Verslag Commissie Sociaal 25.09.2024
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
25 september 2024 Raadzaal
J.J.M. Gersjes drs. E.A.A. Kerkhoff en F.E.W.H. Gerritse (stage) H.B. Bos, mw. M. Claessen, mw. M. Craste bc, mw. E.C.M. van Diejen BSc, mw. mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, A.W.J.A. van Hattem LLB, F.J. van Haren, T.A.J. Heijmans, mw. F. Hoekstra, mw. R.F. van der Kallen-van der Donk, ing. J.N. Kieft, mw. W.M. van de Leemput, H.J.M. Mees, mw. ir. V.P.T. Muller-Laumans, W.J. Plasmeijer, A.C. van Silfhout, ir. P.K. Schuurmans, mw. C.K.J. Visscher, mw. mr. C.H.A. van den Wildenberg, mw. J.J.M. van den Wildenberg, mw. dr. Y. van Zaalen P. Slikker, mw. mr. M.A.B. van der Sloot
Afwezig:
O. Çifçi, J.J.E.L. van Creij, F.G.F. van Genugten, S.C. van Hasselt, mw. drs. E.W.M. van Opdorp, mw. E. Samshuijzen
Verslaglegging
mw. I. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 25 september 2024. De heer Gerritse, student bestuurskunde, volgt een stage bij de griffie en zal vandaag de vergadering bijwonen. Mevrouw Corine van den Wildenberg wordt gefeliciteerd met haar verjaardag. De heer Heijmans is een nieuw commissielid. Hij volgt mevrouw Mandemaker op namens Bosch Belang. Mevrouw Huijbrechts van GroenLinks is niet aanwezig, maar zij volgt de heer Van Rosmalen op als commissielid. Zij wordt vandaag vervangen door de heer Bos. Er is bericht van verhindering ontvangen van de heren Van Genugten en Çifçi. De heer Van Creij komt wat later en gaat ook iets eerder weg. Van De Bossche Groenen is nog geen vertegenwoordiger, maar mevrouw Claessen wordt wel verwacht.
2.
Vaststellen van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 19 juni 2024 Het verslag van de commissie Sociaal van 19 juni 2024 wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Moties en Bestuurlijke toezeggingen Voorgesteld wordt om motie nr. 26 en toezegging nr. 2 als afgedaan te beschouwen. Aldus wordt besloten. Bij de motie 'Wek de nacht tot leven' staat wethouder Van der Geld genoemd als trekker, maar inmiddels is afgesproken dat hij deze motie samen met wethouder Ralph Geers afhandelt, zodat zowel het economische en het culturele perspectief erin betrokken worden. De heer Van Haren (VVD) vraagt of de informatiebijeenkomst over het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs al in de planning staat. Wethouder Slikker antwoordt dat dit niet bekend is. De voorzitter noteert de vraag en zal deze doorspelen aan wethouder Vermin, die dit onderwerp in zijn portefeuille heeft. Hij heet mevrouw Claessen welkom, die inmiddels is aangeschoven.
1
5.
Werkplanning Op de werkplanning zijn twee brieven opgenomen van de Werkgroep Sociaal Domein. De heer Van Haren (VVD) geeft als voorzitter van de Werkgroep Sociaal Domein een korte toelichting. Begin 2024 heeft de werkgroep twee onderwerpen benoemd voor de Strategische Raadsagenda. Een daarvan is de Woonzorgvisie, die begin 2025 wordt afgerond. Met de werkgroep is besproken hoe de informatiepositie van raad en commissie kan worden vormgegeven. De Dag van Wonen en Zorg op 17 oktober 2024 lijkt de werkgroep een goede voorbereiding op het debat over de Woonzorgvisie. Als de Woonzorgvisie in januari/februari gereed is, zal de werkgroep een uitgebreidere informatiebijeenkomst organiseren, met een presentatie van het college, de monitoringsgroep, de WMO-adviesraad en eventueel nog andere partijen. De commissie is akkoord met deze werkwijze. Er zijn verder geen opmerkingen over de werkplanning.
Raadsvoorstellen 6.
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2025 De voorzitter meldt dat het college voorstelt om de verordening vast te stellen. De Adviesraad WMO en Jeugdhulp heeft advies uitgebracht, dat als bijlage bij het raadsvoorstel is opgenomen. Mevrouw Visscher (SP) heeft moeite met hoofdstuk 3.2.e en 3.2.f, over nieuwe eisen die worden gesteld aan mensen die opvang bij dakloosheid aanvragen. Men moet in de voorbije drie jaar minimaal twee jaar zijn hoofdverblijf in de regio hebben gehad en kunnen aantonen dat men een positief sociaal netwerk heeft. Ze begrijpt dat de gemeente probeert te voorkomen dat daklozen naar Den Bosch gestuurd worden, maar hoort graag wat er gebeurt als iemand nét niet aan de eisen voldoet. En hoe gaat het met mensen die geen positief sociaal netwerk hebben? Verder bevat de verordening voornamelijk technische wijzigingen, die de SP prima vindt. De fractie sluit zich aan bij het advies van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) wil weten wanneer dakloosheid volgens het college kan worden voorzien, wie dat bepaalt en welke criteria hiervoor worden gehanteerd. Hoeveel daklozen helpt de gemeente op dit moment? VOOR Den Bosch heeft ook vragen over het positief sociaal netwerk.
