Voorgestelde update Visie Energielandschap
Tekst van het document
Update Visie Energielandschap. Het huidige beleid omschrijft lokaal eigendom als profijt voor de omgeving. Dit is in essentie geen lokaal eigendom. We hebben gemerkt dat dit onvoldoende houvast biedt om duurzame opwek te realiseren met stevige invulling van lokaal eigendom. Met de aanpassingen geven we een duidelijke definitie aan lokaal eigendom, waardoor we beter kunnen sturen op een goede invulling hiervan. Hiermee borgen we een betere verdeling van de lusten en lasten bij duurzame opwek projecten binnen onze gemeente. Pagina 27, paragraaf 4.3. Was: In lijn met het Klimaatakkoord streeft de gemeente naar evenwichtige verdeling van duurzame productie in een gebied. Het streven is dat 50% van het eigendom van de productie terecht komt bij de lokale omgeving. Hieraan voegen we toe dat dit zodanig moet worden ingevuld dat de omgeving hier daadwerkelijk profijt van heeft. Wat dit in kan houden is uitgewerkt in het kader op pagina 28. Het is wel denkbaar dat bepaalde projecten hier niet aan kunnen voldoen (omvang of type). Daartoe kan dan mogelijk gebruik worden gemaakt van het redelijkheidsbeginsel (paragraaf 4.3). Nadere uitwerking en toepassing van dit uitgangspunt geschiedt bij de uitvoering van de visie energielandschap.
Voor ontwikkelingen op gronden die eigendom zijn van de gemeente, is de doelstelling dat een zo groot mogelijk gedeelte van de productie lokaal eigendom wordt, met als streven 100%. Wordt: De gemeente stelt als uitgangspunt dat duurzame opwek projecten met (minimaal) 50% lokaal eigendom worden gerealiseerd. Het doel hiervan is dat de omgeving zeggenschap heeft in de ontwikkeling en kan delen in de lusten. Hiermee heeft de omgeving zeggenschap over hoe het project vorm krijgt en beheerd wordt, en hoe de lusten en lasten verdeeld worden. Wat dit in kan houden is uitgewerkt in het kader op pagina 28. Het is denkbaar dat bepaalde projecten hier niet aan kunnen voldoen (omvang of type). In dat geval kan gebruik worden gemaakt van het redelijkheidsbeginsel (paragraaf 4.3). Mocht, met goed onderbouwde redenen, een beroep gedaan worden op het redelijkheidsbeginsel, bijvoorbeeld omdat het project anders niet haalbaarheid is of er onvoldoende interesse is van lokale partijen, blijft het doel van zeggenschap en profijt staan. Het niet halen van 50% lokaal eigendom zou in uitzonderlijke gevallen gecompenseerd kunnen worden met andere vormen van zeggenschap én financiële participatie. Voor ontwikkelingen op gronden die eigendom zijn van de gemeente, is de doelstelling dat een zo groot mogelijk gedeelte ontwikkeld wordt met lokaal eigendom, met als streven 100%.
Pagina 28, Toelichting 50% en 100% lokaal eigendom. Was: Grofweg zijn er drie mogelijkheden voor investeringen in windturbines en zonneparken. Mogelijkheid 1 is binnen deze visie niet het uitgangspunt. De realisatie en exploitatie wordt volledig aan de markt overgelaten. In dat geval profiteert de omgeving niet en is er geen sprake van lokaal eigendom. Omwonenden krijgen de mogelijkheid om te investeren. Dat kan via aandelen of
via een coöperatie. Wat er dan gebeurt is dat burgers die financiële middelen hebben kunnen investeren en rendement ontvangen. Daardoor is er sprake van een selectief profijt voor de omgeving en dus ook van een selectief lokaal eigendom. Een model waarin de overheid investeert middels een lokale organisatie. Dit is toegepast in het project Windenergie A16: In dat project is met geld uit het Energiefonds Brabant (dat komt van de provincie) geïnvesteerd in de windturbines; het rendement op de investering wordt door een lokale organisatie geïnvesteerd in duurzaamheid, natuur, recreatie, sociale doelen etc. De omgeving profiteert, er is daarmee sprake van een vorm van lokaal eigendom, zonder dat de omgeving zelf hoeft te investeren. Voorwaarde is wel dat de overheid investeert. Het werkt als volgt: Het Energiefonds Brabant investeert en begeleidt de projectontwikkeling en de realisatie van de windturbines namens een lokaal verankerde stichting; als de windturbines draaien, verkoopt het Energiefonds Brabant haar belang aan burgers en bedrijven in de omgeving. Het Energiefonds Brabant stort de opbrengst in een fonds dat door de lokaal verankerde stichting beheerd wordt. Dit fonds is beschikbaar voor investeringen in lokale duurzaamheidsinitiatieven. Wordt: Bij duurzame opwekprojecten bestaat er onderscheid tussen lokaal eigendom en financiële participatie.
Lokaal eigendom gaat over (mede) eigenaarschap, financiële participatie over het meedelen in de (financiële) lusten van een project. Conform de uitgangspunten van het Nationale Programma Regionale Energie Strategie (NPRES) kunnen een aantal verschillende vormen van lokaal eigendom worden onderscheiden. De meest zuivere vorm van lokaal eigendom is juridisch (mede) eigenaarschap, waarbij risicodragend wordt geïnvesteerd in het project. Het doel van lokaal eigendom is zeggenschap en een eerlijke verdeling van lusten en lasten, waardoor de voorkeur van de gemeente uitgaat naar een vorm waarbij iedereen de mogelijkheid heeft om deel te nemen. 1) Bewonerscollectieven zoals energiecoöperaties. Het eigendom ligt deels bij een collectief samenwerkingsverband van lokale bewoners of ondernemers uit de ’s-Hertogenbosch. Hierbij is het uitgangspunt dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief de omwonenden de kans krijgt om deel te nemen. 2) Daarnaast kan lokaal eigendom ook ingevuld worden door deelname van lokale publieke partijen, zoals de gemeente of verbonden partijen. 3) Tot slot kan ook invulling gegeven worden aan lokaal eigendom door de deelname van lokale ondernemers of maatschappelijke instellingen/organisaties met een lokale vestiging. Lokale ondernemers die optreden als initiatiefnemers gelden niet als zijnde lokaal eigendom.