20210715-RIS309056 derde wijz Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
15 juni 2021
OCW/10107188 RIS309056
Voorstel van het college inzake Verordening tot derde wijziging van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 Toelichting Op grond van de onderwijswetgeving voor het basis-, speciaal en voortgezet onderwijs stelt de gemeenteraad bij verordening criteria en normen vast voor de bekostiging van voorzieningen in de onderwijshuisvesting. Hiertoe heeft uw raad de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 vastgesteld en daarna nog tweemaal gewijzigd. De voorgestelde wijziging van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 voor het jaar 2021 betreft zes inhoudelijke wijzigingen en verder enkele technische wijzigingen ter verduidelijking van de bestaande regelgeving en herstel van omissies.
De inhoudelijke wijzigingen betreffen (1) de verplichting om behalve bij nieuwbouw ook in geval van revitalisering, renovatie of uitbreiding van schoolgebouwen te zorgen voor rolstoelvriendelijke gebruiksmogelijkheden, (2) de verplichting om op het moment van aanbesteden een financieel haalbaar bouwplan te hebben, (3) de vergoeding van inefficiënt vloeroppervlak in geval van renovatie met aansluitende nieuwbouw, (4) de vertaling van leerachterstanden in extra ruimtebehoefte van basisscholen, (5) de wijziging van de grondslag voor indeling en vergoeding van gymnastiekuren voor basisonderwijs en (6) de wijziging van de berekening ruimtebehoefte van het speciaal (basis)onderwijs. De belangrijkste verduidelijking van de bestaande regelgeving betreft de uitwerking van het begrip ‘extra, locatiegebonden bouwkosten’ en de vergoedingsmogelijkheid van ontwerpkosten in geval stopzetting van een bouwvoorbereiding. Verder zijn de normbedragen volgens de daarvoor van toepassing zijnde rekenmethode bijgesteld naar prijspeil 2021. De wijziging van deze verordening heeft voor de al ontvangen aanvragen waarop nog niet beslist is geen negatieve gevolgen. Alle aanvragen voor bekostiging in 2022 zijn conform de regelgeving uiterlijk 31 januari 2021 door ons ontvangen. Op deze aanvragen moet in 2021 worden beslist.
Voor alle schoolbesturen zullen de wijzigingen niet negatief uitvallen wanneer deze verordening van kracht is op 1 januari 2021.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
Ad (1): in de Agenda ‘Vanzelfsprekend toegankelijk’ voor een Toegankelijk Den Haag 2020-2022 (RIS 306630) is opgenomen dat het waarborgen van de toegankelijkheid van het onderwijs een wettelijke verplichting voor de instellingen is, zoals ook blijkt uit het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de wetgeving inzake passend onderwijs. In geval van nieuwbouw is de toegankelijkheid en het gebruik van schoolgebouwen gewaarborgd vanuit de voorschriften van het Bouwbesluit, van toepassing voor het verkrijgen van omgevingsvergunning. Deze waarborg ontbreekt (ten dele) in geval van renovatie in plaats van nieuwbouw, revitalisering van erkende monumenten en uitbreiding van schoolgebouwen. Daarom stellen wij voor de toegankelijkheid van schoolgebouwen thans als voorwaarde voor bekostiging van deze voorzieningen in de Verordening op te nemen. Daarmee wordt verder invulling gegeven aan actiepunt 1 uit ambitie 5 van de lokale Agenda. Analoog aan de afdoening d.d. 19 maart 2020 van uw desbetreffende motie (RIS 304558) hanteren wij hierbij het begrip ‘rolstoelvriendelijk’. Voor aanpassing van bestaande schoolgebouwen ontvangen de schoolbesturen een materiële instandhoudingsvergoeding van het Rijk. Dit betekent dat de schoolbesturen financieel verantwoordelijk zijn voor het toegankelijk maken van bestaande schoolgebouwen voor mindervalide leerlingen en personeelsleden.
