Verslag Commissie Sociaal 24.09.2025
Tekst van het document
Commissie SOCIAAL Verslag Datum: Locatie: Aanwezig: Voorzitter Secretaris: (plv.) Commissieleden:
Collegeleden:
24 september 2025 Raadzaal J.J.M. Gersjes mr. G.L. Pijnenburg N.H. Burg, M. Claessen, J.J.E.L. van Creij, mr. Y. Doǧan, S.J.A. Elders BA, A.W.J.A. van Hattem LLB, F.J. van Haren, T.A.J. Heijmans, F. Hoekstra-Wittebol, B.B.G.M. van den Hoven, R.F. van der Kallen-van der Donk, M.A.J.T. Korver-van Weegberg, W.M. van de Leemput, H.J.M. Mees, I.E. Mous, ir. V.P.T. MullerLaumans, P.J. Romijn, A.C. van Silfhout, C.K.J. Visscher, mr. C.H.A. van den Wildenberg, P. Slikker, mr. M.A.B. van der Sloot
Afwezig:
O. Çifçi, S.C. van Hasselt, L. Holterman, W.J. Plasmeijer, E. Samshuijzen, ir. P.K. Schuurmans
Verslaglegging
I. Wendt, DemiSec
1.
Opening en mededelingen De voorzitter heet allen, in de zaal en thuis, welkom bij de vergadering van de commissie Sociaal van 24 september 2025. Er is bericht van verhindering ontvangen van de leden Samshuijzen, Plasmeijer en Çifçi. Mevrouw Samshuijzen wordt vervangen door de heer Romijn.
2.
Vaststellen van de agenda Voor agendapunt 7, Aanvalsplan ’s-Hertogenbosch schuldenvrij 2026 en verder, hebben de leden Mees en Claessen een ordevoorstel ingediend. De voorzitter geeft de heer Mees het woord voor een toelichting. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelt dat de Werkgroep Sociaal Domein heeft aangedrongen op gelijktijdige behandeling van het aanvalsplan en de uitkomsten van het Rekenkameronderzoek. Het college heeft het aanvalsplan echter nu al geagendeerd, omdat dit wettelijk verplicht zou zijn. De termijn is echter al per 1 juli verlopen en er staat geen sanctie op als het aanvalsplan later ingaat. De conclusies van de Rekenkamer geven alle aanleiding om beide voorstellen in samenhang te behandelen. Leefbaar ’s-Hertogenbosch wil de werkzaamheden van de Rekenkamer serieus nemen en ziet geen problemen in het uitstel van behandeling van het aanvalsplan. De geplande acties in het aanvalsplan kunnen opgestart worden onder het vigerende plan, als dat nog niet gebeurd is. De voorzitter inventariseert bij handopsteking welke commissieleden het aanvalsplan op de agenda willen houden. Dat is een meerderheid, zodat wordt besloten om het onderwerp op de agenda te houden. De behandeling van het voorstel over zorgplicht bibliotheken is ingetrokken. De voorzitter geeft de heer Van Creij het woord voor een toelichting.
De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) meldt dat er na de commissievergadering een overleg plaatsvindt om de voortgang te bespreken. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
3.
Vaststellen van het verslag van de commissie Sociaal van 27 augustus 2025 Het verslag van de commissie Sociaal van 27 augustus 2027 wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
4.
Vaststellen van de lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties Voorgesteld wordt om een aantal moties als afgedaan te beschouwen. De heer Van Hattem (PVV) meldt dat motie nr. 21 als afgedaan kan worden beschouwd. De voorzitter meldt dat motie nr. 2 ook wordt afgevoerd van de lijst. De lijst van toezeggingen en de lijst van openstaande moties worden met deze aanvullingen vastgesteld.
5.
Werkplanning In verband met de Tweede Kamerverkiezingen wordt de begrotingsbehandeling door de commissie Sociaal verschoven van 29 oktober naar maandag 3 november 2025. Op 31 oktober wordt een werkbezoek gepland aan het Huis73. De commissie besluit om deze uitnodiging te accepteren. Op 10 oktober staat een werkbezoek aan Farent en Incluzio gepland en op 7 november aan Weener XL.
Raadsvoorstellen 6.
Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2026 De voorzitter meldt dat de commissie wordt verzocht om de verordening vast te stellen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) benadrukt dat beleid er moet zijn voor mensen en niet andersom. De fractie roept het college op om niet te blijven hangen in regels op papier, maar zich te richten op het gebruik in de praktijk. De menselijke maat moet daarbij vooropstaan. Gewoon ge-DREVEN vraagt daarbij om eenvoudig beleid in duidelijke taal, dat niet alleen digitaal wordt aangeboden. De ondersteuning moet tijdig worden geboden en indien nodig moet de gemeente een tijdelijke oplossing bieden. Mevrouw Visscher (SP) vraagt naar aanleiding van het advies van de WMO-adviesraad of de verordening voldoende ruimte biedt voor het beperkt houden van de administratieve lasten, duidelijke communicatie over de tarieven en maatwerkoplossingen. De heer Van Hattem (PVV) ziet een tegenstrijdigheid in de tekst van de verordening. Enerzijds wordt ondersteuning geboden aan wie dat nodig heeft, anderzijds gaat men uit van de kracht van inwoners. Wie ondersteuning nodig heeft, kan het juist niet vanuit eigen kracht oplossen. De PVV vindt dit een bezwaarlijke grondhouding. De nieuwe verordening kan leiden tot wijzigingen in het toekennen van huishoudelijke hulp, wat volgens het college tot bezwaren kan leiden.
De PVV zou liever niet uitgaan van bezwaren, maar van de risico’s voor mensen die de hulp nodig hebben. De inzet op fraudepreventie vindt de PVV zeer terecht. Dat onderdeel steunt de fractie volledig. De WMO-adviesraad stelt dat maatwerk mogelijk moet blijven en dat de verordening niet mag leiden tot starheid. Daarop hoort de PVV graag een reactie van de wethouder. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) onderschrijft het belang van een sterke sociale basis en passende ondersteuning voor inwoners. Een toegankelijke en zorgzame WMO is daarbij van belang. Bosch Belang vraagt hoe het college waarborgt dat er voldoende zorgaanbieders zijn om de groeiende zorgvraag op te vangen en hoe voorkomen wordt dat mensen lang op een wachtlijst staan of meermaals doorverwezen worden. De fractie vraagt ook welke maatregelen het college neemt om grip te houden op stijgende kosten en hoe het zit met de eigen bijdrage naar inkomen. Bosch Belang hoort verder of de rijksbezuinigingen en het gebrek aan compensatie worden doorgeschoven naar de gemeente of zelfs naar de inwoners en of de verordening voldoende rechtszekerheid biedt, zodat inwoners krijgen waar ze recht op hebben en bezwaarprocedures worden voorkomen. De WMO is niet zozeer een vangnet als wel een middel om inwoners volwaardig te laten meedoen aan de samenleving.
Bosch Belang verzoekt het college om te monitoren hoe de verordening in de praktijk uitpakt en de raad hierover jaarlijks te informeren. Tot slot maakt Bosch Belang zich zorgen over mensen die huishoudelijke hulp vanuit de WMO krijgen, maar moeten overstappen naar de Wlz. Dit verloopt niet soepel in Den Bosch en zou verbeterd moeten worden.
2
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) kan zich vinden in het voorstel, maar heeft twee opmerkingen. Het verlagen van de administratieve druk is goed en ook het tegengaan van zorgfraude spreekt aan. Voor het vergoeden van de eigen bijdrage worden drie verschillende inkomensgrenzen gehanteerd. Leefbaar ’s-Hertogenbosch ziet graag dat dit wordt vereenvoudigd. De Rekenkamer constateert dat veel inwoners moeite hebben met het geheel aan regelingen en daarom niet alle mogelijkheden benutten. Leefbaar ’s-Hertogenbosch vraagt hier een reactie van het college op. Mevrouw Mous (CDA) ziet duidelijke verbeteringen ten opzichte van de vorige Verordening Maatschappelijke Ondersteuning, maar benadrukt dat regels ondersteunend moeten zijn en niet belastend. Gebruikers lopen nog te vaak vast op formulieren en administratieve eisen. De aangescherpte aanpak tegen pgb-fraude steunt het CDA, maar voorkomen moet worden dat zorgprofessionals en mantelzorgers er extra last door ervaren. Bij de uitvoering zou het college moeten inzetten op het verminderen van administratieve lasten en het versterken van de ondersteuning van mantelzorgers. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) heeft wat moeite met artikel 5.1. over maatwerkvoorzieningen. Inwoners die zelf al een voorziening hebben getroffen, krijgen deze niet meer vergoed tenzij er sprake is van een acute noodsituatie.
