20211007-RIS309940 GEAMENDEERD Voorstel van het college inzake Nota parkeernormen Den Haag 2021
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
14 september 2021
DSO/10169884 RIS309940
Voorstel van het college inzake Nota parkeernormen Den Haag 2021
Inleiding Bij nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en bedrijven zijn ook auto- en fietsparkeerplaatsen nodig. De gemeente hanteert parkeernormen om te zorgen dat daarin wordt voorzien. Op 15 juli 2021 heeft de raad de Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 (RIS308711) vastgesteld. Daarmee stemde zij in met de uitwerking door het college van beleidsregels autoparkeernormen voor geheel Den Haag exclusief het CID en de Binckhorst ter actualisatie van het oude parkeernormenbeleid. Bijgaande Nota parkeernormen Den Haag 2021 is opgesteld ter vervanging van de Nota parkeernormen Den Haag (RIS181571) uit 2011 en de wijzigingen en aanvulling op de nota parkeernormen (RIS291425) uit 2016, behalve voor het CID en de Binckhorst waar uw raad op 7 oktober 2020 al nieuw parkeernormenbeleid (RIS306160) voor heeft vastgesteld. De Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 als basis De Parkeerstrategie Den Haag 2021-2030 is de basis van het nieuwe parkeernormenbeleid van de gemeente Den Haag. Belangrijke uitgangspunten uit de Parkeerstrategie zijn: • Parkeerbeleid faciliteert de Haagse woningbouwopgave en economische opgave. • Met het parkeerbeleid wordt de leefbaarheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid gewaarborgd. • Groei van parkeerplaatsen vindt zo veel mogelijk plaats op eigen terrein of door centrale parkeervoorzieningen te bouwen.
Voor het parkeerbeleid moet een balans worden gezocht in het afwegen van de noodzaak voor parkeerplaatsen enerzijds en de hiervoor beschikbare ruimte anderzijds. Met deze nota waar normen voor woningen, kantoren, bedrijven en voorziening in staan, worden de toepassingsregels voor de normen enerzijds flexibeler en anderzijds concreter. Dit nieuwe beleid zal een positief effect hebben op de snelheid van bouwplanprocessen. Tegelijkertijd draagt dit beleid positief bij aan de mobiliteitstransitie. Dit beleid wordt gehanteerd bij het toetsen van aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouw- en verbouwprojecten. Wat is een autoparkeernorm? In Den Haag geeft de autoparkeernorm aan hoeveel parkeerplaatsen er maximaal mogen worden gemaakt per eenheid of oppervlakte bij nieuwbouw- en verbouwprojecten. Het resultaat van de autoparkeernorm en het bouwprogramma leidt tot een maximumaantal autoparkeerplaatsen dat mag worden aangelegd voor de parkeervraag bij een ontwikkeling. Onder voorwaarden kan dat aantal naar beneden worden bijgesteld en in sommige gevallen kan een bouwontwikkeling zelfs vrijgesteld van de parkeereis.
Er zijn echter ook gebieden in de gemeente waar als er aangetoond kan worden dat er geen goede mobiliteitsalternatieven aanwezig zijn en het geen nadelige consequenties heeft voor de omgeving, het toegestaan is om meer parkeerplaatsen aan te leggen dan berekend op basis van de norm.*
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
In Den Haag geeft de autoparkeernorm aan hoeveel parkeerplaatsen er moeten worden gemaakt per eenheid of oppervlakte bij nieuwbouw- en verbouwprojecten. Het resultaat van de autoparkeernorm en het bouwprogramma leidt tot een aantal autoparkeerplaatsen dat moet worden aangelegd voor de parkeervraag bij een ontwikkeling. Onder voorwaarden kan dat aantal naar boven of beneden worden bijgesteld en in sommige gevallen kan een bouwontwikkeling zelfs worden vrijgesteld van de parkeernorm. Er zijn echter ook gebieden in de gemeente waar als er aangetoond kan worden dat er geen goede mobiliteitsalternatieven aanwezig zijn en het geen nadelige consequenties heeft voor de omgeving, het toegestaan is om meer parkeerplaatsen aan te leggen dan berekend op basis van de norm. Tevens is het mogelijk toe te staan om meer parkeerplaatsen op eigen terrein aan te leggen als deze extra plaatsen er toe bijdragen dat de parkeerdruk op straat naar beneden gaat.* Het uitgangspunt is dat de extra parkeerplaatsen in principe op eigen terrein of elders op privaat terrein moeten worden gerealiseerd. De ontwikkeling van woningen of voorzieningen mag niet leiden tot een sterke groei van de parkeerdruk op straat. Deze parkeernormen zijn gedifferentieerd en de toepassingsregels flexibel.
In het centrum en de vooroorlogse stadswijken binnen gereguleerd gebied zijn de normen lager en meer flexibel dan in de rest van de stad. Dit omdat in die gebieden de openbare ruimte en de autobereikbaarheid meer onder druk staan en er veel mobiliteitsalternatieven aanwezig zijn. Parkeernormen voor de fiets Deze nota is gericht op autoparkeren en alternatieven daarvoor. De beleidsregels fietsparkeernormen Den Haag 2016 blijven geldig tot nieuw beleid wordt vastgesteld voor fietsparkeren. Voor fietsparkeren bij nieuwbouwwoningen gelden de regels van het Bouwbesluit 2012 of de voorwaarden van de Beleidsregel Bergingen nieuwe woongebouwen Den Haag 2017 (RIS297288). In dit autoparkeernormenbeleid wordt wel de mogelijkheid geïntroduceerd om een deel van de autoparkeerplaatsen te compenseren met deelbakfietsen en daarvoor bestemde parkeerplaatsen. Totstandkoming van de autoparkeernormen De autoparkeernormen voor woningen zijn gebaseerd op het gemiddelde geregistreerde autobezit in 2020 per woningsoort, -grootte en locatie in de stad. Er wordt een onderscheid gemaakt in particuliere koop, vrije sector huurwoningen en sociale huurwoningen. De normen zijn de maximumnormen.
