20220209-RIS310929 GEAMENDEERD Voorstel college Wensen en bedenkingen’ tav samenw.-, uitvoerings- en schadevergoedingsov[1]
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
14 december 2021
DSB/10220916 RIS310929
Voorstel van het college inzake ‘Wensen en bedenkingen’ ten aanzien van de samenwerkings-, uitvoerings- en schadevergoedingsovereenkomst tussen LdM C.V. en Gemeente Den Haag t.b.v. aanleg WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag LdM C.V. is voornemens ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding Vlaardingen – Den Haag (bekend als Leiding door het Midden) een samenwerkingsovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst en een schadevergoedingsovereenkomst aan te gaan met de gemeente. Deze drie overeenkomsten zijn als bijlagen bij dit raadsvoorstel gevoegd. Ingevolge artikel 160, eerste lid, aanhef en onder d, van de Gemeentewet is het college bevoegd om namens de gemeente te besluiten tot het aangaan van deze overeenkomsten. Met toepassing, dan wel met inachtneming, van artikel 169, tweede of vierde lid, van de Gemeentewet wil het college in dit geval pas een besluit nemen, nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Dit is conform hetgeen het college heeft toegezegd in de beantwoording van Motie H.4 ‘Wensen en bedenkingen Leiding door het Midden’ (RIS 304886). Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 14 december 2021,* Besluit: I.
Geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van het college tot het besluit, om ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag (ook bekend als Leiding door het Midden), namens de gemeente een samenwerkingsovereenkomst en een uitvoeringsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V., vertegenwoordigd door LdM Beheer B.V. II. Geen wensen of bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van het voornemen van het college tot het besluit, om ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag (ook bekend als Leiding door het Midden), namens de gemeente een schadevergoedingsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V., vertegenwoordigd door LdM Beheer B.V. I. De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken: het voornemen van het college tot het besluit, om ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen - Den Haag (ook bekend als Leiding door het Midden), namens de gemeente een samenwerkingsovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst en een schadevergoedingsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V., vertegenwoordigd door LdM Beheer B.V. voorwaardelijk te maken waarbij eerst de uitspraak van de Raad van State inzake het beroep van de gemeente
1/6
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10220916
tegen het besluit van Provinciale Staten van 13 oktober 2021 over het Provinciaal InpassingsPlan (PIP) wordt afgewacht. II. Het college te verzoeken slechts de samenwerkingsovereenkomst en uitvoeringsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V., vertegenwoordigd door LdM Beheer B.V. indien de punten waarover geen overeenstemming is bereikt (genoemd op p. 4 en 5 van het raadsvoorstel) alsnog worden aangepast in de overeenkomst. Daarnaast dient zekerheid te bestaan dat deze overeenkomst de gemeentelijke rechtszaak tegen het PIP niet in negatieve zin kan beïnvloeden. III. De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken: het voornemen van het college tot het besluit, om ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen - Den Haag (ook bekend als Leiding door het Midden), namens de gemeente een samenwerkingsovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst en schadevergoedingsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V., vertegenwoordigd door LdM Beheer B.V. voorwaardelijk te maken waarbij de punten 16.4 en 16.5 uit de samenwerkingsovereenkomst worden geschrapt. III.
De volgende wensen en bedenkingen kenbaar te maken: het voornemen van het college tot het besluit, om ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag (ook bekend als Leiding door het Midden), namens de gemeente een samenwerkingsovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst en een schadevergoedingsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V., vertegenwoordigd door LdM Beheer B.V., voorwaardelijk te maken aan duidelijkheid over de mate waarin de schade verhaald kan worden op LdM CV als gevolg van de Schadevergoedingsovereenkomst LdM CV – Den Haag.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 10 februari 2022. De griffier,
De voorzitter,
*Besluit in geheel geamendeerd in de raadsvergadering van 10 februari 2022.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10220916
Toelichting raadsvoorstel Inleiding Sinds voorjaar 2019 is het college in onderhandeling over de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst (SOK) met LdM C.V. Alle andere gemeenten die betrokken zijn bij het project WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag (ook bekend als het project Leiding door het Midden) hebben inmiddels een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met LdM C.V. Tijdens de raadsvergadering van 5 maart 2020 is Motie H.4 ‘Wensen en bedenkingen Leiding door het Midden’ aangenomen. Deze motie roept het college op om: “In het kader van de PIP-procedure voorafgaand aan de zienswijze- en beroepsmogelijkheden en voorafgaand aan het afsluiten van een samenwerkingsovereenkomst met Gasunie de raad in de gelegenheid te stellen om wensen en bedenkingen over te brengen”. Het college van B&W heeft hierop geantwoord dat zij de voorhangprocedure zal volgen zodat de raad zijn wensen & bedenkingen kan uiten. Op 12 mei 2021 heeft een eerste beraadslaging plaatsgevonden tussen de leden van de commissie Leefomgeving en het college over het voorstel van het college inzake ‘Wensen en bedenkingen’ ten aanzien van de samenwerkingsovereenkomst LdM C.V. – Gemeente Den Haag …. “’. Omdat destijds de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst nog niet bekend was is besloten om de voorhangprocedure, het uiten van wensen en bedenkingen, te staken.
