten. 3. Ook griffiers moeten elkaar in MRDH-verband gaan vinden. Een eerste belangrijk resultaat van deze samenwerking is de voorbereiding van een MRDH-inwerkpakket voor nieuwe raadsleden na de gemeenteraadsverkiezingen. Ook kunnen in dit verband best practices over de gemeentelijke klankbordgroepen worden gedeeld. Den Haag ondersteunde in 2017 deze aanbevelingen in de reactie.
Binnen de gemeente Den Haag vindt voorafgaand aan de adviescommissies het Haags MDRH-overleg plaats. De betrokken bestuurders, enkele raadsleden (waaronder die zitting hebben in de adviescommissies) en ambtenaren nemen aan dit overleg deel. Voorafgaand aan dit overleg worden annotaties voor de bestuurscommissies gedeeld om zo de raadsleden te informeren over de Haagse inbreng. Ook worden bestuurders en raadsleden in dit overleg bijgepraat over actuele thema’s. Dit overleg verloopt volgens alle betrokkenen naar tevredenheid. In het MRDH-coördinatorenoverleg vindt op ambtelijk niveau regionale afstemming plaats. Dit overleg is nuttig en constructief. Buiten deze overleggen vindt er met de MRDH-coördinatoren beperkt ambtelijke afstemming plaats. Het ontbreekt aan ambtelijke werkgroepen die kunnen meedenken over de inpassingen en haalbaarheid van planningen en voorstellen binnen de gemeentelijke besluitvorming. De MRDH als samenwerkingsverband van, voor en door de gemeenten kan nog meer uit de verf komen. Met betrekking tot de voorbereiding van besluiten in de Bestuurscommissies kan worden opgemerkt dat het Ambtelijk Overleg (AO) Vervoersautoriteit het eigen functioneren heeft geëvalueerd. Belangrijke stappen zijn gezet om het AO Va meer opdrachtgevend te laten functioneren.
Een aandachtspunt blijft het borgen van de rol van het AO Va in de voorbereiding van bestuurlijk gesprek, met name in relatie tot het presidium Va. De verhouding tussen de opdrachtgevende rol van het AO Va in relatie tot de interne opdrachtgeving binnen het regiokantoor is een structureel aandachtspunt. Een specifiek punt waar wij aandacht voor vragen is het opereren van de MRDH op het gebied van OV in de driehoek van vervoerder, concessieverlener en gemeente. Ons dringende verzoek is voorstellen van de vervoerder die politiek gevoelig kunnen zijn eerst op ambtelijk niveau met de gemeente te bespreken voordat deze op een bestuurlijke tafel worden gelegd. Voor het Ambtelijk Overleg EV geldt dat er winst te behalen valt bij het ‘weten wat er speelt’ in de verschillende gemeenten, zodat daar ook op ingespeeld kan worden door de MRDH of projecten kunnen worden versterkt door deze meer regionaal op te pakken. Korte lijnen voor gemeenten naar de MRDH via bijv. een accounthouder of vast aanspreekpunt per gemeente kan daarbij helpen. Een evaluatie van het functioneren van het Ambtelijk Overleg is dan ook gewenst. Deze evaluatie moet dan relateren aan de eerdere aanbeveling over de rol en meerwaarde van de MRDH en de plek van het AOEV hierbinnen in relatie tot de andere economische samenwerkingstafels en partners zoals de EBZ en IQ.
6/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
Informatievoorziening en communicatie AANBEVELINGEN MRDH EERSTE TUSSENEVALUATIE Informatievoorziening en communicatie 1. De MRDH-organisatie moet er zorg voor dragen dat de stukkenstroom richting de gemeenten beter behapbaar wordt. Dat betekent minder stukken, kortere stukken en helderdere stukken. De MRDH-organisatie moet ieder stuk dat richting de gemeenten gaat voorzien van een heldere samenvatting, waarin het betreffende stuk ook in de context en langere ontwikkellijn geplaatst wordt. De annotatie van de stukken, die voor elke gemeente anders zal zijn, wordt door het ambtelijk apparaat in de gemeenten gemaakt. 2. De MRDH-organisatie moet een digitaal informatiesysteem inrichten om de stukken-stroom beter inzichtelijk te maken en informatie gelijktijdig beschikbaar te stellen. Dit moet aansluiten op de systemen waar de gemeenten intern al mee werken, zodat gemeenten in hun eigen digitale informatiesysteem kunnen blijven werken en ook zelf gemeentelijke documenten over de MRDH kunnen toevoegen. 3. Dit informatiesysteem zou onderdeel moeten zijn van een bredere online werkomgeving voor de MRDH, waarin raadsleden (maar ook bedrijfsleven en kennisinstellingen uit de regio) online kunnen bijdragen aan ideevorming.