De normen zijn de referentienormen.* De parkeerbehoefte die wordt berekend op basis van deze normen kan naar beneden worden bijgesteld als er in voldoende alternatieven wordt voorzien en als het effect daarmee niet z’n neerslag heeft op het parkeren in de openbare ruimte. De autoparkeernormen voor kantoren, bedrijven en voorzieningen zijn gebaseerd op de parkeernormen van 2011, met enkele correcties op basis van de meest recente parkeerkencijfers van kennisplatform CROW uit de publicatie 381 Toekomstbestendig parkeren (uitgebracht op 1 december 2018)1. Deze normen geven aan hoeveel parkeerplaatsen maximaal mogen worden aangelegd per 100
1 Deze kencijfers geven aan hoeveel parkeerplekken nodig zijn, met een boven- en ondergrens. De
gemeente Den Haag wordt door het CBS geclassificeerd als een zeer sterk stedelijke gemeente (meer dan 2.500 adressen per km²). Dit betekent dat voor Den Haag de laagste kencijfers gelden. De kencijfers hebben bandbreedtes. Voor Den Haag is de ondergrens van de bandbreedte aangehouden.
2/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
vierkante meter bruto vloeroppervlak (BVO) of een andere specifieke eenheid. In bijgaande nota is een grens opgenomen voor kleine bouw- en verbouwplannen, waarvoor geen parkeereis meer geldt. Juridisch kader In september 2018 is het paraplubestemmingsplan (fiets)parkeren (RIS299762) vastgesteld door de gemeenteraad. In het parapluplanbestemmingsplan staat een dynamische verwijzing naar de auto- en fietsparkeernormen en de daarbij behorende toepassingsregels. Deze nieuwe Nota parkeernormen Den Haag 2021 gaat via die dynamische verwijzing gelden voor alle digitale bestemmingsplannen, behalve voor het CID en de Binckhorst, voor die gebieden geldt de Nota parkeernormen CID en Binckhorst Den Haag 2020.
Gezien het voorstel van het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 14 september 2021, Besluit: I.
De Nota parkeernormen Den Haag 2021 en bijbehorende bijlagen vast te stellen, met dien verstande dat*:
▪
▪
▪
II. III.
aan artikel 1: 1 de volgende definitie wordt toegevoegd: deelbakfiets: een rijwiel dat voorzien is van een laadbak van minimaal 250 liter en van elektrische trapondersteuning; artikel 3:4 c. onder 4 als volgt wordt gewijzigd: deze extra deelbakfietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein, minimaal 1x2 meter groot zijn, voorzien van een laadvoorziening en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten); artikel 3:4 d als volgt wordt gewijzigd: de aanvrager bij een bouwontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar na in gebruik name van de bouwontwikkeling, voorziet in een hoogwaardig mobiliteitsalternatief, anders dan een deelauto of deelbakfiets, dat aantoonbaar de autoparkeervraag van de toekomstige bewoners of gebruikers zal verminderen,
De Nota Parkeernormen Den Haag d.d. 11 november 2011 en de Wijzigingen en aanvullingen op die nota parkeernormen d.d. 10 maart 2016 in te trekken; Deze nota treedt in werking vanaf publicatie.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van … De griffier,
De voorzitter,
* geamendeerd in de raadsvergadering van 7 oktober 2021.
3/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Bijlage 1: Nota parkeernormen Den Haag 2021
Nota parkeernormen Den Haag 2021 Toelichting De volgende doelstellingen uit de Parkeerstrategie 2021-2030 (RIS308711) zijn leidend voor deze nota: Parkeerbeleid faciliteert de Haagse woningbouwopgave en economische opgave. Met het parkeerbeleid wordt de leefbaarheid van de openbare ruimte en de bereikbaarheid gewaarborgd. Parkeren bij nieuwbouw en verbouw wordt zoveel mogelijk opgelost op eigen terrein en voorkomen moet worden dat de openbare ruimte door de ontwikkeling wordt belast. Het beleid in deze nota zal een positief effect hebben op de snelheid van bouwplanprocessen. De normen en toepassingsregels kunnen leiden tot meer schaarste aan parkeerplaatsen, omdat het in sommige gevallen niet nodig is om parkeerplaatsen aan te leggen. Het beleid leidt waarschijnlijk tot inzet van meer mobiliteitsalternatieven, wat een positief effect heeft op de bereikbaarheid, het ruimtegebruik en de uitstoot van CO2. Dit beleid wordt gehanteerd bij het toetsen van aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouw- en verbouwprojecten. Bij oplevering van de bouw- en verbouwplannen controleert de bouwinspecteur of aan de gemaakte afspraken wordt voldaan. Het beleid heeft gevolgen voor de uitgifte van parkeervergunningen.
De gemeente handhaaft op de afspraken over de parkeersituatie die opgenomen worden in de omgevingsvergunning, bijvoorbeeld in het geval dat de bewoners en gebruikers van een nieuwbouwcomplex niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. De lasten van de gemeente van dit beleid zijn verweven in de planvoorbereiding en het proces van toekenning van omgevingsvergunningen. Voor burgers is het van belang dat de gemeente en de ontwikkelaar goed communiceren over de parkeerafspraken die worden gemaakt bij een bouw- of verbouwplan.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen In deze nota wordt verstaan onder: - autoparkeereis:
-
autoparkeernorm:
-
autoparkeervraag:
het aantal autoparkeerplaatsen dat – na eventuele onderbouwde bijstellingen en rekening houdend met dubbelgebruik – nodig is op een bepaalde locatie om te voorzien in de autoparkeervraag van een ruimtelijke activiteit; een richtgetal dat aangeeft hoeveel autoparkeerplaatsen voor een bepaalde functie nodig zijn per eenheid of bruto vloeroppervlakte; de totale vraag (programma * norm) naar autoparkeerplaatsen vanuit een ruimtelijke activiteit, rekening houdend met gebiedsindeling en aanwezigheidspercentage, exclusief bedrijfsvoertuigen;
4/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
-
bevoegd gezag
-
bezoekersaandeel:
-
campuscontract:
-
college:
-
CROW
-
deelauto:
-
deelbakfiets*:
-
eengezinswoning:
-
eigen terrein:
-
functiewijziging:
-
gebiedsaanpak:
-
gebruikersaandeel:
-
gereguleerd gebied:
-
kwaliteitseis:
-
maatgevend moment:
bevoegd gezag zoals bedoeld in artikel 1:1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; het deel van de autoparkeervraag dat bestaat uit bezoekers; campushuurcontract zoals bedoeld in artikel 7:274 lid 4 van het Burgerlijk Wetboek; het college van burgemeester en wethouders van Den Haag Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek; een auto, waarvan de eigenaar of houder aantoont dat deze krachtens een overeenkomst gedeeld wordt met (ten minste) één andere particuliere deler van een ander huishouden; een rijwiel dat voorzien is van een laadbak van minimaal 250 liter en van elektrische trapondersteuning; een grondgebonden woning niet zijnde zorg- of studentenwoning; grond waarover de initiatiefnemer kan beschikken ter plaatse van de ruimtelijke activiteit dan wel in de directe nabijheid binnen de in bijlage 5 genoemde maximale loopafstanden van de ruimtelijke activiteit; het wijzigen van de functie van een gebouw, exclusief omgevingsvergunningplichtige bouwwerkzaamheden; in situaties waar gelijktijdig meerdere bouwplannen aan de orde zijn, kan er sprake zijn van schaalvoordelen.
