Verslag Hearing Woonzorgvisie 24.03.2025
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Verslag Hearing Woonzorgvisie Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:
24 maart 2025 Raadzaal
F.J. van Haren drs. E.A.A. Kerkhoff O. Çifçi, M. Claessen, J.J.E.L. van Creij, F. Hoekstra-Wittebol, R.F. van der Kallen-van der Donk, W.M. van de Leemput, ir. V.P.T. MullerLaumans, mr. S.J.M. Peters, E. Samshuijzen, A.C. van Silfhout, ir. P.K. Schuurmans, dr. Y. van Zaalen
Gastsprekers:
P. Kemper, M. Smulders, M. Lycops, L. Vogel, M. Thijssen, I. Jansen, M. Volgers, mr. D. Peters-van Gorp, Y. van Mierlo, R. Kievits, A. Spijker, A. de Rouw-Janssens, W. Markerink
Afwezig:
E.C.M. van Diejen BSc, mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, F.G.F. van Genugten, S.C. van Hasselt, A.W.J.A. van Hattem LLB, T.A.J. Heijmans, ing. J.N. Kieft, H.J.M. Mees, W.J. Plasmeijer, C.K.J. Visscher, mr. C.H.A. van den Wildenberg
Verslaglegging:
P. van Hoorn, DemiSec
1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom bij deze hearing over de Woonzorgvisie Fijn oud worden in de gemeente 's-Hertogenbosch. Vanavond luistert de commissie Sociaal naar de verhalen van een aantal belangrijke partners van de gemeente bij de totstandkoming van de woonzorgvisie. Het gaat om: de monitorgroep van het eerste Bossche burgerberaad de Adviesdraad WMO en Jeugdhulp de Woningcorporaties en het Stedelijk huurdesplatform ’s-Hertogenbosch Zorgzaam ’s-Hertogenbosch Farent Seniorenplatorm ’s-Hertogenbosch. Zij zijn voor vanavond uitgenodigd om te vertellen wat zij vinden van de woonzorgvisie zoals deze er nu ligt. De gemeenteraad gebruikt de informatie van vanavond bij de behandeling van de woonzorgvisie die gepland staat voor de commissie Sociaal op 16 april en de raadsvergadering van 7 mei. De voorzitter licht de orde van de vergadering toe: de gastsprekers hebben ieder 15 minuten gekregen om een verhaal te vertellen. Na iedere presentatie is er ruimte voor de commissieleden om vragen te stellen. Hij nodigt de heer Kemper uit om zijn verhaal te vertellen namens de monitorgroep Bosch Burgerberaad. 2.
Monitorgroep Bosch Burgerberaad De heer Kemper is samen met mevrouw Smulders, mevrouw Lycops en mevrouw Vogel namens het burgerberaad aanwezig en hij benoemt een aantal zaken die in het burgerberaad naar voren kwamen. Vragen die in het burgerberaad naar voren kwamen waren onder andere: is er nog wel goede zorg als ik zelf wat ouder ben, wat is een gezonde leefstijl en hoe bereiken we de mensen om deze gezonde leefstijl te introduceren? Ook kwam aan de orde dat er vertrouwen in de overheid nodig is, dat laat nog wel eens te wensen over. Verder is de kijk op wonen veranderd, mensen willen bijvoorbeeld kleiner of gemeenschappelijk wonen. Er spelen ook vragen over digitale ondersteuning met bijvoorbeeld AI, financiën en het steeds meer uitgeklede openbaar vervoer. In het burgerberaad kwam het woord 'ontmoeten' erg vaak naar voren, daar is veel behoefte aan. De afgelopen jaren was ook bij de overheid sprake van het zogenoemde
1
silodenken, dat betekent dat er geen verbinding is, mensen werden van het kastje naar de muur gestuurd. Er is veel bureaucratie en afstandelijkheid, alles is gericht op efficiency. Er is een grote afstand tussen de overheid en de burgers, er heerst onbegrip en de samenleving is complex. Er is wel veel informatie en ondersteuning beschikbaar, maar die is niet goed te vinden. Er kunnen dingen anders worden gedaan, maar er zijn ook al positieve ontwikkelingen zoals 'Op de koffie bij Annie' en de Herberg in Engelen, de woningbouw wordt versneld, de gemeente Den Bosch wordt dementievriendelijk, mensen kunnen met zorgtechnologie langer thuis wonen, de wens om het silodenken te doorbreken en de instelling van een doorbraakteam. Daarnaast is een beter contact tussen de burgers en de overheid, meer procesdenken, vertrouwen van de burgers in de overheid en andersom en indien mogelijk zelfredzaamheid nodig. Ontmoeten helpt bij al deze zaken. Het burgerberaad heeft 34 aanbevelingen gedaan die de gemeenteraad allemaal heeft opgepakt en er is een uitvoeringsagenda met veel ambities opgesteld, maar de vraag is wel of al die ambities werkelijkheid worden en het burgerberaad gaat dit monitoren. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of er voldoende financiële middelen en tijd zijn om alle ambities in de uitvoeringsagenda te kunnen realiseren.
