Was-wordt lijst Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2025
Tekst van het document
Was-wordt lijst Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025 Datum versie: 17 juni 2024 Stellers: Karlijn Stenvers & Anne Prinssen Redactionele wijzigingen Noodzakelijke redactionele wijzigingen, zoals het correct gebruik van hoofdletters, leestekens en lidwoorden, zijn niet expliciet opgenomen in deze was-wordt lijst, maar zijn wel te herleiden in de conceptversie Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025 door middel van weergave in blauw. Dit geldt eveneens voor actualisatie van data. Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 1 Artikel 1.1 Begripsbepalingen Lid 1 sub b. Algemene voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning.
Hoofdstuk 1 Artikel 1.1 Begripsbepalingen Lid 1 sub b. Algemene voorziening: Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning. De dag- en nachtopvang betreft een algemene voorziening waar echter een kort algemeen onderzoek (screening) wordt gedaan.
Tekstuele wijziging: tekstuele aanpassing heeft plaatsgevonden, omdat de dag- en nachtopvang een algemene voorziening is waar wel kort algemeen onderzoek (screening) wordt gedaan maar geen beschikking wordt afgegeven.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 1 Artikel 1.1 Begripsbepalingen Lid 1 sub s. Voorliggende voorziening: Voorzieningen die vanuit andere regelingen worden gefinancierd, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Langdurige Zorg (Wlz) of de Participatiewet (Pw), die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de klant toereikend en passend te zijn.
Hoofdstuk 1 Artikel 1.1 Begripsbepalingen Lid 1 sub c. Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet. Voorzieningen die vanuit andere regelingen worden gefinancierd, zoals de Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet Langdurige Zorg (Wlz) of de Participatiewet (Pw), die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de klant toereikend en passend te zijn.
Tekstuele wijziging: de Wmo 2015 kent het begrip voorliggende voorziening niet. In de Verordening is daarom het begrip aangepast naar andere voorziening.
1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 4 Artikel 4.2 Criteria voor maatwerkvoorziening, lid 2 sub d. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat: voor zover de inwoner een beroep kan doen op een voorliggende voorziening of de voorliggende voorziening de kosten van de maatwerkvoorziening als niet noodzakelijk heeft aangemerkt;
Hoofdstuk 4 Artikel 4.2 Criteria voor maatwerkvoorziening, lid 2 sub d. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat: voor zover de inwoner een beroep kan doen op een andere voorziening of de andere voorziening de kosten van de maatwerkvoorziening als niet noodzakelijk heeft aangemerkt;
Tekstuele wijziging: de Wmo 2015 kent het begrip voorliggende voorziening niet. Daarom heeft aanpassing naar andere voorziening plaatsgevonden.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 4 Artikel 4.5 lid 3 sub b Binnen beschermd wonen worden zes pakketten onderscheiden. Dit zijn: Intramuraal Beschermd wonen Intensief Intramuraal Beschermd wonen basis Kleinschalig Thuis intensief Kleinschalig Thuis basis Zelfstandig Thuis intensief Zelfstandig Thuis basis
Hoofdstuk 4 Artikel 4.5 lid 3 sub b Binnen beschermd wonen worden acht pakketten onderscheiden. Dit zijn: Intramuraal Beschermd wonen Intensief Intramuraal Beschermd wonen basis Intramuraal Beschermd wonen Verslavingszorg intensief Intramuraal Beschermd wonen Verslavingszorg basis Kleinschalig Thuis intensief Kleinschalig Thuis basis Zelfstandig Thuis intensief Zelfstandig Thuis basis
Inhoudelijke wijziging: er heeft een verbijzondering van Beschermd Wonen Intramuraal plaatsgevonden, waardoor de pakketten 'intramuraal beschermd wonen Verslavingszorg intensief en intramuraal beschermd wonen Verslavingszorg basis' erbij zijn gekomen.