Zo biedt een gebiedsgerichte aanpak meer mogelijkheden om dubbelgebruik van parkeervoorzieningen te bewerkstelligen (minder ruimtebeslag, meer inkomsten); het deel van de autoparkeervraag dat bestaat uit vaste gebruikers, niet zijnde bezoekers; gebied waar parkeerregulering (betaald parkeren) van kracht is of waar door het college besloten is tot invoering van parkeerregulering; een eis die door de gemeente gesteld wordt vanuit het oogpunt van bruikbaarheid van een nieuw te realiseren autoparkeervoorziening; het moment waarop de verschillende functies binnen het programma gezamenlijk op basis van de aanwezigheidspercentages hun maximale autoparkeervraag hebben ervan
5/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
-
nieuwbouw:
-
omgevingsvergunning:
-
openbare ruimte:
-
parkeersituatie:
-
parkeerverordening
-
programma
-
reductiefactor
-
bouwontwikkelingen met een regionale functie
-
ruimtelijke activiteit:
-
salderen:
-
sloop-nieuwbouw:
-
sociaal-maatschappelijke voorzieningen:
uitgaande dat parkeerplaatsen voor iedere parkeerder toegankelijk zijn; het (eventueel na sloop van bestaande bebouwing) volledig (inclusief eventuele fundering) nieuw bouwen van een bouwwerk; omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; de door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen en van een naam voorziene buitenruimte die binnen de gemeente Den Haag is gelegen; de wijze waarop de toekomstige bewoners en of gebruikers van een (ver)bouwplan hun auto (niet) kunnen parkeren in of nabij de woning, kantoor, bedrijf of voorziening; de vigerende parkeerverordening van de gemeente Den Haag; het totaal aan verwachte hoeveelheid functies uitgedrukt in de in bijlage 3 en bijlage 4 opgenomen eenheden in het bouwplan; een percentage dat van de autoparkeervraag kan worden afgetrokken indien in mobiliteitsalternatieven wordt voorzien; bouwontwikkelingen als een hotel, een hostel, een theater, een wellness, religieuze functies en een museum.
ruimtelijke activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en of artikel 2.1, eerste lid onder c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; het berekenen van de autoparkeereis op basis van het verschil tussen de autoparkeervraag in de nieuwe situatie (na realisering van de ruimtelijke activiteit) en de autoparkeervraag in de oude situatie (vóór realisering van de ruimtelijke activiteit); nieuwbouw op de plaats van een volledig gesloopt bouwwerk; Hieronder vallen voorzieningen als onderwijsvoorzieningen, begraafplaatsen, crematoria, (para)medische en verpleegvoorzieningen, bejaardenvoorzieningen, verzorgingshuizen, kinderopvang, buurt- en wijkcentra, welzijnsvoorzieningen, sociale voorzieningen, overheidsvoorzieningen, culturele
6/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
-
studentenwoning en studenteneenheid:
-
transformatie(ontwikkelingen):
-
voldoende mobiliteitsalternatieven:
-
Wabo: zorgwoning ZZP:
voorzieningen, sportvoorzieningen en voorzieningen van openbaar nut; woonruimte verhuurd op basis van het campushuurcontract; het planologisch wijzigen van de gebruiksfunctie van een gebouw inclusief omgevingsvergunningsplichtige bouwwerkzaamheden, niet zijnde volledige nieuwbouw; een openbaar vervoer halte en aanbod van deelmobiliteit binnen 400 meter loopafstand en (bak)fietsparkeervoorzieningen in of binnen 50 meter loopafstand van de ontwikkeling; Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; woning waarin mensen die zorg behoeven zelfstandig kunnen wonen, maar die wel in de nabije omgeving is van een zorginstelling, vooral bedoeld voor ouderen en gehandicapten. De mate waarin zorg nodig is, wordt aangegeven met een gradatie in zorgzwaartepakket.
Artikel 1:2 Reikwijdte nota Via bestemmingsplannen waaronder het bestemmingsplan Parapluherziening (fiets)parkeren is deze regeling van toepassing bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning, betreffende de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a en c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 1:3 Bepalen van de autoparkeereis Bij de omgevingsvergunning wordt, met inachtneming van hetgeen in deze nota is bepaald, een autoparkeereis gesteld conform de gebiedsindeling en autoparkeernormen als bedoeld in bijlage 2, 3 en 4 bij deze nota. De afgeronde parkeereis geeft het aantal parkeerplaatsen aan dat op basis van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 1:2 moet worden gerealiseerd. Artikel 1:4 Wijze van rekenen en afronden 1. De autoparkeervraag wordt berekend in twee cijfers achter de komma en in voorkomende gevallen afgerond op de gebruikelijke wijze, derhalve bij 0,005 of meer naar boven en bij minder dan 0,005 naar beneden; 2. De gestelde autoparkeereis is een heel getal en in voorkomende gevallen afgerond op de gebruikelijke wijze, derhalve bij 0,5 of meer naar boven en bij minder dan 0,5 naar beneden. Artikel 1:5 Wijze van meten 1.
De bruto vloeroppervlakte (bvo) van een ruimte, dan wel van meerdere ruimten, wordt gemeten volgens NEN2580 op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de betreffende ruimte(n) omhult. 2. De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de voor voetgangers toegankelijke openbare ruimte van parkeerplaats naar bestemming.