Rosmalens Belang verwacht hier problemen mee, omdat het lastig vast te stellen is wanneer er sprake van acute nood is. In een acute noodsituatie kan de gemeente niet eerst schriftelijk toestemming verlenen. Rosmalens Belang vraagt zich af hoe dit in de praktijk zal uitpakken. De heer Romijn (Partij voor de Dieren) kan zich vinden in de verordening maar heeft twee aandachtspunten. Het nieuwe regionale normenkader mag niet leiden tot star beleid, maar er moet ruimte voor maatwerk blijven. De verscherping van de pgb-regels en de inzet op fraudepreventie leidt tot extra administratieve druk bij de inwoners. De Partij voor de Dieren hoopt dat de wethouder de zorgen hierover kan wegnemen. De Partij voor de Dieren vindt het verder belangrijk om goed te blijven monitoren of kwetsbare inwoners de weg naar ondersteunende maatregelen weten te vinden. Mevrouw Hoekstra (PvdA) spreekt namens PvdA en GroenLinks. De fracties zien zich gesteld voor een onmogelijk dilemma door enerzijds bezuinigingen op de zorg en anderzijds de toename van het aantal ouderen, die steeds langer thuis blijven wonen. Het is niet zozeer een financieel probleem, maar vooral een personeelstekort. Daarom moeten keuzes gemaakt worden in wie wel en wie niet ondersteund kan worden.
De lijn in de verordening met betrekking tot huishoudelijke hulp is goed te volgen, zeker omdat de wethouder een stevige lobby heeft ingezet richting de rijksoverheid om de zorgsector te verbeteren. De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Slikker stelt dat de WMO-verordening vooral bedoeld is voor inwoners die zorgbehoeftig en/of ouder zijn. Op de 165.000 inwoners zijn zo’n 28.000 ouder dan 65 jaar. Over vijftien jaar zijn dat er 45.000. Nu maken 3.600 mensen gebruik van huishoudelijke hulp, over vijftien jaar zijn dat er naar verwachting 7.000. De gemeente moet het beleid dus veranderen om enorme wachtlijsten te voorkomen. Met de nieuwe verordening zet de gemeente de schaarse zorgmedewerkers zo effectief en zo eerlijk mogelijk in, zodat iedereen die hulp nodig heeft, wordt geholpen. Maatwerk blijft daarbij het leidende perspectief. Mevrouw Visscher (SP) vraagt per interruptie of de toekenning van huishoudelijke hulp weer vergroot kan worden als het personeelstekort is opgelost. Wethouder Slikker antwoordt dat de maatregelen niet door financiën gedreven zijn, maar door schaarste. Als het personeelstekort wordt opgelost, kan de maatregel worden teruggedraaid, maar de kans dat dit gebeurt, acht hij klein. De gemeente blijft echter altijd maatwerk toepassen.
Bij alle cliënten wordt komend jaar langsgegaan om de situatie te beoordelen. Doel is om iedereen een schoon en leefbaar huis te bezorgen, zonder dat mensen lang op de wachtlijst moeten staan. Voor bezwaren vreest de gemeente niet, omdat de zorg eerlijk en volgens maatwerk wordt verdeeld. Om maatwerk te
3
kunnen leveren, is persoonlijk contact noodzakelijk. Er zal samen gekeken worden wat iemand daadwerkelijk van de gemeente nodig heeft en wat hij of zij via het eigen netwerk kan regelen. De gemeente maakt zich geen zorgen over het aantal zorgaanbieders. Voldoende personeel is wel een continu punt van zorg. Mevrouw Visscher (SP) vraagt of met persoonlijk contact wordt bedoeld dat gemeenteambtenaren bij mensen langsgaan of dat het ook telefonisch contact kan zijn. Wethouder Slikker antwoordt dat het beide mogelijk is. Bij de meeste cliënten gaat de gemeente zelf langs. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van de oren en ogen van de huishoudelijke hulp, die kan signaleren dat er meer of andere zorg nodig is. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) benadrukt dat maatwerk ook betekent dat huishoudelijke hulp doorloopt bij de overgang van WMO naar Wlz. Ze vraagt of het maatwerk tot meer uitzonderingsgevallen gaat leiden. Ook vraagt ze of bij het persoonlijke contact de zorgschotten kunnen vervallen, zodat er sneller gehandeld kan worden. Wethouder Slikker verwijst naar een discussie van vorig jaar over de schotten tussen WMO, Zvw en Wlz. Aan het wegnemen van schotten tussen de stelsels wordt hard gewerkt, maar ze zijn hardnekkig, dus het zal nog wel wat tijd kosten. De heer Van Hattem (PVV) merkt op dat de wethouder bezwaren niet als risico ziet.
In het raadsvoorstel staat bij de risico’s echter dat de veranderingen wel degelijk tot bezwaren kunnen leiden. Hij vraagt hoe de wethouder deze bezwaren wil gaan ondervangen. Wethouder Slikker antwoordt dat bezwaar maken een recht is en daardoor een voorzienbaar risico. De gemeente probeert bezwaren te voorkomen door maatwerk te bieden. Daarmee wordt goed onderzocht of het voldoet om eens per twee weken huishoudelijke hulp te bieden. Als iemand echter meer hulp nodig heeft, krijgt hij dat. Wie met minder hulp toe kan, maar desondanks wekelijks hulp wil blijven ontvangen, kan uiteraard bezwaar maken, maar naar verwachting zal dat ongegrond verklaard worden. De complexe systematiek van de eigen bijdrage is niet te vereenvoudigen. Wel hoopt de gemeente dat het rijk de wetgeving gaat veranderen, waardoor mensen met een hoger inkomen zelf voor hun huishoudelijke zorg gaan betalen. Mevrouw Mous (CDA) vraagt of er nog winst te behalen is als de mogelijkheden voor mantelzorg worden vergroot. Mensen zijn misschien eerder bereid om vrij te nemen voor mantelzorg als zij daarbij goed ondersteund worden. Wethouder Slikker legt uit dat het activeren van het netwerk de komende jaren cruciaal wordt voor de landelijke politiek. De gemeente kan mantelzorgers wel beter faciliteren, bijvoorbeeld door voldoende respijtzorg te bieden.
In de verordening is een nieuwe passage opgenomen over maatwerk in relatie tot acute noodsituaties. Voorheen vroegen mensen soms een maatwerkvoorziening aan die zij al gerealiseerd hadden via een pgb. Deze aanvragen werden afgewezen. In de nieuwe verordening is opgenomen dat een dergelijke aanvraag wel goedgekeurd kan worden als de voorziening in een acute noodsituatie is getroffen. De voorzitter geeft de commissie gelegenheid tot een tweede termijn. De heer Van Hattem (PVV) twijfelt nog of de PVV gaat instemmen met het voorstel. De wethouder wees op het personeelstekort als reden om de huishoudelijke hulp terug te brengen naar eens per twee weken. Welke inzet pleegt het college om mensen in de bijstand te activeren om meer deel te nemen aan het arbeidsproces, als huishoudelijke hulp? De PVV vraagt daarnaast of de gemeente nog andere manieren heeft om te voorkomen dat mensen vereenzamen als ze nog maar eens per twee weken hulp op bezoek krijgen. Tot slot vraagt de fractie of het normenkader voor huishoudelijke ondersteuning van toepassing blijft als de nieuwe verordening wordt aangenomen. Wethouder Slikker antwoordt dat de gemeente extra aanbieders heeft gecontracteerd voor huishoudelijke hulp. Door de vergrijzing neemt het aantal cliënten echter toe en de
4
beroepsbevolking af. Dit kan de gemeente niet oplossen en daarom moet de gemeente langzaam overschakelen naar eens per twee weken. Huishoudelijke hulp wordt niet ingezet om eenzaamheid te voorkomen, maar soms wel om het te signaleren. Mensen kunnen worden doorverwezen naar activiteiten van Farent. Het normenkader blijft geldig. De enige aanpassing is dat de huishoudelijke hulp eens per twee weken wordt aangeboden. De heer Van Hattem (PVV) vraagt of de hulp ook wordt teruggebracht naar eens per twee weken als de raad de nieuwe verordening niet aanneemt. Wethouder Slikker zal deze vraag schriftelijk beantwoorden. De voorzitter inventariseert de standpunten van de fracties over de verordening. De heer Van Hattem (PVV) wacht het schriftelijke antwoord af, alvorens een standpunt te formuleren. Mevrouw Visscher (SP) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De voorzitter concludeert dat het voorstel vooralsnog als hamerstuk wordt aangeboden aan de gemeenteraad. 7.
