Verslag Sociaal 19.10.2022
Tekst van het document
De fractie vraagt de wethouder om te onderzoeken in hoeverre het toch mogelijk is om bij evenementen de eis te stellen dat de helft van de aangeboden voeding plantaardig is, zodat niet alleen duurzaamheid wordt bevorderd, maar ook de gezondheid. Wethouder Van der Geld antwoordt dat gezonde voeding deel uitmaakt van het duurzaamheidslabel en daarmee onderdeel is van de bredere scope van duurzaamheid. Evenementen kunnen zich aanmelden voor een duurzaamheidslabel en gezonde voeding is een van de criteria. Op deze manier wordt het voorschotelen van gezonde voeding op evenementen gestimuleerd. Wethouder Ralph Geers memoreert dat eerder dit jaar is gesproken over een dierenvoedselbank, waarvoor een motie is ingediend. Deze motie is niet aangenomen. Vervolgens is een particulier initiatief van de grond gekomen, zijnde het Dierentehuis. Deze organisatie krijgt meer diervoeding aangeboden dan ze zelf nodig hebben en het overschot wordt aan de Voedselbank gedoneerd. Deze wijze van werken heeft de voorkeur, omdat dit voorkomt dat mensen heen en weer moeten reizen en op deze wijze op één locatie voedsel voor zichzelf, als ook voor hun huisdier kunnen krijgen. De noodzaak om mee te werken aan een nieuwe locatie voor de dierenvoedselbank ontbreekt derhalve. Mevrouw Samshuijzen (PvdD) wil een aantal nuances plaatsen.
- De motie eerder dit jaar was breder opgezet; nu is voor een wat nauwere insteek gekozen. - Tussen de dierenvoedselbank en de gewone Voedselbank vinden gesprekken plaats om de samenwerkingsmogelijkheden te bezien. Aan de wethouder wordt gevraagd of hij op de hoogte is van het feit dat samenwerking lastig is omdat het gaat om een opslagruimte, een ruimte om te sorteren en niet om een distributieruimte. In het geval de dierenvoedselbank de huisvesting verliest, zal daarvoor opvang geregeld moeten worden om te voorkomen dat dieren en hun baasjes in de kou komen te staan. Wethouder Ralph Geers antwoordt dat voor de zomer duidelijk is gemaakt dat de gemeente niet voor ieder initiatief huisvesting kan gaan zoeken, dan wel daarvoor kan zorgen. Het Dierentehuis krijgt voldoende voeding binnen en deelt dit met de reguliere Voedselbank. Daar is dus ook dierenvoedsel beschikbaar. Het is bekend dat er gesprekken zijn geweest en dat partijen er niet zijn uitgekomen, maar overeind blijft dat het mogelijk is om via de Voedselbank aan dierenvoedsel te komen. Inzake de opvang van andere dieren, meldt hij dat hierover voor het einde van 2022 een ambitiebrief zal worden voorgelegd. In de praktijk blijkt dat 75% van de dieren die opgevangen moeten worden, afgezien van honden en katten, in het wild levende dieren zijn. Daarvoor is de Provincie het bevoegde gezag.
Hoewel hierover ook gesprekken worden gevoerd met de gemeente Oss, wordt tevens naar de provincie gekeken vanuit het uitgangspunt dat de provincie haar verantwoordelijkheid hierin moet nemen. Wethouder Van der Sloot constateert dat in vrijwel alle bijdragen 'bestaanszekerheid' de rode draad is en voelt aan dat dit thema bij zowel de raad als het college een hoge urgentie heeft. Het is goed om met elkaar te bespreken hoe dat in Den Bosch is geregeld. Het armoedebeleid waarop gebouwd kan worden, is solide. Ook is een 'Aanvalsplan Armoede' beschikbaar, waarop in het bestuursakkoord nog een extra plus is gezet, want naast de jaarlijkse € 14 miljoen voor
16
armoede, is voor deze bestuursperiode nog € 4 miljoen extra vrijgemaakt om extra aandacht te besteden aan de vroegsignalering, de jongerenperspectiefaanpak en de bijzondere bijstand. Zij merkt op dat de raad in juli is geïnformeerd over de TONK-middelen en hoe deze gelden verder worden ingezet. Ook daarop is op verzoek van de raad door het college een extra impuls gezet op energiearmoede, op vroegsignalering en op huisbezoeken. In de raadsinformatiebrief van september is de raad geïnformeerd over extra maatregelen, waaronder Extra Hulp Bij Geldzaken waarbij alle financiële informatie op één plek te vinden is. Dit wordt bekendgemaakt middels aankondigingen door de hele stad heen. Dit gebeurt ook via de Klusbus, waarin niet alleen iemand voor hulp bij energiebesparing aanwezig is, maar ook iemand van Extra Hulp Bij Geldzaken. Dus als de Klusbus bij iemand komt, wordt niet alleen gekeken naar energiebesparende mogelijkheden en worden die toegepast, maar wordt ook meteen gekeken naar andere mogelijkheden voor armoedebestrijding. In zekere zin is dit een vorm van huisbezoek. Ook gaat Farent de wijken in. Al met al wordt zoveel mogelijk gedaan om de mensen die hulp nodig hebben, ook daadwerkelijk te bereiken. Afgelopen week hebben de raadsleden een brief ontvangen inzake de impact van de energiearmoede op de gemeente 's-Hertogenbosch.