7/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Hoofdstuk 2 Vrijgesteld binnen de nota Artikel 2:1 Geen autoparkeereis voor kleine nieuwbouwplannen Kleine nieuwbouwplannen met een autoparkeervraag van minder dan 3 parkeerplaatsen zijn op grond van deze nota volledig vrijgesteld van de autoparkeereis, indien: a. de aanvrager niet binnen 5 jaar van de aanvraag van een omgevingsvergunning en binnen een straal van 200 meter voor een eerdere aanvraag van een omgevingsvergunning al is vrijgesteld voor een nieuwbouwontwikkeling; b. de nieuwbouwontwikkeling binnen gereguleerd gebied ligt en niet binnen 300 meter loopafstand van een gebied ligt waarbinnen geen parkeerregulering geldt; en c. voldoende mobiliteitsalternatieven in de omgeving van het nieuwbouwplan worden aangeboden; Artikel 2:2 Geen autoparkeereis voor kleine verbouwplannen Verbouwplannen en transformatieprojecten met een gesaldeerde autoparkeervraag van minder dan 10 parkeerplaatsen, zijn op grond van deze nota vrijgesteld van de autoparkeereis, indien: a. het geen koopwoningen betreft in de klassen groter dan 100 vierkante meter BVO; b. het een verbouwontwikkeling of functiewijziging betreft zonder regionale functie; c. de aanvrager niet afgelopen 5 jaar van de aanvraag van een omgevingsvergunning en binnen een straal van 200 meter voor een eerdere aanvraag van een omgevingsvergunning al is vrijgesteld voor een verbouwplan of transformatieproject; d.
het verbouwplan of transformatieproject binnen gereguleerd gebied ligt en niet binnen 300 meter loopafstand van een gebied ligt waarbinnen geen parkeerregulering geldt; en e. voldoende mobiliteitsalternatieven in de omgeving van het verbouwplan of transformatieproject worden aangeboden. Artikel 2:3 Bezoekersparkeerplaatsen hoeven niet altijd op eigen terrein Voor nieuwbouw- en verbouwplannen waar op basis van de bezoekersnorm minder dan 10 parkeerplaatsen voor bezoek hoeven te worden gerealiseerd, mag dit gedeelte van de autoparkeereis aan de openbare ruimte worden toegewezen. Artikel 2:4 Geen parkeereis voor ontwikkelingen binnen voetgangersgebieden en het strand In het voetgangersgebied in de binnenstad van Den Haag en voor het strand geldt geen autoparkeereis voor nieuwbouw- en verbouwontwikkelingen die alleen via het voetgangersgebied te bereiken zijn.
Hoofdstuk 3 Mogelijkheden tot reductie van de autoparkeervraag Artikel 3:1 Dubbelgebruik De berekende autoparkeervraag kan door het bevoegd gezag naar beneden worden bijgesteld, indien de initiatiefnemer aantoont dat de parkeerplaatsen in de aan te leggen of te gebruiken parkeervoorziening voor meerdere functies met verschillende aanwezigheidsprofielen op basis van de aanwezigheidspercentages van het CROW, zoals aangegeven in bijlage 5 bij deze nota, kunnen worden gebruikt, op voorwaarde dat er in de parkeervoorziening geen vaste parkeerplaatsen worden verkocht of verhuurd.
8/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Artikel 3:2 Saldering Bij een verbouwontwikkeling of functiewijziging hoeft alleen te worden voorzien in de extra autoparkeervraag en niet in de autoparkeervraag van de laatste formele bestemming toegestaan door het bestemmingsplan (inclusief overgangsrecht), tenzij er sprake is van leegstand van meer dan 5 jaar voor de aanvraag van de omgevingsvergunning. Artikel 3:3 Bijstellen van de berekende autoparkeervraag Het bevoegd gezag kan de berekende autoparkeervraag geheel of gedeeltelijk naar beneden bijstellen, indien de aanvrager dit goed en navolgbaar onderbouwt. Artikel 3:4 Inzet van mobiliteitsalternatieven ter reducering van de autoparkeervraag De autoparkeervraag van een nieuwbouw, een verbouwplan of een functiewijziging kan worden gereduceerd, indien: a. de aanvrager een ontwikkeling wil realiseren binnen een straal van 500 meter van station Moerwijk, station Mariahoeve, station Ypenburg en openbaar vervoer knooppunt Leidschenveen wordt gerealiseerd, op voorwaarde dat dit gebeurt met maximaal 25% van de autoparkeervraag; of b.
de aanvrager bij een bouwontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar, deelauto’s ter beschikking stelt aan de bewoners of gebruikers op geoormerkte deelautoparkeerplaatsen, op voorwaarde dat: 1˚ 1 deelauto inclusief parkeerplaats 4 reguliere parkeerplaatsen vervangt; 2˚ binnen gereguleerd gebied maximaal 50% van de autoparkeervraag van toekomstige bewoners of gebruikers wordt vervangen door deelauto’s; 3˚ buiten gereguleerd gebied maximaal 10% van de autoparkeervraag van toekomstige bewoners of gebruikers wordt vervangen door deelauto’s; 4˚ dit aangetoond wordt met een door beide partijen (aanvrager en aanbieder deelauto) ondertekende overeenkomst; 5˚ de deelauto’s op eigen terrein, in een nabijgelegen parkeervoorziening of in de openbare ruimte op geoormerkte deelautoparkeerplaatsen worden geparkeerd; 6˚ de ontwikkelaar of de eigenaar van de bouwontwikkeling afspraken maakt over de overdracht van de deelauto’s met de gebruikers of de vereniging van eigenaren bij de aanvraag van de omgevingsvergunning; 7˚ de aanbieder van de deelauto’s of de vereniging van eigenaren data over het gebruik van de deelauto’s deelt met de gemeente ter evaluatie van deze nota; en 8˚ na de periode van vijf jaar van ingebruikname van de deelauto’s de parkeerplaatsen voor deelauto’s, indien op eigen of ander particulier terrein, behouden blijven voor de bewoners of werknemers. of c.