De heer Kemper geeft aan dat de uitvoeringsagenda een aantal jaren behelst. Hij weet niet hoeveel geld de gemeente voor de ambities uittrekt - dat bepaalt de gemeenteraad - en niet alles hoeft geld hoeft te kosten. Hij hoopt wel dat alle punten de komende jaren kunnen worden uitgevoerd. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de heer Kemper erop vertrouwt dat het goedkomt. De heer Kemper heeft daar vertrouwen in. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt wat er naast ontmoetingsplekken nog meer nodig is om ontmoeting mogelijk te maken. De heer Kemper zegt dat hierbij meerdere zaken spelen en dat hij persoonlijk voorstander van kleinschaligheid is. Mevrouw Van de Leemput vraagt of alle leeftijdsgroepen ontmoeting belangrijk vinden. De heer Kemper antwoordt dat ontmoeten niet leeftijdsgebonden is en dat het erom gaat dat mensen uit alle groepen van de samenleving elkaar kunnen ontmoeten. De voorzitter vraagt of de monitorgroep van het burgerberaad in deze Woonzorgvisie terugziet dat wordt geprobeerd te voorkomen dat de overheid goede initiatieven van inwoners in de weg zit of die overneemt. De heer Kemper zegt dat het feit dat er een monitorgroep is al aangeeft dat de gemeente zich realiseert dat ze weer in dezelfde valkuil trapt als ze alles zelf gaat doen. De rol van de monitorgroep is om te volgen of de plannen ook worden uitgevoerd. 3.
Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp De voorzitter geeft aan dat de Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp al een schriftelijk advies heeft uitgebracht dat bij de stukken is gevoegd. Mevrouw Thijssen is samen met mevrouw Jansen en mevrouw Volgers namens de stichting Adviesraad WMO en jeugdhulp aanwezig. Ze geeft aan dat de Stichting Adviesraad WMO en Jeugdhulp gevraagd en ongevraagd advies geeft en meedenkt over het gemeentelijke beleid op het gebied van WMO en jeugdhulp. De Adviesraad heeft enkele adviezen over de Woonzorgvisie gegeven en zal nu een aantal zaken daaruit benadrukken. Ze maakt gebruik van afbeeldingen uit de Atlas van de Belevingswereld, een geografische kaart waarbij wordt gevraagd hier doorheen te kijken. De gemeente Den Bosch heeft ervoor gekozen om zo dicht mogelijk bij de beleving van de inwoners te komen en die serieus te nemen. Ze gaat verder met het onderwerp 'Levenservaring is geen reden voor een traplift, maar voor het podium'. De Adviesraad heeft vertrouwen in de mensen die in Den Bosch wonen en het is erg belangrijk dat mensen met levenservaring positief worden bejegend. De levenservaring en niet de beperkingen moeten
2
daarbij centraal staan. Beperkingen moeten wel serieus worden genomen, maar moeten geen reden zijn om naar beneden te worden gehaald en een podium voor en erkenning van de ervaring van mensen is doorslaggevend. Als mensen het gevoel hebben dat ze serieus worden genomen, zullen ze welwillender tegenover de visie en de ambitie van de gemeente staan. Ze benadrukt ook 'Nieuwe woonvormen zoeken huisgenoten, geen hokjes'. De Adviesraad hoopt dat de gemeente de nieuwe woonvormen goed over verschillende bevolkingsgroepen zal verdelen, waarbij scheefwonen best bespreekbaar mag worden gemaakt en ook cirkelwonen en deelwonen belangrijke uitdagingen zijn. Daarbij is het erg belangrijk om vooraf duidelijk te zijn over hoe het zit met zaken als de kostendelersnorm en zorg- en huurtoeslagen, zodat bewoners geen negatieve gevolgen van een andere manier van wonen gaan ervaren. Pilots zijn goed, maar er moeten in de toekomst wel een structurele en duidelijke visie en aanpak komen zodat mensen zich ook hierin serieus genomen voelen. Mantelzorg is goud waard en daarom moet zorgvuldig worden omgegaan met de tijd van een ander. De Adviesraad onderstreept dat bij het nieuwe wonen wordt benadrukt hoe belangrijk omzien naar elkaar is, maar wil er ook voor waken dat mogelijk op mantelzorgers wordt gerekend, dat moet wel realistisch zijn.
