20210701-RIS308935 Voorstel van het college inzake Vaststelling bestemmingsplan Brasserskade
Tekst van het document
26/32
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/1261321
Tekening 3|:bezonningseffecten berekend op meerdere tijden in de ochtenduren op 21 december
Verder leidt de nieuwbouw jaarrond niet tot enige schaduwwerking op de gevels van de woningen aan de Henricuskade. In de bijlagen bij dit voorstel is dit bezonningsonderzoek opgenomen. Ad 5. De hoogte van het hoofdgebouw. Het hoofdgebouw is gedeeltelijk één bouwlaag en gedeeltelijk drie bouwlagen. Mede gelet op de afstand van het hoofdgebouw tot de woningen aan de Henricuskade (59,5 meter) achten wij 3 bouwlagen, oftewel 12 meter als maximale bouwhoogte aanvaardbaar. Het door bewoners van de Henricuskade voorgestelde deels verhogen van het gedeelte met één bouwlaag tot twee bouwlagen en daarbij verlagen van het deel van drie bouwlagen tot twee bouwlagen is binnen het programma van eisen, dat aan de nieuwbouw ten grondslag ligt niet mogelijk en heeft voorts een grotere impact op de natuurlijke biotoop van de nabij gelegen monumentale boerderij. Daarbij heeft de hoogte van het kantoorpand nauwelijks gevolgen voor de bezonning van de woningen aan de Henricuskade. Zoals uit het onder ad 4. aangehaalde bezonningsonderzoek blijkt is slechts in de winterperiode sprake van een beperkte schaduwwerking op de gevels van deze woningen. Bij het verhogen van het een bouwdeel met een bouwlaag tot twee bouwlagen is de schaduwwerking op de monumentale boerderij aan de Brasserskade 237 echter aanmerkelijk groter. Ad 6. De dakbedekking van het kantoorpand.
Door het voornemen op de dakbedekking zonnepanelen te plaatsen om te voldoen aan de eisen van energiezuinigheid is het niet mogelijk deze daken met “groen” te bekleden. Wel zal de naar de Henricuskade gekeerde zijmuur van de schietbaan als een groene wand uitgevoerd worden.
27/32
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/1261321
Ad 7. De inrichting van het parkeerterrein. Mede gegeven de wens waar mogelijk gezonde bomen zoveel als mogelijk te behouden is de inrichting van het parkeerterrein op onderdelen aangepast. Uit een aanvullend onderzoek van de architect is echter gebleken dat een tevens door de bewoners in het overleg voorgestelde schuine situering van de parkeervakken, bij behoud van het aantal parkeerplaatsen, niet leidt tot een kleiner verhard oppervlakte, terwijl het wel, door de alsdan verplichte rijrichtingen leidt tot meer verkeersbewegingen op het terrein. Zoals onder ad 1. is aangegeven leidt de gewijzigde situering ertoe dat het bouwplan circa 6 meter verschuift in de richting van de naastgelegen monumentale boerderij op het perceel Brasserskade 237. Zoals op deze tekening is aangegeven bedraagt de afstand van het deel van het kantoorgebouw, dat uit één bouwlaag bestaat tot de bestaande boerderij 30,7 m, en tot het 8 m hoge bouwdeel, waarin de schietbaan en oefenruimte is opgenomen 35,2 m. Op onderstaande tekening is dit weergegeven.
Tekening4: straatprofiel Waterbuurt
Hoewel ook in deze situatie de huidige groenstrook tussen de voormalige tennisbaan en de perceelsgrens volledig in stand kan blijven is de eigenaar van deze boerderij over de aanpassingen geïnformeerd. Wij tekenen hierbij aan, dat het kantoor aan deze zijde beperkt is tot één bouwlaag. De naastgelegen schietbaan en oefenruimte zijn ten opzichte van het kantoor, mede naar aanleiding van het overleg met deze eigenaar, nog 4,5 m teruggelegd vanaf de boerderij. De bovenstaande uitkomsten van het onderzoek naar de mogelijkheden tot aanpassing van het bouwplan kunnen onze instemming hebben. Wij zijn van mening, dat met de aanpassingen ten opzichte van de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen bebouwingsmogelijkheden een goede en evenwichtige balans gevonden is.