de aanvrager bij een bouwontwikkeling op eigen terrein structureel, dat wil zeggen voor minimaal 5 jaar, deelbakfietsen ter beschikking stelt aan de bewoners of werknemers op geschikte parkeervoorzieningen, op voorwaarde dat: 1˚ 1 deelbakfiets inclusief parkeerplaats 1 autoparkeerplaats vervangt; 2˚ binnen gereguleerd gebied maximaal 10% van de autoparkeervraag van toekomstige bewoners of gebruikers wordt vervangen door deelbakfietsen; 3˚ buiten gereguleerd gebied maximaal 5% van de autoparkeervraag van toekomstige bewoners of gebruikers wordt vervangen door deelbakfietsen;
9/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
4˚
d.
deze extra deelbakfietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein, *zijn minimaal 1x2 meter groot, voorzien van een laadvoorziening en zijn bedoeld voor langparkeerders (bewoners, werknemers, studenten); 5˚ de duurzame inzet van de deelbakfiets(en) wordt aangetoond met een door aanvrager en aanbieder van de deelbakfiets ondertekende overeenkomst. of de aanvrager bij een bouwontwikkeling structureel, dat wil zeggen voor minimaal de 5 jaar na in gebruik name van de bouwontwikkeling, voorziet in een hoogwaardig* mobiliteitsalternatief, anders dan een deelauto of deelbakfiets, dat aantoonbaar de autoparkeervraag van de toekomstige bewoners of gebruikers zal verminderen, op voorwaarde dat: 1˚ de bouwontwikkeling binnen gereguleerd gebied ligt; 2˚ maximaal 10% van de autoparkeervraag van de bewoners of gebruikers wordt vervangen met het mobiliteitsalternatief; 3˚ de aanvrager een goede onderbouwing aanlevert over het effect van het in te zetten mobiliteitsalternatief; en 4˚ de aanvrager een getekende overeenkomst met eventuele mobiliteitsaanbieder(s) aanlevert.
Artikel 3:5 Het combineren van mobiliteitsalternatieven en dubbelgebruik In aanvulling op artikel 3:4 en artikel 3:1 is het toegestaan om de inzet van mobiliteitsalternatieven onderling en met dubbelgebruik te combineren tot maximaal 75 procent van de oorspronkelijke autoparkeervraag. Artikel 3:6 Recht op een parkeervergunning vervalt In aanvulling op artikel 3:4 komen de bewoners van of bedrijven in de bouwontwikkeling en hun rechtsopvolgers in het geval van toepassing van reductie van de autoparkeervraag niet in aanmerking voor een bewonersvergunning of bedrijfsvergunning als bedoeld in de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting. Hoofdstuk 4
Voorzien in de autoparkeereis
Artikel 4:1 Voorzien in de autoparkeereis op eigen terrein In principe wordt op eigen terrein in de autoparkeereis voorzien, daaraan kunnen de volgende aanvullende voorwaarden worden gesteld: a. voorwaarden aan de aard, de plaats en de inrichting van de inpassing in het gebouw of de omgeving; b. de bereikbaarheid en verkeersveiligheid, waarbij een mogelijke wachtrij niet de stedelijke hoofdwegen, zoals bedoeld in de Kadernota Straten Wegen Lanen, blokkeert; c. de flexibiliteit van parkeervoorzieningen, zoals de mogelijkheid tot, al dan niet gedeeltelijke, aanpassing van de parkeervoorziening van gebruik door auto naar fiets en vice versa; d. bij gebruik en beheer van collectieve garages, kunnen in het geval van gebiedsontwikkelingen eisen worden gesteld aan besluitvorming, kettingbeding en informatieoverdracht tussen initiatiefnemer en toekomstige eigenaren en gebruikers. Artikel 4:2 Elders dan op eigen terrein voorzien in de autoparkeereis Het college kan geheel of gedeeltelijk besluiten dat elders op andermans eigen terrein wordt voorzien in de autoparkeereis, indien: a. de autoparkeereis minimaal 10 parkeerplaatsen betreft;
10/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
b.
structureel, dat wil zeggen voor minimaal 10 jaar, middels een overeenkomst aan te tonen, een alternatieve parkeervoorziening beschikbaar is binnen een loopafstand opgenomen in bijlage 6, onder voorwaarde dat: 1˚ de alternatieve parkeervoorziening op een ander privéterrein of in een andere garage of parkeerbox gelegen is; 2˚ de alternatieve parkeervoorziening voldoet aan de kwaliteitseisen, zoals opgenomen in artikel 4:4; en 3˚ de parkeerplaatsen in de alternatieve parkeervoorziening niet al eerder zijn toegewezen aan een andere bouwontwikkeling om te voorzien in de parkeereis. c. de aanvrager bewijs aanlevert dat de beoogde parkeerplaatsen ten tijde van ingebruikname beschikbaar zijn; d. de bewoners of gebruikers van de bouwontwikkeling niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning, indien de parkeerplaatsen in de alternatieve parkeervoorziening niet (meer) beschikbaar blijken te zijn; en e. de aanvrager de bewoners of gebruikers van de bouwontwikkeling bij verkoop of verhuur vooraf informeert over de parkeersituatie bij de bouwontwikkeling.
Artikel 4:3 Afkoop van de parkeereis Indien niet aan de parkeereis voldaan wordt, is afkoop van de parkeereis mogelijk op basis van de regels en voorwaarden van de Regeling afkoop van de parkeereis Den Haag 2020 of een vervangende regeling. Artikel 4:4 Kwaliteitseisen De in artikel 4:1 en 4:2 genoemde parkeeroplossingen voor auto’s moeten voldoen aan: a. NEN 2443 voor parkeren op eigen terrein; en b. de voorwaarde dat er geen extra parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden toegevoegd om een door (een) bouwontwikkeling(en) ontstaan tekort aan parkeerplaatsen te compenseren.
