CConstaterende datDen Haag
Koppel je AI →
Document · PDF

20210121-RIS307080 Voorstel van het college inzake instroom nieuwe trams Haagse regio

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente Den HaagBij agendapunt: Voorstel van het college inzake instroom nieuwe trams Haagse regio (RIS307080)4.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Datum

Registratienummer

1 december 2020

DSO/10032292 RIS307080

Voorstel van het college inzake instroom nieuwe trams Haagse regio In 2040 telt Den Haag zo’n 629.000 inwoners. Er komen tienduizenden woningen en banen tot die tijd bij. En dit allemaal binnen de grenzen van de huidige stad. Het gevolg van dit alles is een grote toename van het aantal verplaatsingen. Het huidige mobiliteitssysteem - zowel de weginfrastructuur, het openbaar vervoer als de fietspaden – is hier niet op berekend. De gemeente Den Haag zet daarom in op een Mobiliteitstransitie, de nieuwe stadstram draagt daar als volgt aan bij: 1. Schoon: met de instroom van de nieuwe stadstram wordt verder ingezet op duurzame mobiliteit. Met de nieuwe trams kunnen meer mensen gebruik maken van duurzaam vervoer. 2. Ruimte efficiënt: het OV, lopen en fietsen worden in combinatie met nieuwe mobiliteitsoplossingen steeds belangrijker in de leefbare en dynamische stad van de toekomst. Door de instroom van de nieuwe trams is er straks meer ruimte voor reizigers in het openbaar vervoer. Op die manier wordt de beperkte ruimte zo efficiënt mogelijk gebruikt met zo veel mogelijk kwaliteit voor de reiziger. 3. Betaalbaar: om de dagelijkse exploitatie van het OV rendabeler te maken is de snelheid en betrouwbaarheid van het OV van belang. Daarom worden bij het aanpassen van de infrastructuur zoveel mogelijk maatregelen doorgevoerd om het OV te versnellen.

Daarnaast bieden de nieuwe trams ruimte aan meer mensen, waardoor er meer mensen per uur vervoerd kunnen worden. 4. Verbonden: door de instroom van de nieuwe stadstrams wordt het gebruik van de tram meer inclusief. Een inclusief mobiliteitssysteem zorgt zo voor meer sociale cohesie in de stad.

De gemeente Den Haag, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de HTM werken daarom samen aan het openbaar vervoer van de toekomst. De laatste GTL8 trams van HTM komen aan het einde van hun levensduur. Deze gaan vervangen worden door 60 nieuwe trams (RIS 300911). De voor de vervanging benodigde werkzaamheden aan de infrastructuur worden ook benut om de toegankelijkheid van de tramlijnen te verbeteren. Er wordt gewerkt met een taakstellend budget. Daar waar de straat open gaat voor aanpassing aan de infra voor de tram of de haltes is het mogelijk een kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte mee te nemen, maar voor de omliggende openbare ruimte waar we voor de tram niks hoeven te doen, geldt dat niet. Uitgangspunt daarnaast is om waar mogelijk werk-met-werk te maken om de hinder voor de omgeving te minimaliseren. Dit voorstel is als volgt opgebouwd: gestart wordt met de urgentie en de samenhang van het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio (INTHR) met de bestaande beleidskaders. Daarna wordt ingegaan op de governance, de scope, bijbehorende planning en (voorgestelde verdeling van) kosten.