In deze brief is zowel een aantal rijksmaatregelen opgenomen, als een visie op de lange termijn. Besparen is natuurlijk de beste manier om de energiekosten te verlagen. Voorts wordt voortdurend naar de actualiteiten gekeken. De heer Van Hasselt (SP) vraagt of de wethouder zich realiseert dat besparen niet mogelijk is voor mensen die in tochtige, vochtige woningen wonen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat door de gekozen aanpak, juist de bewoners van die tochtige, vochtige woningen worden benaderd om te kijken of en hoe zoveel mogelijk verschil kan worden gemaakt. De aanpak wordt ook niet alleen door de gemeente ingezet, maar ook samen met maatschappelijke partners, zoals de woningcorporaties. Daarnaast wordt er regelmatig met verschillende maatschappelijke organisaties overlegd om te kijken hoe het proces kan worden versneld. De kansen om het energiegebruik te verminderen, zijn zeker aanwezig. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) merkt op dat in de begroting wordt gemeld dat 1400 doortochtwoningen voor 2028 worden aangepakt. De vraag is of dit naar voren kan worden getrokken, bijvoorbeeld dat in de komende twee jaar aan die 1400 doortochtwoningen in samenwerking met partners prioriteit wordt gegeven. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat hierover reeds uitgebreid is gesproken en dat hierop volop wordt ingezet.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) complimenteert de wethouder met de brief met bijlagen die de raadsleden hebben ontvangen en merkt op dat in die brief wordt gesproken over een bestaanszekerheidscoalitie. Daaraan doen allerlei partijen mee en de vraag is of daar ook personen uit de doelgroep bij worden betrokken. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de bestaanszekerheidscoalitie niet alleen de maatschappelijke partners omvat, zoals eerder genoemd, maar ook een vertegenwoordiging van het Stedelijk Huurdersplatform 's-Hertogenbosch. Dat betreft dus mensen die heel dicht bij de huurders staan, alsook organisaties zoals Quiet, die dagelijks met armoedesituaties hebben te maken. De wethouder is blij met deze mooie bestaanszekerheidscoalitie, waaruit ook echt initiatieven volgen. Het rijk doet veel, verandert ook veel en daarop zal het beleid moeten worden aangepast. Waarover zorgen bestaan, is de groep werkende armen/middeninkomens, de groep die ook in de minima-effectrapportage wordt genoemd. Voor die groep zijn andere oplossingen nodig, waaraan momenteel wordt gewerkt. Binnen nu en een maand kan de wethouder hierover meer vertellen. Een groot probleem hierbij is hoe die groep het beste bereikt kan worden. Dit blijkt een ingewikkeld vraagstuk te zijn, zelfs al zou het via de werkgevers lopen.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt of de situatie rondom deze groep in het overleg van 18 november a.s. aan bod komt. Wethouder Van der Sloot zegt toe hierop terug te komen. In ieder geval is het zo dat in alle bijeenkomsten waarbij het college aanwezig is, thema's als de bestaanszekerheid van middeninkomens en werkende armen een topprioriteit is.
17
Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) wil graag weten op welke wijze de vroegsignalering wordt ingezet en vraagt of daarvoor voldoende capaciteit is, ook gelet op de toekomst waarin deze groep steeds groter wordt. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat genoemde bestaanszekerheidscoalitie naar diverse aspecten van de groep kijkt. Ook wordt een en ander met het Armoedenetwerk besproken. De wethouder kaart de Bossche Pas aan en merkt op dat de ontwikkelingen op dit gebied in volle gang zijn. Met de raad zal worden besproken hoe de Bossche Pas kan worden gevuld. Om een stigmatiserende werking van de Bossche Pas te voorkomen, zal deze voor iedereen beschikbaar komen. Het voorstel hiertoe zal aan de raad worden voorgelegd. Daarnaast geeft zij aan dat een brede discussie is ontstaan over het getal 130. Zij is van mening dat er twee discussies over dit percentage worden gevoerd: 1. over de energietoeslag; 2. over de individuele bijzondere bijstand en het draagkrachtbeginsel. Zij geeft aan dat niet is gekozen voor 130% in relatie tot de energietoeslag omdat er is gekozen voor maatwerk bij de individuele bijzondere bijstand. Dat betekent dat meer mensen kunnen worden geholpen door maatwerk toe te passen, ook als ze boven de genoemde 130% zitten. Ook is hiervoor gekozen omdat de energietoeslag ook echt is bedoeld voor de energiekosten. 'Gericht schieten' is hierbij belangrijk.