Deze pakketten kunnen aangevuld worden met één van de drie bestaande modules Dagbesteding Beschermd wonen. Dit zijn: 1 t/m 3 dagdelen 4 t/m 6 dagdelen 7 t/m 9 dagdelen
Deze pakketten kunnen aangevuld worden met één van de drie bestaande modules Dagbesteding Beschermd wonen. Dit zijn: 1 t/m 3 dagdelen 4 t/m 6 dagdelen 7 t/m 9 dagdelen
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 4 Artikel 4.6 Criteria maatschappelijke opvang 1. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een inwoner alleen in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang
Hoofdstuk 4 Artikel 4.6 Criteria maatschappelijke opvang 1. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een inwoner alleen in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang
Inhoudelijke aanpassing: criteria met betrekking tot regiobinding opgenomen.
2
2.
3.
4.
indien de regio Meierij en Bommelerwaard de regio is waarbinnen de opvang van de inwoner het meest kansrijk is. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een inwoner in aanmerking komen voor opvang als hij: a. Feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en b. beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij; en c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen. Onder maatschappelijke opvang worden de voorzieningen dag- en nachtopvang, opvang met intensieve zelfstandigheidstraining, jongerenopvang, kleinschalige opvang en woon-werktrajecten verstaan. De centrumgemeente ’s-Hertogenbosch voert deze opvang uit voor de 7 gemeenten Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, ’s-Hertogenbosch, Vught en Zaltbommel.
2.
3.
4.
indien de regio Meierij en Bommelerwaard de regio is waarbinnen de opvang van de inwoner het meest kansrijk is. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald kan een inwoner in aanmerking komen voor opvang als hij: a. Feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en b. beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij; c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen; d. redelijkerwijs (dreigende) dakloosheid niet kon voorzien en/of bij (dreigende) dakloosheid door andere beslissingen had kunnen voorkomen; e. gedurende 3 jaar voorafgaand aan de melding minimaal 2 jaar zijn hoofdverblijf in de regio gehad; f. aantoonbaar de aanwezigheid van een positief sociaal netwerk heeft; Onder maatschappelijke opvang worden de voorzieningen dag- en nachtopvang, opvang met intensieve zelfstandigheidstraining, jongerenopvang, kleinschalige opvang en woon-werktrajecten verstaan. De centrumgemeente ’s-Hertogenbosch voert deze opvang uit voor de 7 gemeenten Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, Sint-Michielsgestel, ’s-Hertogenbosch, Vught en Zaltbommel.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
N.v.t.
Hoofdstuk 4 Artikel 4.8 Criteria financiële tegemoetkoming 1. Het college kan een financiële tegemoetkoming verstrekken die verband houdt met: a. de toepassing van het primaat van verhuizen en het bezoekbaar maken van de woonruimte; b. het gebruik van een eigen auto, rolstoeltaxi of
Tekstuele aanpassing: in de Verordening stonden voorheen geen criteria met betrekking tot de financiële tegemoetkoming opgenomen. Dit terwijl wij op diverse onderdelen wel een financiële tegemoetkoming verstrekken. Vandaar dat deze informatie is toegevoegd aan de Verordening.
3
bruikleenauto voor deelname aan het maatschappelijk verkeer als dit vervoer niet algemeen gebruikelijk is en cliënt geen gebruik kan maken van collectief vervoer; c. woningsanering of huurderving. 2. De financiële tegemoetkoming voor verhuiskosten en/of inrichtingskosten wordt niet eerder uitbetaald nadat de cliënt is verhuisd naar een door het college geschikt bevonden woning. 3. Het college stelt de hoogte van de bedragen vast in het Besluit nader regels maatschappelijke ondersteuning ’sHertogenbosch 2025.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 6 Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening, lid 3 In afwijking van het tweede lid wordt de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde beschermd wonen of opvang, op nihil gesteld voor inwoners met een bijdrage plichtig inkomen dat lager is dan 110% van het sociaal minimum.