Gemeente Den Haag

Spui 70 Den Haag

Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

T 14070 www.denhaag.nl

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

Bijdrage nieuwe stadstrams aan de Haagse Mobiliteitstransitie en OV NEXT De ruimte om overbelaste knelpunten fysiek op te lossen door meer ruimte te maken voor alle vervoerswijzen -op maaiveldniveau- ontbreekt veelal in het dichtbevolkte gedeelte van onze stad. Om het groeiend aantal auto’s (bij ongewijzigd beleid) te kunnen stallen is het oppervlak nodig van naar schatting 100 voetbalvelden. Deze ruimteclaims concurreren met de ruimte benodigd voor ondergrondse afvalcontainers, speelruimte, vergroening en klimaatadaptatie. Extra (ondergrondse) infrastructuur is zeer kostbaar. Dat geldt voor zowel de auto, het openbaar vervoer als de fiets. Dit betekent een uitdaging om keuzes te maken. Keuzes over welke zaken prioriteit krijgen in de openbare ruimte en waar we als stad in willen investeren. De Mobiliteitstransitie prikkelt ons daartoe. In de brede afweging van belangen in concrete situaties krijgen andere modaliteiten (voetganger, fiets en auto), de ruimtelijke kwaliteit (eisen uit Handboek Openbare Ruimte, RIS268741) of de wensen vanuit de omgeving vaak voorrang. Daardoor wordt niet de maximale versnelling van het OV gerealiseerd en ontstaat mogelijk zelfs een achteruitgang van de snelheid. De snelheid en aantrekkelijkheid van het OV, maar ook de betaalbaarheid (belangrijke pijler in de Mobiliteitstransitie) komen daarmee onder druk te staan.

Niet alleen om de plannen van OV NEXT (voorheen Schaalsprong OV (RIS 303479)) op middellange en langere termijn waarheid te kunnen laten worden, maar ook om het bestaande OV-systeem in stand te kunnen houden en om het OV de drager te laten zijn van de mobiliteit in de stad (mobiliteitstransitie), is een effectieve versnelling van het OV nodig. Het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio (INTHR) borgt voor Den Haag en haar regio dat op korte termijn capaciteitsvergroting en kwaliteitsverhoging van het OV worden bereikt wat het OV aantrekkelijker maakt. Het draagt ook bij aan een betere bereikbaarheid van de metropoolregio en het past binnen de regionale kaders die voor de toekomst zijn gesteld waaronder de (middel)lange termijn beleidsprogramma’s als MOVE en het hiervan afgeleide OV-Next. Governance Voor het programma INTHR werkt Den Haag samen met MRDH en HTM. De samenwerking tussen MRDH, HTM en gemeente Den Haag is niet nieuw. In 2006 werkten de partijen al samen aan de realisatie van de RandstadRail op de lijnen 3 en 4. In de periode 2009-2018 is deze samenwerking verder opgepakt om de eerste serie van de GTL8 trams te vervangen. Met het programma INTHR wordt voortgebouwd op toen behaalde resultaten, opgedane ervaringen en wordt dit vastgehouden. Hieronder wordt kort beschreven welke rol elke partij inneemt.

Rolverdeling • MRDH: treedt bij het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio op als bevoegd gezag en is daarmee integraal gezien eindverantwoordelijk voor veiligheid op het lokale spoor. Op basis van WLS en WP2000 is zij concessieverlener voor openbaar vervoer exploitatie en infrastructuur. Daarnaast heeft MRDH ook de zorgplicht voor de aanleg en het beheer van het lokale spoor. MRDH is voor dit programma eindverantwoordelijk. • HTM: treedt bij het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio op als concessiehouder rail en heeft daarmee het exclusieve recht om tram en RandstadRail lijn 3 en 4 uit te voeren in regio Haaglanden. Daarnaast neemt HTM het onderhoud van de railassets op zich en de vervoerexploitatie. • Gemeente Den Haag: treedt bij het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio op als wegbeheerder en is bevoegd gezag met betrekking tot de openbare ruimte. In deze hoedanigheid neemt Den Haag de verantwoordelijkheid op zich tot uitvoering van de benodigde aanpassingen

