CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20210121-RIS307144 Voorstel college inzake Vaststelling geldelijke vergoeding

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake Vaststelling geldelijke vergoeding aan de externe leden van de geschillencommissie personele aangelegenheden en de gemeentelijke klachtencommissie ongewenst gedrag (RIS307144)1.614 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Registratienummer

8 december 2020

BSD/10047214 RIS307144

Voorstel van het college inzake Vaststelling geldelijke vergoeding aan de externe leden van de geschillencommissie personele aangelegenheden en de gemeentelijke klachtencommissie ongewenst gedrag Inleiding In het Haags personeelsreglement (Hpr) dat op 17 december 2019 is vastgesteld en per 1 januari 2020 van kracht is geworden, is in het Blad Geschillenregeling bepaald dat een werknemer een geschil (op in het reglement genoemde specifieke thema’s) tussen werknemer en werkgever kan voorleggen aan een Geschillencommissie personele aangelegenheden. In het Blad Ongewenst gedrag is bepaald dat een medewerker een klacht over ongewenst gedrag van een andere medewerker van de gemeente bij voorkeur indient bij een Gemeentelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag. In het Hpr is geen besluit genomen over de hoogte van de vergoeding aan de voorzitters en externe leden van deze commissies. Met de vaststelling van de Verordening geldelijke vergoedingen voor commissieleden niet zijnde raadsleden in 2011 (RIS 180567) is een kader opgenomen voor de hoogte en de indexering van de vergoedingen. Gestreefd wordt naar uniformering van vergoedingen met behoud van maatwerk. Indien het college een hogere vergoeding wenselijk acht, dient de gemeenteraad hierover een besluit te nemen.

In Artikel 2, lid 4 van de Verordening is vastgesteld dat de raad kan beslissen een hogere vergoeding vast te stellen dan het maximum, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. beroepsmatig inbrengen bijzondere beroepsmatige deskundigheid in de commissie. b. zwaarte van de taak en de omvang van de te verrichten arbeid (de commissie kan alleen functioneren als een of meer leden een extra inspanning leveren). Met dit voorstel vraagt het college aan de raad in te stemmen met de toepassing van het D-tarief voor beide commissies. Na de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) komt de Geschillencommissie personele aangelegenheden in de plaats van de Commissie Algemene bezwarencommissie personeelsbesluiten, die ook op tarief D werd gehonoreerd. Het hogere tarief is ook van toepassing op andere gemeentelijke commissies die adviseren over kwesties aangaande de positie van medewerkers van de gemeente Den Haag en waarvoor specifieke vakkennis van wordt gevraagd. Het gaat dan om de Commissie Zienswijze Plaatsingsprocedure (voorheen Commissie Van werk naar werk), de Centrale Waarderingscommissie en de Centrale Inpassingscommissie.

De Geschillencommissie personele aangelegenheden en de Gemeentelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag zullen na vaststelling van dit raadsbesluit worden opgenomen in het openbaar register geldelijke vergoedingen aan commissieleden niet zijnde raadsleden.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

dienst: afdeling-telefoon dienst: afdeling-website

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10047214

1. Geschillencommissie personele aangelegenheden Met de invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is de bestuursrechtelijke rechtsbescherming van o.m. de gemeenteambtenaar per 1 januari 2020 komen te vervallen. Gemeenteambtenaren kunnen nu een geschil over hun rechtspositie voorleggen aan de Kantonrechter, op basis van het civiele recht (BW). Op basis van artikel 11.5 Geschilbeslechting van de gemeentelijke CAO heeft de gemeente Den Haag een Geschillencommissie personele aangelegenheden in het leven geroepen. In het Hpr is de Geschillenregeling opgenomen waarin zowel de voorzitters en leden worden benoemd alsook de procedure en werkwijze van de commissie zijn beschreven. Samenstelling en werkwijze Geschillencommissie Er worden twee externe voorzitters benoemd in overleg tussen de werkgever, de vakbonden in het lokaal overleg en de centrale ondernemingsraad. De voorzitters zijn onafhankelijk, materiedeskundig en dienen te beschikken over een juridische achtergrond. En er is een pool van zes commissieleden: namens de werkgever worden twee gemeentelijke directeuren door het college benoemd, en namens de werknemers twee leden op voordracht van de vakbonden in het lokaal overleg en twee leden op voordracht van de Centrale Ondernemingsraad. Deze voorzitters en leden zijn inmiddels benoemd.

Per geschil wordt een commissie van een voorzitter en twee leden benoemd, waarvan één lid die op voordracht van de werkgever is benoemd en één op voordracht van de vakbonden in het lokaal overleg of van de centrale ondernemingsraad. De voorzitters en leden worden benoemd voor de duur van 4 jaren met de mogelijkheid van onmiddellijke herbenoeming. Door de combinatie van in- en externe leden beschikt de commissie over de juiste combinatie van onafhankelijkheid, vakinhoudelijke expertise en kennis van de gemeentelijke organisatie. De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Positionering Geschillencommissie De Geschillencommissie en het secretariaat moeten geschillen onafhankelijk en neutraal kunnen behandelen en zal daarom worden ondergebracht bij Juridische Zaken (JZ) van het BEC. De JZdienstverlening in de vorm van juridische expertise- en advies past goed bij de functie van de Geschillencommissie en er is een infrastructuur voor administratieve en logistieke ondersteuning. 2. Gemeentelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag De gemeente als werkgever moet voor haar medewerkers zorgen voor een veilige werkomgeving waarin geen plaats is voor ongewenste onderlinge omgangsvormen. Leidinggevenden en vertrouwenspersonen zijn de eerste aanspreekpunten om ongewenst gedrag te (helpen) stoppen. Een medewerker heeft ook de mogelijkheid een klacht in te dienen.

