20210610-RIS308476 Voorstel inzake Zienswijzeprocedure Programmabegroting 2022 - 2025 Industrieschap de Plaspoelpolde
Tekst van het document
Datum
Registratienummer
20 april 2021
DSO/10087474 RIS308476
Voorstel van het college inzake Zienswijzeprocedure Programmabegroting 2022 - 2025 Industrieschap de Plaspoelpolder, alsmede kennisname van jaarrekening 2020 1.
Achtergrond
Het IPP is een samenwerkingsverband in de vorm van een gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Den Haag en Rijswijk. Zeggenschap en risico in het schap is gelijk verdeeld (50/50). Het doel van IPP is het ontwikkelen en exploiteren van bedrijventerreinen. Het IPP vervult daarmee een functie voor Haagse bedrijven die huisvesting zoeken. De hoofdactiviteit bestaat uit de verwerving van gronden, het bouw- en woonrijp maken en de uitgifte van deze gronden aan bedrijven. De gemeenschappelijke regeling is in werking getreden in 1953. Per 1 januari 2017 is de gewijzigde gemeenschappelijke regeling in werking getreden, nadat de gemeenteraden van Den Haag en Rijswijk in december 2016 hiermee hadden ingestemd (RIS 295528). De gemeenschappelijke regeling heeft een looptijd tot en met 31 december 2022. Verlenging vindt vervolgens plaats per periode van vier jaar tenzij een van de deelnemers tenminste één jaar voor het einde van de lopende periode te kennen geeft verlenging niet wenselijk te achten (art 34 Gemeenschappelijk Regeling Industrieschap De Plaspoelpolder). Uiterlijk in 2021 evalueert de gemeenteraad de gemeenschappelijke regeling. Momenteel heeft het IPP drie projecten onderhanden, te weten Hoornwijck N-kavel, Treublaan en Silvain Poonstraat.
Daarnaast onderzoekt het IPP, in opdracht van het bestuur IPP, een aantal businesscases die mogelijk interessant kunnen zijn om door het IPP opgepakt te worden. Besluitvorming over de businesscases en de looptijd van het IPP zal in tweede helft van 2021 plaatsvinden bij beide deelnemers van de gemeenschappelijke regeling. Procedure In de DB vergadering van 14 april 2021 heeft het Dagelijks Bestuur IPP de jaarrekening 2020 en de concept Programmabegroting 2022 - 2025 vastgesteld. Conform de Wet gemeenschappelijke regelingen dient een begroting te worden voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten om de raden in de gelegenheid te stellen hun zienswijzen hierop kenbaar te maken. Met ingang van 1 januari 2015 is elke GR tevens verplicht de (voorlopige) jaarrekening ter kennisname aan de gemeenteraden te verzenden. U zult de Programmabegroting 2022 – 2025 alsmede de concept jaarrekening 2020 IPP ook rechtsreeks ontvangen van het Industrieschap de Plaspoelpolder. Vanwege de samenhang met de begroting wordt de jaarrekening 2020 ook in dit raadsvoorstel nader toegelicht.
Gemeente Den Haag
Spui 70 Den Haag
Postbus 12600 2500 DJ Den Haag
T 14070 www.denhaag.nl
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10087474
Beoogd wordt de Programmabegroting 2022 - 2025 -met inachtneming van eventuele zienswijzen - en de jaarrekening 2020 definitief vast te stellen in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 17 juni 2021. Hierna zullen de vastgestelde Programmabegroting en de jaarrekening 2020 voor 1 augustus respectievelijk 15 juli 2021 aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland worden aangeboden. 2. Stand van zaken programma’s IPP Het IPP kent drie programma’s, te weten het programma ‘algemeen bestuur’, het programma ‘ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties’ en het programma ‘herstructurering werklocaties’. In 2020 heeft het IPP verschillende activiteiten uitgevoerd die binnen deze programma’s vallen. a. Programma ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties De locatie Hoornwijck N-kavel is gelegen tussen de Laan van Hoornwijck (doorgaande weg richting de nieuwbouwwijk ‘Ypenburg’) en de Rijksweg A4 (Amsterdam-Antwerpen). De kavel wordt doorsneden door de Rotterdamsebaan (ROBA), een nieuwe toegangsweg tot Den Haag. Het door IPP beoogde programma voor deze locatie betreft 5.000 m2 kantoren en 10.000 m2 bedrijvigheid. In 2020 is in overleg met de gemeente Den Haag onderzocht of een door de gemeente Den Haag gewenste P+R functie kan worden geïntegreerd in het programma. De uitkomst van dit onderzoek wordt in het eerste kwartaal 2021 aan het bestuur van de gemeente Den Haag voorgelegd.