2/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

aan de infrastructuur. Hierbij zal zoveel mogelijk werk-met-werk gemaakt worden, zoals aanpassingen aan het riool, aan het fietsnetwerk en in het kader van verkeersveiligheid. MRDH en HTM worden in dit proces nauw betrokken. Goedkeuring verloopt via het ambtelijk en bestuurlijk overleg met daarna besluitvorming in eigen gremia. Delen van lijn 1, 6, 12 en 16 met haltes worden aangepast voor toegankelijke trams. De afgelopen jaren is de eerste tranche GTL8 trams reeds vervangen door Avenio’s. Na een uitgebreide afweging is toen gekozen voor nieuw breder lage vloer trammaterieel en heeft HTM na een openbare aanbesteding de Avenio trams aangeschaft. Destijds is besloten om het tweede deel van GTL8-vloot pas na 2020 te vervangen. MRDH heeft in haar brief van 18 december 2015 (RIS290210) de stappen beschreven om te komen tot een programma van eisen om het laatste deel van de GTL8-vloot te vervangen. In deze nieuwe topeisen wordt wederom gekozen voor meer capaciteit door een ruimer voertuig, waarbij ook gekeken is naar de impact van de nieuwe voertuigen op de openbare ruimte. Over deze eisen bent u geïnformeerd (RIS300911). Aangezien de nieuwe voertuigen breder en langer zijn dan de huidige GTL8-voertuigen is aanpassing vereist aan de infrastructuur voor de lijnen 1, 6, 12 en 16. De instap van de trams is gelijkvloers met de perrons van de haltes.

Daarom worden de perrons zo aangepast dat de trams hier goed op aansluiten. Mensen met een rolstoel, rollator kunnen dan ook van deze tramlijnen gebruikmaken. Daarnaast vereist het nieuwe materieel dat er aanpassingen getroffen worden in in- en uitrukroutes. Om maximale efficiency te bereiken is lijn 1 in het programma geïntegreerd voor wat betreft zowel programmasturing als financiën. In het kader van het Werelds Netwerk aan Zee is lijn 1 al deels uitgevoerd. Voor het geschikt maken van de tracés van de lijnen 6, 12 en 16 worden binnen het programma de volgende 8 deelprojecten onderscheiden: 1. Lijn 16 Zoutmanstraat – Centrum (16Z) 2. Lijn 16 Statenkwartier (16S) 3. Lijn 16 Moerwijk (16M) 4. Lijn 6 deel Transvaal (6A) 5. Lijn 6 deel Schildersbuurt (6B) 6. Lijn 6 Bezuidenhout (6C) 7. Lijn 12 Markenseplein – Laan van Meerdervoort (12A) 8. Lijn 12 Laan van Meerdervoort – Paul Krugerplein (12B) Per deelproject volgt hieronder een korte toelichting van het tracé, welk deel van de lijn het betreft, de geraamde kosten voor het tracé, verwachte uitvoeringsfase (op kwartaalniveau afgerond) en samenhang met andere dossiers (bijvoorbeeld aankoop garage De Zeeheld). De raming van de kosten is gebaseerd op de breed-smal studie die destijds gemaakt is om u een keuze te kunnen laten maken tussen een nieuw breed voertuig of een nieuw smal voertuig.

Deze kosten zijn gebaseerd op de aanpassingen aan het tracé die nodig zijn met daarbij een eerste geschetste oplossingsrichting met behulp van kentallen. De kosten bij de verschillende trajectdelen hieronder zijn gebaseerd op prijspeil 2019, zonder risico-opslag, exclusief btw en inclusief voorbereidingskosten. Nadere info hierover volgt verderop in het stuk.

3/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

Voor alle delen geldt dat gekeken wordt naar de andere vigerende stedelijke kaders, zoals kwaliteitsborging in het kader van het Handboek Openbare Ruimte en lopende programma’s, zoals Ruim baan voor de Fiets (Sterfietsroutes), programma Straten, Wegen en Lanen (met name wijkontsluitingswegen), Verkeersveiligheid, concessieafspraken met de HTM /MRDH). Ook geldt dat bij ieder traject geluid- en trilling problematiek bekeken wordt. Daarnaast is er een rapportage gemaakt met versnellingsmogelijkheden voor de lijnen 6, 12 en 16. De resultaten die daaruit komen worden, voor zover mogelijk, meegenomen daar waar het (aanpassingen aan) de infrastructuur betreffen en afhankelijk van de haalbaarheid en de kosten. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het verwijderen van de keerlus in het Statenkwartier, een efficiëntere halteverdeling, herinrichting Zoutmanstraat, vervangen zebrapad door VRI, et cetera. Lijn 16 Zoutmanstraat – Centrum (16Z) Dit gedeelte betreft het tracédeel van lijn 16 tussen Torenstraat, ter hoogte van het Kerkplein, en Waldeck Pyrmontkade-Obrechtstraat. Tot de totale scope van tramlijn 16Z behoort ook het traject Buitenhof, dat nog niet gerealiseerd is in het project Herinrichting Kerkplein. Voor het traject Buitenhof is al een goedgekeurd VO opgesteld (RIS 291911).