Het is belangrijk hierover in gesprek te blijven omdat er een andere beleving ontslaat als mensen het gevoel hebben dat ze worden ingezet om een tekort te dichten. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt of de Adviesraad heeft nagedacht over hoe kan worden voorkomen dat de druk op mantelzorgers te groot wordt. Mevrouw Thijssen vindt dat de gemeente eerlijk en transparant moet zijn over wat van het netwerk van mensen wordt verwacht en hoe lang die hulp nodig is. Mensen die zorg nodig hebben, vinden het vaak moeilijk om daar om te vragen en dan is het vervelend voor hen dat ze naar hun familie of vrienden worden gestuurd, het is lastig is om familie of vrienden om extra hulp te vragen. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt naar de rol van werkgevers. Mevrouw Thijssen denkt dat het kunnen bieden van mantelzorg door werkgevers mogelijk moet worden gemaakt en dat er voldoende informatie over de rechten en plichten van werkgevers op dit gebied moet zijn. De voorzitter: vraagt wat de Adviesraad met scheefwonen bedoelt. Mevrouw Thijssen bedoelt daarmee dat mensen in een mogelijk te groot huis wonen dat niet meer past bij de oorspronkelijke gezinssituatie. Dit moet bespreekbaar zijn. 4.
Woningcorporaties en Stedelijk Huurdersplatform 's-Hertogenbosch Mevrouw Peters is voorzitter van het Stedelijk Huurdersplatform en spreekt hier samen met mevrouw Van Mierlo, bestuurder van BrabantWonen, namens Zayaz, JOOST en Mooiland die samen met de gemeente in het DPO invulling geven aan het Bossche woonbeleid door het maken van meerjarige prestatieafspraken en de jaarlijkse uitvoeringsagenda. Er bestaat een gezamenlijke visie, namelijk betaalbaar, duurzaam en prettig wonen in veilige en vitale buurten. Ze complimenteert iedereen die betrokken was bij de totstandkoming van de Woonzorgvisie voor de manier waarop die tot stand is gekomen. Er is veel geïnvesteerd in het ophalen van informatie bij de inwoners van Den Bosch en andere partijen die bij wonen en zorg zijn betrokken en dat heeft geleid tot een mooie visie waarin staat dat inwoners meer zelf en meer samen moeten gaan doen om goede zorg te garanderen. Het rapport hierover was echter nauwelijks leesbaar voor oudere mensen en dat is wel belangrijk als iedereen erbij moet worden betrokken. Een ander zorgpunt is de erg uitvoerige uitvoeringsagenda met enorm veel punten. Het is beter om op een aantal thema's te focussen om te voorkomen dat het een afvinklijstje wordt.