Afhankelijk van besluitvorming bij de gemeente Den Haag zal het IPP met de gemeente Den Haag bekijken onder welke voorwaarden de toevoeging van een P+R functie kan worden gerealiseerd danwel zal het IPP op zoek gaan naar een afnemer voor het oorspronkelijke door IPP beoogde programma qua kantoren en bedrijvigheid op de N-kavel. Uitgifte van de grond zal naar verwachting in 2022 plaatsvinden. Het project Silvain Poonstraat is een kavel welke momenteel in gebruik is als openbaar parkeerterrein en is gelegen in het verlengde van de bestaande bebouwing aan de Silvain Poonstraat / Laan van Wateringse Veld. Momenteel wordt gewerkt aan een bestemmingsplanwijziging om op deze kavel bedrijfshuisvesting mogelijk te maken. Het streven is om een bedrijfsverzamelgebouw (1.400 m2 bedrijvigheid, 400 m2 kantoren en 30 parkeerplaatsen op eigen terrein) te realiseren ten behoeve van kleinschalige bedrijvigheid. Uitgifte van de grond zal naar verwachting in 2022 plaatsvinden. b. Programma herstructurering werklocaties Met het doel tot herstructurering van dit deel van de Plaspoelpolder over te gaan, heeft het IPP een cluster van zes vastgoedobjecten aan de Treubstraat aangekocht. Sinds de aankoop is gewerkt aan de lege oplevering van de panden en de (voorbereiding van de) sloop en bodemsanering. Inmiddels zijn twee complexen (complex 4 en 6) verkocht.
Begin 2020 is een reserveringsovereenkomst afgesloten voor de locatie van twee voormalige complexen (complex 2 en 3) die inmiddels zijn gesloopt en waarvan de bodem is gesaneerd. Op deze locatie zal de ontwikkelaar high-end bedrijfslofts gericht op de maakindustrie en overige bedrijvigheid realiseren. Eind 2020 is de aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarna de bouw naar verwachting in het tweede kwartaal 2021 kan starten. Aan de ontwikkelaar is een verplichting meegegeven om gasloos, energieneutraal, natuurinclusief en klimaatadaptief te ontwikkelen en ook kraamverblijven voor de vleermuizen uit complex 1. Voor complex 5 geldt dat het in 2020 deels in bestaande staat verkocht is. Voor het overige deel van complex 5 is besloten om dit ook in bestaande staat te gaan verkopen. Dit geldt ook voor complex 1 welke verkocht zal worden zodra de kraamverblijven bij de nieuwe ontwikkeling van complex 2 en 3 gerealiseerd zijn (uiterlijk 2024). In de tussentijd zal complex 1 verhuurd worden aan de beoogd koper middels een huur- en koopovereenkomst.
2/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10087474
Door het besluit om complex 1 en 5 in bestaande staat te verkopen, zijn deze complexen uit de grondexploitatie gelicht en overgebracht naar de post materiële vaste activa op de balans in de jaarrekening. c. Programma algemeen bestuur Onder het programma algemeen bestuur vallen de kosten van de organisatie van het IPP (bestuur en ambtelijke kernorganisatie). Ook (juridische) advieskosten en accountantskosten vallen onder het programma algemeen bestuur. De lopende projecten van het IPP nemen de komende jaren in aard en omvang af. Echter, het IPP onderzoekt momenteel op verzoek van het bestuur IPP een aantal businesscases die mogelijk toekomstige opgaven voor het IPP zullen worden. Voor de personele inzet is rekening gehouden met het feit dat nieuwe projecten zullen worden toegevoegd aan de opgaven van het IPP. 3. Financiële verantwoording Jaarrekening 2020 / Resultaat De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met het Besluit Begroting en verantwoording (BBV) zoals deze luidde bij aanvang van het verslagjaar. De jaarrekening 2020 sluit met een positief financieel resultaat van € 919.184,-. Dit resultaat wordt in belangrijke mate bepaald door de uitlichting van locatie 1 en 5 van de Treubstraat uit de grondexploitatie.
Dit heeft in de jaarrekening een positief effect op de baten, te weten een bijstelling van de verliesvoorziening van het project Treubstraat met ruim € 1,3 miljoen. Daarnaast levert de opbrengst van de verkoop van perceel 5 Treubstraat een positieve bijdrage van € 495.000 aan het resultaat. Daartegenover staan de extra lasten van de uitlichting van locatie 1 en 5 van de Treubstraat met niet toe te rekenen lasten van bijna € 600.000 en de kostprijs van een deel van de verkoop van locatie 5, zijnde ruim € 250.000. Ook worden er als gevolg van de uitlichting van locatie 1 en 5 apparaatskosten (bijna € 145.000) toegerekend waarvoor in de programmarekening geen baten zichtbaar zijn. Tot slot dragen de huurinkomsten uit ‘overige exploitaties’ (ruim € 110.000) bij aan het positieve resultaat van 2020. Het positief resultaat van € 919.184,- is toegevoegd aan de algemene reserve, welke per jaareinde 2020 € 13,1 miljoen bedraagt. Verklaring accountant Accountant Baker Tilly heeft een goedkeurende verklaring verstrekt ten aanzien van getrouwheid als ook voor rechtmatigheid. Programmabegroting 2022 – 2025 IPP Conform het BBV betreft dit de begroting voor het komende jaar (2022) en de meerjarenraming voor drie jaren daaropvolgend. Dientengevolge zijn ook de jaarschijven tot en met 2025 in de Programmabegroting opgenomen.