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 12,5 mln. 2e – 4e kwartaal van 2022 Q1 2021 -Aankoopgarage de Zeeheld -Trillingsmatten Kerkplein -Centrum Noord

Lijn 16 Statenkwartier (16S) Waldeck Pyrmont kade vanaf halte Groot Hertoginnelaan tot einde Statenlaan.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 15 mln. 2e – 4e kwartaal van 2022 Q2 2021 -Herinrichting Frederik Hendriklaan -Vervanging riolering -NWH -vrijliggende fietspaden i.c.m. verbeteren verkeersveiligheid

Lijn 16 Moerwijk (16M) Gedeelte tussen Loevesteinlaan en Jonckbloetplein.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 9,7 mln. Eind 2020 – 2e kwartaal van 2022 Q2 2021 - Bouw van het complex ‘Levels’ langs de Assumburgweg/Erasmusweg - Verkeersstudie Hildebrandplein

4/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

Lijn 6 deel Transvaal (6A) Traject Dierenselaan – Heemstraat.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 15 mln. 1e- 3e kwartaal van 2023 Q4 2021 -Fietsroute vanuit Vroondaal en sterfietsroute 3 -leiding door het midden -remisevraagstuk -inpassing nieuwe halte Paul Krugerplein -afstemming deel lijn 12

Lijn 6 deel Schildersbuurt (6B) Traject Monstersestraat, via Hobbemaplein richting Om en Bij, Brouwersgracht.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 11,7 mln. 4e kwartaal 2023 – 2e kwartaal 2024 Q2 2022 -verkeerstudie Hobbemaplein -herinrichting Hobbemaplein -nieuwe kunstwerken -leiding door het midden -remisevraagstuk

Lijn 6 Bezuidenhout (6C) Stuyvesantplein via het kleine Loo naar Aegonplein.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 15,9 mln. 1e kwartaal 2025-3e kwartaal 2025 Q3 2023 -herinrichting Stuyvesantplein

Lijn 12 Markenseplein – Laan van Meerdervoort (12A) Deel Markenseplein tot aan de Laan van Meerdervoort.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 20 mln. 1e kwartaal – 3e kwartaal 2023 Q4 2021 -OV-verbinding Westduinweg -Remisevraagstuk

5/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

Lijn 12 Laan van Meerdervoort – Paul Krugerplein (12B) Deel vanaf de Laan van Meerdervoort tot het Krugerplein.

Geraamde kosten voor het tracé Verwachte uitvoeringsfase Besluitvorming Raad Samenhang andere dossiers:

€ 10,9 mln. 1e kwartaal – 3e kwartaal 2023 Q4 2021 -Zevensprong studie -Remisevraagstuk -lijn 6

Nieuwe Remise Zuid is noodzakelijk voor instroom nieuw materieel Goede en voldoende voorzieningen voor het stallen van railvoertuigen vormen een cruciale bouwsteen in de doorontwikkeling van het openbaar vervoer in de Haagse regio. Zonder passende faciliteiten, variërend van overdekte remises tot open opstellocaties voor het stallen en eventueel behandelen van railvoertuigen, is het niet mogelijk om in aanvulling op de reeds aanwezige brede trams de komst van nieuwe, brede stadstrams mogelijk te maken en in de dienstregeling te laten rijden. Bestaande remises Lijsterbes en Harstenhoekplein zijn voor de nieuwe trams niet geschikt. Voor een evenwichtige verdeling van (de stalling van de nieuwe) lage vloer voertuigen in het netwerk die een efficiënte dienstregeling ten goede komt, is aanvullende capaciteit aan de noordzijde en aan de zuidzijde van het netwerk nodig. Aan de oost- en westkant van het netwerk zitten voldoende stallingsmogelijkheden. Door de gemeente Den Haag, MRDH, HTM en omliggende gemeenten zijn daarom nieuwe mogelijke remiselocaties verkend aan de noordzijde en zuidzijde van het netwerk. Aan de noordzijde lijkt een geoptimaliseerde variant van Harstenhoekplein het meest gunstig. Dit wordt nader uitgewerkt.