Hoofdstuk 6 Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening, lid 3 In afwijking van het tweede lid wordt de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde beschermd wonen of opvang, op nihil gesteld voor inwoners met een bijdrage plichtig inkomen dat lager is dan 110% van het sociaal minimum. De inkomensgrenzen zijn te vinden op https://www.s-hertogenbosch.nl/inwoner/ondersteuningen-zorg/wmo/
Tekstuele aanpassing: verwijzing naar de inkomensgrenzen op de gemeentelijke website.
De inkomensgrenzen zijn te vinden op https://www.shertogenbosch.nl/inwoner/ondersteuning-en-zorg/wmo/.on der ‘Veelgestelde vragen’ – ‘Wanneer betaal ik geen eigen bijdrage voor Wmo-ondersteuning?’
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 6 Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening, lid 6 Het collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi) wordt uitgesloten van een eigen bijdrage op grond van het Abonnementstarief. De inwoner met een Wmo-indicatie betaalt wel een bijdrage voor de regiotaxi. Deze bijdrage is per rit. Bij elke rit wordt het instaptarief betaald. Daarnaast is de bijdrage afhankelijk van hoeveel kilometer de inwoner reist. Er zijn twee kilometertarieven: 1) een tarief tot en met
Hoofdstuk 6 Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening, lid 6 Het collectief vraagafhankelijk vervoer (regiotaxi) wordt uitgesloten van een eigen bijdrage op grond van het Abonnementstarief. De inwoner met een Wmo-indicatie betaalt wel een bijdrage voor de regiotaxi. Deze bijdrage is per rit. Bij elke rit wordt het instaptarief betaald. Daarnaast is de bijdrage afhankelijk van hoeveel kilometer de inwoner reist. Er zijn twee kilometertarieven: 1) een tarief tot 25
Tekstuele aanpassing. Omdat er sprake is van een (commercieel) tarief vanaf 25 kilometer, geldt het andere tarief tot in plaats van tot en met 25 kilometer. Daarnaast verwijzing naar de vernieuwde hyperlink.
4
25 kilometer en 2) een (commercieel) tarief vanaf 25 kilometer. De actuele tarieven zijn te vinden op https://www.regiotaxi-shertogenbosch.nl/wat-kost-het1 .
kilometer en 2) een (commercieel) tarief vanaf 25 kilometer. De actuele tarieven zijn te vinden op Kosten / reisbudget Archieven - Regiotaxi 's-Hertogenbosch (regiotaxishertogenbosch.nl) De tarieven staan op Kosten / reisbudget Archieven Regiotaxi 's-Hertogenbosch (regiotaxi-shertogenbosch.nl) onder het kopje ‘Kosten / reisbudget’.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Hoofdstuk 11 Artikel 11.2 Indexering Het college kan de in het kader van deze verordening en de op deze verordening berustende Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente ‘sHertogenbosch geldende bedragen verhogen of verlagen
Hoofdstuk 11 Artikel 11.2 Indexering Het college kan de in het kader van deze verordening en de op deze verordening berustende Besluit Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente ‘sHertogenbosch geldende bedragen verhogen of verlagen
Artikel 11.3 Evaluatie Het door het gemeente gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar geëvalueerd. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt het beleid vervolgens aangepast.
Artikel 11.3 Actualisatie Het door het gemeente gevoerde beleid wordt eenmaal per vier jaar geactualiseerd. Indien de actualisatie daartoe aanleiding geeft wordt het beleid vervolgens aangepast.
Tekstuele wijziging: in artikel 11.2 is het woord Besluit toegevoegd, conform formele benaming. In artikel 11.3 spreken we over actualiseren in plaats van evalueren, omdat dit meer passend is. Daarnaast is in lijn met de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025 en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025 artikel 11.7 opgenomen.
Artikel 11.7 Samenhang Bij deze Verordening horen de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025 en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2025.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Toelichting hoofdstuk 1 Onder s Voorliggende voorziening Dit is een voorziening op grond van andere wetgeving, die voorgaat op de wet. Te denken valt hierbij aan onder meer voorzieningen waarop de inwoner aanspraak kan maken op basis van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.