Wat bedoelt het college hiermee? Wanneer is er sprake van een positief sociaal netwerk? De fractie hoort graag of het college heeft getoetst of alle criteria juridisch houdbaar zijn. En wat gaat het college doen met mensen die volgens de nieuwe criteria niet meer in aanmerking komen voor opvang? Mevrouw Muller (D66) had technische vragen gesteld over de verordening. Blijkbaar is er een groeiende groep daklozen die niet gebonden is aan de regio, maar wel om ondersteuning vraagt in Den Bosch. De exacte aantallen zijn niet bekend maar de groep is stabiel, volgens de beantwoording. Er is echter een groeiende groep remigranten: mensen met een Nederlands paspoort die uit het buitenland terugkeren. Wat zijn dat voor mensen en hoe komt het dat deze groep groeit? De heer Van Hattem (PVV) leest in de verordening dat de hostels, waar verslaafden worden opgevangen, extra personeel inzetten om de leefbaarheid en veiligheid van cliënten, personeel en omwonenden te verbeteren. De PVV vraagt of de leefbaarheid en veiligheid voor omwonenden hiermee gewaarborgd is en of de verordening voldoende inzet biedt. De hostelbewoners zorgen namelijk voor flink veel overlast in de omgeving. De PVV hoort graag of het college bereid is om meer te doen om deze overlast aan te pakken.
De fractie vindt het prima dat de verordening criteria bevat, zodat mensen uit de eigen regio worden ondersteund, maar mensen van elders niet worden aangetrokken voor opvang. Mevrouw Van Diejen (PvdD) is het in grote lijnen eens met de verordening, maar is onaangenaam verrast door de aanscherping van de criteria. Het advies van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp deelt de PvdD. Kwetsbare mensen moeten geholpen worden, ongeacht de regio waaruit zij komen. De criteria om alleen mensen met regiobinding te helpen, gaan best ver: wie dakloosheid kon zien aankomen, geen positief sociaal netwerk heeft, of korter dan twee jaar in Den Bosch woont, krijgt geen ondersteuning. De PvdD vraagt waarom deze aanscherping volgens het
2
college nodig is en hoe de criteria getoetst worden. De PvdD overweegt om een amendement in te dienen, waarmee de criteria uit de verordening geschrapt worden. Mevrouw Van Zaalen (CDA) kan zich scharen achter het voorstel, maar vraagt om heel expliciet te duiden hoe wordt bepaald of iemand een positief sociaal netwerk heeft. De heer Plasmeijer (50PLUS) is positief over het voorstel. 50PLUS is voorstander van het criterium 'regiobinding' en vindt dat helemaal niet streng. De wethouder heeft namelijk de mogelijkheid om af te wijken van de criteria, om te voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) sluit zich aan bij de eerder gestelde vragen. Leefbaar 's-Hertogenbosch steunt goede zorg voor mensen die dat nodig hebben en ziet graag dat de nieuwe werkwijze goed wordt gemonitord. Belangrijk is dat de gemeente in gesprek blijft met de Adviesraad WMO en Jeugdhulp om samen te kijken welke effecten dit beleid heeft. De heer Van Silfhout (Volt) heeft het idee dat de gemeente met een kanon op een mug schiet en denkt dat het probleem van mensen die voor opvang naar Den Bosch worden gestuurd op een andere manier opgelost kan worden. Volt hoort graag van de wethouder of hij andere mogelijkheden ziet. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) vindt het een prima voorstel. De gemeente moet mensen ondersteunen als ze dat nodig hebben.
Rosmalens Belang ziet graag dat het college de suggesties van de Adviesraad WMO en Jeugdhulp overneemt. De voorzitter geeft het college de gelegenheid te reageren op de eerste termijn. Reactie college Wethouder Slikker begint zijn beantwoording met de regiobinding. Den Bosch loopt voorop in de aanpak van dakloosheid. Grootschalige opvang wordt vervangen door kleinschalige opvang, er is een ontwikkeling van opvang naar wonen, van opvang in de stad naar opvang op regionaal niveau en er worden middelen ingezet om dakloosheid te voorkomen. Gemiddeld vragen vijftien mensen per week toegang tot de maatschappelijke opvang. Drie of vier daarvan komen uit andere regio's of zijn remigrant. Als al deze mensen ook weer moeten uitstromen naar een sociale huurwoning, is hiervoor 10% van de woningen die jaarlijks vrijkomen, nodig. Dat gaat ten koste van de vele jongeren die op zoek zijn naar een woning in hun eigen woonplaats, Den Bosch. Daarom wil Den Bosch dat andere gemeenten ook hun verantwoordelijkheid nemen om hun inwoners op te vangen. Iedereen die bij de gemeente aanklopt, wordt begeleid, maar dat kan zijn door te bellen naar de regio waar ze vandaan komen om ze daar te huisvesten. In sommige situaties moet de gemeente streng optreden, bijvoorbeeld als mensen in het buitenland hun huis verkocht hebben, zonder na te denken over hun toekomst in Nederland.