Aan de Zuidzijde van het netwerk zit momenteel geen remise en is na trechtering gekeken naar twee nieuwe locaties: de GAVI-kavel, en de AZC-locatie in Rijswijk. Voor de laatste locatie lag een verzoek van RWS voor gebruik van een gedeelte van het perceel waarvan nader onderzoek heeft uitgewezen dat gecombineerd gebruik niet mogelijk is. De AZC locatie kan op dit moment geen oplossing bieden voor de stallingsopgave. Er is een mogelijkheid om met RWS te onderzoeken wat wel kan buiten de kaders van het programma. HTM heeft aangegeven dat deze locatie minder gunstig gelegen is dan de GAVI-kavel. Planning In de oorspronkelijke planning zouden de nieuwe lagevloertrams instromen in 2024. Doordat de gemeente Rijswijk heeft besloten geen tramremise te willen realiseren op de Zuiderweg is een nieuwe zoektocht gestart waardoor het niet haalbaar is om de nieuwe lage vloertrams in 2024 te laten instromen. De aanbesteding voor de nieuwe trams is door HTM namelijk nog niet gestart, omdat HTM eerst zekerheid nodig heeft over een remiselocatie. In de planning wordt gestreefd naar het instromen van breed materieel op lijn 16 eind 2022, hier gaat het dan om de Avenio’s die nog beschikbaar zijn uit de eerdere aanbesteding. Het moment van instroom van de nieuw aan te schaffen voertuigen hangt samen met de start van aanbesteding.

De HTM heeft aangegeven dat zij geen aanbesteding kunnen starten zonder voldoende zicht op een stallingslocatie. Daarom is het uitermate van belang dat GAVI nader uitgewerkt wordt. Het college is op 14 juli 2020 (RIS306002) akkoord gegaan met de uitwerking van een nieuwe tramremise op de strategische reservelocatie GAVI-kavel en heeft tevens ingestemd met het opstarten van de Nota van Uitgangspunten, met als doel te bepalen onder welke voorwaarden een remise op de GAVI-kavel kan worden ingepast. Inmiddels heeft de gemeente de Nota van Uitgangspunten in

6/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

samenwerking met vervoerspartners opgestart. Naast de fysieke inpassing wordt ook de combineerbaarheid van de remise met andere gebouwde en onbebouwde functies, zoals groen, bekeken. Vanwege de druk op de planning is HTM gestart met het voorlopig ontwerp van een remise op de GAVI-kavel. Voorstel voor samenwerking en kostenverdeling Vanuit de positieve ervaring van NRR en de leerervaring daar, is de samenwerking geoptimaliseerd in een nieuwe contour voor een Samenwerkingsovereenkomst (SOK). Hier wordt een vorm voor gekozen waarmee de partners efficiënt afspraken kunnen maken over de realisatie en de financiële stromen. Voor de (aan)sturing geldt: 1. De betrokkenheid van de gemeenteraad is drieledig; inhoudelijk, kaderstellend en beschikbaar stellen van middelen: In dit raadsvoorstel gaat het om beschikbaarheid van middelen en hoe de verdeling is tussen de samenwerkende partijen; 2. VO per tracé (8x) wordt vastgesteld in gemeenteraad; 3. Sturing via de AO van de MRDH. De gemeenteraad zal met halfjaarberichten van het project INTHR worden geïnformeerd over de voorgang van het project. De raming van totale kosten voor MRDH, HTM en gemeente bedragen is naar schatting €463 mln. De kosten voor ombouw van de infrastructuur bedragen naar schatting €183 mln.