Daarnaast kan op een besloten deel van deze portal de online samenwerking tussen ambtenaren worden vormgegeven: zo kunnen ambtenaren van de MRDH- organisatie en de MRDH-gemeenten elkaar gemakkelijker vinden, wordt communicatie versterkt, kan locatie-onafhankelijk worden samengewerkt en kunnen best practices worden gedeeld. 4. De MRDH geniet een zeer geringe naamsbekendheid bij burgers, maar dit hoeft niet geproblematiseerd te worden. De MRDH-organisatie zou niet extra belast moeten worden met communicatie naar burgers. De MRDH-organisatie moet zich met name richten op de interne informatievoorziening en het ondersteunen van de gemeenten bij het boeken van resultaat, waarover de gemeenten vervolgens moeten communiceren met hun inwoners. 5. Zowel raadsleden als bestuurders hebben de taak om over de MRDH te communiceren. Met name burgemeesters moeten hun bestuurlijke kracht meer inzetten om het MRDH-netwerk voor het voetlicht te brengen in de lokale media, maar ook in de Haagse en Brusselse arena. Den Haag ondersteunde in de reactie van 2017 deze aanbevelingen.
Naast de eerder gemaakte opmerkingen over de informatievoorziening van de MRDH bij het onderdeel governance, is op te merken dat de verschillende digitale informatiesystemen om stukken te delen, naar tevredenheid verloopt. De portal om bijvoorbeeld best practices te delen, ontbreekt vooralsnog. De gemeenteraad heeft bij de eerste tussenevaluatie gepleit voor het houden van experimenten met eigentijdse vormen van communicatie en meningsvorming d.m.v. internet, bijvoorbeeld door toepassing van de bestaande Beleidsregel internetconsultatie MRDH 2015. Dit heeft niet plaatsgevonden. Ook pleitte de raad er destijds voor om in de reglementen van orde de mogelijkheid van inspraak door burgers op te nemen. De reglementen van orde zijn in 2019 aangepast; de mogelijkheid van inspraak is toegevoegd aan de reglementen. Een urgent en belangrijk proces was de afgelopen twee jaar de totstandkoming en herijkingen van het Transitieprogramma OV en Corona. Het regiokantoor heeft in de context van korte besluitcycli haar best gedaan de Gemeenteraden hierbij te betrekken. Den Haag waardeert de wijze waarop de MRDH zich heeft ingespannen voor het informeren en betrekken van de raadsleden. Vooralsnog is de pandemie inclusief de consequenties voor het OV nog niet ten einde.
In het verlengde van de aangenomen moties hierover verzoekt Den Haag daarom voor de volgende herijkingen te zorgen dat de Raden meer richtinggevend worden betrokken. Te meer nu het er naar uitziet dat Corona nog even onder ons blijft is het daarbij noodzakelijk voor het Transitieprogramma tot een meerjarige aanpak te
7/8
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
BSD/10262182
komen waarin procedure en verantwoordelijkheden helder zijn met ruimte voor een richtinggevende rol vanuit de Raden. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 4 februari 2022, Besluit: I. als zienswijze op de tussenevaluatie MRDH vast te stellen dat de raad akkoord gaat met de bevindingen en aanbevelingen van het college en daarbij aandacht vraagt voor: a. De gemeenteraad kan zich vinden in de bevindingen en aanbevelingen van het college b. Vraagt nadrukkelijk aandacht voor: • Focus behouden op de twee kerntaken en bij economisch vestigingsklimaat de koers aanscherpen. • De gemeenteraadsleden standaard vooraf, pro-actief en schriftelijk te informeren over belangrijke ontwikkelingen. Dat betekent het tijdig ontvangen van documenten. • Het aanpassen van de huidige werkwijze van de adviescommissies om de democratische legitimatie te verbeteren. Den Haag vraagt om voor de zomer van 2022 te onderzoeken hoe andere regionale raden werken en welke lessen hieruit geleerd kunnen worden. • Het verdiepen van de rol van het AB en hiervoor met een concreet voorstel te komen. • Het beter betrekken van bewoners bij de besluiten en de impact hiervan.
Den Haag vraagt om voor de zomer van 2022 te onderzoeken hoe Metrocov hierin voor het openbaar vervoer een bredere rol kan vervullen. • Helderheid en consequent hanteren van de rolverdeling in de driehoek concessieverlener-vervoerder-gemeente en verdere optimalisatie van de vervoerplanprocedure, de rol van de raden daarbij en transparante besluitvorming daarover ook vanuit het perspectief van de langer doorlopende consequenties van Corona voor het OV-aanbod. • Het uitvoeren van tweejaarlijkse tussen- en/of eindevaluatie om zo structureel aan verbetering van processen te werken. II. deze zienswijze in te dienen bij het algemeen bestuur van de MRDH. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 10 februari 2022. De griffier,
De voorzitter,
8/8