Aanvalsplan ’s-Hertogenbosch schuldenvrij 2026 en verder De voorzitter merkt op dat de raad wordt gevraagd om het aanvalsplan ’s-Hertogenbosch schuldenvrij 2026 en verder vast te stellen. De Rekenkamer heeft een brief gestuurd die zij relevant acht voor de besluitvorming over het raadsvoorstel. De heer Burg (De Bossche Groenen) vindt het aanvalsplan een goede aanzet om de schuldhulp te verbeteren. De Bossche Groenen heeft wel wat vragen en bedenkingen. Alle voorgestelde maatregelen zijn de komende vier jaar structureel. Voor de financiering wordt echter voor 2026 en 2027 een beroep gedaan op incidentele middelen. Daarna is het aan de raad om opnieuw budget beschikbaar te stellen. Daardoor worden maatregelen vanaf 2028 wellicht niet gecontinueerd. De Bossche Groenen zou graag zien dat het plan structureel gefinancierd wordt. Het plan gaat over vroegsignalering, snel schuldenvrij maken en een duurzame uitstroom, maar het aspect "preventie" ontbreekt. De fractie vraagt hier aandacht voor en stelt dat data gedreven werken hierbij kan helpen. Dat de verbeterpunten van de Rekenkamer niet zijn verwerkt in het aanvalsplan vindt de fractie een gemiste kans. Gevraagd wordt hoe het college daar gevolg aan gaat geven.
Mevrouw Doǧan (GroenLinks) pleit voor structurele oplossingen om schuldenvrij te leven, eenvoudige toegang, ruimte voor maatwerk, nazorg, inzicht in niet-gebruik en voldoende budget. De brief van de Rekenkamer raakt GroenLinks. Het huidige armoedebeleid laat namelijk te veel mensen vallen. Als dat niet verandert, zal het aanvalsplan stranden in goede bedoelingen zonder resultaat. GroenLinks vraagt waarom aanvraagprocedures nog zo ingewikkeld zijn, hoe het college zorgt voor beleid dat mensen uitzicht biedt op meedoen en hoe voorkomen wordt dat mensen geen hulp meer krijgen omdat er geen budget is. GroenLinks sluit zich verder aan bij het betoog dat de PvdA-fractie zal houden over niet-gebruik en vroegsignalering. Mevrouw Muller (D66) stelt dat D66 de ambitie uit het aanvalsplan steunt. De conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer tonen echter dat er nog werk te doen is. Ze verwijst naar het rapport van de Kinderombudsman over armoede. Armoede raakt kinderen op vele manieren. De Kinderombudsman adviseert om met kinderen te bespreken wat zij nodig hebben en ouders financieel te ondersteunen. D66 vraagt wat de wethouder van deze aanbevelingen vindt. In het aanvalsplan staat dat jongeren moeilijk te bereiken zijn. Sommige studenten kunnen hun schoolkosten niet betalen. Dat leidt vaak tot uitval.
Mevrouw Visscher (SP) verwijst ook naar het rapport van de Kinderombudsman, waarin gemeenten worden opgeroepen om meer te doen voor kinderen die opgroeien in armoede. Bij de Voorjaarsnota is een motie van de SP aangenomen om van een aantal gezinnen de schuld geheel kwijt te schelden. Beginnen met een schone lei heeft grote gevolgen voor de kinderen.
5
Vroegsignalering is heel belangrijk, maar daarin loopt de gemeente achter. Door schaamte trekken mensen veel te laat aan de bel. De gemeente moet meer mensen laagdrempelige hulp bieden, maar als regelingen voluit gebruikt worden, is er onvoldoende budget. Het aanvalsplan staat vol met goede ideeën, maar de gemeente kan een goede uitvoering ervan niet betalen. Vroegsignalering is echter op den duur de goedkoopste oplossing voor zowel gemeente als inwoner. De heer Van Hattem (PVV) heeft waardering voor het feit dat de gemeente met een plan komt om schulden terug te dringen, maar de PVV heeft wel enkele opmerkingen erover. Ten eerste zou de gemeente het rapport van de Rekenkamer zorgvuldig moeten behandelen en niet op het laatste moment moeten toevoegen aan de vergaderstukken. Het is hem niet duidelijk of het aanvalsplan bedoeld is voor de inwoners van ’s-Hertogenbosch of als glossy die de wethouder in VNG-verband kan gebruiken. Inhoudelijk heeft de PVV weinig opmerkingen over het aanvalsplan. Alleen de opmerking dat de gemeente statushouders gaat ontzorgen, zodat zij met een schone lei kunnen beginnen, gaat de PVV veel te ver. De gemeente moet statushouders niet nog meer in de watten leggen. De opmerking maakt het aanvalsplan voor de PVV onaanvaardbaar.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) stelde bij de behandeling van het vorige aanvalsplan dat het een goed gevulde gereedschapskist was, maar dat het oplossen van armoede zelfs met vele instrumenten niet eenvoudig is. Dat geldt wat hem betreft nog steeds. Het aanvalsplan wordt een beleidsplan genoemd, maar het lijkt meer op een uitvoeringsplan. Vroegsignalering is niet goed gelukt, de gemiddelde schuld is opgelopen en volgens de Rekenkamer is er nog veel werk te verzetten. In het aanvalsplan staan veel voornemens, maar het gaat vooral om de uitvoering. De gemeente gebruikt de monitor armoede en schulden, maar een toets aan het aanvalsplan ontbreekt: waar staat de gemeente, wat gaat goed en waar moet men een been bijtrekken? Leefbaar ’s-Hertogenbosch zou graag een meer kwalitatieve monitoring zien. De heer Van Silfhout (Volt) is hoopvol over het verbeterplan, maar de brief van de Rekenkamer is kritisch. Volt vraagt een reactie van het college op de zes verbeterpunten van de Rekenkamer. De gemeente is druk bezig om het intakeproces bij alle partijen te vereenvoudigen, maar nu lijkt het er toch weer op dat Eerste Hulp bij Geldzaken dit zelf gaat doen. Volt vreest dat het op die manier weer ingewikkelder wordt gemaakt en vraagt hoe deze actie aansluit bij de pilot om alle hulpverleners samen aan tafel te krijgen.
Volt is ook benieuwd naar de financiering van het plan en vraagt of gekozen is voor een knip per 2028 omdat er geen geld van het rijk beschikbaar wordt gesteld of omdat het huidige college niet wil beslissen over de volgende bestuursperiode. De fractie ziet nog weerstand om snel te handelen als mensen in de problemen komen. De vroegsignalering zou sneller en gemakkelijker moeten escaleren tot zorg. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) constateert een groot verschil tussen het papieren beleid en de dagelijkse praktijk. Gewoon ge-DREVEN wil graag dat schuldhulpverleners niet vanuit het Weener XL-gebouw werken maar de wijk ingaan en huisbezoeken afleggen. Om een opeenstapeling van financiële problemen te voorkomen, zou de fractie graag zien dat er niet altijd meteen boetes worden opgelegd bij een betalingsachterstand. Mevrouw Hoekstra (PvdA) stelt dat in Den Bosch circa 6.500 mensen problematische schulden hebben. Dat leidt tot schaamte, maatschappelijke isolatie en eenzaamheid. De gemeente moet dus stevig op preventie inzetten. De PvdA hamert al jaren op het niet-gebruik van regelingen. Blijkbaar ervaren mensen een hoge drempel om hulp te vragen aan de overheid. De fractie is blij met de extra inzet op het voorkomen van schulden, maar de vroegsignalering blijft nog achter. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) wijst op verborgen armoede onder mensen met een baan en zzp’ers.