Er is besloten om dit te financieren middels de verlenging van de concessie, toewijzing van geld vanuit de Brede Doel Uitkering (BDU) en een bijdrage van de Gemeente Den Haag. Voor de financiering van de aanpassing van de infrastructuur is de MRDH, op basis van soberheid en doelmatigheid, de eerstverantwoordelijke partij. De verhouding van de verdeling (voor de ombouw van de infrastructuur) tussen de MRDH en de gemeente is hierbij ca 75% - 25%. De raming voor het totale programma is als volgt:

Kosten programma INTHR (in € mio) Voertuigen Ombouw lijn 6, 12 en 16 Lijn 1 Remises Diversen Totaal

Voertuigen €210,0

Infrastructuur

Remises

€147,4 €35,3 €60,0 €210,0

€10,0 €192,7

€60,0

Met de MRDH en de HTM wordt onderstaande verdeling voorgesteld voor het totale programma.

Voorgestelde verdeling (in € mio) Voertuigen HTM: vervangingsonderhoud GDH: restant lijn 1 GDH: bijdrage INTHR MRDH: restant lijn 1 MRDH: restant NRR fase 1

Infrastructuur €15,0 €10,1 €35,3 €7,2 €17,4

Remises

7/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

MRDH: verlenging railconcessie MRDH: aanvullend MJB MRDH: kapitaallasten Totaal

€33,0 €75,0 €210,0 €210,0

€193

€60,0 €60,0

De bijdrage van de gemeente bestaat uit twee componenten. Vanwege de integratie van de nog niet geheel uitgevoerde delen van lijn 1 met het programma INTHR, worden de al door de gemeente beschikbaar gestelde middelen (€10,1 mln.) toegevoegd aan het programma INTHR. Daarnaast heeft het college de intentie om € 35,3 mln. bij te dragen aan het aanpassen van de lijnen, het rolstoeltoegankelijk maken van de haltes en de voorbereiding van de werkzaamheden. Voorgesteld wordt om deze middelen te labelen in de reserve Verbeteren duurzame mobiliteit (RIS305669). In het najaar wordt aan uw raad een inzet van de reserve Verbetering duurzame mobiliteit (mobiliteitstransitie) voorgelegd ter besluitvorming. MRDH draagt aan het gehele programma INTHR €402,6 mln. bij. Hiervan komt €132,6 mln. (exclusief de genoemde € 15 mln. van het HTM vervangings- en onderhoudsbudget) ten goede aan de aanpassing van de infrastructuur. HTM draagt €15 mln. bij. Dit bedrag heeft HTM gereserveerd voor de geplande onderhoudswerken op de nog aan te passen lijnen. Door de aanpassingen vanuit het programma INTHR komen deze onderhoudswerken te vervallen en kunnen de gereserveerde middelen hiervoor worden ingezet. Alhoewel deze middelen vanuit HTM ingezet worden, betreft het budget waar de MRDH risicodragend voor is.

Ten tijde van de verlening van de railconcessie aan HTM in 2016 is afgesproken gedurende looptijd een herijking te houden. Deze herijking heeft er in 2019 toe geleid dat de railconcessie met 5 jaar wordt verlengd tot en met 2031. De onderhandelingen hierover hebben geleid tot een lager beslag op het concessiebudget van €33 mln. Tegelijkertijd is hierover afgesproken dat dit budget wordt ingezet ter dekking van het programma INTHR. De BCVa van de MRDH heeft op 13 november 2019 besloten over de verlenging en beschikbaarstelling van de € 33 mln. aan het programma INTHR. Gegeven de gezamenlijke financiering van het infrastructuurpakket is tussen de gemeente en MRDH een risicoverdeling afgesproken van 25% versus 75%, in lijn met de hoogte van de bijdragen. Eventuele andere werken in het kader van werk-met-werk maken vanuit de gemeente of MRDH vallen buiten deze risicoverdeling. Verder is afgesproken dat deelprojecten niet eerder worden uitgevoerd, dan dat een nadere begroting is opgesteld en besloten is in het bestuurlijk overleg MRDH- HTM-GDH. Ook is afgesproken dat binnen het bedrag dat nu beschikbaar is voor de ombouw van de infrastructuur het bedrag voor de onzekerheidsmarge die daar in zit, niet per project beschikbaar is, maar voor het gehele programma waar pas na besluitvorming in het bestuurlijk overleg gebruik van gemaakt kan worden.