Den Bosch zal het criterium 'regiobinding' niet heel strikt hanteren, maar wil het wel kunnen gebruiken om andere regio's te verplichten om hun verantwoordelijkheid te nemen. In een regio van 350.000 inwoners, zijn er 1000 dak- en thuislozen. De heer Van Haren (VVD) vraagt per interruptie of de eis voor regiobinding in lijn is met wat andere regio's doen of dat Den Bosch een strikter beleid hanteert. Wethouder Slikker antwoordt dat er een keten is van voorzieningen om dakloosheid aan te pakken. Daarin loopt Den Bosch voor, wat een aanzuigende werking heeft. Binnenkort zal hij een appel doen op de staatssecretaris van VWS om ook haar verantwoordelijkheid te nemen. Den Bosch kan namelijk niet het probleem van dakloosheid voor heel Nederland oplossen. De heer Van Silfhout (Volt) kan zich voorstellen dat regiobinding breder is dan alleen het aantal jaren dat men in de regio woont en vraagt of het criterium iets anders omschreven kan worden. Wethouder Slikker antwoordt dat er maatwerk wordt toegepast. Er wordt gekeken naar de persoonlijke situatie, de binding met de regio 's-Hertogenbosch en de kans dat zij positief kunnen terugkeren in de gemeente. Voorkomen moet worden dat mensen worden opgevangen die juist een negatief netwerk hebben in Den Bosch. Daarover wordt nu al regelmatig overlegd met andere gemeenten, om cliënten op een geschikte plek te plaatsen.
3
De heer Van Silfhout (Volt) vraagt waarom de criteria als zodanig worden geformuleerd, als de wethouder niet van plan is om ze zo strikt te hanteren. Volt zou het liever wat globaler omschrijven, zodat de uitvoeringsorganisatie het criterium goed kan handhaven. Wethouder Slikker antwoordt dat de gemeente haar eigen regels altijd kan oprekken in positieve zin. Ergens moet er echter een streep getrokken kunnen worden en daarvoor zijn regels nodig. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vraagt hoe de wethouder een positief of een negatief sociaal netwerk definieert. Wethouder Slikker antwoordt dat sommige daklozen in een crimineel netwerk zitten, waar ze last van hebben en afstand van willen nemen. Om een nieuwe start te maken, moeten zij naar een andere omgeving verhuizen. Mevrouw Van Zaalen (CDA) veronderstelt dat een positief sociaal netwerk ondersteunend is aan het traject om uit de dakloosheid te komen en een negatief sociaal netwerk het tegenovergestelde. Wethouder Slikker antwoordt dat dit klopt. Mevrouw Van Diejen (PvdD) kon in de stukken geen onderbouwende cijfers vinden. Ook haar technische vragen werden met weinig concrete cijfers beantwoord. Ze vraagt waar de wethouder zijn data vandaan heeft en of de commissie deze kan inzien. Wethouder Slikker antwoordt dat de cijfers gewoon uit de ambtelijke organisatie komen en opgevraagd kunnen worden.
Hij is ook bereid om deze voor de commissie op schrift te stellen. Mevrouw Van Diejen (PvdD) wil deze cijfers graag ontvangen. Verder veronderstelt ze dat regels die in een verordening zijn opgenomen, uitgevoerd moeten worden, wat niet strookt met de uitspraak van de wethouder dat er maatwerk wordt toegepast. Wethouder Slikker antwoordt dat de overheid niet alleen strikt de regels moet hanteren, maar ook de mens en de specifieke situatie in ogenschouw moet nemen. Mevrouw Muller (D66) vraagt hoe het komt dat de groep remigranten groeit. Wethouder Slikker weet niet of de groep remigranten groeit. De groep remigranten die zich meldt bij maatschappelijke opvang groeit, net als de groep daklozen in Nederland groeit. Dat heeft te maken met de onbetaalbaarheid van woningen. Mevrouw Muller (D66) merkt op dat volgens de technische beantwoording het aantal mensen dat uit andere Nederlandse regio's komt stabiel is, maar dat de groep remigranten groeit. Wethouder Slikker antwoordt dat er ook regelmatig personen elders uit Nederland naar Den Bosch worden gestuurd. Mevrouw Visscher (SP) stelt dat de wethouder maatwerk wil leveren en de regels humaan wil toepassen, maar in een volgende bestuursperiode wordt daar misschien heel anders over gedacht.