Voor hen is het moeilijk om toe te geven dat ze niet rondkomen, waardoor ze pas laat aan de bel trekken. Ze was verrast te lezen dat brieven die als vroegsignalering worden verstuurd, niet worden opgevolgd. Nazorg is ook belangrijk, om te voorkomen dat het opnieuw misgaat. Goede vroegsignalering en nazorg zal meer geld kosten, maar bespaart uiteindelijk ook geld. Daar zou de gemeente dus meer op mogen inzetten van Rosmalens Belang. De heer Van den Hoven (VOOR Den Bosch) constateert dat de urgentie van het armoedeprobleem hoog is in Den Bosch. VOOR Den Bosch zou het aanvalsplan liever
6
"ondersteuning en begeleidingsplan schuldenaanpak" noemen, om minder negatief over te komen. Vroegsignalering is belangrijk om problematische schulden te voorkomen. Na het oplossen van schulden is goede nazorg belangrijk, zodat inwoners weer zelfstandig verder kunnen. Het proces van aanpak, uitvoering en realisatie van de aanpak laat nog sterk te wensen over en dient efficiënter en effectiever ingezet te worden. De heer Romijn (Partij voor de Dieren) onderschrijft de ambitie van het aanvalsplan. De Rekenkamer stelt echter dat het armoedebeleid werkt als tijdelijk vangnet en niet als structurele springplank. De toegang tot hulp is ingewikkeld en maatwerk ontbreekt. Vroegsignalering en nazorg zijn onvoldoende ontwikkeld, waardoor mensen terugvallen in hun oude patroon. Monitoring ontbreekt, waardoor de gemeente geen inzicht heeft in het resultaat van het beleid. De Partij voor de Dieren zou graag zien dat de gemeente mensen actief opzoekt, bijvoorbeeld via huisbezoeken. De heer Van Haren (VVD) is tevreden over de scherpe doelstellingen en heldere formuleringen in het voorstel. De schuldhulpverlening is in Den Bosch goed geregeld, vergeleken met andere gemeenten. De VVD steunt het voortzetten van het beleid, alsook de inzet van middelen in 2026 en 2027. De fractie hoopt dat het nieuwe college besluit om de aanpak na 2027 voort te zetten. Er is ook ruimte voor verbetering.
Daarover zal de VVD in tweede termijn enkele vragen stellen. De fractie wil niet ingaan op de aanbevelingen van de Rekenkamer, omdat ze het Rekenkamerrapport binnenkort in zijn geheel wil bespreken als er ook een ambtelijke reactie op de conclusies en aanbevelingen beschikbaar is. Mevrouw Mous (CDA) zegt dat het CDA het aanvalsplan van harte steunt. De fractie is trots op de mensgerichte aanpak, de Bossche aanpak budgetbeheer en de inzet op samenwerking met maatschappelijke partners. Zolang structurele middelen van het rijk ontbreken, blijft er echter onzekerheid over het voortzetten van de schuldhulpverlening. Vooraf investeren is belangrijk om later problemen te voorkomen. Het CDA vraagt hoe het college hierop gaat inzetten. Inwoners wachten te lang met het zoeken naar hulp. Hoe kan de toegang laagdrempeliger worden gemaakt? Hoe kan de gemeente beter communiceren, om ook moeilijk bereikbare groepen, zoals jongeren en ondernemers, te bereiken? Ook hoort het CDA graag hoe het college de begeleiding, educatie en nazorg denkt te verbeteren, zodat mensen leren rond te komen met hun geld. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) noemt het een belangrijk plan. De stappen om te komen tot een schuldenvrij ’s-Hertogenbosch verdienen de steun van Bosch Belang. Met betrekking tot het Rekenkamerrapport sluit de fractie zich aan bij de vragen en opmerkingen van vorige sprekers.
De voorzitter geeft het college de gelegenheid om te reageren op de eerste termijn. Wethouder Van der Sloot begint haar betoog met het bezoek van de koning aan ’sHertogenbosch om de Week tegen Eenzaamheid te openen. De bijeenkomst ging vooral over eenzaamheid onder kinderen en jongeren. Drie kinderen per klas zijn eenzaam, bijvoorbeeld omdat er thuis schulden zijn. Een goed schuldhulpbeleid is daarom belangrijk voor nu, maar vooral voor de toekomst. De wethouder is verheugd dat alle fracties dat duidelijk onderstreept hebben. Er zijn vragen gesteld over het Rekenkameronderzoek. Het college is blij dat een externe partij een dergelijk onderzoek doet. Het kan dienen als input voor een gesprek, teneinde het beleid te verbeteren. De wethouder wil wel wachten tot het definitieve eindrapport, dat overigens niet alleen over schuldhulp gaat. Omdat dit het schuldhulpbeleid raakt, begrijpt ze dat de meeste fracties het conceptrapport wel aanhaalden. De belemmeringen die inwoners ervaren, heeft de gemeente zelf ook al gezien en besproken met ervaringsdeskundigen. Aangegeven werd dat het beter is om de wijk in te trekken en dat gaat de gemeente ook doen. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) vraagt of de gemeente nu de wijken al ingaat, of overweegt om dat in de toekomst te gaan doen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat er nog een raadsbesluit nodig is om het beleid hierop aan te passen.
Vanaf januari kan de werkwijze zo ingericht worden, dat ambtenaren op
7
huisbezoek gaan. Het past in de lijn om de zorg voor inwoners dichterbij te organiseren. Er blijft bij Weener XL wel een centraal punt. Vroegsignalering vergt een investering. Daarom wordt in het aanvalsplan extra capaciteit hiervoor voorgesteld. Er moeten nog wel mensen geworven worden die per 01-01-26 dit werk kunnen oppakken. De gemeente wil gaan werken met een callcenter om mensen beter te bereiken. De heer Romijn (Partij voor de Dieren) weet dat in andere gemeenten mensen werken die bij inwoners aanbellen in het kader van de vroegsignalering. Hij vraagt of Den Bosch dat ook overweegt, of dat het beperkt blijft tot enkele extra loketten in wijkcentra. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat inwoners niet altijd zo enthousiast zijn als gemeentemedewerkers aan de deur komen vragen of alles goed gaat. Daarom zullen zij gaan werken via partnerorganisaties, zoals Farent, schuldhulpmaatjes of (sport-)verenigingen. Bovendien moet voorkomen worden dat er meermaals iemand aan de deur komt over steeds een ander deelonderwerp. De heer Van Silfhout (Volt) leest in het stuk niet terug dat de gemeente met allerlei partijen gaat samenwerken om de inwoners te bereiken en om zaken op elkaar af te stemmen. Hij vraagt of de gemeente daar wel plannen voor maakt. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de intentie van de gemeente is dat het voor mensen zo gemakkelijk mogelijk wordt gemaakt.
Voorkomen moet worden dat mensen elke keer opnieuw hun verhaal moeten vertellen. Dat vraagt nog wel veranderingen in de werkwijze van diverse beleidsterreinen. De heer Van Haren (VVD) vraagt of de wethouder van plan is om een callcenter bij de gemeente zelf te organiseren of dat dit wordt uitbesteed. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat het nog niet zover is. Het moet uiteraard een callcenter worden met empathische medewerkers die ervaring hebben met dit soort trajecten. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) stelt dat in het voorstel staat dat de gemeente gaat onderzoeken of er andere contactkanalen en -locaties mogelijk zijn. Dat is wel iets anders dan de intentie die de wethouder nu uitsprak. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat nog onderzocht moet worden wat de meest geschikte locaties zijn. Bij voorkeur wordt gebruikgemaakt van locaties waar de gemeente al zit en die mensen al kennen. Diverse commissieleden spraken over monitoring. Hiervoor is een landelijk systeem beschikbaar, zodat de resultaten van Den Bosch ook vergeleken kunnen worden met die van andere gemeenten. Zo kan de raad goed sturen op de aanpak. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) mist een koppeling tussen de monitor van het armoedebeleid en de doelstellingen in het aanvalsplan. Die zou Leefbaar ’s-Hertogenbosch graag zien. Wethouder Van der Sloot is het daarmee eens.