Mevrouw Visscher (SP) is van mening dat de wethouder dezelfde fout maakt als de fracties van de PvdA en GroenLinks, namelijk dat niet wordt erkend dat iedereen die tot 130% van het minimuminkomen verdient, hulp nodig heeft en dat zou dan middels een generieke regel kunnen. Voor diegene die boven 130% zit, kan dan maatwerk worden toegepast. Wethouder Van der Sloot signaleert een verschil van mening voor wat betreft de aanpak. Het college kiest voor de maatwerkvariant waarop iedereen aanspraak kan maken en waarbij wordt gekeken wat iemand nodig heeft voor de energiekosten. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) wijst erop dat het een misverstand is dat iedereen die boven 120% zit recht heeft op de energietoeslag. Dat is namelijk niet zo. Diegenen die daarboven zitten hebben pech. In sommige bijzondere situaties zal daarop een uitzondering kunnen worden gemaakt (maatwerk), maar een hele grote groep heeft dus geen recht op de energietoeslag. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de grens van 120% voor de energietoeslag heel hard door het rijk is gesteld. Daaraan kan niet worden getornd. Het college kijkt of voor de groep die daarboven zit, ongeacht het percentage, kan worden vastgesteld wat ze echt nodig hebben. Dat is het maatwerk dat wordt geboden.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat de energietoeslag de zogeheten categoriale bijzondere bijstand betreft; het maatwerk is de individuele bijzondere bijstand. Boven 120% betekent 35% draagkracht: als mensen kosten hebben boven die 120%, dan moeten ze die sowieso met 35% zelf invullen. Met de door het college gekozen aanpak is het niet mogelijk om eenieder volledig tegemoet te komen. De vraag is of deze redenatie correct is. De voorzitter stelt dat dit erg technisch wordt en wijst erop dat de volgende keer een discussienotitie over armoede voorligt. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de heer Mees gelijk heeft en dat er boven 130% ook een draagkrachtberekening relevant is. Het college wil graag iets doen voor de werkende armen en de middeninkomens. Als echter het draagkrachtbeginsel van 120% naar 130% wordt verhoogd, dan wordt eigenlijk nog steeds dezelfde groep mensen gecompenseerd voor het verlies van draagkracht, terwijl het college wil kijken hoe de brede groep werkende armen en middeninkomens kan worden bereikt en daarvoor ook met een pakket van maatregelen wil komen. Dat is de aanpak die het college zich voorstelt. Voorts is gesproken over andere gemeenten.
De wethouder meldt dat veel overleg wordt gepleegd met andere gemeenten om te kijken naar de diversiteit in aanpak van de problematiek en tevens wordt bezien in hoeverre een en ander in Den Bosch kan worden toegepast.
18
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) geeft aan dat in de begroting wordt gemeld dat er een brede visie volgt ten aanzien van de aanpak van armoede en schulden. Hij vraagt wanneer deze visie kan worden verwacht. Wethouder Van der Sloot refereert aan het eerder genoemde aanvalsplan en het 'stevige' armoedebeleid. Daarnaast wordt - gelet op de huidige situatie - gekeken wat daar bovenop nog kan worden gezet. Zij geeft aan dat ook de sportverenigingen te maken hebben met de energiekosten, waarbij tussen verenigingen verschillen bestaan. Dit blijkt ook uit de informatie die deze week is ontvangen. Verenigingen willen de stap naar verduurzaming maken. Daarvoor is binnen de begroting ook ruimte gereserveerd, waarbij tevens wordt gekeken naar de mogelijkheden om geld naar voren te halen. De mogelijkheid van contributieverhoging zal door een aantal verenigingen aan hun ledenvergadering worden voorgelegd. Daarnaast wordt naar alternatieven gekeken om de inkomsten te verhogen, zoals het verhogen van de bierprijs. Het geld in het revolving fund voor de sport staat nu uit en moet nog worden terugverdiend. Wellicht kan daar later in het jaar nog een batch aan worden toegevoegd. De heer Elders (D66) refereert aan de problematiek van sportverenigingen vanwege de gestegen energieprijzen.