De SP zou liever zien dat in de verordening wordt vastgelegd dat de gemeente maatwerk biedt en dat er 'onder andere wordt gekeken naar …', zonder het als strikte regel op te schrijven. Wethouder Slikker stelt dat de gemeente de strikte regels nodig heeft om ze te kúnnen toepassen. Op vage regels kan de gemeente zich niet baseren. De gemeente Den Bosch loopt al voorop met haar daklozenbeleid, maar ze kan niet alles voor de hele regio oplossen. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. De PVV noemde overlast door bewoners van de hostels. Inwoners die dakloos zijn, psychiatrische problemen hebben en verslaafd zijn, kunnen in een van de hostels terecht. Sinds dit soort voorzieningen bestaat, is de overlast op straat afgenomen. Er wordt nog steeds overlast ervaren door omwonenden, maar daar wordt altijd goed tegen opgetreden. Nu wordt voorgesteld om een extra product in de verordening op te nemen, intramuraal intensief beschermd wonen, om ter plekke extra mensen te kunnen aanbieden.
4
De heer Van Hattem (PVV) vraagt of het klopt dat er door het aannemen van de verordening extra personeel wordt ingezet en of dat ook bijvoorbeeld straatcoaches zijn. Wethouder Slikker antwoordt dat in de WMO-verordening een aanpassing van een producttarief is opgenomen. Dat gaat om het tarief dat een zorgaanbieder ontvangt die een cliënt binnen het hostel verzorgt. Daarnaast is er extra inzet van private beveiliging in de wijk, worden extra straatcoaches ingezet, is het welzijnswerk actief en zit de politie erbovenop. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe het college de nieuwe werkwijze gaat monitoren. Wethouder Slikker antwoordt dat de raad eind 2024, begin 2025 het Regionale Actieplan Dakloosheid ontvangt. Dat gaat onder andere over de zorgketen voor dak- en thuislozen. In de regio is onlangs een nulmeting gedaan van het aantal dak- en thuislozen. Deze meting wordt over enkele jaren herhaald om het beleidseffect te meten. Daarnaast wordt er druk op andere regio's en gemeenten uitgeoefend, zodat men het probleem overal voortvarend oppakt. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt hoeveel daklozen de gemeente momenteel helpt. Wethouder Slikker antwoordt dat er honderden inwoners in de stad en honderden in de regio zijn opgenomen in de verschillende opvangvormen. Mevrouw J.J.M.
van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt of de commissie een overzicht hiervan kan ontvangen. Wethouder Slikker zegt dit toe. Tweede termijn De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat men in Amsterdam dezelfde drie criteria kent, maar dat men daar regiobinding vaststelt als iemand aan een van de criteria voldoet. Den Bosch gaat echter veel verder. Volt zou graag zien dat het college het Amsterdamse beleid nog eens erop naslaat en anders gaat kijken naar de opgestelde regels. Volt is er namelijk niet gerust op dat de strikte regels ook door een volgend college zo humaan worden gehanteerd als nu wordt voorgesteld. De heer Van Hattem (PVV) begrijpt dat het niet gemakkelijk is om voor mensen met zware problemen een goede oplossing te vinden. Hij ziet echter een patroon van overlast, dealen en bedreigingen. Extra personeel binnen de hostels is prima, maar dat personeel zal er ook voor moeten zorgen dat de overlast buiten de muren beperkt wordt. Hij vraagt of daar een aanpak voor is, want voor de buurtbewoners is het een zware last. In de wijk is, naast twee hostels, ook al het azc gevestigd, dus de PVV hoort graag of het college nog een extra slag kan maken. Mevrouw Van Diejen (PvdD) is er nog niet helemaal van overtuigd dat het probleem zo nijpend is. De PvdD wil liever eerst de data zien.
Met Volt en de SP is ze het eens dat er niet zomaar gezegd kan worden dat 'de regels er slechts zijn om op terug te vallen'. Wethouder Slikker antwoordt dat hij niet had verwezen naar de Amsterdamse verordening, maar naar een uitspraak van de Hoge Raad over een casus in Amsterdam. Daarin werd gesteld dat men regiobinding mocht toepassen. Het omgekeerde is een feit: Amsterdamse inwoners schrijven in op woningen in 's-Hertogenbosch en proberen gebruik te maken van de Bossche voorzieningen. PvdD vindt dat de noodzaak onvoldoende wordt aangetoond. De gemeente wil de mensen juist niet in de opvang laten zitten, maar ze zo snel mogelijk laten doorstromen naar een woning. In Nederland duurt dat gemiddeld dertien maanden, in Den Bosch is dat negen weken, mits er een woning beschikbaar is. Momenteel komen er 1500 per jaar vrij, terwijl er 10.000 jonge acuut-woningzoekenden zijn en 10.000 overige zoekenden. Als de gemeente via de opvang meer mensen uit de regio aanspraak laten maken op een woning, moet iedereen op de wachtlijst nog langer wachten.