Ad (2): wij achten het van belang dat schoolbesturen (bouwopdrachtgever) en het college (subsidieverstrekker) op basis van de bouwbegroting gezamenlijk concluderen dat geen financieel dekkingstekort blijkt op het moment dat marktpartijen op het werk gaan inschrijven. Wij stellen voor dit nu expliciet als toets in het proces op te nemen. Een deugdelijke begroting zorgt ook voor onderbouwing om een niet-passende aanbieding van de inschrijver terzijde te kunnen leggen. Ad (3): bij de afdoening van uw motie ‘Renovatie tenzij’ (RIS 304563) hebben wij aangekondigd over een voorkeur voor renovatie in gesprek te gaan met de schoolbesturen. Uit dat gesprek is nadrukkelijk gebleken dat schoolbesturen hierin niet verder willen gaan dan de onderzoeksinspanning voor de limitatieve (B-)lijst van schoolgebouwen als vermeld in het door uw raad vastgestelde IHP 2020-2030 (RIS 304176). Dit omdat bij renovatie moet worden ingeleverd op het onderwijsbelang, dat vraagt om functionele en exploitabele huisvesting passend bij het onderwijs van deze tijd. Behoudens de (A-)lijst van erkende Rijks- en gemeentelijke monumenten moet renovatie dus uitzondering blijven en niet de regel. Wij hebben begrip voor deze redenering.
Wel hebben wij uw raad in de commissievergadering van 10 september 2020 toegezegd met maatwerkvoorstellen te komen om de haalbaarheid te vergroten van projecten waarvoor (partiële) renovatie onderzocht wordt. Hieraan geven wij invulling met het voorstel om bij projecten bestaande uit renovatie van oudbouw met aansluitende nieuwbouw, oog te hebben voor de soms gedateerde en gebrekkige functionaliteit van het te behouden bouwdeel. Dit opent de mogelijkheid om in de aansluitende nieuwbouw ter compensatie meer m² vloeroppervlak voor vergoeding in aanmerking te brengen, zonder consequenties ten aanzien van het maximumaantal te huisvesten leerlingen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om in specifieke gevallen locatiegebonden meerkosten boven het normatieve bouwbudget te vergoeden. Op die manier kan bijvoorbeeld tegemoetgekomen worden aan de vaak hoge kosten die gepaard gaan met het aansluiten van nieuwbouw op de maatvoering van de te renoveren oudbouw. Het normatieve vergoedingsstelsel als uitgangspunt vinden wij belangrijk mede omdat dit borgt dat alle bouwende schoolbesturen, ongeacht signatuur of situering van hun scholen in de stad, onder gelijke omstandigheden aanspraak maken op eenzelfde bouwbudget. Blijkt een mix van norm en aanvullend maatwerk noodzakelijk, dan bewaken wij uiteraard een redelijke, te verantwoorden verhouding daartussen.
2/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
Soms moet de conclusie luiden dat een bouwopgave te complex is en daarmee te duur en dus onhaalbaar. Gemaakte ontwerpkosten worden dan in redelijkheid met het schoolbestuur afgerekend. De zeer recente aanbestedingsresultaten van een vijftal Haagse scholenbouwprojecten wijzen er niet op dat de normbedragen uit de Verordening thans opgehoogd moeten worden, behoudens de van toepassing zijnde indexering (+6,38 %) voor het jaar 2021. De gunstige aanbestedingsresultaten van de afgelopen tijd breken in belangrijke mate de ‘boeggolf’ van bouwprojecten die nog van start moeten gaan. Ad (4): de Verordening kent voor de ruimtebehoefte en de eerste inrichting onderwijsleerpakket van het basisonderwijs een toeslag in verband met de gewichtensom van leerlingen in een achterstandssituatie. Sinds 1 augustus 2019 behoeven scholen echter geen gewicht van nieuwe leerlingen meer te registreren, aangezien vanaf schooljaar 2019-2020 de middelen voor het onderwijsachterstandenbeleid verdeeld worden op grond van een CBS-indicator (achterstandsscore) welke gebruikmaakt van centrale registerdata. Extra huisvesting voor achterstandsleerlingen kan daardoor niet meer worden berekend op de tot nu toe gehanteerde wijze en dreigde daarmee weg te vallen.