De fractie juicht de keuze voor verduurzaming toe, waarbij het wel de vraag is of het tijdig genoeg is, gelet op het tekort aan mankracht en materiaal. De vraag is of er echt zicht bestaat op het aantal verenigingen dat in de problemen gaat komen, waarbij ook de vraag opkomt hoeveel kinderen er straks niet meer kunnen gaan sporten. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat gebruik wordt gemaakt van verenigingondersteuners, die de verenigingen wekelijks bezoeken. Op deze wijze kan de vinger aan de pols worden gehouden. Op dit moment zijn er nog geen signalen dat er clubs op omvallen staan of dat de contributie massaal wordt opgezegd, hetgeen ook te maken heeft met het moment in het jaar. De heer Elders (D66) verzoekt de wethouder om, in geval deze signalen wel binnenkomen, deze direct met de raad te delen. Wethouder Van der Sloot zegt dit toe en geeft aan dat deze informatie ook in de impactbrief zal worden opgenomen. Zij bespreekt de combinatiefunctionarissen en geeft aan de raad hierover te informeren zodra er meer duidelijkheid ontstaat. Verwacht wordt dat de regeling blijft bestaan. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de wethouder een tipje van de sluier kan oplichten inzake het revolving fund voor de sport. Spreker informeert naar de tijdspanne waarbinnen meer informatie beschikbaar komt, als ook de hoogte van het eventueel toe te kennen bedrag.
Wethouder Van der Sloot antwoordt niet aan dit verzoek tegemoet te kunnen komen in verband met de hoeveelheid rekenwerk die hiermee is gemoeid. Bovendien zal moeten worden geïnventariseerd of de verenigingen de ruimte hebben om daaraan deel te nemen. De raad wordt zeker geïnformeerd zodra het college hierop stappen wil gaan ondernemen. Inzake de sociale structuur geeft zij aan dat voor de Seniorenbus, zoals benoemd in het bestuursakkoord, drie extra voertuigen worden ingezet. Deze zijn mede voor Nuland en Vinkel. De Seniorenbus is echter een zelfstandige organisatie die zelf bepaalt voor welke leeftijd activiteiten worden georganiseerd. AutoMaatje is een ander initiatief om mensen te vervoeren, waarbij gebruik wordt gemaakt van vrijwillige bestuurders. Hiervoor geldt geen leeftijdslimiet. Daarnaast is door de raad gesproken over de sociale benadering van dementie, die ook voor het college heel relevant is. Dit zal volgend jaar worden voortgezet, mede vanwege de innovatieve manier van werken. Ook eenzaamheid is een belangrijk onderwerp, mede gelet op de alarmerende cijfers hieromtrent. Daaraan wordt op allerlei manieren gewerkt, zoals bijvoorbeeld via de Ambassadeurs tegen Eenzaamheid, die kortgeleden zijn benoemd. Deze ambassadeurs zullen nog kennis komen maken met de raad.
Ook is het belangrijk de samenleving bij de eenzaamheidsproblematiek te betrekken om de eenzaamheid te kunnen bestrijden. Hierop zal in 2023 nader terug worden gekomen, gelet op het belang van dit punt binnen het kader van de sociale structuur. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) wil graag de mening van de wethouder horen ten aanzien van het inzetten van het Bosch burgerberaad als instrument bij complexe zaken, zoals
19
bestaanszekerheid, en waarbij de burgers actief worden betrokken – bijvoorbeeld door middel van loting - om met een frisse blik naar alle ontwikkelingen te kijken. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat ze het beantwoorden van deze vraag overlaat aan haar collega voor burgerberaden. Wethouder Kâhya geeft aan dat het in 2023 om drie bijzondere opdrachten gaat: (1) Gelijke kansen op talentontwikkeling Dat gebeurt in de community Gelijke kansen in 's-Hertogenbosch met meer dan honderd partners, met bestuurders en uitvoerders, maar ook met ouders en kinderen, die samen vormgeven aan projecten die het verschil gaan maken in het toevoegen van nieuwe ervaringen, in het zorgen dat achterstanden worden ingehaald en vooral in het benutten van talenten die ieder kind heeft en die potentie ook kan waarmaken. De Rijke Schooldag is slechts een van de tachtig interventies die worden genoemd. Belangrijk is dat er lef is om tegen de community te zeggen: ga ervoor en mislukken mag, maar samen doen en 'ontkokeren' is essentieel. Dus niet alleen onderwijs, maar ook sport, ook cultuur, ook gezondheid en welzijn. Het kind staat centraal plus hetgeen nodig is thuis, in de wijk en op school. (2) Meer gezonde en gelukkige jaren De wethouder wijst op het netwerk Samen Gezond. Preventie speelt in dit kader een essentiële rol. Behoud van gezondheid is enorm belangrijk.