5
Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt of de wethouder het met haar eens is dat de gemeente voor kwetsbare mensen moet zorgen en hen altijd moet helpen. Wethouder Slikker antwoordt bevestigend, maar vindt dat alle gemeenten in Nederland dat gezamenlijk moeten doen. Rondom de hostels wordt er ook ingezet op veiligheid. Als bewoners een melding doen bij het hostel zelf, komen er snel zorgverleners die hun cliënten terug begeleiden. Verder is er extra politie en beveiliging en zijn er straatcoaches. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vraagt of elke inwoner bij overlast naar het hostel kan bellen. Wethouder Slikker antwoordt dat er een appgroep is voor de direct omwonenden, die zich daarvoor hebben aangemeld. Verder kan iedereen het hostel bellen. De voorzitter concludeert dat er één amendement zal worden ingediend door de PvdD. De heer Van Silfhout (Volt) overweegt een amendement over de criteria. Mevrouw Visscher (SP) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. Mevrouw Doğan (GroenLinks) noemt het een hamerstuk. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) wil het agenderen als bespreekstuk. Mevrouw Van Zaalen (CDA) wil het agenderen als hamerstuk. Mevrouw Hoekstra (PvdA) noemt het een hamerstuk. Mevrouw Muller (D66) wil het voorstel nog bespreken in de fractie. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) noemt het een hamerstuk.
De heer Plasmeijer (50PLUS) noemt het een hamerstuk. Mevrouw J.J.M. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) is positief over het maatwerk, maar neemt het voorstel desondanks mee terug naar de fractie. De heer Van Hattem (PVV) heeft zijn zorgen over de overlast overgebracht, maar kan instemmen met de verordening. De heer Van Haren (VVD) gaat akkoord met het voorstel. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) wil het voorstel agenderen als hamerstuk. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) neemt het voorstel terug naar de fractie. Het voorstel zal als bespreekstuk worden geagendeerd voor de raadsvergadering. Overige agendapunten 7.
Seksuele gezondheid De voorzitter geeft de heer Elders de gelegenheid om de notitie over seksuele gezondheid toe te lichten. De heer Elders (D66) stelt dat het aantal soa's in Den Bosch flink stijgt en dat de testcapaciteit bij de GGD vastloopt. Op landelijk niveau wordt er bezuinigd en de GGD kan slechts 50% van de doelgroep bereiken, terwijl volksgezondheid een kerntaak van de gemeente en van de GGD is. De gemeente heeft unaniem een amendement over dit onderwerp aangenomen, maar daarvan is niets in de kadernota of begroting terechtgekomen. In andere regio's wordt het budget voor seksuele gezondheid verhoogd, maar in Den Bosch niet. Extra testcapaciteit is nodig, maar er moet
6
ook meer geld besteed worden aan preventie. D66 zou graag met de commissie willen kijken welke manieren mogelijk zijn om de GGD beter te ondersteunen. De heer Schuurmans (VVD) stelt dat de Bossche VVD de gepresenteerde cijfers zorgelijk vindt. De actie om het probleem aan te pakken, moet echter vanuit de GGD komen en niet vanuit de gemeente. Seksuele gezondheid is immers een kerntaak van de GGD, maar men kijkt daar vooral integraal naar de gezondheid. Bovendien speelt het probleem in veel gemeenten, dus een gezamenlijke aanpak werkt het beste. De heer Elders (D66) merkt op dat andere gemeenten het budget voor de GGD wel verhogen. Hij vraagt of de VVD dat niet wenselijk vindt en dat de GGD zelf naar extra budget moet zoeken. De heer Schuurmans (VVD) vindt inderdaad dat de GGD dit zelf moet oplossen. De Bossche VVD heeft niet het idee dat de GGD daar al alles aan gedaan heeft. Mevrouw Hoekstra (PvdA) signaleert een kentering in het gebruik van voorbehoedsmiddelen en het testen op soa's. Testen bij de huisarts ervaren velen als drempel. De vraag is wat de oplossing is, sinds vooral influencers bepalen hoe men met seksuele gezondheid omgaat. De Bossche PvdA twijfelt of het verhogen van testcapaciteit de belangrijkste oplossing is. Het vergroten van bewustzijn onder jongeren lijkt de fractie net zo belangrijk. Daarover zou zij graag de mening horen van de opsteller van de notitie.