De betrokken domeinen en sectoren werken op schillende manieren samen aan fijn wonen en ouder worden in de wijk en de vraag is hoe de vele initiatieven elkaar nog meer kunnen versterken door nog meer samen te werken en het helpt als wonen en zorg bestuurlijk in één hand liggen en ook de woningcorporaties willen hier een steentje aan bijdragen. Verder benadrukt ze dat oud en jong en bewoners en professionals het samen moeten doen omdat een Woonzorgvisie niet alleen over ouderen gaat. Iedereen krijgt te maken met wonen, zorg en ouder worden, bijvoorbeeld als ouder, als kind, tijdens iemands werk, als mantelzorger of als buur en daarom moet de Woonzorgvisie op al deze niveaus leven. Ook moeten ervaringsdeskundigen breed bij alle domeinen worden betrokken zodat zij echt hun ervaring en kwaliteit kunnen inzetten. Deze
3
versterkte zorg, samenwerking en stabiliteit op het gebied van wonen, zorg en welzijn moeten invulling geven aan de Woonzorgvisie. Mevrouw Van Mierlo geeft aan dat er bijvoorbeeld bij de Zuiderschans al mooie plekken zijn om elkaar te ontmoeten en dat er ook wel eens een appartement wordt vrijgehouden om elkaar te kunnen ontmoeten, maar dat daar dan wel niet alleen voor maar ook samen met de mensen iets moet worden georganiseerd. Er zijn veel ouderen die zelf ook hun steentje willen bijdragen, maar dat moet dan wel aan hen worden gevraagd. Ook moet goed worden gekeken naar hoe dingen samen met de partners qua exploitatie worden georganiseerd en wellicht kunnen ook de ondernemers in de wijk hierbij worden betrokken. Ook Passend wonen is tegenwoordig een belangrijk thema waarbij kan worden gekeken naar aanpassingen bij geplande projecten zoals de ontwikkelingen aan de Van Herpensweide waar rekening wordt gehouden met ouder wordende bewoners, maar waar ook plek is voor groen en water. Ook kan worden gekeken naar transformatie van bestaand vastgoed en er kan worden nagedacht over andere woonvormen waarmee het omzien naar elkaar kan worden verbeterd, bijvoorbeeld ouderen en jongeren bij elkaar laten wonen. Verder is bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen zoals huisartsen, een supermark in de wijk belangrijk.
Zorg met elkaar betekent ook sociale innovatie en technologie en in zorgzame gemeenschappen kunnen ook mensen met gelijke waarden bij elkaar wonen en dat kunnen ook jongeren of bepaalde woonvormen zoals Minitopia zijn. Verder moeten er buurtverbinders zijn die vanuit Wonen, Zorg of Welzijn komen. Het is in ieder geval belangrijk dat er samenwerking is. Dit soort nieuwe gemeenschappen vraagt om een verantwoordelijkheid van de gemeente en de verschillende partners en sociale technologie moet vooral vanuit de mensen zelf worden ingezet en daarbij zijn zowel zorg als wonen en welzijn van belang. Dit onderwerp gaat eigenlijk over brede welvaart, fijn, gezond, veilig en betaalbaar leven, maar ook over digitale vaardigheden, taalvaardigheden en het bestrijden van eenzaamheid. Het gaat om bewoners en cliënten, maar ook om werknemers en daarom zouden maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, de overheid en het onderwijs samen aan brede welvaart moeten werken. Mevrouw Peters vult aan dat het voor de inwoners van den Bosch betaalbaar moet blijven waarbij de gemeente niet alles hoeft op te lossen maar er wel aandacht moet blijven voor wonen, energielasten, zorgkosten en andere voorzieningen.
In het DPO is het plan opgevat om deze Woonzorgvisie samen met de bewoners te realiseren en die in de volgende prestatieafspraken te borgen, zodat er naast de aandacht voor wonen en welzijn ook meer aandacht voor zorg en de betrokkenheid van de zorg- en welzijnspartners is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of mevrouw Peters vijf of tien zaken kan noemen waarop de gemeente zich zou moeten richten. Mevrouw Peters vindt het belangrijk dat in de buurten goed voor alle inwoners wordt gezorgd en dat jongeren en ouderen daar goed samen kunnen wonen. Huurders willen graag dat alle voorzieningen goed toegankelijk zijn en dat er een plek is om samen iets te doen, het is belangrijk te kijken naar wat de bewoners zelf willen. In de vijf jaar waarin meerjarige prestatieafspraken en een uitvoeringsagenda worden gemaakt verschuiven de focus en de beleving en dat vereist flexibiliteit en verbinding met de bewoners om kennis bij hen te kunnen ophalen. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of mevrouw Peters aangeeft dat de raad meer op de bovenliggende doelen zou moeten focussen. Mevrouw Peters denkt dat het belangrijk is om zicht op de hogere doelen te houden en het thema goed vast te houden en de Woonzorgvisie niet als een afvinklijstje te benaderen.