Vooruitlopend op een van de aspecten die hierin een rol spelen, namelijk inkomen, blijkt voor wat betreft de levensverwachting ook het diploma van je ouders een hele belangrijke rol te spelen. Dit is expliciet verwoord in het rapport van de Onderwijsinspectie. Het vooruitgaan in inkomen betekent niet automatisch dat je gezondheid vooruitgaat, dan wel dat het onderhoud van je gezondheid vooruitgaat. Dit hardnekkige probleem kan niet in één keer worden opgelost, maar langs de lijnen van de leefomgeving kan - zowel mentaal als fysiek - ervoor worden gezorgd dat er gezonde en gelukkige jaren aan het leven worden toegevoegd. Hiermee worden de gezondheidsverschillen in de gemeente verkleind. (3) Inclusie Includeren is een werkwoord dat in elke portefeuille en op elk beleidsterrein terugkomt. Daar zal het komende jaar een aantal aspecten worden uitgelicht en worden bekeken hoe ervoor kan worden gezorgd dat in 's-Hertogenbosch eenieder kan zijn wie hij, zij, het of anderszins ook wil zijn. De toegankelijkheidsagenda en het regenboogprogramma zijn daarin relevant, maar ook sommige onbenoemde thema's, zoals Ketikoti of racisme zullen worden opgepakt. De verwachting is dat in Q1 2023 een brief naar de raad wordt gestuurd waarin wordt aangegeven welke stappen ondernomen gaan worden om de beoogde doelen te bereiken.
Daarvoor wordt het gesprek aangegaan met gevestigde partijen en instanties, maar ook met de huidige generatie om samen vanuit diverse invalshoeken het onderwerp inclusie te kunnen aanpakken. Hoewel het nu lijkt alsof de gemeente in bovenstaande punten heel erg de regie neemt, is dat niet het geval. In 's-Hertogenbosch-West is er bijvoorbeeld een project met veertien partijen. De penvoerende partij is in dit geval niet de gemeente. Samen wordt bepaald wat nodig is, waarbij de ouders en kinderen een belangrijke rol spelen. Dat vergt van zowel het college als de raad het lef om los te laten en het vertrouwen te geven aan betrokken partijen om het met elkaar binnen de door de gemeente gegeven lijnen te gaan oppakken, invullen en uitvoeren. Voor wat betreft de ontbijtproblematiek kan worden gesteld dat het onwenselijk is dat kinderen met een lege maag aan de schooldag beginnen. Daarnaast leidt het gebrek aan vocht tot vermindering van concentratie. Om die reden zijn op scholen watertappunten gerealiseerd. Een van de aspecten binnen de 'Gelijke kansen-aanpak' betreft de verbinding met diverse fondsen, zodat financiën geen belemmering zijn in de ontwikkeling van kinderen. Belangrijk is om met elkaar te bepalen wat al dan niet werkt.
Heldere doelen – zoals ervoor zorgen dat elk kind heeft ontbeten voordat het naar school gaat en ervoor zorgen dat elk kind met een gevulde broodtrommel op school komt – én een goede evaluatie is belangrijk. Het programma van het rijk omvat € 5 miljoen. Dit bedrag is beschikbaar gesteld en wordt over 500 basisscholen wordt verdeeld via het Jeugdeducatiefonds. Er zijn in 's-Hertogenbosch twee scholen die gebruikmaken van deze middelen. De gemeente zit daar niet tussen. De lunchmaatregel van het rijk moet nog verder worden uitgewerkt. De lokale interventie van de gemeente betreft de groentesoep op een aantal scholen en het gezonde schoolfruit; deze succesvolle interventies zullen gehandhaafd blijven. Mevrouw Van Beers (Volt) merkt op dat de wethouder verwijst naar de evaluatie van een experiment dat ruim voor de coronatijd heeft plaatsgevonden en ruim voor de huidige periode met een
20
inflatie van ruim meer dan 10%. De huidige problematiek tijd vereiste een andere aanpak en inzet dan destijds het geval was. Zij vraagt of de wethouder bekend is met de experimenten en onderzoeken die de Universiteit Maastricht heeft uitgevoerd. Uit deze onderzoeken komt naar voren dat de lunch op school waarvan Volt een voorstander is - als voordeel heeft dat ook sociale aspecten aandacht krijgen, zoals het pestgedrag. Tijdens het experiment blijkt het pestgedrag vrijwel te zijn verdwenen. Wethouder Kâhya antwoordt dat hij daar nu wel bekend mee is. Waar het volgens hem om gaat, is dat goed wordt gekeken naar de effecten van bepaalde interventies en wordt afgewogen of deze interventies al dan niet effectief zijn, waarbij wordt gezorgd dat enerzijds wordt voldaan aan de wenselijkheid van een gevulde maag aan het begin van de schooldag, waarbij alle kinderen worden bereikt en anderzijds zonder dat de scholen nog meer worden belast dan nu al het geval is. Naar het idee van het college is het meest wenselijke scenario dat alle kinderen thuis goed kunnen ontbijten en met een gezond gevulde lunchbox naar school kunnen vertrekken. Mevrouw Van Beers (Volt) vraagt de wethouder of hij zich ervan bewust is dat het in 's-Hertogenbosch-West niet de dagelijkse praktijk is dat de kinderen goed ontbijten en met een goed en gezond gevulde lunchbox naar school gaan.