De heer Bos (GroenLinks) stelt dat de GGD een belangrijke rol speelt in preventie en het bevorderen van seksuele gezondheid. De testcapaciteit wordt echter volledig besteed, terwijl het aantal soa's blijft toenemen. Het uitbreiden van testcapaciteit en het stimuleren van condoomgebruik kan rekenen op de steun van GroenLinks. Omdat de testcapaciteit op korte termijn niet toereikend zal zijn, moet nagedacht worden over hoe deze wordt ingezet. GroenLinks zou kwetsbaren en hoogrisicogroepen hierbij voorrang willen geven, omdat het gebrek aan testcapaciteit voor hen grotere gevolgen kan hebben. Het onderwerp seksuele gezondheid is veel breder dan alleen testcapaciteit. PrEP wordt nog beperkt aangeboden, terwijl dit een positief effect heeft op het voorkomen van HIV. Het vorige kabinet bereidde een pilot voor het gebruik van PrEP voor, maar het huidige kabinet zal deze pilot waarschijnlijk niet uitvoeren. GroenLinks is benieuwd hoe de opsteller van de notitie het middel PrEP ziet in relatie tot seksuele gezondheid. Mevrouw C.H.A. van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) kan zich voorstellen dat het kopen van condooms een drempel is voor jongeren en stelt voor om condooms toe te voegen aan de menstruatiekasten. Mevrouw Visscher (SP) stelt dat men bij de huisarts vaak veel bekenden tegenkomt, waardoor een bezoekje voor een soa-test een hoge drempel kan hebben.
Beter is het om voldoende testcapaciteit bij de GGD te hebben. Ook moet er meer aandacht besteed worden aan condoomgebruik, want dat is bij jongeren schrikbarend afgenomen. De heer Van Silfhout (Volt) stelt dat er op de website van de GGD nog steeds foutieve informatie staat over wie er in aanmerking komt voor een soa-test. Volt zou graag een pluspakket bij de GGD afnemen, zodat er meer testcapaciteit beschikbaar komt. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) deelt de zorgen die D66 uitte en kan zich voorstellen dat de drempel bij de huisarts hoger is dan die bij de GGD. Een hogere testcapaciteit bij de GGD is daarom wenselijk. Daarnaast kan meer aandacht voor condoomgebruik en aandacht voor de gevaren van onveilige seks bijdragen aan een afname van het aantal soa's. De bijdrage aan de GGD wordt steeds hoger. Wellicht kan de GGD eens gevraagd worden of bepaalde activiteiten geschrapt kunnen worden, om de kosten enigszins in de hand te houden. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) wil een lans breken voor de huisartsen, die hun best doen om de drempel zo laag mogelijk te houden. Mensen kunnen online een soa-test aanvragen en deze anoniem ophalen. De Bossche Groenen sluit zich verder aan bij het betoog van de PvdA en vindt dat sterk ingezet moet worden op preventie.
7
De heer Elders (D66) vraagt of preventie een taak is van de gemeente, van de GGD of van andere partijen. Mevrouw Claessen (De Bossche Groenen) antwoordt dat het in eerste instantie bij de GGD ligt. Als de GGD onvoldoende budget hiervoor heeft, krijgt de gemeente ook vanzelf een rol hierin. De heer Heijmans (Bosch Belang) is het ermee eens dat een grotere soa-testcapaciteit nodig is, maar huisartsen kunnen prima testen en online kunnen ook soa-tests worden aangevraagd. Bosch Belang vindt dat er meer aandacht voor condoomgebruik moet zijn, maar voorlichting is een taak van de GGD en niet van de gemeente. Mevrouw Van Diejen (PvdD) meldt dat de PvdD alle vragen van D66 bevestigend kan beantwoorden. De fractie is benieuwd hoe het komt dat het condoomgebruik zo daalt. Het lijkt haar verstandig om dit eerst te onderzoeken, zodat daarna een gerichte aanpak kan worden opgesteld. Condooms opnemen in de menstruatiekastjes lijkt haar een goed idee, maar pas nadat de oorzaken van de afname onderzocht zijn. Bij discussies over de GGD zijn er altijd fracties die opmerken dat er erg veel geld wordt besteed aan de GGD. De PvdD vraagt of D66 bereid is om tijdens de begrotingsbehandeling meer budget voor de GGD te vragen, ten koste van geld dat elders in het sociaal domein wordt besteed. Dat lijkt de PvdD niet wenselijk.
Mevrouw Van Zaalen (CDA) vindt dat betrouwbare informatie, hulp en zorg rondom seksuele gezondheid voor iedereen bereikbaar moet zijn. Het goed informeren van mensen over seksualiteit en seksuele gezondheid is dé manier om jongeren te leren om gezonde keuzes te maken. Het is ook van groot belang dat seksualiteit op een passende manier bespreekbaar blijft. Daarvoor zijn landelijke campagnes nodig. Tot slot vraagt ze of D66 in gesprek is gegaan met de GGD om te horen of deze binnen het bestaande budget de soa-testcapaciteit kan vergroten. De heer Elders (D66) merkt op dat landelijke campagnes over seksuele gezondheid zullen leiden tot een hogere testbereidheid. Dat is positief, maar de GGD kan de extra vraag niet aan, dus dan zal de gemeente geld moeten bijleggen om de testcapaciteit te vergroten. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vindt dat lastig te beantwoorden, want als de gemeente het budget verhoogt, gaat dat ten koste van iets anders. Daarom zou ze graag eerst van de GGD horen welke financiële ruimte en mogelijkheden men nog heeft. De heer Elders (D66) vraagt of het CDA er al over nagedacht heeft op welke onderdelen van de GGD bezuinigd zou kunnen worden. Mevrouw Van Zaalen (CDA) heeft erover nagedacht, maar heeft nog geen oplossing. De heer Plasmeijer (50PLUS) vindt het een zorgelijk probleem waarop actie ondernomen moet worden. De vraag is echter door wie.