Om dit te ondervangen stellen wij een nieuwe berekeningswijze voor met gebruikmaking van de jaarlijkse CBS-achterstandsscore en een landelijk ontwikkeld opslagpercentage van 7,17% welke opgenomen is in de VNG-modelverordening. De uitkomsten per school laten geen grote verschillen zien ten opzichte van de berekeningen uit het verleden. Zodoende blijven scholen met achterstandsleerlingen, ondanks het afschaffen van de aloude gewichtenregeling, verzekerd van extra ruimte voor bijvoorbeeld kleinere groepen en individuele begeleiding. Ad (5): de berekening van het jaarlijks in te delen en te vergoeden aantal gymnastiekuren van het basisonderwijs vindt plaats aan de hand van een normatieve indeling in groepen onderbouw (leerjaren 1 en 2, aangewezen op speellokalen) en bovenbouw (groepen 3 tot en met 8, aangewezen op gymnastiekruimte) per school. De huidige indeling sluit niet meer aan bij de praktijk. De voorgestelde splitsingstabel voorziet in een reële verhouding tussen onder- en bovenbouw. De consequentie hiervan is dat het aantal in te delen en te vergoeden gymnastiekuren zal stijgen met circa 3%. Dit zal echter niet leiden tot een extra investeringsbehoefte voor gymnastiekzalen. Ad (6): de uitkomst van de berekening ruimtebehoefte van het speciaal (basis)onderwijs wordt op een ongebruikelijke wijze afgerond.
Met de voorgestelde rekenkundige wijze van afronding wordt dit hersteld. Besluitvorming Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 8 juni 2021, gelet op: artikel 102 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra, artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 149 van de Gemeentewet,
3/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
-
notitie “Onderwijshuisvesting in Den Haag: op weg naar een stedelijk integraal huisvestingsplan” (RIS 301793), Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs Den Haag 2020-2030 (RIS 304176), Vanzelfsprekend toegankelijk; agenda voor een toegankelijk Den Haag 2020-2022 (RIS 306630),
besluit vast te stellen de volgende Verordening tot derde wijziging van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015: Artikel I De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015 wordt gewijzigd als volgt: A In artikel 1.1 worden de volgende begripsomschrijvingen gewijzigd als volgt: d. advies Onderwijsraad: een advies van de Onderwijsraad over de vaststelling van het programma in relatie tot de vrijheid van richting en inrichting, als bedoeld in artikel 95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs; f. beslissing gedeputeerde staten: de beslissing van gedeputeerde staten in een geschil als bedoeld in artikel 110, tweede lid van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108, tweede lid van de Wet op de expertisecentra en artikel 76u, tweede lid van de Wet op het voortgezet onderwijs; h. eigendomsoverdracht: de eigendomsoverdracht als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76u van de Wet op het voortgezet onderwijs; j. gezamenlijke akte: de akte als bedoeld in artikel 110 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 108 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76u van de Wet op het voortgezet onderwijs; y.
nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht. B In artikel 1.4, vierde lid, wordt na de eerste volzin ingevoegd de zin: Dit stelt het bevoegd gezag in staat de bouwkosten te voldoen vanwege door het college gestelde randvoorwaarden op het gebied van stedenbouw en welstand, een beperkt beschikbare bouwkavel, buitengewone bouwplaatskosten, het aansluiten van nieuwbouw op de maatvoering van een te handhaven gebouw(deel) en overige kosten die samenhangen met onvermijdelijke locatiegebonden omstandigheden, alle zulks ter goedkeuring van het college. C Artikel 5.2, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt: 1. Met betrekking tot voorzieningen als bedoel in artikel 5.1 dient de aanvrager met inachtneming van de eventueel hierover op grond van het overleg als bedoeld in artikel 5.1 gemaakte afspraken, voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht, de bouwtekeningen bestaande uit de situatietekening, de
4/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
doorsneden, de gevels, de plattegronden met de functie per ruimte, een opgave van het te realiseren bruto vloeroppervlak en het aantal lokalen, de omgevingsvergunning indien benodigd en de desbetreffende stichtingskostenbegroting conform NEN 2631 ter instemming in bij het college. Met betrekking tot de voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen als bedoeld in artikel 1.2, onder a sub 1, 2, en onder d omvat het bouwplan in ieder geval de nodige maatregelen die ertoe leiden dat het schoolgebouw rolstoelvriendelijk is, een en ander in lijn met het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap en de wetgeving inzake passend onderwijs.
