CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20210701-RIS308990 Voorstel van het college inzake Plan van nieuwe basisscholen 2022-2025

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake plan van nieuwe basisscholen 2022-2025 (RIS308990)1.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Registratienummer

8 juni 2021

OCW/10104981 RIS308990

Voorstel van het college inzake Plan van nieuwe basisscholen 2022-2025 1. Inleiding Op 1 februari 2021 is de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen voor het basisonderwijs in werking getreden (Stb. 2020, 160). Artikel 194e Overgangsrecht plan van scholen bepaalt dat na inwerkingtreding van deze wet nog éénmaal vaststelling plaatsvindt van een plan van scholen volgens de oude wet (titel IV, afdeling 2). Hiertoe dient dit voorstel aan de raad. Stichting en bekostiging van het basisonderwijs behoort op grond van artikel 69 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) grotendeels tot de verantwoordelijkheid van het rijk. In de stichtingsprocedure -zoals deze voor 1 februari 2021 luidde- is echter ook gemeentelijke besluitvorming aan de orde. De gemeenteraad dient namelijk aanvragen tot stichting die voor 1 februari van een kalenderjaar zijn ingediend, te toetsen aan de voorgeschreven wettelijke regels. De artikelen 73 tot en met 85 van de WPO regelen de aanvang van de bekostiging van nieuwe basisscholen. Bekostiging door het rijk vindt alleen plaats indien de desbetreffende school voorkomt op het door de gemeenteraad voor 1 augustus vast te stellen “Plan van nieuwe basisscholen”. Dit plan bevat telkens drie schooljaren, dit jaar beginnend met het schooljaar 2022-2025.

In een ‘Plan van nieuwe basisscholen’ dienen nieuwe verzoeken te worden bezien, scholen uit een voorgaand plan te worden opgenomen voor zover deze nog niet voor rijksbekostiging in aanmerking zijn gebracht of nog niet daadwerkelijk zijn gestart, en scholen te worden opgenomen, waarvan de bekostiging in een beroepsprocedure alsnog door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is goedgekeurd (al dan niet na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State). Het plan behoeft na het besluit van de gemeenteraad namelijk de goedkeuring van de Minister, deze beslist voor 1 januari voorafgaande aan de planperiode (artikel 79, derde lid, WPO). Dit jaar is er één aanvraag ontvangen van de Stichting John Henry Newmanschool voor een Tridentijns-Katholieke basisschool in Den Haag. Daarover gaat dit raadsvoorstel. We gaan eerst in op de wettelijke procedure die volgens het overgangsrecht moet worden doorlopen en vervolgens op de aanvraag. 2. Wettelijke procedure Het “Plan van nieuwe basisscholen” vermeldt in ieder geval welke scholen bij de aanvang van het eerste schooljaar in de planperiode voor bekostiging in aanmerking komen en de reden waarom de overige scholen daarvoor niet in aanmerking komen.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10104981

In artikel 75 WPO (voor openbare scholen) en artikel 76 WPO (voor bijzondere scholen) wordt aangegeven welke gegevens nodig zijn om een aanvraag te kunnen toetsen: een prognose van het te verwachten aantal leerlingen; de beschrijving van het voedingsgebied; de aanduiding van de plaats binnen de gemeente waar het onderwijs gegeven moet worden; de voorgestelde datum van ingang van de bekostiging; bij bijzondere scholen: de richting van de desbetreffende school. Met betrekking tot de prognose is door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een regeling vastgesteld (laatstelijk gewijzigd op 13 december 2013) waarin gemeld wordt waaraan de prognose dient te voldoen (“Regeling modelprognose primair onderwijs 2013”). Het model voor het verstrekken van de prognose dient een model te zijn dat voldoet aan het Programma van eisen waarnaar verwezen wordt in de modelverordening voor de huisvesting van de VNG. Dit programma van eisen is ook opgenomen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Den Haag 2015. In de modelprognose wordt op basis van diverse demografische gegevens van het voedingsgebied een berekening gemaakt van het aantal leerlingen gedurende 20 jaar vanaf de datum van ingang van de bekostiging.