50PLUS sluit zich aan bij de VVD: seksuele gezondheid is uitbesteed aan de GGD, dus daar moet men de knelpunten oplossen. De fractie zou graag van de wethouder horen hoe het kan dat de gemeenteraad een zienswijze over de GGD indient, maar dat daar niets mee gebeurt. De heer Schuurmans (VVD) maakt een punt van orde. De VVD zou graag een reactie van het college willen op de gestelde vragen. De voorzitter geeft aan dat de wethouder niet deelneemt aan het debat. De heer Plasmeijer (50PLUS) stelt voor om het onderwerp verder te behandelen bij de begroting. Als extra dienst van de gemeente zou aan de GGD gevraagd worden om de soa-testcapaciteit te vergroten, maar dat kost extra geld. De drempel bij de huisarts herkent hij niet, dus hij denkt dat dit niet zo'n vaart loopt. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt per interruptie of 50PLUS dat kan onderbouwen. De heer Plasmeijer (50PLUS) antwoordt dat huisartsen hun uiterste best doen om de anonimiteit te bewaren. In de wachtkamer hoeft men niet te vertellen waarvoor men komt.
8
Mevrouw Van Diejen (PvdD) merkt op dat mensen best veel moeten betalen voor een soa-test bij de huisarts. Ze vraagt wat 50PLUS daarvan vindt. De heer Plasmeijer (50PLUS) vindt dat er wel erg gemakkelijk wordt gesteld dat de gemeente dit allemaal moet regelen, maar mensen hebben ook een eigen verantwoordelijkheid. De heer Elders (D66) vraagt per interruptie of voor die eigen verantwoordelijkheid ook goede preventie en voorlichting nodig is. De heer Plasmeijer (50PLUS) is het ermee eens dat die context nog niet op orde is. Daarom hebben alle fracties de zienswijze voor de GGD gesteund. Het probleem is dat daar niets mee gedaan wordt. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat het ook eigen verantwoordelijkheid is als een jongere zich bij de GGD laat testen, zodat hij de ziekte niet verder verspreidt. Als hij geen € 150 heeft om het bij de huisarts te laten doen, getuigt het van verantwoordelijk als hij naar de GGD stapt. De heer Plasmeijer (50PLUS) vindt het meer de eigen verantwoordelijkheid dat men geen onbeschermde seks heeft. Als dat wel gebeurt en men moet naar de huisarts of de GGD, dan houdt die eigen verantwoordelijkheid wel op. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt hoe de huisartsen zelf denken over het aanbieden van soa-tests aan hun patiënten.
Leefbaar 's-Hertogenbosch vindt het niet logisch dat de gemeente de gaten van de GGD gaat dichten maar zou die verantwoordelijkheid liever bij de GGD laten liggen. De fractie sluit zich aan bij de lijn van de VVD en bij de vraag van 50PLUS waarom de GGD de zienswijze van de gemeente niet uitvoert. De heer Elders (D66) vraagt of Leefbaar 's-Hertogenbosch het ermee eens is dat de GGD een gemeentelijke verantwoordelijkheid is. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) merkt op dat de gemeente een keuze moet maken uit schaarse middelen. Net als het CDA vindt de fractie dat de GGD eerst zelf prioriteiten moet stellen. De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat de GGD het wel erg gemakkelijk op de huisarts afschuift en vraagt hoe de gemeente kan stimuleren dat de GGD die rol wel oppakt. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat dit via de zienswijzeprocedure moet verlopen. De gemeenteraad kan ook een motie aannemen, waarin het college wordt opgeroepen om met de GGD in gesprek te gaan. De heer Van Hattem (PVV) vindt dat er meer aandacht mag zijn voor de gevaren van onveilige seks, maar dat is geen gemeentelijke taak. Seksuele gezondheid is een kerntaak van de GGD, in tegenstelling tot zaken als bijvoorbeeld 'planetaire gezondheid' en 'duurzaamheid'. Dat mag dus best wat minder, zodat de GGD zich meer kan richten op het vergroten van de seksuele gezondheid.