Hieraan lag de gedachte ten grondslag dat de raad zowel op de samenwerkings- als op de uitvoeringsovereenkomst wensen en bedenkingen wilde uiten. Geuite zorgen,wensen en bedenkingen in deze commissievergadering zijn – daar waar mogelijk - al wel meegenomen in de (vervolg)onderhandelingen over de samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst. Sinds voorjaar 2021 is het college in onderhandeling over de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst (afgekort met UVOK). Elke gemeente die betrokken is bij het project WarmtelinQ Vlaardingen – Den Haag gaat inmiddels richting de eindfase in het onderhandelingsproces. Het resultaat van dit proces zijn afspraken, vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst. Verder heeft LdM C.V. het college aangeboden om de te honoreren nadeelcompensatie claims, en de hierbij gemaakte advieskosten die nodig zijn om deze schadeclaims af te handelen, te vergoeden. Een en ander is verwoord in de schadevergoedingsovereenkomst. Voor u liggen dus drie overeenkomsten. In juridische zin zijn het drie separate overeenkomsten die wel in samenhang met elkaar gezien moeten worden. Het betreft: 1. De samenwerkingsovereenkomst (SOK) In de SOK worden proces- en principeafspraken (samenwerkingsafspraken) vastgelegd tussen LdM C.V.
en Gemeente Den Haag met het oog op het ontwerpen, uitwerken en binnen de planning realiseren van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen - Den Haag ter plaatse van de werkterreinen en binnen de gemeentegrenzen van Den Haag. 2. De uitvoeringsovereenkomst (UVOK) Gemeente Den Haag en LdM C.V. leggen hier nadere en meer gedetailleerde afspraken vast over de uitvoering van het project. Het betreft afspraken die niet al door vergunningvoorschriften worden afgedekt.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10220916
Het gaat hier om: a. proces- en principeafspraken in de samenwerkingsovereenkomst die zijn opgenomen over de samenwerking tussen partijen, die gelden gedurende de ontwikkeling en realisatie van het project, en die gedetailleerder afgesproken dienen te worden. b. zaken die niet of onvoldoende gedetailleerd door vergunningen ingevuld worden en die (daarom) om aanvullende uitvoeringsafspraken vragen. c. zaken die LdM C.V. en/of gemeente Den Haag ten behoeve van het project of de samenwerking aanvullend wensen af te spreken dan aan wat is vastgelegd in de van toepassing zijnde gemeentelijke handboeken en/of voorschriften. 3. De schadevergoedingsovereenkomst Als gevolg van (rechtmatige) publiekrechtelijke besluitvorming, zoals het verlenen van een omgevingsvergunning aan LdM C.V., kan planschade en/of nadeelcompensatie voortvloeien die voor vergoeding in aanmerking kan komen. In artikel 3 van de overeenkomst verklaart LdM C.V. dat deze schade, als uitkomst van de schadeprocedure inclusief de door de gemeente gemaakte advieskosten, worden vergoed. Concreet betekent dit dat een verzoek tot nadeelcompensatie (of planschade) kan worden ingediend bij de gemeente en vervolgens, indien dit verzoek toegekend wordt, door LdM C.V. wordt vergoed. Achtergrond overeenkomsten: borgen belangen van Gemeente Den Haag Algemene, publieke, belangen worden afgedekt via vergunningen.
De SOK, de UVOK en de bijbehorende schadevergoedingsovereenkomst dekken specifieke risico’s af die niet met publiekrechtelijke bevoegdheden geregeld kunnen worden en datgene wat we aanvullend in het belang van de gemeente Den Haag willen afspreken. De gemeente wil in de overeenkomsten in ieder geval de volgende punten regelen: • Werk-met-Werk kansen benutten en voorkomen dat een straat tweemaal wordt opengebroken. • LdM C.V. en de gemeente werken gezamenlijk het voorontwerp herinrichtingsplan ‘groen’ uit naar een definitief ontwerp herinrichtingsplan ‘groen’. • Garantietermijn en onderhoud voor drie groeiseizoenen op het groen. • Nadeelcompensatie claims komen voor rekening van LdM C.V. Bij de afhandeling van de claims wordt conform de wens van de raad rekening gehouden met COVID19. • Vergoeding van het gemeentelijk begeleidingsteam dat niet wordt afgedekt door de leges. • Het vormen van een klankbordgroep voor bewoners en bedrijven. • Afspraken over klachtenafhandeling en communicatie naar bewoners/bedrijven. • Nadere afspraken over de uitvoering van werkzaamheden. De voorhangprocedure: het uiten van wensen en bedenkingen In artikel 160, eerste lid aanhef en onder d, van de Gemeentewet is opgenomen dat het college bevoegd is te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente.