Hoofdstuk 5
Aanvullende bepalingen
Artikel 5:1 Minder validen 1. Bij sociaal-maatschappelijke voorzieningen, met een autoparkeereis van minimaal 15 autoparkeerplaatsen, wordt minimaal 2% van die eis uitgevoerd als gehandicaptenparkeerplaatsen, met een minimum van 1 parkeerplaats, gelegen op een loopafstand van maximaal 100 meter van de toegang van de voorziening. 2. In parkeervoorzieningen met meer dan 50 parkeerplaatsen bij appartementencomplexen en in centrale parkeervoorzieningen worden goed toegankelijke gehandicaptenparkeerplaatsen aangelegd. 3. Bij zorgwoningen en sociale huur complexen wordt rekening gehouden met parkeerruimte voor scootmobielen op een goed toegankelijke locatie in of bij een gebouw. Artikel 5:2 Laden en Lossen Indien een ruimtelijke activiteit daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het laden, lossen en manoeuvreren van goederen door grote voertuigen voorzien zijn in voldoende ruimte in, op, onder of nabij het terrein waar die activiteit plaatsvindt of dat bij die activiteit behoort, zulks ter beoordeling van het college.
11/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Hoofdstuk 6
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6:1 Hardheidsclausule Het college kan artikel 1:3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van aanleg van parkeerplaatsen op eigen terrein of elders op eigen terrein zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel 6:2 Overgangsrecht Het college past de Nota parkeernormen Den Haag toe zoals deze geldt op het moment van indiening van de aanvraag om omgevingsvergunning. Artikel 6:3 Citeertitel Deze nota wordt aangehaald als: Nota parkeernormen Den Haag
Artikelsgewijze toelichting Artikel 1:3 Wanneer de autoparkeereis in meerdere parkeervoorzieningen wordt opgelost, dient te worden gecontroleerd of alle doelgroepen (bewoners, werknemers en bezoekers), op de verschillende maatgevende momenten, volledig kunnen worden gefaciliteerd. In bijlage 3 staan autoparkeernormen voor een groot aantal functies. Het kan voorkomen dat een functie geen autoparkeernorm heeft. Dan geldt de lage autoparkeernorm voor zeer sterk stedelijk gebied van de voor de meest vergelijkbare functie of de meest recente autoparkeerkencijfers van het CROW. Het CROW hanteert de gebiedsindeling centrum, schil en buitengebied, vergelijkbaar met de gebiedsindeling van de Haagse autoparkeernormen te vinden in bijlage 1. Artikel 1:4 Bij het salderen van een autoparkeervraag van de oude functie en de autoparkeervraag van de nieuwe functie, wordt eerst gesaldeerd en vervolgens bij 0,5 of hoger naar boven en bij minder dan 0,5 naar beneden afgerond. Artikel 1:5 De parkeernormen zijn bepaald op basis van de bruto vloeroppervlakte (bvo). De kortst mogelijke loopafstand kan een aanvrager zelf bepalen via www.google.nl/maps of www.afstandmeten.nl. De route moet veilig te lopen zijn over voetpaden/trottoirs en bij oversteken van 50km/u wegen alleen met oversteken bij kruispunten en/of zebrapaden. Er mogen geen grote obstakels op de route liggen.
Artikel 2:1 In veel gevallen is het bij kleine nieuwbouwplannen in de bestaande stad technisch ingewikkeld en daardoor duur om parkeerplaatsen te realiseren op eigen terrein. Om dit soort kleine bouwplannen niet te frustreren geldt deze vrijstelling.
12/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Om ervoor te zorgen dat de parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan niet structureel extra toeneemt door het bouwplan, komen de (toekomstige) bewoners en gebruikers niet in aanmerking voor een bewoners- en of bedrijfsparkeervergunning. De gemeente registreert het adres of de adressen van het bouwplan en publiceert deze op een online lijst van adressen die niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Daarnaast is de ontwikkelaar, eigenaar of makelaar verantwoordelijk voor het inlichten van de toekomstige bewoners en gebruikers over de parkeersituatie. Artikel 2:1, onder a De gemeente registreert de bouwplannen waar een vrijstelling voor wordt gegeven en houdt in de gaten dat niet binnen 5 jaar eenzelfde aanvrager binnen een straal van 200 meter vrijstelling vraagt. In dat geval wordt niet nogmaals een vrijstelling verleend. Artikel 2:1, onder b Van belang is dat deze vrijstellingsmogelijkheid niet leidt tot een extra parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan. Om die reden komen alleen bouwplannen in aanmerking binnen gereguleerd gebied. Bouwplannen die binnen 300 meter loopafstand van een gebied liggen waar ‘gratis’ geparkeerd kan worden, komen niet in aanmerking voor een vrijstelling. De kans is dan te groot dat de bewoners en de gebruikers van het pand hun auto in het niet gereguleerde gebied op loopafstand gaan parkeren.
Dit veroorzaakt overlast aan de bewoners in dat gebied. Artikel 2:2 Bij verbouwplannen is het vaak fysiek niet mogelijk of stedenbouwkundig onwenselijk om parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Daarnaast heeft binnen gereguleerd gebied maar ongeveer 50% van de bewoners een eigen auto. Om verbouwplannen en bijvoorbeeld transformaties van kantoren naar woningen niet te frustreren, komen deze plannen in aanmerking voor vrijstelling als de gesaldeerde autoparkeervraag minder dan 10 parkeerplaatsen is. Om ervoor te zorgen dat de parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan niet structureel extra toeneemt door het bouwplan, komen de (toekomstige) bewoners en gebruikers niet in aanmerking voor een bewoners- en of bedrijfsparkeervergunning. De gemeente registreert het adres of de adressen van het bouwplan en publiceert deze op een online lijst van adressen die niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning. Daarnaast is de ontwikkelaar, eigenaar of makelaar verantwoordelijk voor het inlichten van de toekomstige bewoners en gebruikers over de parkeersituatie. Artikel 2:2, onder a Dit geldt niet voor koopwoningen van meer dan 100 m 2 BVO, omdat bij die woningen het autobezit gemiddeld hoog is en dus de kans dat de toekomstige bewoners een auto bezitten vrij hoog is.
Artikel 2:2, onder b De vrijstelling geldt niet voor bouwplannen met een regionale of landelijke functie waarvan valt te verwachten dat het ook bezoekers met een auto trekt. Voorbeelden hiervan zijn: een hotel, een hostel, een theater, een wellness, religieuze functies en een museum. Artikel 2:2, onder c De gemeente registreert de bouwplannen waar een vrijstelling voor wordt gegeven en houdt in de gaten dat niet binnen 5 jaar eenzelfde aanvrager binnen een straal van 200 meter om een vrijstelling vraagt. In dat geval wordt niet nogmaals een vrijstelling verleend.