28/32
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/1261321
Een balans tussen enerzijds het algemeen belang, dat gediend is met de realisatie van dit politiekantoor op deze strategische ligging ten opzichte van het (openbaar) bestuurscentrum in het hart van onze gemeente alsmede het vliegveld Rotterdam-The Hague en de Rotterdamse havens, als anderzijds de belangen van de omwonenden. Gelet op voorgaande reactie stelt het college de raad voor om de zienswijzen deels gegrond en deels ongegrond te verklaren. Ingekomen reactie van het Hoogheemraadschap Delfland. Per email op 30 december 2019 is reactie ingekomen van het Hoogheemraadschap Delfland, luidende als volgt: Regels – voorwaardelijke bepaling In regel 4.2.1 is de volgende bepaling opgenomen; 4. voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient aanvrager met het Hoogheemraadschap te overleggen over te treffen voorzieningen welke negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundig systeem ter plaatse te voorkomen of adequaat compenseren dan wel aan te tonen dat hiervoor een watervergunning is verleend. Wij vinden deze bepaling niet voldoende specifiek. Kan het overleg met het Hoogheemraadschap aangepast worden naar ‘een positief advies’.
En kan ‘dan wel aan te tonen dat hiervoor een watervergunning is verleend’, aangepast worden naar ‘indien gekozen wordt voor compensatie door het graven van extra oppervlaktewater, dient aangetoond te worden dat hiervoor een watervergunning is verleend’. Waterkwantiteit Eerder is een waterparagraaf toegevoegd met daarin een beschrijving van de vereist (verwachte) compensatie van verharding. Deze komt echter niet terug in de toelichting. Kunt u een beschrijving van de benodigde compensatie van verharding toevoegen? Er wordt niet verwezen naar de beschrijving in de m.e.r.-beoordeling, maar deze is dan ook onjuist. Deze is naar aanleiding van onze eerdere opmerkingen (in de mail van 5-4-2019), niet aangepast. Ook missen we de beschrijving van het beheer en onderhoud. Deze stond ook in de eerder toegestuurde waterparagraaf. Klimaatadaptatie Er staat een korte toelichting over klimaatadaptatie. Deze vinden wij niet voldoende specifiek. Kan toegevoegd worden hoe in dit plan rekening gehouden wordt met onder andere extreme buien, waterop-straat, hitte en droogte? Ten aanzien van deze reactie heeft overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap. Daarbij is aangegeven, dat de reactie niet als formele zienswijze bedoeld is. Voorts kan het Hoogheemraadschap bij nadere overweging alsnog instemmen met de redactie van regel 4.2.1.
Aan de opmerkingen met betrekking tot de tekst in hoofdstuk 3.5.6 van de toelichting stellen wij u voor tegemoet te komen door hieraan ambtshalve de onder Staat van Wijzigingen vermelde in overleg met het Hoogheemraadschap opgestelde tekst toe te voegen. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een politiekantoor, alsmede in de aanleg van de daarvoor benodigde parkeergelegenheid, die deels inpandig en deels onoverdekt zal worden gerealiseerd. In dit kader dient beoordeeld te worden of er sprake is van een bouwplan als bedoeld in art.6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
29/32
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/1261321
Als bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt aangewezen een bouwplan voor: • de bouw van een of meer woningen; • de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; • de uitbreiding van een gebouw met ten miste 1.000 m2 bruto vloeroppervlakte met één of meer woningen; • de verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen, die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m² bruto vloeroppervlakte bedraagt; • de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m² Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro Indien sprake is van een bouwplan zoals bedoeld in art. 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen, tenzij kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan via: • een gemeentelijke grondexploitatie, waarbij sprake moet zijn van gemeentelijke gronduitgifte; • meerwaardesuppletie via de erfpachtcanon; • een anterieure overeenkomst met de eigenaar over de ontwikkeling. Het onderhavige plan betreft een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de Wro. Daartoe wordt het volgende overwogen.
Voorliggend plan omvat de realisatie van een kantoor ten behoeve van de nationale politie met bijbehorende parkeergelegenheid. De gemeente Den Haag heeft een anterieure overeenkomst als bedoeld in Afdeling 6.2 Grondexploitatie, Artikel 6.2.1 Bro met de initiatiefnemer gesloten, waarin de gemeentelijke kosten van medewerking volledig ten laste komen van de initiatiefnemer. Gezien het bovenstaande wordt de beoogde ontwikkeling economisch uitvoerbaar geacht. STAAT VAN WIJZIGINGEN Ambtshalve wijzigingen Toelichting Aan hoofdstuk 3.5.6. toe te voegen Het waterschap ziet er op toe dat bij het bebouwen van een terrein de waterhuishouding niet verslechterd wordt ten opzichte van de huidige situatie. Voor dit project is al in een vroeg stadium overleg geweest met het Hoogheemraadschap voor te treffen maatregelen. Daarbij is gekeken naar het huidige terrein en verharding. Dit is vergeleken met de bebouwing en verharding in de nieuwe situatie. Het doel van het Hoogheemraadschap is om de situatie te verbeteren en water zo veel mogelijk op locatie vast te houden en te bergen. Het hoogheemraadschap heeft hiervoor een watersleutel ontwikkeld waarin maatregelen getoetst worden die ook door hen beoordeeld en goedgekeurd worden, zodat water niet sneller en in grotere hoeveelheden dan eerst richting het oppervlaktewater stroomt.