Het college is voornemens te besluiten, om ten behoeve van de aanleg van de warmtetransportleiding WarmtelinQ Vlaardingen-Den Haag, een samenwerkingsovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst en een schadevergoedingsovereenkomst aan te gaan met LdM C.V. Zoals verzocht door de raad via motie H.4.‘Wensen en bedenkingen Leiding door het Midden’ en gelet op het bepaalde in artikel 169, vierde lid, van de Gemeentewet zal het college echter pas een besluit nemen, nadat zij de raad in de gelegenheid heeft gesteld om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. De SOK, UVOK en schadevergoedingsovereenkomst zijn op dit moment voldoende concreet om met u te delen. Door het delen van deze stukken met u in de voorhangprocedure wordt u in een vroegtijdig stadium ingelicht over alle thans voorgenomen afspraken.
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10220916
De schadevergoedingsovereenkomst is een overeenkomst die zijn oorsprong vindt in artikel 7.3 SOK. Daarom heeft het college twee besluitpunten in het raadsvoorstel staan. Via besluitpunt I kan de raad specifiek zijn wensen en bedenkingen uiten op de samenwerkings- en uitvoeringsovereenkomst en deze bij dit besluitpunt adresseren. Via besluitpunt II kan de raad specifiek zijn wensen en bedenkingen uiten op de schadevergoedingsovereenkomst. Het onderhandelingsresultaat: huidige stand van zaken LdM C.V. heeft aangegeven dat door het doorvoeren van wijzigingen en het stellen van (nieuwe) eisen de garantie op de gelijkluidendheid van SOK en UVOK in het geding gaat komen (zie ook RIS308229; bijlage 1). Gelet hierop en gezien het instellen van beroep tegen het PIP door het college zijn de onderhandelingen met LdM C.V. thans gestaakt. Het staken van de onderhandelingen laat onverlet dat de ogen niet gesloten mogen worden voor mogelijke realisering van het project. Dat betekent dat een parallel traject doorlopen moet worden waarbij de belangen van de gemeente zo goed mogelijk geborgd moeten worden voor het geval het project gerealiseerd gaat worden. In dit licht bezien is het van belang om u te informeren over de huidige stand van zaken rond de onderhandelingen met LdM C.V., zodat u daarover tijdig uw wensen en bedenkingen naar voren kunt brengen.
Op dit moment is er overeenstemming over de inhoud van de schadevergoedingsovereenkomst. Daarentegen is over de volgende punten rond de SOK en de UVOK geen overeenstemming bereikt: • Volgens SOK artikel 4.1 streven partijen met erkenning van elkaars belangen en verantwoordelijkheden naar de tijdige en kostenefficiënte realisatie van het project. De gemeente wenst hier een beschrijving aan toegevoegd te zien waarin ook maatschappelijke belangen worden benoemd. LdM C.V. beschouwt de huidige beschrijving als de drijver om een samenwerkingsovereenkomst te maken en wil de gelijkluidendheid van de SOK met die van andere gemeenten bewaken. • In SOK artikel 7.1 lid 3 is bepaald dat de gemeente jegens LdM C.V. in het kader van de uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst nimmer aansprakelijk is voor enigerlei schade, kosten en/of interesten, behoudens opzet of grove schuld van de gemeente. Gemeente wil dat deze beperking van aansprakelijkheid ook geldig is voor de andere overeenkomsten. LdM gaat daarmee niet akkoord. • Conform SOK artikel 8 lid 3 is LdM C.V. perswoordvoerder en voert het de regie over alle persinterviews, persberichten en het beantwoorden van mediavragen over het project aan regionale, nationale of vakpers, tenzij het de uitoefening van de gemeentelijke wettelijke bevoegdheden betreft. Gemeente wil dit herformuleren, maar hierover is geen overeenstemming bereikt.
• Naar aanleiding van de wens van de Raad om de genoemde voorwaarden ten aanzien van WarmtelinQ/Leiding door het Midden uit het Stedelijk Energieplan juridisch beter te verankeren, heeft de gemeente gezocht naar een haalbare aanpassing van de SOK. Dat heeft geleid tot een toevoeging aan de SOK, te weten artikel 2.3. In dat artikel wordt verwezen naar een brief van LdM van 11 november 2021 (zie de bijlage). In die brief heeft LdM C.V. de uitgangspunten van de wijze waarop zij de warmtetransportleiding zal exploiteren, herbevestigd. Overigens met de kanttekening dat als deze uitgangspunten in strijd zouden zijn met wet- en regelgeving, LdM C.V. altijd in lijn met die wet- en regelgeving zal handelen. Door deze brief aan de SOK toe te voegen, liggen de daarin vermelde uitgangspunten tussen partijen beter vast. • In UVOK artikel 9.2 vraagt de gemeente om te refereren aan het Deltares rapport over warmte uitstraling en – accumulatie in stedelijk gebied en de conclusies uit de notitie die RDHV heeft opgesteld wat het effect hiervan is op de bomen/groeiplaatsen. Deze rapporten en conclusies (zie
5/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSB/10220916
RIS310452) zijn belangrijk voor de uitwerking van het voorlopig ontwerp groen (voorwaarde bij de vergunning) naar het definitief ontwerp groen (afspraak UVOK). Hierop heeft LdM C.V. nog niet gereageerd.
6/5