Bovendien neemt het aantal kinderen, waarbij dit probleem speelt enorm toe. Wethouder Kâhya antwoordt dat hij zich daarvan bewust is. Het is dan ook een zoektocht in aansluitend op het bestaanszekerheidsvraagstuk om samen met de scholen en met andere partijen de verantwoordelijkheid voor deze problematiek te delen en ervoor te zorgen dat dit wordt aangepakt en opgelost, al is het eventueel maar op één punt. Het is belangrijk om de lessen uit het verleden mee te nemen in de implementatie van mogelijke oplossingen. De opgave is helder, maar het antwoord is niet simpel. Mevrouw Van Beers (Volt) verzoekt de wethouder om het onderzoek van de Universiteit Maastricht hierin mee te nemen. Wethouder Kâhya zegt dit toe en adviseert Volt om, in geval Volt op dit punt overweegt een motie in te dienen, deze motie goed te onderbouwen ten aanzien van de uitvoerbaarheid en de beoogde impact. Over de ambitie en wat bereikt moet gaan worden, bestaat geen verschil van mening, maar in de uitvoering moet er wel voor worden gewaakt dat de toch al overbelaste onderwijssector niet nog meer workload krijgt. Mevrouw Hamerslag (PvdD) vraagt of het gezamenlijk lunchen op school niet kan worden gebruikt om ervoor te zorgen dat die lunch inderdaad gezond is samengesteld.
Immers, uit onderzoek is gebleken dat vooruitgang in inkomen niet automatisch tot gevolg heeft dat de inhoud van de lunchbox gezonder wordt, maar dat de keuzes veel meer afhangen van de achtergrond en het opleidingsniveau van de ouders. Bij een gezamenlijke schoollunch kan voor gezondere opties worden gekozen. Wethouder Kâhya geeft aan dat het onderzoek aangeeft dat het vraagstuk van gezondheidstoename complex is en dat alleen toename van inkomen nog niet betekent dat de gezondheid toeneemt. Het is maar de vraag of door alles op school te regelen het in de thuissituatie verbetert, terwijl het ultieme doel is dat in de thuissituatie gezonde keuzes worden gemaakt. Voeding is overigens maar één aspect, want ook de mentale gezondheid, voldoende beweging en een gezonde leefomgeving zijn heel belangrijk. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) vraagt of de wethouder rekening houdt met het feit dat er gezinnen zijn waarin de thuissituatie zodanig is dat de ouders niet in staat zijn om een gezonde lunch mee te geven en dat die kinderen nu dus altijd de pineut zijn. Wethouder Kâhya realiseert zich dit probleem, maar is er geen voorstander van om op bepaalde plekken, waar mensen tijdelijk komen, afhankelijkheden te creëren.
Dan rijst immers de vraag hoe het dan gaat na schooltijd en in de weekenden, en hoe dan voor een permanent stabiele omgeving voor het kind wordt gezorgd zodat het kind de eigen talenten ook daarbuiten kan ontwikkelen. Het is te gemakkelijk om te zeggen: 'we regelen een lunch en daarmee is het probleem verholpen'. Dat is namelijk niet het geval. Het is van belang om de complexiteit van het probleem met elkaar te durven verkennen.
21
Voor wat betreft onderwijshuisvesting en de kosten daarvan, verwijst hij naar het bestuursakkoord en de begroting. De investering is verdubbeld. Dit betekent overigens niet dat dus twee keer zoveel kan worden gebouwd. Samen met het onderwijs wordt geïnventariseerd wat de prioriteiten zijn zodat met de beschikbare middelen de meeste impact kan worden bereikt. Daarnaast wordt bij het rijk gelobbyd voor meer geld om enerzijds meer scholen te bouwen en anderzijds de scholen beter te kunnen onderhouden. Wethouder Slikker stelt vast dat de gemeente er momenteel gelukkig financieel beter voorstaat dan in eerdere jaren. De wethouder heeft de behoefte om enkele punten aan te stippen. Vanaf de zomer van 2022 wordt gewerkt aan een indicatietijd van maximaal acht weken. Bij spoed wordt uiteraard ingezet op een kortere termijn. In de aanpak van de wachtlijsten, gaat het ook over herindicaties die momenteel ambtelijk worden verlengd, versimpeling van procedures voor chronisch zieken en ouderen, als ook extra personeel. De raad wordt natuurlijk op de hoogte gehouden van deze ontwikkelingen. Wat betreft de aandacht voor de jeugdzorg en de jeugdbescherming in de stad en de regio, is er nog steeds veel jeugd die niet de zorg krijgt die ze nodig hebben. Dit geldt met name voor de jeugdbeschermingsketen.