De bestuurscommissie vervoersautoriteit heeft op 8 juli 2020 hiermee ingestemd. Besluitvorming is onlosmakelijk verbonden met de gemeentelijke besluitvorming en de BVCA heeft dat dan ook onder voorbehoud van positieve besluitvorming van uw kant gedaan. Financiële scope Voor het programma INTHR hebben we te maken met een beperkt budget. Dit vraagt om een sobere en doelmatige aanpak. Het heeft tot gevolg dat het budget dat nu beschikbaar wordt gesteld, taakstellend is. Dit betekent dat eventuele wensen voortkomend uit bewonersparticipatie voor verfraaiing op voorhand nauwelijks te realiseren zijn vanuit het budget voor de tram. Daarnaast wordt bij de werkzaamheden het uitgangspunt om zoveel mogelijk werk-met-werk te maken. Voor een

8/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

“gevel-tot-gevel” aanpak zijn geen middelen beschikbaar. Verder dient er rekening gehouden te worden met de gevolgen van vertraging van het OV. Waar het tramnetwerk zal worden vertraagd (1530 km/h zones) zal exploitatie van de tram onder druk komen te staan: en dus zal de tram mogelijk minder vaak gaan rijden. Het budget is op dit moment passend bij de geraamde investeringskosten. Zoals hierboven al is vermeld zijn deze kosten gebaseerd op de kentallen die gebruikt zijn voor de breed smal studie. Daarin zijn oplossingsrichtingen bekeken die onderscheidend waren voor een brede of een smalle tram maar is niet verdiepend ingegaan op mogelijke andere oplossingsrichtingen. Twee andere kanttekeningen zijn: - Prijspeil 2019 is gebruikt, dit moet aangepast worden aan het prijspeil van het betreffende VO op het moment dat het VO ter besluitvorming ligt; - De onzekerheidsmarge is nu 25% waar dit doorgaans in deze fase 40% is. Deze drie kanttekeningen hebben ertoe geleid dat er een second opinion uitgevoerd wordt op de ramingen die er nu liggen gebaseerd op de breed smal studie. Daarnaast zal op basis van de eerste beschikbare VO-raming (naar verwachting tracé 16Z) meer duidelijk worden over de verschillen daarvan met de huidige raming. Met deze twee inzichten wordt duidelijk in hoeverre het budget toereikend zal zijn voor het hele programma of niet.

Mocht dit niet het geval zijn dan zal een voorstel gedaan worden wat er binnen het huidige budget gerealiseerd kan worden en wat niet. Over de voertuigen en de remises maakt MRDH afspraken met HTM De voertuigen en remises zijn onderdeel van de strategische assets en kennen een eigen financieringswijze. De genoemde bedragen (respectievelijk € 210 mln. en € 60 mln.) worden door HTM geïnvesteerd en MRDH vergoedt deze via de kapitaallasten begrotingspost Concessies van het Programma Exploitatie Verkeer en Openbaar Vervoer. Vanaf het jaar 2025 zijn hiervoor voldoende middelen beschikbaar en begroot door deze partijen. Gemeentelijke besluitvorming vindt per traject plaats met bijbehorende inspraak. Per tracé vindt gemeentelijke besluitvorming plaats met de bijbehorende inspraak. Voor delen van lijn 1 zijn al ontwerpen vastgesteld, namelijk voor Jurriaan Kokstraat – Badhuiskade (RIS304311) en Javastraat, Alexanderstraat en Parkstraat (RIS304312). Deze zijn begin september 2020 in uitvoering gegaan. Verder worden begin volgend jaar de voorlopige ontwerpen voor lijn 16 afgerond. De overige tracés volgen later. Hier wordt u te zijner tijd over geïnformeerd. Alle deelprojecten van de diverse lijnen worden pas uitgevoerd na besluitvorming binnen de gemeente (en MRDH). Uitgangspunt bij deze en de nader uit te voeren tracés is dat het totale programma de ramingen niet overschrijdt.