30/32
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/1261321
Het zorgpunt over wateroverlast zou terecht zijn als er geen maatregelen genomen worden. Echter is bij dit project sprake van: Daken met groen waardoor regenwater vastgehouden wordt Het terrein wordt niet geheel verhard, maar zo veel mogelijk half verhard zodat regenwater op locatie kan infiltreren Er wordt een grote regenwater buffer toegepast die gedimensioneerd wordt conform de watertoets waardoor regen opgevangen wordt en gereduceerd afgevoerd wordt. Wanneer nodig zal extra oppervlaktewater aangelegd worden. Deze maatregelen maken dat in de nieuwe situatie er geen verslechtering optreedt bij een zelfde weerssituatie. Klimaatverandering leidt echter tot hevigere regenval en zou kunnen leiden tot meer overlast. Hiervoor moeten overal extra maatregelen genomen worden, maar dit wordt niet veroorzaakt door deze ontwikkeling. Aan de bijlagen behorende bij de toelichting toe te voegen: Bijlage 12 Landschapsplan Naar aanleiding van de zienswijzen. Toelichting: Aan de toelichting als bijlagen toe te voegen: • bezonningstudie d.d.
11-11-2020 Verbeelding: De verbeelding wat betreft de situering van de bestemmingen Groen en Maatschappelijk alsmede het in deze laatste bestemming aangeduide bouwvlak aan te passen overeenkomstig de maatvoering vermeldt in tekening 1 van dit voorstel en daarbij de maximaal toegestane bouwhoogte voor het bouwdeel waarin de schietbaan en oefenruimte worden gerealiseerd te bepalen op 8 m; Regels: Artikel 4.2 .1.4 van de regels als volgt te wijzigen: voorafgaand aan het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient aanvrager: a. met het Hoogheemraadschap te overleggen over te treffen voorzieningen welke negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundig systeem ter plaatse te voorkomen of adequaat compenseren dan wel aan te tonen dat hiervoor een watervergunning is verleend; b. met de bewoners van de woningen Henricuskade 133, 135, 137, 139, 141, 143 en 145 en Brasserskade 233 en 237 overleg te voeren omtrent een voor de op de bestemming Groen te realiseren beplantingsplan, dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan het bevoegd gezag voor het verlenen van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen;
31/32
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/1261321
BESLUITVORMING Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 1 juni 2021, Gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, Besluit: met overneming van de door het college in het hiervoor vermelde voorstel aangegeven overwegingen, welke worden geacht deel uit te maken van dit besluit: I.
de zienswijzen in het bij dit besluit behorende voorstel onder “Ingekomen zienswijzen” opgenomen, ontvankelijk te verklaren;
II.
de zienswijzen in het bij dit besluit behorende voorstel onder “ingekomen zienswijzen” opgenomen, deels gegrond te verklaren;
III.
tot herziening van de op het plangebied Brasserskade betrekking hebbende regelingen: - Bestemmingsplan Ypenburg, vastgesteld bij raadsbesluit 124, d.d. 17 oktober 2013; - Parapluherziening (fiets)parkeren, vastgesteld bij raadsbesluit RIS 300391, d.d. 20 september 2018; - Parapluherziening Staat van Bedrijfsactiviteiten, vastgesteld bij raadsbesluit RIS 301205, d.d. 20 december 2018.
IV.
met in achtneming van de Staat van wijzigingen vast te stellen het bestemmingsplan Brasserskade bestaande uit de kaart NL.IMRO.0518.BP0354HBrassersk-40ON.dgn met ondergrond o_ NL.IMRO.0518.BP0354HBrassersk-ond.dgn en regels, zoals deze bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bescheiden zijn aangegeven, toegelicht en beschreven;
V.
dat bij het bestemmingsplan voor de Brasserskade geen exploitatieplan wordt vastgesteld.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 1 juli 2021. De griffier,
De voorzitter,
Na vaststelling van het bestemmingsplan Brasserskade wordt het identificatienummer van het bestemmingsplan gewijzigd van NL.IMRO.0518.BP0354HBrassersk-40ON in NL.IMRO.0518.BP0354HBrassersk-50VA.
32/32