Detailpunten zijn belangrijk, maar moeten niet de hoofdrol gaan spelen omdat dan de kans bestaat dat de hogere doelen uit het oog worden verloren. Mevrouw Muller (D66) vraagt hoe de woningcorporaties naar scheefwonen kijken. Mevrouw Van Mierlo zegt dat dit thema zeker wordt opgepakt, maar dat er voor doorstroming wel kleinere woningen beschikbaar moeten zijn. Er is bijvoorbeeld de 65-plusregeling en er wordt gewerkt aan woningdeling, maar dat moet geen nadelige inkomenseffecten hebben.
4
Mevrouw Van Zaalen (CDA) is benieuwd naar de prestatieafspraken. Mevrouw Peters geeft aan dat vijfjaarlijkse prestatieafspraken worden gemaakt en dat er ieder jaar een uitvoeringsagenda wordt gemaakt. Er moet een aantal thema's uit de Woonzorgvisie in de nieuwe prestatieafspraken worden opgenomen en ze noemt leefbaarheid in de wijken, het samen wonen van jong en oud en de concentratie van bepaalde groepen op bepaalde plekken waardoor voorzieningen gemakkelijker toegankelijk kunnen worden gemaakt als voorbeelden. 5.
Zorgzaam 's-Hertogenbosch e.o. Mevrouw Kievits is huisarts en directeur bij Jeroen Bosch Huisartsen, de overkoepelende organisatie van alle praktijk houdende huisartsen in de regio. Ze feliciteert de gemeente met het mooie proces dat is doorlopen, met name met het betrekken van de burgers in de vorm van een burgerberaad. Zorgzaam is een samenwerkingsverband van 26 organisaties in de zorg, welzijn, onderwijs en wonen in de regio 's-Hertogenbosch met onder andere huisartsen, de gemeente, het steunpunt Mantelzorg, woningcorporaties, hogescholen, het ziekenhuis, de GGZ, de gehandicaptenzorg, de verslavingszorg, de jeugdzorg, onderwijs, ouderenzorgorganisaties, apothekers, de GGD, woningcorporaties en patiëntenorganisaties zoals Zorgbelang en de vereniging Alzheimer Nederland. Deze organisaties werken samen aan het antwoord op de vraag hoe de zorg de komende jaren toegankelijk kan blijven. In verband met de vergrijzing stijgt de zorgvraag, op dit moment werkt een op de zeven Nederlanders in de zorg en om dezelfde zorg te kunnen blijven bieden zal in 2040 een op de vier Nederlanders in de zorg moeten werken, maar dat is onmogelijk omdat het nu al bestaande tekort aan zorgmedewerkers alleen maar groter wordt.
Er is een tekort aan onder andere verzorgenden, verpleegkundigen, psychiaters, doktersassistenten, zorgverleners in de jeugdzorg, praktijkondersteuners, apothekersassistenten, specialisten ouderengeneeskunde, operatieassistenten en casemanagers. Veel hulpvragen horen niet in het zorgdomein thuis, maar kunnen door ondersteuning in het sociaal domein worden opgevangen en ook kunnen burgers bepaalde zorgtaken zelf uitvoeren, eventueel met technologie of met een instructie van de Academie voor zelfzorg die door een aantal partijen binnen Zorgzaam wordt opgezet. Daarnaast is een hechtere samenwerking van belang, dat gebeurt binnen Zorgzaam en binnenkort start een groot project ter versterking van de eerstelijnszorg omdat er soms wel professionele zorg nodig is en die moet er het liefst in de eigen wijk zijn. In dit project gaan de huisartsen, apothekers, de thuiszorg en welzijnswerkers in iedere wijk in netwerken samenwerken om de juiste zorg aan de juiste patiënt te kunnen geven. Het is daarom goed dat in de zorgparagraaf van deze Woonzorgvisie een Samenwerkingsagenda Huisartsen is opgenomen waarin staat er bij gebiedsontwikkelingen en planvorming aandacht voor de vraag naar huisartsenzorg moet zijn.