Soms worden verschillende definities gebruikt, wat het lastig maakt om zaken aan elkaar te koppelen. De gemeente zet in op een betere aansluiting. De heer Van Hattem (PVV) vraagt zich af of de aanpak echt bedoeld is voor de gemeente ’sHertogenbosch of dat de wethouder, tevens voorzitter van de VNG-commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie, het beleid ziet als voorbeeld om landelijk uit te rollen en of dat de reden is dat het voorstel nu onder stoom en kokend water behandeld dient te worden. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat in het hele land dergelijke voorstellen nu worden besproken. In januari moet het nieuwe aanvalsplan ingaan en voor het nieuwe plan moeten nog mensen geworven worden die de extra activiteiten gaan uitvoeren. Het aanvalsplan wordt voor twee jaar gefinancierd. Over de periode daarna is zij op landelijk niveau in gesprek, want als er geen rijksbudget beschikbaar wordt gesteld, wordt het heel ingewikkeld om het beleid overeind te houden.
8
De heer Van Silfhout (Volt) vraagt of de wethouder bedoelt dat het voorstel voor twee jaar gedekt is vanuit een wettelijke verplichting en dat de gemeente tegelijkertijd druk wil zetten op het kabinet om ook te gaan leveren. Volt hoort graag of andere gemeenten ook deze werkwijze volgen. Wethouder Van der Sloot zegt dat de Nederlandse gemeenten inderdaad druk zetten op de landelijke politiek. Als er geen geld komt, zal de gemeenteraad over 2028 opnieuw moeten besluiten. De heer Burg (De Bossche Groenen) vraagt opnieuw of ingezet wordt op het voorkomen van schulden. Wethouder Van der Sloot legt uit dat de gemeente extra inzet op Eerste Hulp bij Geldzaken als preventie. Preventie is ook een taak voor maatschappelijke organisaties en het onderwijs. De gemeenteraad heeft eerder gevraagd hoe de gemeente meer mensen met geldproblemen kan bereiken. Daarvoor zijn extra communicatiecampagnes gestart. Mevrouw Hoekstra (PvdA) had begrepen dat het feit dat de gemeente een toegankelijk inlooppunt heeft, concurreert met een proactieve benadering in het kader van vroegsignalering. Ze vraagt wat de wethouder nodig vindt aan extra inzet, zonder dat deze twee elkaar tegenwerken. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat het al een signaal is als mensen één keer hun zorgverzekering of energierekening niet betalen.
Als er dubbele signalen worden gezien, dus als de rekeningen van twee vaste lasten niet worden betaald, onderneemt de gemeente direct actie. Het is wel zo dat veel mensen niet geholpen willen worden. Vooral ondernemers houden vaak lang de schijn op dat het allemaal wel lukt. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt opnieuw naar de vermeende concurrentie tussen een inlooppunt en een proactieve benadering. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat Eerste Hulp bij Geldzaken meteen actie moet ondernemen. Bij drukte gaat dit ten koste van de capaciteit voor vroegsignalering. Omdat dit onwenselijk is, wordt nu om extra capaciteit gevraagd. Mevrouw Hoekstra (PvdA) zou graag geïnformeerd worden hoe dit de komende periode gaat verlopen. Wethouder Van der Sloot wil die cijfers zelf ook graag hebben, zodat college en raad hierop kunnen sturen. Binnenkort zijn er meer monitoringsinstrumenten beschikbaar. Mevrouw Mous (CDA) vraagt hoe de gemeente de communicatie met ondernemers gaat verbeteren, zodat geldproblemen minder vaak tot faillissementen leiden. Het CDA hoort ook graag of het mogelijk is om samen te werken met werkgevers, die als eerste een loonbeslag zien. Wethouder Van der Sloot ziet dat de groep ondernemers met financiële problemen groeit. De gemeente zet specifiek in op communicatie met ondernemers en zzp’ers.
De heer Van Hattem (PVV) vraagt of de wethouder begrijpt dat ondernemers die negatieve ervaringen hebben gehad met coronasteun extra terughoudend zullen zijn om hulp van de overheid te aanvaarden. Wethouder Van der Sloot vindt dat deze discussie in de Eerste Kamer gevoerd moet worden. Inmiddels heeft de overheid veel geleerd over de coronatijd. Overigens zijn er ook veel bedrijven overeind gebleven door de financiële steun van de overheid. Gebrek aan vertrouwen in overheidssteun is misschien ook wel des ondernemers. De gemeente moet echter blijven proberen om ze te bereiken en laten zien dat ze een betrouwbare partij is.
9
De heer Van Hattem (PVV) vindt het juist belangrijk te bespreken wat de gemeente gaat doen. Er is niet alleen wantrouwen qua financiële ondersteuning, maar in het algemeen. Hij vraagt of de wethouder begrijpt dat ondernemers sceptisch zijn richting de gemeente. Wethouder Van der Sloot denkt dat de gemeente met het aanvalsplan juist een uitgestoken hand biedt aan ondernemers. Ze hoopt dat er in de toekomst minder polarisatie zal zijn, want dat zal het ondernemersklimaat in de stad helpen. Het CDA vroeg of de gemeente werkgevers kan betrekken bij vroegsignalering. Loonbeslag is een vroeg maar stevig signaal. Het is wel lastig om informatie van werkgevers aan die van de gemeente te koppelen, vanuit privacyoverwegingen. Werkgevers worden zich echter steeds meer bewust van hun verantwoordelijkheid jegens hun werknemers. Het bereiken van jongeren is lastig. De gemeente werkt samen met partijen, die dichter bij hen staan. Schulden zijn vaak een onderdeel van mentale nood. Als iemand dat aangeeft, wordt het signaal meteen opgepakt. De Jongerenperspectiefaanpak werkt inmiddels goed, hoewel het even zoeken was naar jongeren die hieraan wilden deelnemen. Mevrouw Muller (D66) vraagt of de wethouder verwacht dat de Jongerenperspectiefaanpak gaat groeien. In Rotterdam kent men het project Socialdebt, dat succesvol lijkt. D66 vraagt of dit iets is voor Den Bosch.
Wethouder Van der Sloot antwoordt dat er meer wordt ingezet op de Jongerenperspectiefaanpak als zich meer jongeren zich melden. De Rotterdamse aanpak is preventief en wordt al heel vroeg ingezet. Ze is geïnteresseerd in de ervaringen daar, maar wil er ook voor waken dat de gemeente Den Bosch te veel verschillende dingen oppakt. Als het in het Bossche beleid past en het werkt, zou het overgenomen kunnen worden. Mevrouw Visscher (SP) vraagt naar de aanpak in Roermond, waar schulden worden kwijtgescholden. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat Den Bosch dit ook graag wil en hierover al heeft gesproken met het Kansfonds, een fonds dat mogelijk gemaakt wordt door een externe geldschieter. Ook heeft de gemeente contact opgenomen met gemeente Roermond om te horen of het daar goed werkt. De resultaten worden nauwlettend gevolgd. Op andere specifieke doelgroepen, zoals statushouders, wordt sterk ingezet, omdat dit maatschappelijke kosten kan besparen. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) had gevraagd naar de aanvraagprocedure, die volgens het Rekenkameronderzoek te ingewikkeld is voor veel mensen. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de gemeente sterk inzet op een eenvoudige procedure voor schuldhulpverlening. Het aanvragen van armoederegelingen kan nog verbeterd worden. De discussie hierover zou ze graag voeren als het definitieve rapport van de Rekenkamer wordt behandeld.