Daarbij is het de bedoeling dat lokaal gezien wordt toegewerkt naar zorg in de wijk en in gezinshuizen in plaats van binnen instellingen. Een voordeel is dat sprake is van een 'openeindefinanciering' en derhalve geen rekening gehouden hoeft te worden met budgetplafonds. De wachtlijsten zijn het gevolg van een tekort aan personeel, hetgeen ook bij jeugdzorg aan de orde is. Wat betreft de 'Wonen eerst'-aanpak wil het college af van het huidige systeem van opvang van daklozen in verschillende zalen waarbij niet wordt gewerkt aan herstel, noch dat diegenen die 'alleen maar' dakloos zijn, meer dan een jaar in de daklozenopvang blijven wonen. Dat betekent een samenvoeging van die opvang en een verbetering van de vrouwenopvang, waarbij de kwaliteit omhoog moet en de tijdsduur omlaag. Hiertoe volgt in december a.s. een raadsvoorstel. Wat betreft Wonen en zorg geeft hij aan dat binnen 25 jaar het aantal personen boven de leeftijd van 75 is verdubbeld, hetgeen ook geldt voor het aantal personen met geheugenklachten. In diezelfde periode zal het aantal medewerkers in de zorg niet toenemen, maar eerder afnemen. Dat geldt ook voor het aantal plaatsen in verpleeghuizen. De vraag is: hoe wordt ervoor gezorgd dat liefdevol zorgen op wijkniveau wordt georganiseerd, huizen en zorgvoorzieningen daarvoor worden toegerust en dat mensen zelf ook die beweging maken.
Hier zal deze winter nog op terug worden gekomen. In de afgelopen jaren zijn omtrent zorgfraude echt stappen gezet, zoals - strengere selectie aan de poort, mede door versteviging van de selectiecriteria; - winsten boven 5% moeten worden besteed aan de kwaliteit van de geleverde zorg; - aanstellen van een handhaver in het Sociaal Domein heeft geleid tot meerdere terugvorderingen; - ppbouw van dossiers op basis van individuele waarnemingen en signalen; - gedegen analyse van de jaarrekeningen; - lokaal organiseren van toezicht en handhaving, dan wel regionaal organiseren. Hierop zal worden teruggekomen, waarbij de wethouder benadrukt dat 98% van de aanbieders het werk uitvoert naar eer en geweten en met liefde voor het werk. Helaas zit er af en toe een cowboy tussen. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) herinnert de wethouder nog even aan het burgerberaad. Wethouder Slikker geeft aan binnenkort overleg te voeren met het presidium van de raad over het burgerberaad. Bij gelegenheid zal een aantal vraagstukken besproken worden: - Hoe komen raad en college gezamenlijk tot onderwerpselectie? - Hoe wordt het op een goede manier georganiseerd? - Wat is de rol van de raad daarin? - Wat is de rol van het college daarin? De voorzitter vraagt de raad of een tweede termijn nodig is.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat de raad normaliter wordt bevraagd over moties en dergelijke en dat dit wellicht in de tweede termijn kan worden meegenomen. De voorzitter geeft aan een andere planning te hebben.
22
De heer Van Silfhout (Volt) wil nog graag toelichten waarom Volt om een lunch vraagt en niet om een ontbijt. Een kind komt 's ochtends niet op school met een dubbele lunch. Een lunch kan niet worden gestapeld en daarom is Volt voor een lunch en niet voor een ontbijt. De voorzitter constateert dat de toelichting van de heer Van Silfhout een opmerking betrof en derhalve geen reactie behoeft. De voorzitter merkt op dat de heer Mees gelijk had en geeft aan dat dit het moment is voor het indienen van moties en/of amendementen. Daartoe bevraagt de voorzitter de fracties. Mevrouw Visscher (SP) geeft aan dat de SP moties/amendementen zal indienen over de energietoeslag, de 130% en een armoedefonds. Over verdere moties en amendementen is het fractieberaad nog niet afgerond. D66 geeft aan dat de fractie nog in beraad is. VVD geeft aan dat de fractie nog in beraad is. Rosmalens Belang geeft aan dat de fractie nog in beraad is. De heer Plasmeijer (50PLUS) geeft aan dat de fractie nog in beraad is. Mevrouw Van Zaalen (CDA) komt met een motie inzake Positieve Gezondheid en het seniorenorkest Mevrouw J.J.M.
van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) steunt de moties van het CDA voor het seniorenorkest en verder is de fractie nog in beraad De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) denkt aan moties over het schoolontbijt, een commercieel winterfestijn, voorzieningen bij de Grote Wielerplas, muziekgezelschap wordt al over gesproken met PvdA en de Bossche Zomer zonder subsidie, De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch): overweegt moties/amendementen inzake de Bossche Pas, indexatie van de bijzondere bijstand, gelden ten behoeve van energietoeslag en energiearmoede, doelgroepen, 130%, en eventueel het organiseren van een soort benchmark tussen de gemeenten. Mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) sluit daarbij aan. Mevrouw Hamerslag (PvdD) is nog in beraad en overweegt eventueel een motie over gezond eten op evenementen Mevrouw Van Beers (Volt) denkt aan een motie over gezonde schoollunches. De voorzitter stelt vast dat hiermee de commissiebespreking van de begroting is afgerond. Overige onderwerpen ter bespreking 7.