Ze wil het nog scherper stellen, die aandacht moet er in iedere wijk in 's-Hertogenbosch zijn omdat huisartsen er steeds meer taken bijkrijgen en daar ruimte voor nodig is, maar ook ondersteuning en samenwerking tussen de eerstelijnszorgverleners en welzijnswerkers. In de Woonzorgvisie worden ook kleinschalige woonvormen voor ouderen genoemd en daarbij moet ook in huisartsenzorg en andere eerstelijnszorg zoals apothekers, fysiotherapeuten en diëtisten worden voorzien. Zorgzaam gelooft in een Bossche samenleving waaraan iedere burger betekenisvol kan deelnemen, de gemeente kan dit faciliteren en bijdragen aan het toegankelijk houden van professionele zorg waar die echt nodig is. De heer Van Silfhout (Volt) kan zich voorstellen dat de eerste lijn niet zozeer wordt vergeten, maar dat er wel uitdagingen zijn en hij vraagt hoe dit komt. Mevrouw Kievits geeft aan dat het niet de verantwoordelijkheid van de gemeente is, maar die van het zorgkantoor om er bij een nieuwe kleinschalige woonvorm voor te zorgen dat er ook een huisarts is, maar het is wel goed om bij het afgeven van bouwvergunningen rekening te houden met zorgvoorzieningen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) mist preventie in het betoog van mevrouw Kievits. Mevrouw Kievits is het ermee eens dat preventie belangrijk is, dit zal de zorgvraag verminderen.
Zorgzaam kijkt hier in samenwerking met de GGD en de gemeente naar, zo zijn er onlangs twee leefstijlloketten in gezondheidscentra geopend. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt of Zorgzaam ook de sociale wijkteams wil inzetten of dat er iets nieuws wordt ontwikkeld.
5
Mevrouw Kievits zegt dat het project Versterking eerstelijnszorg deels nieuw is. Het gaat daarbij om mensen bij wie meer zaken spelen of waar meer mensen naar moeten kijken. De voorzitter vraagt hoe technische hulpmiddelen en digitalisering op een echt innovatieve manier voor de inwoners kunnen worden toegepast. Mevrouw Kievits denkt dat robotica in huis en monitoringsystemen mogelijk zijn, maar ze denkt ook aan digitaal vaardige burgers omdat veel zorg digitaal bereikbaar is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vindt dat robotica in huis eenzaamheid vergroot. Mevrouw Kievits weet dat een thuiszorginstelling mensen heeft laten kiezen of ze medicijnen van een apparaat of van een echte persoon wilden krijgen en dat de mensen voor een apparaat kozen omdat ze dan niet afhankelijk waren van wanneer er iemand van de thuiszorg zou komen. Ze heeft op de televisie wel eens gesprekken met een robot gezien, maar dat moet nog veel verder worden ontwikkeld. 6.
Farent Mevrouw Spijker is directeur-bestuurder van Farent en samen met mevrouw De Rouw aanwezig. Farent werkt samen met Lentl en andere partners, maar ook met de inwoners aan de sociale basis en is in de haarvaten van 's-Hertogenbosch aanwezig. Sinds januari 2025 gebeurt dit volgens de zogenoemde Samenwerkwijze waarbij aan de inwoner wordt gevraagd wat die kan, wil en nodig heeft. Farent houdt zich met vijf hoofdthema's bezig, namelijk opvoeden en opgroeien, complexe relaties, meedoen en sociale aansluiting, bestaanszekerheid en cohesie en positief vitaal ouder worden. Farent staat inhoudelijk achter de Woonzorgvisie en is ook blij met de totstandkoming ervan, burgerberaden zijn een mooie manier om samen met de inwoners van Den Bosch tot een mooi inhoudelijk stuk te komen. Daarnaast is Farent blij dat dit gezamenlijk is opgepakt en het ook gezamenlijk verder vorm krijgt. Niet alles in de uitvoeringsagenda is nieuw, er gebeurt ook al veel zoals de sociale benadering van dementie, bijvoorbeeld met Ons Stekske als huiskamer waar twee ochtenden per week mensen met beginnende dementie bij elkaar komen. Dit is voor hen een soort tweede thuis en het ontlast ook het thuisfront. Een tweede voorbeeld is een man waarvan de huisarts vermoedde dat er meer aan de hand was en er iets op welzijnsgebied speelde.