D
E
F
G
De aanvrager overlegt met inachtneming van de eventueel hierover gemaakte afspraken als bedoeld in artikel 5.1 aan het college tevens minimaal drie aan de aanvrager uitgebrachte offertes of inschrijvingsbiljetten met proces verbaal van aanbesteding, voorzien van de inschrijfbegroting van de geselecteerde partijen voor de uitvoering van de voorziening. Het opvragen van offertes of de inschrijving op het werk vindt niet eerder plaats dan nadat de aanvrager jegens het college op basis van een begroting van de stichtingskosten heeft aangetoond dat realisatie van de bouw gekwalificeerd kan worden als financieel haalbaar. Voor de vaststelling van het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de voorziening is de offerte of het inschrijvingsbiljet met de laagste prijsstelling dan wel de economisch meest voordelige inschrijving (EMVI) bepalend. In artikel 8.4, vijfde lid, wordt na de eerste volzin ingevoegd de zin: Eenzelfde aanspraak heeft de aanvrager aan wie niet eerder een bouwvoorbereiding is toegekend.
In bijlage III, deel B, onder 1.1 en onder 2.1, wordt na de eerste alinea ingevoegd de volgende zin: Betreft een aanvraag voor opneming op het programma een te handhaven lesgebouw(deel) met een ondoelmatige verhouding tussen bruto en netto vloeroppervlak als onderdeel van een te realiseren voorziening met een permanente bouwaard, dan kan het college op verzoek van het bevoegd gezag besluiten een fictief aantal groepen te hanteren als grondslag voor bekostiging overeenkomstig bijlage IV, deel A. In bijlage III, deel B, onder 1.1, wordt “De formatie die aan basisscholen wordt toegekend is opgebouwd uit de bestanddelen formatie onderbouw (A), formatie bovenbouw (B), kleine scholentoeslag (C) en schoolgewicht (D)” vervangen door: De formatie die aan basisscholen wordt toegekend, is opgebouwd uit de bestanddelen formatie onderbouw (A), formatie bovenbouw (B) en kleine scholentoeslag (C). Bijlage III, deel B, onder 1.1, onder a. komt te luiden: a. Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor blijvend gebruik bestemde voorziening voor een basisschool: G=A+B+C waarbij: G = de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond. A = het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 0,0503. Het verkregen
5/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
H
getal A wordt niet afgerond. B = het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 0,0345. Het verkregen getal B wordt niet afgerond. C = (280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06)) x 0,0056. Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal C wordt niet afgerond. Bijlage III, deel B, onder 1.1, onder b. komt te luiden: b. Formule ten behoeve van de bepaling van de omvang van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening voor een basisschool: G=A+B+C+D+E+F
I
J K L M
waarbij: G = de ruimtebehoefte van de school uitgedrukt in een aantal groepen. Het verkregen getal G wordt rekenkundig afgerond. A = het aantal leerlingen van 4 tot en met 7 jaar dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 0,0503. Het verkregen getal A wordt niet afgerond. B = het aantal leerlingen van 8 jaar en ouder dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 0,0345. Het verkregen getal B wordt niet afgerond. C = (280 minus (het totaal aantal leerlingen dat op de laatst bekende teldatum 1 oktober op de school is ingeschreven, vermenigvuldigd met 2,06)) x 0,0056. Indien de uitkomst van deze berekening negatief is, wordt de factor C op 0 bepaald. Het verkregen getal C wordt niet afgerond. D = de achterstandsscore met drempel van de school op de laatst bekende teldatum 1 oktober x 0,0179 x 0,0717 (= 7,17%). Het verkregen getal D wordt niet afgerond. E = aanvullende formatie op grond van bijzondere omstandigheden, toegekend op basis van artikel 120, derde lid, van de Wet op het primair onderwijs. Het verkregen getal E wordt afgerond op de wijze als vermeld in de desbetreffende Rijksregeling.