De heer Van Hattem (PVV) vindt het opmerkelijk dat de gemeente zo sterk inzet op het ontzorgen van statushouders. De middelen worden gedekt vanuit het inburgeringsbudget. Als iemand naar hier komt, vindt de PVV dat hij een eigen verantwoordelijkheid heeft en niet in de watten gelegd hoeft te worden vanuit het inburgeringstraject. Hij vraagt hoe zich die twee tot elkaar verhouden. Wethouder Van der Sloot zou het graag opvatten als een oproep om meer middelen te besteden aan inburgering. Dat is namelijk ook een investering aan de voorkant, die later besparingen oplevert. De heer Van Hattem (PVV) had niet gezegd dat de gemeente meer moet investeren in inburgering. Hij hoort altijd dat de gemeente zelfstandig inburgeringsbeleid voert, maar nu worden inburgeringsmiddelen gebruikt om statushouders in de watten te leggen en te ontzorgen. Hij vraagt hoe de wethouder dat ziet. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat ze daar een andere visie op heeft. Het college vindt het verstandig om in te zetten op specifieke groepen, bij wie de kans op schulden groter dan
10
gemiddeld is. Dat is onder andere de groep statushouders. Financieel is het voor de gemeente ook verstandig om hierop in te zetten. De heer Van Silfhout (Volt) vindt het verstandig om mensen nu te helpen om toekomstige maatschappelijke kosten te voorkomen. Bij niet-gebruik staat echter dat de gemeente in kaart moet brengen wie geen gebruikmaakt van regelingen, waarom dat zo is en hoe dat kan worden verbeterd. Bij de monitoring komt dit aspect echter niet terug. Volt vraagt een toezegging van de wethouder dat het niet-gebruik in de monitoring wordt opgenomen. Wethouder Van der Sloot zou dat graag willen, maar het is moeilijk om aan te geven wat er niet is. Als de gemeente de niet-gebruikers kan bereiken, kan ze ze ook helpen en zijn het geen nietgebruikers meer. De gemeente is op dit gebied bereid te doen wat in haar mogelijkheden ligt. De heer Van Silfhout (Volt) neemt genoegen met de toezegging dat de gemeente alles doet wat mogelijk is op dit gebied. Wethouder Van der Sloot vindt dit vanzelfsprekend, omdat de gemeente tot doel heeft om zo veel mogelijk mensen te helpen met de beschikbare regelingen, bij voorkeur aan de voorkant. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt naar het "recht op een vergissing".
Kan de gemeente voorkomen dat mensen die bijvoorbeeld vergeten om een parkeervergunning te verlengen via boetes bij de schuldhulpverlening terechtkomen? Wethouder Van der Sloot antwoordt dat in de nieuwe Participatiewet is opgenomen dat de gemeente meer in vertrouwen handelt. Het recht op vergissing is niet wettelijk vastgelegd. Mevrouw Hoekstra (PvdA) kan zich voorstellen dat het al helpt als gemeentelijke afdelingen beter samenwerken: als iemand bekend is bij de afdeling schuldhulp, zou de gemeente zelf niet als harde schuldeiser moeten optreden. Wethouder Van der Sloot begrijpt het verzoek, maar zou dat willen betrekken bij de Participatiewet. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt wanneer de wethouder het een passend moment vindt om dit te bespreken. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat ze naar aanleiding van het aanvalsplan binnen de organisatie kan kijken hoe de verschillende afdelingen hiermee om kunnen gaan. De voorzitter vraagt de commissie om zich te beperken tot vragen die al gesteld zijn in de eerste termijn, maar nog niet zijn beantwoord. De heer Van den Hoven (VOOR Den Bosch) vraagt wanneer de verbeterde werkprocessen beschikbaar zijn en worden geïmplementeerd. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat dit gebeurt, zodra het aanvalsplan in werking treedt, dus per 1 januari 2026.
Mevrouw Muller (D66) vraagt een reactie van de wethouder op de aanbevelingen van de Kinderombudsman, die vandaag zijn gepubliceerd. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat ze die nog niet gelezen heeft. Schorsing De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt het voorstel om de schulddienstverlening "nog beter te maken" wat hoogdravend, vergeleken bij de bevindingen van de Rekenkamer. Ondernemers met schulden weten de gemeente nog steeds niet goed te vinden. In januari 2025 is een motie aangenomen om ondernemers beter te ondersteunen. Wanneer verwacht de wethouder concrete stappen te gaan zetten om ondernemers echt te gaan faciliteren? En is er dan sprake van een integrale aanpak?
11
Het bereik van de vroegsignalering moet verbeterd worden, waarbij de gemeente wil inzetten op aanvullende locaties. Leefbaar ’s-Hertogenbosch hoort graag of hiermee de toegang tot de regelingen laagdrempeliger wordt. De Rekenkamer adviseert om aanvraagprocedures te vereenvoudigen en alternatieven te bieden aan mensen met lage digitale vaardigheden. Past dat bij het plan om op diverse locaties te gaan werken? De gemeente wil maatwerk bieden. Dat klinkt mooi, maar het staat of valt bij de uitvoering. De geluiden hierover zijn wisselend. De conclusies van de Rekenkamer over het armoedebeleid zijn pittig. Men doet een aantal voorlopige aanbevelingen, maar het college wil het Rekenkamerrapport pas behandelen na vaststelling van het aanvalsplan. Leefbaar ’s-Hertogenbosch gaat ervan uit dat de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer nog wel getoetst kunnen worden aan het aanvalsplan, waarna het plan wellicht nog bijgesteld moet worden. De Rekenkamer constateert verder dat de gemeentelijke regelingen weinig bijdragen aan sociale participatie. Hiervoor zou de Bossche Pas ingezet worden. Leefbaar ’s-Hertogenbosch vraagt of de implementatie daarvan nog in de huidige bestuursperiode gaat lukken. Mevrouw Hoekstra (PvdA) vraagt of Leefbaar ’s-Hertogenbosch in de voorlopige aanbevelingen van de Rekenkamer al zaken ziet die contrair zijn aan het voorstel voor de schuldenaanpak.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) denkt dat de aanbevelingen het aanvalsplan kunnen aanscherpen, bijvoorbeeld met betrekking tot vroegsignalering en nazorg. Mevrouw Hoekstra (PvdA) benadrukt dat de aanbevelingen en het aanvalsplan elkaar niet tegenspreken. Ze kan zich voorstellen dat het juist goed is om de aandachtspunten van de Rekenkamer te benoemen in de raadsvergadering, zonder dat de schuldenaanpak helemaal op de schop moet. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) blijft van mening dat beide documenten beter gelijktijdig behandeld hadden kunnen worden. De heer Van Haren (VVD) stelt dat de Rekenkamer tijdens het formuleren van haar aanbevelingen nog niet op de hoogte was van het aanvalsplan. Het lijkt de VVD juist goed als de Rekenkamer het aanvalsplan verwerkt in haar definitieve conclusies over de schuldenaanpak. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vindt dat dubbelop en blijft bij zijn standpunt. De heer Van Silfhout (Volt) vindt het ook ongemakkelijk dat beide documenten niet in samenhang worden behandeld. De wethouder heeft echter toegezegd dat de raad naar aanleiding van het Rekenkamerrapport nog extra aanbevelingen kan doen voor de schuldenaanpak. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) zou daar graag een bevestiging van de wethouder van krijgen. De heer Van Haren (VVD) grijpt terug op eerdere discussies over de schuldenaanpak.
In 2021 werd het college opgeroepen om ondernemers bij schulden op dezelfde manier te ondersteunen als inwoners. Er is dus veel verbeterd in de afgelopen vier jaar. In de beantwoording door de wethouder heeft de VVD ook nog veel goede plannen en aanscherpingen gehoord. De fractie is nog benieuwd naar haar antwoord op de vragen van de heer Mees. Op het gebied van monitoring en datagestuurd werken kan er nog veel verbeterd worden. Het is daarom goed dat deze aspecten als speerpunten zijn benoemd. Naast alle suggesties die de commissie al heeft gedaan, heeft de VVD er nog twee. Eerste Hulp bij Geldzaken moet zo toegankelijk en laagdrempelig mogelijk zijn. Het is dus goed dat de gemeente de wijk intrekt. Voor werkenden met geldzorgen zijn kantoortijden soms problematisch. De VVD stelt voor om te kijken of er meer variatie in openingstijden mogelijk is. Tot slot vraagt de VVD hoe de wethouder de komende jaren de samenwerking met bewindvoerders gaat uitwerken. Mevrouw Mous (CDA) is blij met de toezegging dat er in december nog moties en amendementen op het aanvalsplan ingediend kunnen worden, waarmee het aanvalsplan nog eens extra aandacht krijgt. Het CDA vraagt nog aandacht voor nazorg en zelfredzaamheid. Drie
12
maanden nazorg blijkt te kort, waardoor mensen vaak terugvallen. Het CDA pleit daarom voor langere begeleiding, met de nadruk op financiële educatie en sparen. De heer Romijn (Partij voor de Dieren) vraagt aandacht voor het toenemende gebruik van Buy now, pay later-diensten, waardoor jongeren veel onzichtbare schulden oplopen. De PvdD zou graag zien dat via de VNG wordt geprobeerd om hier landelijk iets aan te doen. Een andere suggestie is om jongeren hierover actief voor te lichten via het onderwijs en jongerenwerk. De heer Van Silfhout (Volt) merkt op dat in het aanvalsplan staat dat mensen duurzaam moeten uitstromen. Er staat ook in dat mensen na een traject weer zelfredzaam moeten zijn. Dat staat volgens Volt op gespannen voet met elkaar, want als mensen zelfredzaam moeten zijn, dreigen ze bij nieuwe problemen weer tussen wal en schip te vallen. Volt zou liever meer focussen op duurzaam uitstromen of, nog liever, helemaal niet uitstromen. Volt overweegt een motie hierover. De heer Van Haren (VVD) vraagt of Volt voorstelt om mensen nooit uit de schuldhulpverlening te laten uitstromen. De heer Van Silfhout (Volt) bedoelt dat er een groep is die altijd gebruik moeten kunnen blijven maken van hulp bij armoede.