De klacht moet gaan over ongewenst gedrag op de werkvloer en gaat niet over ongewenst gedrag van burgers. De Gemeentelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag (GKog) onderzoekt de klacht en adviseert het college daarover. De klachtenprocedure is opgenomen in het Blad ongewenst gedrag. Samenstelling en werkwijze GKog De GKog bestaat uit een pool van ten minste 6 leden waarvan één externe onafhankelijke voorzitter, drie externe leden (waaronder een plaatsvervangend voorzitter) en twee interne leden, allen met voldoende ervaring met intermenselijke verhoudingen op de werkvloer. In de GKog is behalve deskundigheid op juridisch of sociaalwetenschappelijk terrein specifieke gedragskundige kennis nodig op het terrein van de sociale omgang in de werksituatie en het ervaren van ongewenst gedrag. Verder moet de commissie onderzoek doen naar het ongewenst gedrag,

2/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10047214

hoorgesprekken voeren en een beargumenteerd adviesrapport aan het college opstellen. Dit advies hoeft niet alleen betrekking te hebben op de voorgelegde klacht, maar kan ook aanbevelingen voor structurele verbeteringen voor personeelsbeleid kan bevatten. Alle commissieleden beschikken over en gaan te werk vanuit een houding die zich laat kenmerken als: respectvol voor beleving en opvattingen van de ander; open en onbevooroordeeld; integer, eerlijk en betrouwbaar; onafhankelijk; overtuigend en daadkrachtig; onpartijdig; gericht op samenwerking. De man/vrouw verhouding van de commissie zal zo evenwichtig mogelijk zijn. Om ongewenste rolvermenging c.q. rolverwarring bij klagers en/of aangeklaagden te vermijden, kunnen medewerkers die een functie bekleden op het gebied van P&O, integriteit, bedrijfsmaatschappelijk werk, bedrijfsarts of binnen een (C)OR geen lid worden van de GKog. Een klacht wordt behandeld tijdens een zitting door een commissie bestaande uit 3 leden: een externe (plv.) voorzitter, een intern en een extern commissielid, waarvan ten minste één man en één vrouw. De leden worden voor een periode van 4 jaren benoemd, met de mogelijkheid voor herbenoeming voor maximaal één periode. De leden van de commissie treden af in een door de commissie vooraf opgesteld rooster.

Door de combinatie van in- en externe leden beschikt de commissie over de juiste combinatie van onafhankelijkheid, vakinhoudelijke expertise en kennis van de gemeentelijke organisatie. De commissie wordt ondersteund door een ambtelijk secretaris. Positionering GKog De GKog en het secretariaat moeten klachten onafhankelijk en neutraal kunnen behandelen en zal daarom worden ondergebracht bij Juridische Zaken (JZ) van het BEC. De JZ-dienstverlening in de vorm van juridische expertise- en advies past goed bij de functie van de GKog en er is een infrastructuur voor administratieve en logistieke ondersteuning. 3. Voorstel voor de vergoeding aan externe commissieleden Op basis van de kengetallen over formele klachten over ongewenst gedrag bij de gemeente Den Haag zal de gevraagde inzet van de GKog op jaarbasis beperkt zijn. Hetzelfde geldt naar verwachting voor de Geschillencommissie. De inzet per klacht of geschil is uiteraard afhankelijk van hun complexiteit. Juist omdat de commissies naar verwachting niet vaak en derhalve ook onregelmatig zullen worden ingezet, is adequate en parate kennis bij de leden over de materie noodzakelijk en onmisbaar. Het belang van een goede behandeling van de klacht of het geschil is zowel voor de gemeentelijke organisatie als voor de indiener groot. Het is niet ongebruikelijk dat de voorzitter een hogere vergoeding krijgt dan de overige externe leden.

Aan de (plaatsvervangend) voorzitter worden extra eisen gesteld, zoals het voorzitten en coördineren van de klachtencommissie, het effectief samenwerken met de ambtelijk secretaris en het voeren van een adviesgesprek met het college. De voorzitter zal een grotere inzet aan uren voor, tijdens en na de zittingen dan de overige leden hebben. Om deze redenen wordt voorgesteld om aan de externe voorzitter per bijeenkomst tarief D3 (€ 341,76, prijspeil 2020) toe te kennen en aan de externe leden van de commissie per bijeenkomst tarief D1 (€ 227,84, prijspeil 2020). De kosten voor de externe leden van de GKog worden doorberekend aan de dienst waar de klager werkzaam is. In het geval van de Geschillencommissie zijn afspraken gemaakt dat de commissie ook geschillen kan beslechten voor de Veiligheidsregio Haaglanden en de Omgevingsdienst Haaglanden. Vergoedingen worden alleen verstrekt aan externe commissieleden niet zijnde in dienst bij de gemeente Den Haag. De interne commissieleden kunnen hier voor deze nevenfunctie derhalve geen aanspraak op maken; zij kunnen het commissiewerk verrichten binnen hun dienstverband.

3/4

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

BSD/10047214

Besluit Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: De raad van de gemeente Den Haag, Gezien het voorstel van het college van 8 december 2020, Besluit: I. de vergoeding voor de externe leden van de Geschillencommissie personele aangelegenheden en de Gemeentelijke Klachtencommissie ongewenst gedrag vast te stellen op € 227,84 per bijeenkomst (tarief D1); II. de vergoeding voor de externe voorzitter van de Geschillencommissie personele aangelegenheden en de Gemeentelijk Klachtencommissie ongewenst gedrag vast te stellen op € 341,76 per bijeenkomst (tarief D3). Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 januari 2021. De griffier,

De voorzitter,

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9498492/3