13/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Artikel 2:2, onder d Van belang is dat deze vrijstellingsmogelijkheid niet leidt tot een extra parkeerdruk in de omgeving van het bouwplan. De kans is te groot dat de bewoners en de gebruikers van het pand hun auto in het niet gereguleerde gebied op loopafstand gaan parkeren. Wat overlast veroorzaakt aan de bewoners in dat gebied.
Artikel 2:3 Vaak is het voor kleine garages en op kleine parkeerterreinen organisatorisch en of technisch ingewikkeld om bezoekersparkeerplaatsen op eigen terrein te ontsluiten en zullen bezoekers hierdoor in de praktijk op straat parkeren. Alleen voor grotere ontwikkelingen is het om die reden verplicht om bezoekersparkeren op eigen terrein te faciliteren. De grens van 10 bezoekersparkeerplaatsen betekent in het centrum ongeveer bij woningbouwontwikkelingen van meer dan 100 woningen, in de vooroorlogse wijken voor ontwikkelingen van meer dan 65 woningen en in de naoorlogse wijken bij 50 woningen. Voor kantoren, bedrijven en voorzieningen is het bezoekersaandeel vaak veel groter en zal eerder een oplossing voor bezoekersparkeren op eigen terrein gevonden moeten worden. Artikel 2:4 Dit artikel geldt voor nieuwbouw- en verbouwplannen die aan geen enkele zijde zonder ontheffing per auto te bereiken zijn in het voetgangersgebied in de binnenstad en op het strand. In deze voetgangersgebieden wil de gemeente niet meer autobewegingen toelaten dan strikt noodzakelijk zijn, zodat dit prettige gebieden zijn voor bewoners en bezoekers om te lopen en te verblijven.
In de omgeving van de binnenstad en de boulevard van Scheveningen zijn voldoende parkeervoorzieningen om een plek te huren als de bewoners of gebruikers van een ontwikkeling toch een auto bezitten en in de buurt van hun woning, winkel of bedrijf willen parkeren. Artikel 3:2 Bij transformatie, herbestemming, functiewijziging en sloop-nieuwbouw wordt een bestaande functie vervangen door een nieuwe. De bestaande functie heeft een (theoretische) parkeerbehoefte die aan de hand van de normen bepaald kan worden, net als de nieuwe functie. Door het salderen wordt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie verminderd met die van de oude functie, waarvan dan wordt aangenomen dat daarvoor al voldoende parkeergelegenheid aanwezig was. Als er sprake is van langdurige leegstand – uitgangspunt is minimaal 5 jaar - mag niet meer gesaldeerd worden. Bij salderen moet wel rekening gehouden worden met aanwezigheidspercentages omdat het maatgevend moment van de nieuwe functie op een (heel) ander tijdstip kan liggen. Als dat zo is, is er feitelijk sprake van een nieuwe parkeerbehoefte die niet gesaldeerd kan worden. Artikel 3:4, onder a Deze regel geldt niet voor het Centraal Station, Station Hollands Spoor en Station Laan van NOI, want daar geldt het parkeernormenbeleid van de Nota Parkeernormen CID en Binckhorst (RIS306160).
14/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Artikel 3:4, onder b Deelauto’s kunnen ook ingezet worden in de vorm van een autodeelcoöperatie. Dit is een vorm waar gebruikers zelf onderling bepalen hoe ze de kosten verdelen en welke soort auto’s ze gaan gebruiken. Dit kan leiden tot een meer betaalbare en sociale mobiliteitsoplossing. Wanneer een ontwikkelaar ervoor kiest om een deelauto in de openbare ruimte te plaatsen, zijn de kosten voor de aanleg van de parkeerplaats en eventuele laadpaal voor zijn rekening. De deelauto moet dan in de directe nabijheid van de bouwontwikkeling een gereserveerde parkeerplek krijgen. Artikel 3:4, onder d Dit artikel geeft ruimte aan inbreng van nieuwe mobiliteitsideeën door aanvragers. Het college besluit op basis van de aangeleverde onderbouwing en overeenkomst of het aangedragen mobiliteitsalternatief volstaat als alternatief van privéauto’s en bijbehorende parkeerplaatsen. Artikel 3:6 Dit artikel geldt ook voor bouwplannen die bij oplevering nog niet in gereguleerd gebied liggen. In dat geval komen de bewoners en of gebruikers en rechtsopvolgers niet in aanmerking voor een parkeervergunning in het geval er parkeerregulering in het gebied wordt ingevoerd. Artikel 4:2, onder a Autoparkeerplaatsen in private parkeergarages en op private parkeerterreinen tellen alleen mee voor de parkeereis wanneer ze voldoen aan de eisen van artikel 4:3 en aandachtspunten van artikel 4:4.
De autoparkeer-plaatsen moeten gelegen zijn binnen de in tabel 2.1 opgenomen maximale loopafstanden. De loopafstand betreft de kortste route te voet over de voor voetgangers toegankelijke openbare weg vanaf de parkeerplaats tot de dichtstbij gelegen gevel van het gebouw.
15/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Bijlage 2.
Gebiedsindeling voor autoparkeernormen
16/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Bijlage 3.
Autoparkeernormen wonen Zone
Type woning
Centrummilieus
Vooroorlogse stadswijken
Naoorlogse buitenwijken
Huur
Koop
Bezoek
Huur
Koop
Bezoek
Huur
Koop
Bezoek
<40m2
0,10
0,20
0,05
0,20
0,20
0,10
0,33
0,33
0,15
40-70m2
0,20
0,33
0,05
0,33
0,50
0,10
0,40
0,66
0,15
0,33
0,50
0,10
0,50
0,75
0,10
0,66
0,80
0,15
0,40
0,75
0,10
0,50
1,00
0,10
0,75
1,00
0,15
0,50
1,00
0,10
1,00
1,00
0,10
1,00
1,00
0,15
<40m2
0,20
0,25
0,05
0,33
0,40
0,10
0,50
0,50
0,15
40-70m2
0,33
0,50
0,05
0,50
0,50
0,10
0,66
0,66
0,15
0,40
0,75
0,10
0,66
0,80
0,15
0,75
1,00
0,20
0,50
1,00
0,10
0,75
1,00
0,15
1,00
1,50
0,20
0,60
1,00
0,10
0,75
1,00
0,15
1,00
2,00
0,20
Appartementen
70-100m2 2
100-160m 2
>160m
Eengezinswoningen
70-100m2 2
100-160m 2
>160m
Zorgwoningen Zorgwoningen t/m ZZP 3
0,10
0,10
0,20
0,15
0,30
0,20
Zorgwoningen ZZP 4 t/m 10
0
0,10
0
0,15
0
0,20
0
0
0.05
0
0.1
0,05
Studentenwoningen Studentenwoning
17/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Bijlage 4.