Ook het bevorderen van condoomgebruik is geen gemeentelijke taak. Goede voorlichting via middelbare scholen, in combinatie met het uitdelen van condooms, lijkt hem verstandiger. De heer Elders (D66) dankt de commissie voor de inbreng. Het is goed te horen dat iedereen het probleem onderschrijft. Er werd veel gezegd over preventie. Preventie houdt echter meer in dan het voeren van campagnes. Het zijn ook de triage die de GGD biedt en gesprekken die men voert met scholen. Ook daarvoor heeft de GGD echter te weinig capaciteit. Veel vragen gingen over de integraliteit op het gebied van seksuele gezondheid. PrEP-zorg is bijvoorbeeld ook belangrijk, terwijl de rijksmiddelen hiervoor wegvallen. De GGD heeft bovendien een poortwachtersfunctie en moet mensen kunnen doorverwijzen als dat nodig is. De cijfers die D66 heeft gebruikt in haar notitie komen van de GGD. Van de huisartsenzorg zijn er geen cijfers bekend en hoeveel mensen niet laten testen omdat ze de weg niet kennen of niet willen, is al helemaal onduidelijk. Een belangrijk aspect is dus ook dat zoveel mogelijk mensen de weg naar soa-testcapaciteit weten te vinden. De vraag rijst dan: wanneer is het genoeg? De GGD kon op deze vraag geen antwoord geven. Wellicht is het verstandig om eerst te onderzoeken wat er nodig is om de seksuele gezondheid te vergroten.
9
Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt of de GGD zelf budget kan vrijspelen om de soa-capaciteit te vergroten. De heer Elders (D66) vindt dat er een integrale afweging gemaakt moet worden. De vraag is of Den Bosch het budget gaat opplussen of de regio. Welk instrument het beste gebruikt kan worden, weet D66 nog niet. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vraagt wat D66 zelf ervan vindt: moet het budget verhoogd worden, of kan de GGD nog intern schuiven met budgetten? De heer Elders (D66) weet dat niet, omdat nog onbekend is hoeveel extra geld er nodig is. Mevrouw Van Zaalen (CDA) vindt dat het gesprek voeren over seksuele gezondheid niet alleen een taak is van de GGD en vraagt of er andere opties te bedenken zijn, bijvoorbeeld in samenwerking met scholen. De heer Elders (D66) zou het oplossen van het probleem willen neerleggen bij het college en de GGD. De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of D66 er voorstander van is om € 100.000 extra beschikbaar te stellen, waarvan circa 1.200 soa-selftests kunnen worden gekocht. De heer Elders (D66) wil daar nog geen toezegging over doen. De voorzitter concludeert dat het onderwerp voldoende is besproken en sluit het agendapunt. 8.
Startnotitie Werkgroep Weener XL De voorzitter merkt op dat enkele commissieleden een startnotitie hebben opgesteld met het verzoek om een werkgroep te starten voor Weener XL. Mevrouw Craste (D66) stelt dat na het aannemen van de motie over Weener XL een proces is uitgezet in de startnotitie. Mevrouw Visscher (SP) vindt de notitie helder, hoewel deze heel anders is dan zij aanvankelijk voor ogen had. Ze werkt er graag aan mee. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) meldt zich ook aan voor de werkgroep. Mevrouw Van Zaalen (CDA) is blij dat de werkgroep wordt ingesteld. De heer Van Genugten sluit graag aan namens het CDA. Mevrouw Doğan (GroenLinks) meldt zich graag voor de werkgroep, als vervanger van de heer Van Rosmalen. Mevrouw Hoekstra (PvdA) meldt zich ook aan. Mevrouw Craste (D66) merkt op dat de griffier contact zal opnemen met de commissieleden om een afspraak te maken. Op dat moment kan iedereen zich formeel aanmelden. Als er meer gegadigden zijn dan nodig, zal gekeken worden of iedereen wordt uitgenodigd of dat er een selectie wordt gemaakt. Mevrouw Van Diejen (PvdD) vindt het goed dat er een werkgroep komt, maar zal zelf niet deelnemen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) wenst de werkgroep veel succes. Op de achtergrond zegt zij graag haar medewerking toe, maar ze zal niet deelnemen aan de werkgroep.
De heer Van Hattem (PVV) vindt dat de startnotitie goede punten bevat, maar hij mist duidelijkheid over de onderzoeksvragen die worden gesteld. Ook is niet helder wat de betrokkenheid van de commissie en de raad is bij de onderzoeksvragen. De PVV vindt het prima dat er allerlei
10
documenten worden opgevraagd, maar hoort graag of deze ook met de rest van de raad worden gedeeld. Mevrouw Craste (D66) antwoordt dat in de startnotitie alleen het proces wordt beschreven. In de eerste bijeenkomst van de werkgroep zal de vraag van de PVV over de betrokkenheid van de commissie en gemeenteraad worden beantwoord. De gehele commissie Sociaal krijgt wel alle documenten die beschikbaar zijn. Ze bedankt de ambtelijke organisatie en de wethouder voor de input en samenwerking tot nu toe. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) voegt er als medeopsteller van de notitie aan toe dat de zorg van de PVV wordt gedeeld, maar dat de werkgroep nu aan de slag moet. De voorzitter wenst de werkgroep veel succes. 9.
Rondvraag en sluiting De voorzitter deelt mee dat de volgende commissievergadering plaatsvindt op 30 oktober 2024. Hij bedankt iedereen voor de aanwezigheid en inbreng, wenst allen een prettige avond en sluit de vergadering om 20.37 uur.
11