Werkplanning De voorzitter geeft aan dat vanuit D66 het verzoek is gekomen om de werkplanning te actualiseren met de nieuwe dynamische collegeplanning. De nieuwe collegeplanning wordt afgewacht. De voorzitter attendeert de vergadering op het bezoek aan het Sportiom op woensdagavond 3 november a.s. Voorts meldt hij dat door mevrouw Van Opdorp (De Bossche Groenen) en de heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch).voor de komende commissievergadering een discussienotitie is aangekondigd over het armoedebeleid De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) verwijst naar de onderwerpen in de begroting. Er zal eerst worden bezien hoe een en ander begrotingstechnisch uitkomt. Vervolgens zal hij bezien wat de gevolgen zijn voor de discussienotitie.
23
De heer Van Haren (VVD) geeft aan dat het initiatief van de VVD en de PvdA inzake de zorgfraude en malafide organisaties op de werkplanning kan worden gezet. 8.
Rondvraag en sluiting De voorzitter meldt dat mevrouw Craste (D66) en de heer Elders D66) een vraag hebben ingediend. Hierop zal door D66 een korte toelichting worden gegeven, waarna de portefeuillehouder een reactie kan geven. Vervolgens kan de fractie zich beraden op haar standpunt en kunnen andere fracties eventueel vragen stellen. De heer Elders (D66) geeft aan dat sinds 2015 op 11 oktober, Coming Out Day, de regenboogvlag op het stadhuis is gehesen. Normaliter gebeurt dit door een collegelid. Dit is voor D66 een belangrijk gebeuren en het viel D66 op dat er dit jaar weinig tot geen aandacht hieraan is besteed. Vandaar dat de volgende vragen zijn gesteld: (1) Klopt het dat er niemand van het college bij het hijsen van de vlag op Coming Out Day aanwezig was? Klopt het dat er ook minder ceremonieel was met betrekking tot andere aanwezige partijen? (2) Is het de bedoeling dat het de komende jaren weer als vanouds zal gaan plaatsvinden? Dus met aanwezigheid van iemand van het college en meer ceremonieel? Wethouder Kâhya meldt dat ook dit jaar de regenboogvlag is gehesen. Hieraan is via social media aandacht besteed, hetgeen veel en goed bereik heeft gehad.
Tegelijkertijd is ook geluisterd naar de discussie van een maand geleden in het college, waarin is aangegeven dat het niet om symboolpolitiek gaat, maar dat het doel is om het gesprek met elkaar aan te gaan, om gerichte interventies te doen op plekken waar dat meerwaarde heeft, zoals bijvoorbeeld op scholen. Destijds is toegezegd dat de regenboog geëvalueerd zal blijven worden en het gesprek zal worden aangegaan met de community. De gedachte is om zo te komen tot een goede invulling van het regenboogbeleid voor de komende jaren. De wethouder verwacht de commissie daarover in Q1 2023 te kunnen informeren. Ook in 2023 zal de regenboogvlag worden gehesen, maar met wie en hoe en op welke wijze blijft nog even spannend. De heer Elders (D66) merkt op dat hierover vorige maand uitgebreid is gesproken en dat het inderdaad niet om de symbolen gaat, maar dat aan de andere kant deze symbolen wel heel krachtig zijn. De vlag is een krachtig symbool en het kost een lid van het college niet veel tijd om die te hijsen. Derhalve wordt aan de wethouder gevraagd om de toezegging te doen dat aan deze gebeurtenis volgend jaar meer aandacht wordt besteed. Wethouder Kâhya antwoordt dat niet te kunnen toezeggen, mede omdat nu nog niet kan worden overzien hoe de planning van het college dan is. Daarnaast is het van belang om in gesprek te gaan op plekken waar de impact het grootste zal zijn.
Waarschijnlijk zal een lid van het college volgend jaar de vlag hijsen, maar het gaat te ver om in deze setting de agenda van de leden van het college te gaan bepalen. De vraag om aandacht voor dit onderwerp is helder en zal worden meegenomen in het regenboogbeleid dat samen met de community zal worden opgesteld. De heer Elders (D66) antwoordt dat de wethouder hem volgend jaar in Q1 en op 11 oktober weer terug zal zien. De voorzitter meldt dat de volgende vergadering van deze commissie op 30 november a.s. is gepland en dat voor 8 november a.s. de stukken daartoe moeten zijn aangeleverd. Hij geeft aan het een prettige vergadering te hebben gevonden, dankt alle aanwezigen en sluit de vergadering. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de commissie Sociaal op 30 november 2022.
De secretaris, drs. E.A.A. Kerkhoff
De voorzitter, J.J.M. Gersjes
24