Bij een eventuele overschrijding dient de scope van het programma herzien te worden en dient gekeken te worden wat te realiseren valt binnen de beschikbare middelen. Voor alle genoemde 8 deeltrajecten wordt u apart geïnformeerd en om een besluit gevraagd. De lijnen zijn opgeknipt en in de tijd uitgesmeerd vanwege diverse redenen zoals risicospreiding aanbesteding en uitvoering, door te kijken naar ligging van de delen in bepaalde wijken, werkbaarheid voor het Ingenieursbureau Den Haag, uiterlijke datum onderhoudswerkzaamheden van HTM, diverse raakvlakprojecten in de stad waarmee afgestemd moet worden in de planning en de werkzaamheden ten behoeve van het remiseringsvraagstuk en wat dat betekent voor de beschikbaarheid van de lijnen.

9/10

Gemeente Den Haag Ons kenmerk

DSO/10032292

Resultaat Met de komst van de nieuwe, moderne, lagevloertrams wordt reizen met het Haagse OV aantrekkelijker. De nieuwe trams kunnen meer reizigers vervoeren dan de oude GTL8’s. Daarnaast worden voor de instroom de nieuwe tramhaltes gelijkvloers gemaakt waardoor instappen gemakkelijk en snel gaat. Langs de route komen nieuwe halteperrons die voldoen aan de toegankelijkheidseisen zodat iedereen zelfstandig met de tram kan reizen. Ook krijgen de nieuwe haltes moderne digitale borden met vertrektijden en nieuwe wachtruimtes. De aanpassingen voor de tram zullen veelal ook een totale kwaliteitsverbetering opleveren in de openbare ruimte. Bij de ontwerpen van de inframaatregelen zullen omwonenden en ondernemers worden betrokken. De werkzaamheden aan haltes en tramrails zorgen voor overlast (lawaai, afsluitingen, omleidingen). Reizigers moeten tijdelijk van andere lijnen of vervangend vervoer gebruikmaken. De gemeente probeert zoveel mogelijk werkzaamheden tegelijk uit te voeren, zodat de straat maar 1 keer open hoeft. Alle deelprojecten voor de tram worden afgestemd met Bereikbaarheidsregie. Het werk wordt als het mogelijk is gecombineerd met bijvoorbeeld de aanleg van een fietspad of vervanging van het riool. Dit kan alleen als vanuit deze werkzaamheden/projecten ook dekking is.

Gezien het vorenstaande stelt het college de raad voor het volgende besluit te nemen: de raad van de gemeente Den Haag, gezien het voorstel van het college van 1 december 2020, besluit: I.

Het voorliggende voorstel vast te stellen;

II.

Kennis te nemen van de samenwerking tussen HTM, MRDH en de gemeente Den Haag in het programma Instroom Nieuwe Tram Haagse Regio en de kostenverdeling tussen de partijen;

III.

Het VO van ieder tracédeel wordt met financiële dekking ter besluitvorming voorgelegd;

IV.

Het versnellen van het OV bij de lijnen 6 en 12 als onderdeel van de opdracht te beschouwen in het kader van de mobiliteitstransitie;

V.

Om de tijdige instroom van de nieuwe stadstram te garanderen, de noodzaak van de realisatie van de nieuwe remise Zuid bij voorkeur op de GAVI kavel, te ondersteunen;

VI.

Elk halfjaar van het college een rapportage over de voortgang van het programma te ontvangen.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 21 januari 2021. De griffier,

De voorzitter,

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9471897/4