Autoparkeernormen kantoren Opmerking
Eenheid
Centrum
Vooroorlogse wijken
Naoorlogse wijken
Aandeel bezoek
Groothandel
100 m2 bvo
0,15
0,25
0,55
85%
Showroom
100 m2 bvo
0,30
0,65
1,30
85%
Supermarkt
100 m2 bvo
1,50
2,20
2,90
85%
Winkel
100 m2 bvo
1,55
1,75
2,30
85%
Bedrijf
100 m2 bvo
0,45
0,70
1,45
15%
Kantoren zonder baliefunctie
100 m2 bvo
0,60
1,00
2,20
5%
Kantoren met baliefunctie*
100 m2 bvo
0,90
1,10
1,40
20%
Magazijn
100 m2 bvo
0,25
0,25
0,25
5%
Bedrijfsverzamelgebouw
100 m2 bvo
0,60
0,90
1,10
5%
Café/bar, strandtent
100 m2 bvo
2,00
3,50
5,00
90%
Cafetaria/lunchroom
100 m2 bvo
2,00
3,50
5,00
85%
Restaurant
100 m2 bvo
2,00
3,50
5,00
80%
Hotel/Hostel werknemers
100 m2 bvo
0,10
0,20
0,50
Hotel/Bed&Breakfast
Per kamer
0,25
0,50
0,50
Hostel
Per bed
0,05
0,10
0,10
Museum
100 m2 bvo
0,30
0,50
0,90
90%
Bibliotheek
100 m2 bvo
0,10
0,40
0,60
90%
Religiegebouw
per zitplaats
0,05
0,10
0,15
90%
Bioscoop/theater/schouwburg/congres Sociaal cultureel centrum / Wijkverenigingsgebouw
100 m2 bvo
2,10
2,20
4,50
90%
100 m2 bvo
1,00
1,00
1,00
90%
100 m2 bvo
0,60
2,00
2,70
80%
Sporthal
2
100 m bvo
1,15
1,80
2,30
95%
Sportveld
100 m2 terrein
0,15
0,15
0,15
95%
*Toeschouwers (indien van toepassing)
Toeschouwerplaats
0,10
0,10
0,10
100%
Ziekenhuis/medisch centrum
100 m2 bvo
3,15
3,45
4,30
65%
Verpleeghuis
100 m2 bvo
0,55
0,65
1,40
65%
Arts/maatschap
100 m2 bvo
2,85
2,85
2,85
65%
Primair onderwijs, inclusief gymzaal** Kinderdagverblijf
100 m2 bvo
0,10
0,25
0,50
Excl. K+R***
2
100 m bvo
0,50
0,50
1,00
Excl. K+R***
Middelbaar onderwijs
100 m2 bvo
0,10
0,15
0,40
ROC
100 m2 bvo
0,30
0,60
1,30
HBO/WO
100 m2 bvo
0,50
1,05
2,50
Avondonderwijs
10 Studenten
0,50
0,50
0,50
Begrafenis/ crematie
15
15
15
Functie
Opmerkingen
Winkelen
Werken
Horeca
Short stay valt onder woonnormen
Cultuur
Sportvoorzieningen Sportschool
Excl. toeschouwers* Excl. toeschouwers*
Zorgvoorzieningen
Onderwijs
Overig Begraafplaats/crematorium
98%
* Norm wordt alleen over het betreffende deel van het bvo toegepast waar balie functie gevestigd is. ** Enkel voor eigen gebruik en kleinschalige sport. *** K+R voorziening Conform CROW publicatie 317 (of meer recente versie).
18/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Bijlage 5.
Functie
Aanwezigheidspercentages CROW 317
Moment
werkdag- werkdagochtend middag
werkdagavond
werkdagnacht
koopavond 1)
zaterdagmiddag
zaterdagavond
zondagmiddag
woningen bewoners
50%
50%
90%
100%
80%
60%
80%
70%
woningen bezoekers
10%
20%
80%
0%
70%
60%
100%
70%
kantoor/bedrijven
100%
100%
5%
0%
5%
0%
0%
0%
commerciële dienstverlening
100%
100%
5%
0%
75%
0% 2)
0%
0%
detailhandel
30%
60%
10%
0%
75%
100%
0% 3)
0% 4)
grootschalige detailhandel
30%
60%
70%
0%
80%
100%
0% 3)
0% 4)
supermarkt
30%
60%
40%
0%
80%
100%
40%
60%
sportfuncties binnen
50%
50%
100%
0%
100%
100%
100%
75%
sportfuncties buiten
25%
25%
50%
0%
50%
100%
25%
100%
horeca
30%
40%
90%
0%
95%
70%
100%
70%
bioscoop/theater/ podium/enzovoort
5%
25%
90%
0%
90%
40%
100%
40%
sociaal medisch: arts/therapeut/ consultatiebureau
100%
75%
10%
0%
10%
10%
10%
10%
100%
100%
50%
25%
50%
100%
100%
100%
60%
100%
60%
5%
60%
60%
60%
60%
75%
100%
40%
25%
40%
40%
40%
40%
dagonderwijs
100%
100%
0%
0%
0%
0%
0%
0%
avondonderwijs
0%
0%
100%
0%
100%
0%
0%
0%
verpleeghuis/ verzorgingstehuis ziekenhuis: patiënten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers
19/20
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10169884
Bijlage 6.
Gebied
Maximale loopafstanden naar alternatieve parkeervoorzieningen
Autoparkeren voor
Autoparkeren voor
Kortparkeren (<2uur) voor
bewoners
werknemers
bezoekers
Centrum
800 m
800 m
500 m
Vooroorlogs
500 m
500 m
300 m
Naoorlogs
300 m
300 m
100 m
20/20