F = formatie leidend tot aanvullende ruimtebehoefte op grond van de door het college voor vier jaren vastgestelde Haagse Educatieve Agenda (ten behoeve van neveninstroom, schakelklassen en leerkansenprofiel). Het verkregen getal F wordt niet afgerond. In bijlage III, deel B, onder 1.1 Speciale school voor basisonderwijs, onder 1.2 Speciale school voor basisonderwijs, onder 1.3 Speciale school voor basisonderwijs en onder 2.1 Lesgebouwen, wordt “groter is dan 5” vervangen door: 5 is of hoger. In bijlage III, deel B, onder 2.2 Gymnastiekruimten, wordt “hoger is dan 5” vervangen door: 5 is of hoger. In bijlage III, deel B, onder 1.2 School voor basisonderwijs, wordt “(conform artikel 38 en 39 van de verordening)” vervangen door: (conform artikel 13.1 en 13.2) In bijlage III, deel B, onder 1.2 School voor basisonderwijs, wordt “G = (A+B+C+D) / 179” vervangen door: G = A+B+C+D In bijlage III, deel B, onder 1.2, wordt Tabel 5 “Splitsingstabel aantal groepen leerlingen (G)” vervangen door de volgende tabel:
6/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
Tabel 5 “Splitsingstabel aantal groepen leerlingen (G)” Deze tabel geeft inzicht in de genormeerde splitsing van het aantal groepen leerlingen (G) in groepen leerlingen 1 en 2 en groepen leerlingen 3 tot en met 8 ten behoeve van het onderwijs in de lichamelijke oefening.
Aantal groepen per school (G)
Aantal groepen leerlingen 1 en 2
Aantal groepen leerlingen 3 t/m 8
2
1
1
3
1
2
4
1
3
5
2
3
6
2
4
7
2
5
8
2
6
9
3
6
10
3
7
11
3
8
12
3
9
13
4
9
14
4
10
15
5
10
16
5
11
17
6
11
7/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
18
6
12
19
6
13
20
6
14
21
6
15
22
7
15
23
7
16
24
7
17
25
7
18
26
8
18
27
8
19
28
8
20
29
8
21
30
9
21
31
9
22
32
9
23
33
10
23
34
10
24
35
10
25
36
11
25
37
11
26
8/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
38
11
27
39
11
28
40
12
28
41
12
29
42
12
30
43
13
30
44
13
31
45
13
32
46
13
33
47
14
33
48
14
34
49
14
35
50
14
36
Voor de vaststelling van de structurele noodzaak van een accommodatie voor een basisschool wordt het aantal groepen bepaald aan de hand van de prognose als bedoeld in bijlage II. In die gevallen waarin het college goedkeuring heeft verleend om ten behoeve van het speelonderwijs aan één of meer onderbouwgroepen (groepen 1 en 2) gebruik te maken van de gymnastiekruimte van de basisschool, worden voor de bepaling van het maximaal aantal klokuren dat voor vergoeding in aanmerking komt, de onderbouwgroepen beschouwd als bovenbouwgroepen. N O P
In bijlage III, deel B, wordt onder 1.3 School voor basisonderwijs, onder a, “G = (A+B+C+D) / 179 + E” vervangen door: G = A+B+C+D+E. In bijlage III, deel B, wordt onder 1.3 School voor basisonderwijs, onder b, “G = (A+B+C) / 179” vervangen door: G = A+B+C. In bijlage III, deel B, vervalt in 2.1: “(artikel 14 Formatiebesluit WEC)”.
9/10
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
OCW/10107188
Q R
In bijlage III, deel B, onder 2.2 wordt “nieuwe accommodatie” vervangen door: accommodatie. In bijlage III, deel B, onder 3.1, wordt na de derde alinea ingevoegd: Betreft een aanvraag voor opneming op het programma een te handhaven lesgebouw(deel) met een ondoelmatige verhouding tussen bruto en netto vloeroppervlak als onderdeel van een te realiseren voorziening met een permanente bouwaard, dan kan het college op verzoek van het bevoegd gezag besluiten een fictief bruto vloeroppervlak te hanteren als grondslag voor bekostiging overeenkomstig bijlage IV, deel A.
Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 2021. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 15 juli 2021. De griffier,
De voorzitter,
10/10