Volt vraagt verder om een schriftelijke reactie van de wethouder op het rapport van de Kinderombudsman, als blijkt dat er zaken in staan die relevant zijn voor het aanvalsplan. Met de toezegging dat aanbeveling 4 van de Rekenkamer wordt overgenomen, namelijk dat geprobeerd wordt om het inzicht in niet-gebruik te verbeteren, wordt alvast een goede stap gezet om de schuldenaanpak te verbeteren. Verder is Volt blij dat de raad in december het aanvalsplan nog kan amenderen als het Rekenkamerrapport besproken is. Tot slot zou Volt nog graag zien dat alle hulpverleners met elkaar overleggen, zodat mensen niet bij elke instantie hun verhaal hoeven te vertellen. Daar loopt een pilot voor, die de fractie graag zou uitbreiden. Volt stelt voor om in het aanvalsplan alvast op te nemen dat hierbij kan worden aangesloten. Mevrouw Visscher (SP) merkt op dat zij onder "duurzaam uitstromen" juist verstaat dat iemand zelfredzaam is en zijn eigen financiën kan regelen. De heer Van Silfhout (Volt) blijft erbij dat er ook een groep is die niet wil of kan uitstromen, omdat men dan opnieuw in de problemen komt. Mevrouw Mous (CDA) staat daar niet achter. Het CDA wil dat mensen tijdelijk geholpen worden en dat zij leren om weer zelfstandig verder te gaan. De heer Van Silfhout (Volt) vindt dat sterk geredeneerd vanuit het wereldbeeld van het CDA.
Volt vindt het verstandig om dat wereldbeeld aan te passen. De heer Van Hattem (PVV) zegt dat de PVV de intenties van de schuldenaanpak ondersteunt. De fractie heeft echter moeite met twee aspecten: de statushouders en het Rekenkamerrapport. Statushouders en mensen met een migratieachtergrond worden als specifieke groepen gezien die extra aandacht verdienen. De Rekenkamer stelt echter dat het huidige beleid te veel als vangnet wordt gezien en nauwelijks als springplank. Door statushouders te ontzorgen, houdt de gemeente dat vangnet in stand, waardoor het een soort hangmat wordt. Een aantal van de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamer kunnen niet wachten tot na vaststelling van het aanvalsplan. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat de doelstellingen voor de schuldenaanpak onvoldoende zijn uitgewerkt, dat een structurele effectenmonitor ontbreekt en dat de informatiepositie van de raad versterkt moet worden. De PVV hoort graag hoe de wethouder hiermee wil omgaan. De heer Van Haren (VVD) vraagt of de PVV het ermee eens is dat de raad dan wel moet kijken naar het hele Rekenkamerrapport, inclusief alle bijlagen. De heer Van Hattem (PVV) is het daarmee eens. De Rekenkamer stuurt nu echter een brief met voorlopige conclusies, dus dat is de enige informatie die betrokken kan worden in de discussie over het aanvalsplan.
13
Wethouder Van der Sloot stelt dat de dienstverlening aan ondernemers heel belangrijk is en dat dit bij voorkeur integraal wordt aangeboden. Als het aanvalsplan wordt aangenomen, kan de gemeente deze dienstverlening per 1 januari 2026 goed oppakken. Gevraagd werd naar manieren om mensen goed te bereiken. De gemeente wil de inloop zo laagdrempelig mogelijk maken. Overigens is het al mogelijk om een afspraak voor ’s avonds te maken. Als daar meer behoefte aan is, kan dit uitgebreid worden. Er werd ook gevraagd naar de relatie tussen de gemeente en bewindvoerders. Den Bosch heeft gesproken met de Landelijke Vereniging voor Bewindvoerders over de opdracht die gemeenten hebben ten aanzien van de maatschappij, namelijk zoveel mogelijk mensen uit de schulden houden. Tijdige doorverwijzing is daarbij belangrijk. Den Bosch heeft dit duidelijk in het vizier. Dat monitoring belangrijk is, erkent het college. Daarom is het op verschillende niveaus verwerkt in het beleid. Over nazorg zegt de wethouder dat niemand gedwongen kan worden tot het aanvaarden van nazorg. Er wordt alles aan gedaan om mensen zo lang mogelijk vast te houden en hen vaardigheden te leren, maar dat kan alleen als men daar behoefte aan heeft. Levenslange nazorg is mogelijk, maar dat verloopt grotendeels via de maatschappelijke partners.
De oproep om jongeren te waarschuwen tegen Buy now, pay later-constructies vindt de wethouder terecht. Het is heel eenvoudig om in de schulden terecht te komen en zeker bedrijven die afbetalingsregelingen aanbieden, zijn een zorgpunt. Het is echter niet iets waar de gemeente Den Bosch zelf iets aan kan doen, behalve voorlichting geven aan jongeren. De wethouder zegt toe om schriftelijk te reageren op het rapport van de Kinderombudsman als daartoe aanleiding is in het kader van het aanvalsplan. Tot slot werd gevraagd wat de raad nog kan doen om het aanvalsplan bij te stellen. De raad heeft natuurlijk altijd het recht om moties en amendementen in te dienen. Dat kan zeker in december bij de behandeling van het Rekenkamerrapport. Om snel aan de slag te gaan met werving van medewerkers en extra investeringen is het wel van belang dat het aanvalsplan in de gemeenteraad van oktober wordt vastgesteld. De heer Van Hattem (PVV) vraagt of de wethouder bereid is om het aanvalsplan nog aan te passen als daarom wordt gevraagd. Ze stelde dat monitoring al is opgenomen in het plan, maar volgens het Rekenkamerrapport wordt er onvoldoende gemonitord op de effecten. Dat soort zaken zou de PVV graag nog willen aanscherpen. Wethouder Van der Sloot vindt het vanzelfsprekend dat het college het voorstel aanpast als de gemeenteraad daartoe opdracht geeft.
De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) vraagt om een update van de Bossche Pas. Wethouder Van der Sloot antwoordt dat de Bossche Pas tijdens de huidige bestuursperiode nog geïntroduceerd zal worden. De voorzitter inventariseert de standpunten van de fracties. Mevrouw Muller (D66) wacht de brief over het rapport van de Kinderombudsman af. Eventueel zou D66 over dat onderwerp een motie indienen. D66 steunt het voorstel. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) stemt in met het voorstel. Mevrouw Mous (CDA) steunt het voorstel. Mevrouw Visscher (SP) wacht de brief over het rapport van de Kinderombudsman af. Eventueel zou de SP over dat onderwerp een motie indienen. De SP steunt het voorstel. De heer Romijn (PvdD) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De PvdD overweegt moties over vroegsignalering en over voorlichting over kopen op afbetaling. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. Mevrouw Hoekstra (PvdA) zal een motie indienen over het recht op vergissen. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) neemt het voorstel mee terug naar de fractie.