Toen een welzijnscoach deze man sprak, bleek zijn vrouw te zijn overleden waarmee ook een groot deel van de invulling van zijn leven was weggevallen. Hij bleek erg technisch te zijn en hij heeft zich daarom bij een Repaircafé aangesloten. Ze gaat vervolgens in op de opdracht voor iedereen. Ten eerste kwamen in het burgerberaad veel ideeën naar voren waarvan sommige al bestonden en dat betekent dat hier meer bekendheid aan moet worden gegeven. Ten tweede is digitale beschikbaarheid goed, maar zijn ook fysieke locaties belangrijk, daar kunnen mensen ook met digitale zaken worden geholpen. Farent is dan ook blij de wijkpleinen weer onder haar hoede te hebben, dat zijn laagdrempelige plekken waar mensen met vragen kunnen binnenlopen. Ten derde is het belangrijk de kracht en kennis van professionele en informele organisaties maar ook de inzet van de bewoners te benutten. Farent gaat graag verder met de uitvoering van de Woonzorgvisie en doet ook graag mee aan het tweede burgerberaad over participatie. Ten slotte nodigt ze de commissieleden uit om eens een bezoek aan Farent te brengen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt welke mogelijkheden mevrouw Spijker ziet om de ondersteuningsmogelijkheden bekender te maken. Mevrouw Spijker noemt de reguliere promotie en marketing. Daarnaast kan Farent hier veel over vertellen.
Mevrouw Samshuijzen (PvdD) vraagt of er voldoende fysieke ontmoetingsplekken zijn, of die op de wensen van de doelgroep aansluiten en of daar diversiteit in zit. Mevrouw Spijker geeft aan dat Farent aanwezig is op veel plekken waar veel inwoners komen. Bij nieuwbouw waar ook een gezondheidscentrum komt zou het fijn zijn als ook welzijn daar een kamer heeft.
6
Mevrouw De Rouw denkt dat inwoners elkaar in de wijk willen ontmoeten en dat dit beter kan worden gefaciliteerd. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt of Farent inderdaad in de haarvaten van de wijken zit en of het potentieel aan mensen dat niet bij bijvoorbeeld een aandoening of een sport is betrokken wel voldoende wordt benut. Mevrouw Spijker is het ermee eens dat er meer mogelijkheden zijn. Farent zit in de haarvaten van de wijken waar niet zozeer de naam Farent maar wel de naam van de betreffende collega bekend is. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt naar de bureaucratische molen waar iemand doorheen moet om hulp te krijgen. Mevrouw Spijker is het ermee eens dat er slagen zijn te maken, maar als iemand eenmaal bij Farent is dan wordt geprobeerd snelheid te maken. Farent reageert vrij snel op een digitale verwijzing van een huisarts. 7.
Seniorenplatform 's-Hertogenbosch De heer Markerink is voorzitter van het Seniorenplatform 's-Hertogenbosch waar bijna alle ouderenorganisaties aan tafel zitten. Het platform behartigt de belangen van de senioren en beïnvloedt het beleid. Het platform hield zich bezig met enorm veel onderwerpen en is zich op een gegeven moment op wonen gaan focussen; langer thuis wonen in voor- en tegenspoed. Er is enige jaren geleden een Regiegroep Wonen in het leven geroepen waarin werd gesproken met het huurdersplatform, Farent en woningcorporaties, maar dat leverde niet het gewenste resultaat op. Ook het Seniorenplatform was betrokken bij de Woonzorgvisie, heeft symposia en studiedagen bijgewoond en is blij met de manier waarop deze visie tot stand is gekomen. Het is Seniorenplatform was niet bij het burgerberaad betrokken, maar heeft wel een filmpje ingesproken. Het Seniorenplatform heeft geconstateerd dat de crisis in de zorg en het wonen de komende jaren niet kan worden opgelost en dat preventie daarom erg belangrijk is. De Woonzorgvisie gaat niet alleen over wonen en zorg, maar vooral over welzijn. Er is steeds meer behoefte aan ontmoetingsruimtes in de wijken en er is al veel, maar het is wel van belang dat mensen ook weten dat die plekken er zijn.