De programmabegroting 2022-2025 beschrijft wat het IPP wil bereiken, wat daarvoor gedaan moet worden en wat de kosten zijn. De begroting van het IPP kent drie programma’s: ‘algemeen bestuur’, ‘ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties’ en ‘herstructurering werklocaties’.
3/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10087474
Onder het programma ‘algemeen bestuur’ vallen de kosten van de organisatie van het IPP (bestuur en ambtelijke kernorganisatie). De lopende projecten van het IPP nemen de komende jaren in aard en omvang af. In de programmabegroting wordt voor de personele inzet rekening gehouden met het feit dat nieuwe projecten zullen worden toegevoegd aan de opgaven van het IPP. Zodra omvang en fasering hiervan helder is, zal worden gekeken wat dit betekent voor de programmabegroting. Voor 2022 kent het programma ‘algemeen bestuur’ een negatief saldo omdat de apparaatskosten van de te verkopen locatie Treubstraat complex 1 en 5 conform het BBV niet mogen worden toegerekend aan deze gronden. In het jaar van verkoop zal dit nadelig saldo worden gecompenseerd door een hoger transactieresultaat. Voor het programma ‘ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties’ zijn voor de beide projecten die onder dit programma vallen de kosten voor bouwrijp maken en de kostprijs opgenomen als ook de opbrengsten van de locaties bij verkoop. Voor het project Hoornwijck N-kavel is de voor 2021 verwachte verkoop doorgeschoven naar 2022. Voor het totale programma ‘ontwikkeling en uitgifte nieuwe werklocaties wordt een positief saldo van ruim € 300.000 verwacht voor 2022. Onder het programma ‘herstructurering werklocaties’ is voor 2022 de kostprijs en opbrengst van de Treubstraat complex 1 en 5 opgenomen.
Voor 2022 levert dat een positief resultaat op van circa €735.000. De grondexploitatie Treubstraat zal naar verwachting in 2021 worden afgesloten, waarbij het negatieve resultaat direct zal worden verrekend met de verliesvoorziening. De programmabegroting 2022 sluit met een positief financieel resultaat van € 1.026.575. Dit resultaat wordt met name bepaald door de opbrengst van de deelverkoop van Treubstraat complex 1 en 5, en de verwachte verkoopopbrengst van de grondexploitatie Silvain Poonstraat. Het geraamde positieve resultaat van ruim € 1 miljoen zal worden toegevoegd aan de algemene reserve. Het uitgangspunt voor deze programmabegroting 2022 - 2025 is gebaseerd op de grondexploitatie met prijspeil 1 januari 2021 welke tegelijkertijd zal worden vastgesteld. 4. Risico en reserves Het IPP heeft voor de te kwantificeren risico’s in de projecten een voorziening getroffen. De risico’s waarvoor nog geen voorziening is getroffen en de niet gekwantificeerde risico’s kunnen worden afgezet tegen de weerstandscapaciteit (algemene en stille reserves) om te bepalen of deze van voldoende omvang is.
Als gevolg van de ontwikkelingen in afgelopen jaar hebben de onderhanden projecten van het IPP een berekend risicoprofiel van € 1.720.000, wat een nadelig verschil betekent van € 79.000,- ten opzichte van het laatst vastgestelde risicoprofiel in de jaarrekening 2019 / programmabegroting 2021 – 2024 (€ 1.641.000). Dit wordt onder andere veroorzaakt door de uitlichting uit de grondexploitatie van complex 1 en 5 van het project Treubstraat en tevens door de toevoeging van het grondexploitatie Silvain Poonstraat. Het risicoprofiel kent een toename risico plankosten (€ 8.000,- nadelig), een toename risico aanlegkosten (€ 5.000,- nadelig), een toename van marktrisico’s (€ 89.000,- nadelig) en de toevoeging van de kans op een hogere opbrengst voor de Silvain Poonstraat (€ 23.000,voordelig).
4/5
Gemeente Den Haag Ons kenmerk
DSO/10087474
Uit de jaarrekening 2020 blijkt dat de beschikbare weerstandscapaciteit van het IPP ultimo 2020 €13,1 miljoen is, en daarmee toereikend is om de risico’s op te vangen. De gemeente Den Haag heeft tot op heden geen voorzieningen hoeven treffen voor het IPP. Op basis van voorliggende prognoses is dit ook nu niet nodig. 5. Conclusie Op basis van de stukken en bovenstaande toelichting ziet het college geen aanleiding om een zienswijze bij het dagelijks bestuur van het Industrieschap de Plaspoelpolder kenbaar te maken. Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gelet op artikel 25 van de gemeenschappelijke regeling Industrieschap de Plaspoelpolder, Gezien het voorstel van het college van 20 april 2021, Besluit: I. Geen zienswijze kenbaar te maken met betrekking tot de Programmabegroting 2022-2025 van het Industrieschap de Plaspoelpolder; II. Kennis te nemen van de jaarrekening 2020; III. Dit besluit kenbaar te maken aan het Dagelijks Bestuur van het Industrieschap de Plaspoelpolder. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 10 juni 2021. De griffier,
De voorzitter,
5/5