De prognose dient tevens de volgende gegevens te bevatten: -het belangstellingspercentage van de desbetreffende richting binnen de gemeente (de indirecte meting) (artikel 76, tweede lid onder b, WPO), of als die richting nog niet voorkomt binnen de gemeente (artikel 76, tweede lid onder a, WPO): -het belangstellingspercentage voor het basisonderwijs van die richting in een vergelijkbare gemeente. In artikel 75, vijfde lid onder 7, WPO is opgenomen dat de prognose tevens gegevens kan bevatten naar aanleiding van een directe meting. Met name kan dit van belang zijn voor het onderbouwen van door een schoolbestuur aangenomen afwijkingen ten opzichte van een van de twee wettelijk voorgeschreven belangstellingspercentages. In de hiervoor genoemde “Regeling modelprognose primair onderwijs 2013” zijn voorwaarden gesteld aan (het mogen toepassen van) dergelijke directe metingen. Bovendien is de directe meting als aanvullende methode bedoeld voor het geval de over te leggen prognose via de indirecte meting onvoldoende gegevens oplevert voor de bepaling van de behoefte aan een school. Een directe meting komt niet zonder meer in de plaats van het gemeentelijke belangstellingspercentage of het belangstellingspercentage van die richting in een vergelijkbare gemeente.

Aan de hand van deze wettelijke toetsingscriteria neemt de gemeenteraad in elk geval een bijzondere school in het plan van nieuwe basisscholen op, indien er op grond van bij het verzoek overgelegde gegevens aannemelijk is, dat de school binnen vijf jaar vanaf de aanvangsdatum van de bekostiging en voorts gedurende 15 jaar na die periode van vijf jaar zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de betreffende gemeente geldende stichtingsnorm (artikel 77, eerste lid, WPO). Hierbij mogen geen leerlingen meegeteld worden, die wonen binnen een redelijke afstand van een school van dezelfde richting en waarvoor plaatsruimte aanwezig is (artikel 78 WPO). Voor de gemeente Den Haag is de stichtingsnorm voor een school voor basisonderwijs 333 leerlingen. Indien de gemeente een nieuwe basisschool weigert op te nemen op het plan van nieuwe basisscholen, kan het schoolbestuur administratief beroep instellen bij de Minister (artikel 80, eerste lid, WPO). Indien ook de Minister weigert goedkeuring te verlenen, kan het schoolbestuur op basis van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

2/3

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

OCW/10104981

Tegen het besluit van de Minister inzake de goedkeuring of inzake het administratief beroep kan eveneens door de gemeente beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien het schoolbestuur in beroep door de Minister of de Afdeling bestuursrechtspraak in het gelijk wordt gesteld, neemt de gemeenteraad de school op het eerstvolgende Plan van nieuwe basisscholen op (artikel 80, tweede lid, WPO). 3. De aanvraag van de John Henry Newmanschool Op 22 januari 2021 is een aanvraag ontvangen van de Stichting Rooms-Katholiek Basisonderwijs John Henry Newmanschool uit Tilburg voor het stichten van een Tridentijns-Katholieke basisschool in Den Haag. Omdat de aanvraag niet compleet was, is aanvullende informatie gevraagd, conform artikel 76 van de WPO. Dat de aanvraag niet compleet was, was overigens al door het schoolbestuur zelf erkend in haar aanvraag. Het schoolbestuur heeft gelegenheid gehad om de aanvullende gegevens vóór 1 april 2021 in te zenden. Aangezien wij geen aanvullende gegevens hebben ontvangen om de aanvraag compleet te maken, dient de aanvraag op grond van artikel 76, tweede lid onder b, buiten behandeling te worden gelaten. 4.

Scholen op het vorige plan van scholen Op grond van het tweede lid van artikel 194e van de Wpo, wordt een school die wel op een vorig plan van scholen is opgenomen, maar nog niet is gestart op 1 augustus 2021, aangemerkt als een school waarvoor de minister op grond van artikel 75, derde lid, zoals luidend op de dag van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel D, van de Wet (1 februari 2021), heeft beslist dat zij voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht. Dat betreft voor Den Haag twee scholen. Op het vorig Plan van Scholen (2021-2024) is een algemeen bijzondere basisschool van de Stichting SEVA World School in het stadsdeel Laak en een interconfessionele (protestants-christelijke/rooms-katholieke) basisschool van de Lucas Onderwijs in het nieuwe woongebied Binckhorst opgenomen. Deze scholen hoeven daarom ook niet op een plan van scholen te worden opgenomen door de raad. 5. Besluit Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 8 juni 2021, Besluit: I. de aanvraag van de Stichting Rooms-Katholiek Basisonderwijs John Henry Newman voor een Tridentijns-Katholieke basisschool in Den Haag buiten behandeling te laten, op grond van artikel 76 WPO. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 1 juli 2021. De griffier,

De voorzitter,

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10212376/3