Toelichting hoofdstuk 1 Onder c Andere voorziening Dit is een voorziening op grond van andere wetgeving, die voorgaat op de wet. Te denken valt hierbij aan onder meer voorzieningen waarop de inwoner aanspraak kan maken op basis van de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg.
Tekstuele wijziging: de Wmo 2015 kent het begrip voorliggende voorziening niet. In de Verordening is daarom het begrip aangepast naar andere voorziening.
5
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Toelichting hoofdstuk 4 Artikel 4.2 Criteria voor een maatwerkvoorziening Lid 2d De wet bevat geen bepaling, zoals artikel 2 in de Wmo 2007, die regelt dat een aanspraak op grond van een andere wet voorgaat. Daarom is een dergelijke bepaling in de verordening opgenomen. Ook regelt de verordeningsbepaling, vergelijkbaar aan artikel 15 van de Participatiewet, dat kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet via de wet worden verstrekt. Daarbij valt te denken aan rollators die niet meer vergoed worden via de basiszorgverzekering.
Toelichting hoofdstuk 4 Artikel 4.2 Criteria voor een maatwerkvoorziening Lid 2d De wet bevat geen bepaling, zoals artikel 2 in de Wmo 2007, die regelt dat een aanspraak op grond van een andere wet voorgaat. Daarom is een dergelijke bepaling in de verordening opgenomen. Ook regelt de verordeningsbepaling, vergelijkbaar aan artikel 15 van de Participatiewet, dat kosten die in de andere voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet via de wet worden verstrekt. Daarbij valt te denken aan rollators die niet meer vergoed worden via de basiszorgverzekering.
Tekstuele wijziging: de Wmo 2015 kent het begrip voorliggende voorziening niet. In de Verordening is daarom het begrip aangepast naar andere voorziening.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Toelichting hoofdstuk 4 Artikel 4.5 Criteria beschermd wonen Er zijn twee pakketten Intramuraal Beschermd Wonen waar 24/7 begeleiding aanwezig is, twee pakketten Kleinschalig Thuis met 24/7 bereikbaarheid en beschikbaarheid binnen 2 uur en begeleiding op vaste momenten en twee pakketten Zelfstandig Thuis met 24/7 bereikbaarheid en beschikbaarheid binnen 4 uur en begeleiding op vaste momenten. Bij de Intramurale pakketten woont de cliënt op de locatie van de aanbieder. Bij Kleinschalig Thuis en Zelfstandig Thuis huurt of heeft de cliënt zelf een woonruimte. Binnen de pakketten neemt de gemiddelde intensiteit van de begeleiding steeds verder af. Dit past binnen het principe dat een cliënt toewerkt naar herstel en steeds meer zelfstandig kan participeren in de maatschappij. De verschillende vormen gaan gepaard met verschillende tarieven.
Toelichting hoofdstuk 4 Artikel 4.5 Criteria beschermd wonen We kennen de volgende pakketten binnen beschermd wonen: Intramuraal Beschermd Wonen intensief Intramuraal Beschermd Wonen basis Intramuraal Beschermd Wonen Verslavingszorg intensief Intramuraal Beschermd Wonen Verslavingszorg basis Kleinschalig Thuis intensief Kleinschalig Thuis basis Zelfstandig Thuis intensief Zelfstandig Thuis basis
Inhoudelijke wijziging: er heeft een verbijzondering van Beschermd Wonen Intramuraal plaatsgevonden, waardoor er twee pakketten Intramuraal Beschermd Wonen Verslavingszorg met 24/7 begeleiding bij zijn gekomen.
Bij de Intramurale pakketten woont de cliënt op de locatie van de aanbieder. Bij Kleinschalig Thuis en Zelfstandig Thuis huurt of heeft de cliënt zelf een woonruimte. De intensiviteit van de benodigde begeleiding en de bereikbaarheid van de begeleider onderscheiden de pakketten intensief en basis. Dit past binnen het principe dat een cliënt toewerkt naar herstel en steeds meer zelfstandig kan participeren in de maatschappij. De verschillende
6
pakketten gaan gepaard met verschillende tarieven.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
Toelichting hoofdstuk 4 Artikel 4.6 Criteria maatschappelijke opvang N.v.t.