Het is belangrijk dat er iets in deze ontmoetingsruimtes is te doen en daarom is er een nauwe relatie tussen het Seniorenplatform en de Stichting Actieve Senioren die veel activiteiten in de wijkgebouwen organiseert. Ook het Seniorenplatform organiseert veel goede dingen zoals vitaliteitsdagen, 'Senioren zelf aan zet', wat gaat over hoe mensen zelf hun leefsituatie kunnen verbeteren en 'Welzijn op recept'. Ook de PDCA is belangrijk: na enkele jaren kijken of met een plan de goede dingen gebeuren en dat eventueel bijstellen. Er moet ook aandacht zijn voor mensen die niet digitaal vaardig zijn en mensen die niet in de wijkcentra komen door bijvoorbeeld in winkelcentrum De Rompert aanwezig te zijn. Hij vraagt ook oog te hebben voor de ontwikkelingen van projectontwikkelaars, daar moeten ook plekken zijn voor mensen met een kleinere beurs. Verder geeft hij mee bij concrete maatregelen ook het Seniorenplatform in te schakelen en ten slotte merkt hij op dat het een goed plan is, maar dat de mensen het moeten gaan doen. De heer Schuurmans (VVD) vraagt hoe de heer Markerink over mobiliteit denkt. De heer Markerink geeft als voorbeeld dat het lastig is om het Jeroen Bosch Ziekenhuis met de bus te bereiken. De gemeente heeft hier echter maar weinig invloed op omdat de provincie hierover gaat. De seniorenbus loopt goed en er is ook AutoMaatje, maar daar hangt een prijskaartje aan.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de heer Markerink verbetermogelijkheden in het deelvervoer ziet. De heer Markerink vindt het jammer dat de seniorenbus alleen tijdens kantooruren rijdt, maar hij begrijp dat wel omdat deze bus door vrijwilligers wordt gerund. Het zou mooi zijn als dit op een goedkope manier kan worden opgelost. De heer Schuurmans (VVD) vraagt wat succesfactoren voor digitale inclusie zijn en wat de gemeente hierin kan betekenen.
7
De heer Markerink zegt dat het Seniorenplatform 's-Hertogenbosch heeft onderzocht hoe digitaal vaardig senioren zichzelf vinden. Daaruit kwam naar voren dat bijna iedereen zichzelf digitaal vaardig vindt, maar op een landelijke bijeenkomst bleek dat 2,7 miljoen mensen niet digitaal vaardig genoeg zijn. Senioren schakelen vaak een familielid of iemand anders voor digitale zaken in, maar als die mensen wegvallen ontstaat een nieuwe situatie en daar moet men zich van bewust zijn. Samen met de Alliantie Digitaal Samenleven en de Focusgroep is bij de gemeente aangegeven dat dit onderwerp erg belangrijk is omdat de digitalisering erg snel gaat. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) merkt op dat de seniorenbus in Nuland moeilijk vrijwilligers kan vinden en ze vraagt of het Seniorenplatform daarbij kan helpen. De heer Markerink weet dat er problemen zijn met het openbaar vervoer in de dorpen. De Stichting Seniorenbus is onlangs overgegaan op elektrische auto's en de eerder gebruikte bussen kunnen in Nuland en Vinkel worden ingezet. Het Seniorenplatform is hierover in gesprek met de gemeente. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vraagt of het Seniorenplatform een oproep kan doen om vrijwilliger te worden. De heer Markerink geeft aan dat hiervoor de nieuwsbrieven en mond-tot-mondreclame kunnen worden gebruikt. 8.
Afsluiting De voorzitter bedankt de aanwezigen voor hun aanwezigheid en inbreng. Hij nodigt alle aanwezigen uit voor een informele bijeenkomst in de hal van het Bestuurscentrum en sluit de vergadering om 20.42 uur.
8