14
De heer Van den Hoven (VOOR Den Bosch) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) wacht de moties graag af. De heer Van Haren (VVD) verwacht niet dat de VVD moties gaat indienen. De heer Van Silfhout (Volt) zal een motie indienen over een gezamenlijk intakegesprek. De heer Van Hattem (PVV) zal een amendement indienen over het ontzorgen van statushouders. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De heer Burg (De Bossche Groenen) neemt het voorstel mee terug naar de fractie. De voorzitter concludeert dat het voorstel als bespreekstuk wordt geagendeerd voor de raad. 8.
Het Bossche Studentenberaad De voorzitter geeft de heer Elders als eerste het woord, omdat hij een discussienotitie heeft opgesteld over het idee om een Bossche Studentenberaad in te stellen. De heer Elders (D66) zou graag zien dat de gemeente een impuls geeft aan het studentenleven in Den Bosch, om meer levendigheid, meer draagkracht voor jongerencultuur en meer binding van jong talent te krijgen. Den Bosch kent inmiddels zo’n 30.000 studenten, maar de kwaliteit van het studentenleven is niet met het aantal meegegroeid. D66 vindt het belangrijk om studenten te betrekken bij de besluitvorming over het verbeteren van de kwaliteit van het studentenleven. Studenten komen regelmatig op het gemeentehuis voor gesprekken met de wethouder, maar missen een structurele borging van de stem vanuit het studentenleven. Een studentenberaad is niet alleen bedoeld om overleg tussen gemeente en studentenverenigingen te faciliteren, maar kan ook andere partijen erbij betrekken die een impuls kunnen geven, zoals woningcorporaties, onderwijsinstellingen en horecaondernemers. D66 denkt dat het Bossche Studentenberaad kan helpen om deze impuls aan het studentenleven te geven en hoort graag de gedachten hierover van de andere fracties.
De heer Romijn (Partij voor de Dieren) onderschrijft het belang van een levendige en toekomstbestendige stad, waarin studenten zich thuis voelen en waaraan ze actief bijdragen. Het studentenleven in Den Bosch verdient zeker aandacht. Structureel overleg en inspraak zijn nodig als het gaat om onderwerpen die de studenten raken. Door dit goed te faciliteren, wordt de democratie versterkt en de besluitvorming verbeterd. De PvdD denkt dat vertegenwoordigers van de studentenraden van de hogescholen de meest logische gesprekspartners zijn voor de gemeente en vraagt of er met hen nu helemaal geen dialoog is en wat het Bossche Studentenberaad hieraan kan toevoegen. De PvdD verzoekt nadrukkelijk om ook studenten van het middelbaar onderwijs te betrekken bij een studentenberaad. Mevrouw Van den Wildenberg (VOOR Den Bosch) vindt het voorstel sympathiek. Jongeren en studenten bij het gemeentelijk beleid betrekken is waardevol en belangrijk. Dat is echter niet genoeg om meteen ja te zeggen tegen een studentenberaad. VOOR Den Bosch heeft nog te veel vragen om het voorstel te steunen. Wat wordt de rol van het Bossche Studentenberaad? Heeft het een formeel mandaat, of blijft het bij informeel overleg? Krijgt het beraad een adviesfunctie of wordt er actief iets met zijn inbreng gedaan? Hoe ziet het overleg eruit? Belangrijk is hoe het beraad wordt samengesteld.
Wordt het een afvaardiging van bestaande studentenorganisaties, of komt er een open aanmeldingsprocedure? Hoe wordt ervoor gezorgd dat het beraad representatief is voor alle studenten in Den Bosch, dus ook van mbo-studenten en internationale studenten? Kortom, VOOR Den Bosch is voorstander van meer jongerenparticipatie, maar pleit voor een duidelijker en doordachter aanpak. Mevrouw Visscher (SP) is het ermee eens dat het studentenleven in Den Bosch versterking verdient. De SP is echter geen voorstander van een structureel overlegorgaan. Als besloten wordt tot een studentenberaad, zou de SP graag zien dat ook het mbo vertegenwoordigd wordt,
15
of liever nog: de stem van alle jongeren. De SP zou het overleg dus breder willen trekken, maar twijfelt of het een structureel karakter moet krijgen. Mevrouw Van der Kallen (Rosmalens Belang) zegt dat Rosmalens Belang meerwaarde ziet in structureel overleg met studenten. Een overlegorgaan hoeft echter niet alleen van de kant van de gemeente te komen. Studenten kunnen zelf ook met een initiatief komen, bijvoorbeeld door als studentenverenigingen gezamenlijk te brainstormen. De heer Van Hattem (PVV) had verwacht dat het initiatief vanuit de studenten zelf was gekomen, als zij behoefte hebben aan structureel overleg met de gemeente. Verder merkt hij op dat veel van de 30.000 studenten niet in Den Bosch woont en het andere deel reeds vertegenwoordigd wordt via de gemeenteraad. Er ontstaat dus overlap als er een studentenberaad komt. Ook moet vooraf duidelijk gemaakt worden wat men van een studentenberaad mag verwachten. Er zijn immers veel zaken waarover men kan meepraten, maar niet alles kan zomaar veranderd worden. De PVV hoort graag waarom D66 heeft gekozen voor de top-downbenadering, waarover de PVV niet zo enthousiast is. De heer Burg (De Bossche Groenen) vindt het vreemd dat er een motie nodig is om de wethouder met studenten te laten praten.
Verder hoort De Bossche Groenen graag in hoeverre de studenten zelf hebben aangegeven dat ze met de wethouder in overleg willen treden en of ze daar zelf al pogingen toe hebben gedaan. Als blijkt dat de wethouder onvoldoende contact onderhoudt met de studenten, dan zal De Bossche Groenen instemmen met het voorstel voor een studentenberaad. De Bossche Groenen is voorstander van gemeentelijke financiële steun voor het jaarlijkse introductiefeest. De gemeente kan samen met studentenverenigingen onderzoeken wat haalbaar is. De Bossche Groenen zal hierover een motie indienen bij de begrotingsbehandeling 2026. De heer Mees (Leefbaar 's-Hertogenbosch) is het ermee eens dat het studentenleven in Den Bosch beter zou kunnen. Leefbaar ’s-Hertogenbosch is voorstander van overleg met studenten, maar wil wel vooraf duidelijk afspreken wat men van elkaar mag verwachten. Hoe een eventueel studentenberaad uitgewerkt moet worden, kan Leefbaar ’s-Hertogenbosch nu nog niet zeggen. De fractie hoort graag een reactie van D66 op de vragen die hierover gesteld zijn. De heer Van Creij (gewoon ge-DREVEN) heeft twijfels over de meerwaarde van een studentenberaad en vindt het een taak van de studenten zelf om met een voorstel te komen. Mevrouw Doǧan (GroenLinks) vindt het belangrijk dat de stem van studenten structureel gehoord wordt.
Een studentenberaad zou daarbij een rol kunnen spelen en leiden tot een rijker cultureel aanbod, een aantrekkelijk studentenklimaat en aandacht voor thema’s als mentale gezondheid. Voor GroenLinks is het echter nog niet helemaal duidelijk waarom de bestaande overlegmogelijkheden onvoldoende zouden zijn. Met welke studenten heeft D66 gesproken als voorbereiding op het initiatiefvoorstel? Met welke collegeleden zou het studentenberaad in overleg treden? Hoe gaat D66 borgen dat de studenten breed vertegenwoordigd worden? Mevrouw Mous (CDA) stelt dat het CDA het een sympathiek initiatief vindt, maar twijfelt of het ergens toe leidt. Er zijn al veel initiatieven, maar ze zijn soms moeilijk vindbaar voor jongeren. Dat is het knelpunt: zichtbaarheid, toegankelijkheid en communicatie. Studenten moeten het gevoel hebben dat er in Den Bosch iets te beleven is voor hen en dat ze welkom zijn om zich hier te vestigen. Over de status van een studentenberaad sluit het CDA zich aan bij de vragen van VOOR Den Bosch. Mevrouw Van de Leemput (Bosch Belang) onderschrijft dat het studentenleven in Den Bosch versterking verdient, maar Bosch Belang vindt dat studenten zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen om hun belangen te organiseren. Over een studentenberaad heeft Bosch Belang haar bedenkingen.