Toelichting hoofdstuk 4 Artikel 4.6 Criteria maatschappelijke opvang Maatschappelijke opvang is een tijdelijk vangnet, geen woonoplossing. We bieden eerste opvang in tijden van nood en onderzoeken dan conform het landelijke convenant waar de kans op herstel het grootst is en wat de beste bijdrage levert aan de ondersteuningsbehoefte van de cliënt. De wens van de client en de beschikbaarheid van een (positief) sociaal netwerk in een gemeente wegen hierin mee. Ook wordt meegewogen in hoeverre dakloosheid redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden.
Inhoudelijke wijziging: criteria met betrekking tot regiobinding opgenomen.
De druk op de maatschappelijke opvang is groot. De kans op herstel in de gemeente ’s-Hertogenbosch en/of de overige gemeenten in de Meierij en Bommelerwaard is normaliter het grootst voor de inwoners van deze gemeenten. Zij vormen daarom de primaire doelgroep voor de maatschappelijke opvang. Bij de verdeling van schaarste wordt meegewogen in hoeverre de genoemde gemeenten de afgelopen drie jaar voorafgaand aan de melding minimaal twee jaar aantoonbaar het hoofdverblijf is geweest van diegene die een beroep doet op de maatschappelijke opvang. Deze maatregel is noodzakelijk, om te voorkomen dat dakloze gezinnen uit heel Nederland een beroep kunnen doen op deze opvang en is met name gericht op het doel om de meest kwetsbare gezinnen, voor wie de opvang bedoeld is, te kunnen blijven opvangen.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort aanpassing inclusief toelichting
7
Toelichting hoofdstuk 5 Artikel 5.3 Hoogte pgb De basis van het pgb is dat de inwoner zelf verantwoordelijk is om de zorg te regelen en afspraken te maken over de aard en organisatie van de ondersteuning. Daarnaast is de administratie en facturatie elders belegd (bij de Sociale Verzekeringsbank, in de toekomst bij de gemeente met pgb 2.0). Daarmee vervalt een deel van de organisatiekosten (overhead) die de organisatie bij de hulp in natura wel heeft. De personele overhead en de administratieve lasten zijn lager bij de aanbieder die met het pgb wordt ingekocht. Het continuïteitsrisico ligt bij de budgethouder, deze is zelf verantwoordelijk voor de hulp die hij/zij nodig heeft. Dat maakt dat er een korting wordt toegepast voor de pgb tarieven in relatie tot de tarieven voor hulp in natura.
Toelichting hoofdstuk 5 Artikel 5.3 Hoogte pgb De basis van het pgb is dat de inwoner zelf verantwoordelijk is om de zorg te regelen en afspraken te maken over de aard en organisatie van de ondersteuning. Daarnaast is de administratie en facturatie elders belegd (bij de Sociale Verzekeringsbank, in de toekomst bij de gemeente met pgb 2.0). Daarmee vervalt een deel van de organisatiekosten (overhead) die de organisatie bij de zorg in natura wel heeft. De personele overhead en de administratieve lasten zijn lager bij de aanbieder die met het pgb wordt ingekocht. Het continuïteitsrisico ligt bij de budgethouder, deze is zelf verantwoordelijk voor de hulp die hij/zij nodig heeft. Dat maakt dat er een korting wordt toegepast voor de pgb tarieven in relatie tot de tarieven voor zorg in natura.
Tekstuele wijziging: de begrippen hulp in natura en zorg in natura worden in de Verordening maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch, Beleidsregels en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning ’sHertogenbosch door elkaar heen gebruikt. We streven naar eenduidigheid en kiezen er in dat kader voor om in alle stukken te spreken over zorg in natura.
8